Het horen van die woorden was eigenlijk een opluchting voor Egwene. Je kon er nooit zeker van zijn wat er allemaal werd bekokstoofd in de Witte Toren. Deze vergadering betekende dat haar plannen zich ontwikkelden zoals ze hoopte en dat haar vijanden – of eigenlijk haar schoorvoetende bondgenoten – niet hadden doorzien wat ze wérkelijk deed. Ze waren te druk met reageren op dingen die Egwene maanden geleden had gedaan.
Dat betekende niet dat ze ongevaarlijk waren. Maar als je een gevaar zag aankomen, kon je ermee omgaan.
‘Wat kunnen we doen?’ vroeg Magla. Zij keek wel even naar Egwene. ‘Uit voorzorg, bedoel ik. Om ervoor te zorgen dat de Zaal van de Toren op geen enkele wijze wordt beperkt.’
‘We mogen geen oorlogsverklaring uitvaardigen,’ zei Lelaine beslist. ‘Maar kunnen we het nalaten?’ vroeg Varilin. ‘Er wordt wel door de ene helft van de Witte Toren de oorlog verklaard aan de andere helft, maar niet aan de Schaduw?’
‘De oorlog is al verklaard aan de Schaduw,’ zei Takima aarzelend. ‘Moet er een officiële verklaring komen? Is ons bestaan niet voldoende? Maken de geloften ons standpunt niet duidelijk?’
‘Maar we moeten een verklaring uitvaardigen,’ zei Romanda. Zij was de oudste onder hen en had de leiding over de bijeenkomst. ‘Iets om liet standpunt van de Zaal bekend te maken, om te voorkomen dat de Amyrlin een onverstandige oorlogsverklaring doet.’ Romanda scheen zich in het geheel niet te schamen voor wat ze hier deden. Ze keek Egwene recht aan. Nee, zij en Lelaine zouden het Egwene niet snel vergeven dat ze een Rode als Hoedster had gekozen. ‘Maar hoe moeten we zo’n boodschap versturen?’ vroeg Andaya. ‘Ik bedoel, wat moeten we doen? Een verklaring van de Zaal uitvaardigen, met de strekking dat er geen oorlogsverklaring komt? Zou dat niet belachelijk overkomen?’
De vrouwen zwegen. Egwene merkte dat ze knikte, hoewel dat niet specifiek het gezegde betrof. Ze was onder ongebruikelijke omstandigheden verheven. Als het aan hen werd overgelaten, zou de Zaal proberen grotere macht te vergaren dan zij had. Vandaag had eenvoudig een stap in die richting kunnen zijn. De kracht van de Amyrlin Zetel was in de loop der eeuwen niet constant geweest; de een had bijna alleenrecht, terwijl een ander werd gestuurd door de Gezetenen.
‘Ik vind dit een wijs besluit van de Zaal,’ zei Egwene heel behoedzaam. De Gezetenen keken haar aan. Sommigen leken opgelucht. Degenen die haar echter beter kenden, keken haar argwanend aan. Nou, dat was goed. Ze konden haar beter als dreiging zien dan als een kind dat ze konden koeioneren. Ze hoopte dat de vrouwen haar uiteindelijk zouden eerbiedigen als hun leidster, maar gezien de tijd die ze had kon ze niet alles doen.
‘De oorlog tussen groeperingen binnen de Toren was een ander soort strijd,’ vervolgde Egwene. ‘Het was in hoge mate en individueel mijn strijd, als Amyrlin, want die scheiding ging in eerste instantie óm de Amyrlin Zetel.
Maar de oorlog tegen de Schaduw is groter dan een afzonderlijke persoon. Hij is groter dan jullie of ik, groter dan de Witte Toren. Het is de oorlog van al het leven en de gehele schepping, van de armste bedelaar tot de machtigste koningin.’ De Gezetenen overpeinsden dat in stilte.
Romanda sprak als eerste. ‘En u zou er dus niet tegen gekant zijn als de Zaal de uitvoering van de oorlog overneemt door generaal Brins legers en de Torenwacht aan te sturen?’
‘Dat hangt ervan af,’ zei Egwene, ‘hoe zo’n regeling zou worden verwoord.’
Er was beweging te horen op de gang buiten en even later rende Saerin de Zaal in, vergezeld door Janya Frende. Ze wierpen Takima vernietigende blikken toe, en die laatste kromp ineen als een geschrokken vogel. Saerin en Egwenes andere aanhangers hadden ongetwijfeld vlak na Egwene zelf over deze vergadering gehoord. Romanda schraapte haar keel. ‘Misschien moeten we kijken of er iets hulpvaardigs in de Wet van de Oorlog staat.’
‘Ik ben ervan overtuigd dat je die inmiddels vrij grondig hebt bestudeerd, Romanda,’ zei Egwene. ‘Wat stel je voor?’
‘Er is een regeling waarin de Zaal de uitvoering van een oorlog overneemt,’ vertelde Romanda.
‘Daar is toestemming van de Amyrlin voor nodig,’ zei Egwene achteloos. Als dat Romanda’s spelletje was, hoe had ze dan gedacht Egwenes toestemming te krijgen nadat ze zonder haar een vergadering hadden belegd? Misschien had ze toch een ander voornemen gehad. ‘Ja, daar zou de toestemming van de Amyrlin voor nodig zijn,’ beaamde Rachin. Ze was een lange, donkerharige vrouw die haar haren vaak in een rol van vlechten op haar hoofd droeg. ‘Maar u zei dat u het wijs van ons vond dat we die maatregel namen.’
‘Ja,’ zei Egwene, die deed alsof ze zich in de hoek gedrukt voelde, ‘maar instemmen met de Zaal is heel anders dan een regeling toestaan die me weghoudt van de dagelijkse gang van zaken van het leger. Wat moet de Amyrlin Zetel doen als ze zich niet bekommert om de oorlog?’
‘Volgens de verslagen hebt u zich gewijd aan bakkeleien met koningen en koninginnen,’ zei Lelaine. ‘Dat lijkt me een uitgelezen taak voor de Amyrlin.’
‘Dus jullie willen staan voor zo’n regeling?’ vroeg Egwene. ‘De Zaal bekommert zich om het leger, terwijl ik het gezag heb om met de monarchen van de wereld om te gaan?’
‘Ik...’ zei Lelaine. ‘Ja, daar zou ik voor opstaan.’
‘Ik zou er wel mee kunnen instemmen,’ zei Egwene.
‘Zullen we erover stemmen?’ opperde Romanda snel, alsof ze bang was dat deze kans voorbij zou gaan.
‘Goed dan,’ zei Egwene. ‘Wie staat er op voor dit voorstel?’ Kubinde kwam overeind, gevolgd door Faiselle en Farna, de andere Groenen. Rachin en haar zus stonden snel op, hoewel Barasine met samengeknepen ogen naar Egwene keek. Magla stond daarna op, en schoorvoetend sloot Romanda zich bij haar aan. Ferane kwam langzaam overeind. Lelaine was de volgende. Zij en Romanda wierpen elkaar schroeiende blikken toe.
Dat waren er negen. Egwenes hart ging tekeer terwijl ze naar Takima keek. De vrouw leek erg verontrust, alsof ze probeerde Egwenes spel te doorzien. Datzelfde gold voor Saroiya. De berekenende Witte keek Egwene onderzoekend aan, trekkend aan haar oorlel. Plotseling werden haar ogen groot en deed ze haar mond open om iets te zeggen.
Op dat ogenblik kwamen Doesine en Yukiri de kamer binnen. Saerin stond meteen op. De slanke Doesine keek naar de vrouwen om haar heen. ‘Voor welk voorstel staan we?’
‘Een belangrijk voorstel,’ antwoordde Saerin.
‘Nou, dan zal ik er ook maar voor staan.’
‘Net als ik,’ zei Yukiri.
‘De mindere overeenstemming is kennelijk gegeven,’ zei Saerin. ‘De Zaal krijgt het gezag over het leger van de Witte Toren, terwijl de Amyrlin het gezag krijgt om zich met de monarchen van de wereld bezig te houden.’
‘Nee!’ riep Saroiya, die opstond. ‘Snappen jullie het niet? Hij is een koning! Hij heeft de Bladerkroon. Jullie hebben de Amyrlin zojuist als enige de verantwoordelijkheid gegeven voor omgang met de Herrezen Draak!’
Er viel een stilte in de Zaal.
‘Nou,’ zei Romanda, ‘ze zal toch vast...’ Ze liet haar stem wegsterven toen ze zich omdraaide en Egwenes serene gezicht zag. ik neem aan dat iemand nu moet vragen om de meerdere overeenstemming,’ zei Saerin droogjes. ‘Maar jullie hebben je al heel vakkundig met het mindere touw opgehangen.’
Egwene stond op. ik meende het toen ik zei dat ik dit wijs vond van de Zaal, en niemand heeft zich “opgehangen”. Het is verstandig van de Zaal om mij de leiding te geven over de omgang met de Herrezen Draak; hij zal een ferme, vertrouwde hand nodig hebben. Het was verstandig van jullie om in te zien dat de bijzonderheden van het aansturen van het leger te veel van mijn aandacht vergden. Jullie zullen iemand van jullie groep moeten aanwijzen om al generaal Brins bevoorradingsverzoeken en rekruteringsschema’s te bekijken en goed te keuren. Laat me jullie verzekeren dat er daar een heleboel van zijn.
Ik ben blij dat jullie de behoefte hebben ingezien om de Amyrlin bij te staan, hoewel ik bepaald niét blij ben met de geheimzinnige aard van deze bijeenkomst. Probeer niet te ontkennen dat het in het geheim werd gedaan, Romanda. Ik zie dat je tegenwerpingen wilt maken. Als je wilt spreken, weet dan dat ik je op de Drie Geloften vastpin en rechtstreeks laat antwoorden.’ De Gele zuster slikte haar opmerking in.