Slechts weinigen wisten dat de Poorten nu niet werkten. Perijn had tegen de mensen gezegd dat hij de krachten van de Asha’man wilde sparen, voor het geval dat er gevechten uitbraken tegen de Witmantels. Daar zat ook veel waarheid in. Enkele vluchtelingen hadden verzocht of ze dan te voet mochten vertrekken. Aan hen gaf Faile wat goud of sieraden uit Sevanna’s kist, en ze wenste hun het beste. Ze stond ervan te kijken hoeveel mensen wilden terugkeren naar huizen op land dat nu onder Seanchaans bestuur stond. Ondanks de vertrekkende mensen zwol Perijns leger dag na dag aan. Faile en de anderen kwamen langs een grote groep die oefende met zwaarden. Er waren nu zo’n vijfentwintigduizend vluchtelingen die hadden besloten de opleiding te volgen. Ze oefenden tot laat op de dag, en Faile hoorde de geblafte bevelen van Tam. ‘Nou,’ vervolgde Berelain haar overpeinzingen, ‘wat zal Perijn gaan doen? Waarom dit rechtsgeding? Hij wil iets van die Witmantels.’ Ze stapte om een kromme vingerwortelboom heen. De Eerste, net als veel anderen, zocht zoveel meer achter Perijns daden dan er te vinden was. Hij zou lachen als hij wist wat voor plannen ze allemaal aan hem toeschreven.
En zij beweert verstand te hebben van mannen, dacht Faile. Perijn was geenszins dom, en hij was ook niet de eenvoudige man die hij soms beweerde te zijn. Hij trof voorzorgsmaatregelen, hij dacht na, en hij was voorzichtig. Maar hij was ook recht door zee. Weloverwogen. Als hij iets zei, dan meende hij het.
‘Ik ben het met Berelain eens,’ zei Alliandre. ‘We zouden gewoon moeten vertrekken. Of die Witmantels aanvallen.’
Faile schudde haar hoofd. ‘Het zit Perijn niet lekker als mensen denken dat hij iets verkeerd heeft gedaan. Zolang de Witmantels volhouden dat hij een moordenaar is, is zijn naam niet zuiver.’ Het was koppig en dom, maar het had wél iets nobels. Zolang het hem zijn leven maar niet kostte. Aan de andere kant hield Faile juist van hem om dat eergevoel. Het zou niet verstandig zijn om hem te veranderen, dus moest ze ervoor zorgen dat anderen geen misbruik van hem maakten.
Zoals altijd wanneer ze het over de Witmantels hadden, kreeg Berelain een merkwaardige blik in haar ogen en keek ze – misschien onbewust – in de richting van hun legerkamp. Licht. Ze zou toch niet nóg een keer vragen of ze met hen mocht gaan praten? Ze had al tien verschillende redenen genoemd waarom ze dat wilde. Faile zag een grote groep soldaten, die onopvallend langs de binnenkant van het kamp liepen en Faile en hun wachters tijdens hun wandeling bijhielden. Perijn wilde dat ze goed beschermd was. ‘Die jonge Kapiteinheer-gebieder,’ zei Alliandre achteloos. ‘Hij ziet er heel indrukwekkend uit in dat witte uniform, vind je ook niet? Als je die Zonnekrans op zijn mantel even kunt vergeten, althans. Wat een knappe man.’
‘O ja?’ zei Berelain. Ze kreeg een kleur.
‘Ik had wel gehoord dat Morgases stiefzoon een knappe man was,’ vervolgde Alliandre. ‘Maar ik had niet verwacht dat hij zo... smetteloos zou zijn.’
‘Als een standbeeld van marmer,’ fluisterde Berelain, ‘een relikwie uit de Eeuw der Legenden. Een volmaakt ding dat is achtergebleven, zodat wij het kunnen aanbidden.’
‘Hij kan ermee door,’ zei Faile snuivend. ‘Zelf heb ik liever een man met een baard.’
Dat was geen leugen; ze was dol op baarden, en Perijn was knap. Hij had een stoere kracht over zich die heel aantrekkelijk was. Maar die Galad Damodred was... nou, het was niet eerlijk om hem met Perijn te vergelijken. Dat was net alsof je een gebrandschilderde ruit vergeleek met een kast van een meester-timmerman. Beide waren uitstekende voorbeelden van hun ambacht, en je kon ze moeilijk tegen elkaar afwegen. Maar die ruit straalde beslist. Berelains blik stond afwezig. Ze was onder de indruk van Damodred. En dat was in zo korte tijd gebeurd. Faile had tegen Berelain gezegd dat het de geruchten zou helpen tegengaan als ze een andere man zocht om aandacht aan te besteden, maar de Witmantelcommandant? Was die vrouw gek geworden?
‘Dus wat gaan we doen?’ vroeg Alliandre toen ze langs de zuidelijke kant van het kamp liepen, halverwege het punt waar ze waren begonnen.
‘Aan de Witmantels?’ vroeg Faile.
‘Aan Maighdin,’ zei Alliandre. ‘Morgase.’
‘Ik kan het niet helpen, maar ik heb het gevoel dat ze misbruik heeft gemaakt van mijn goedheid,’ zei Faile. ‘Ondanks alles wat we samen hebben doorstaan, heeft ze me nooit verteld wie ze was.’
‘Je schijnt vastbesloten te zijn om haar heel weinig vertrouwen te schenken,’ merkte Berelain op.
Faile antwoordde niet. Ze had nagedacht over wat Perijn had gezegd, en hij had waarschijnlijk gelijk. Faile zou niet zo boos op haar moeten zijn. Als Morgase werkelijk op de vlucht was geweest voor een Verzaker, dan was het een wonder dat ze nog leefde. Bovendien had Faile zelf ook gelogen over wie ze was toen ze Perijn voor het eerst ontmoette.
Eigenlijk kwam haar woede meer doordat Morgase over Perijn zou oordelen. Ze matigde zich aan over Perijn te oordelen. Maighdin de kamenierster was dan misschien dankbaar, maar Morgase de koningin zou Perijn als tegenstrever zien. Zou Morgase hem écht eerlijk beoordelen, of zou ze van de mogelijkheid gebruikmaken om hem te straffen voor het feit dat hij zichzelf tot heer had bestempeld? ik voel me net zoals u, vrouwe,’ zei Alliandre zacht.
‘En hoe is dat dan wel?’
‘Misleid,’ antwoordde Alliandre. ‘Maighdin was onze vriendin. Ik dacht dat ik haar kende.’
‘Jij zou in die omstandigheden exact hetzelfde hebben gedaan,’ zei Berelain. ‘Waarom zou je inlichtingen verstrekken als het niet hoeft?’
‘Omdat we vriendinnen waren,’ zei Alliandre. ‘Na alles wat we hebben meegemaakt, blijkt ineens dat ze Morgase Trakand is. Niet zomaar een koningin, maar dé koningin. Die vrouw is een legende. En ze was hier, bij ons, en schonk thee voor ons in. Hoe stuntelig ook.’
‘Je moet toegeven,’ zei Faile peinzend, ‘dat ze beter begon te worden met die thee.’
Faile reikte naar haar keel en raakte het koord aan waar Rolans steen aan hing. Ze droeg het niet elke dag, maar best vaak. Had Morgase zich al die tijd bij de Shaido anders voorgedaan dan ze was? Of was ze op een of andere manier echter geweest? Zonder haar naam te hoeven waarmaken, was ze niet gedwongen om de ‘legendarische’ Morgase Trakand te zijn. Zou iemands ware aard zich onder dergelijke omstandigheden juist niet eerder openbaren? Faile omklemde het snoer. Morgase zou dit rechtsgeding niet uit wrok tegen Perijn keren. Maar ze zou wél eerlijk oordelen. Wat betekende dat Faile voorbereid moest zijn en...
Vlakbij klonk geschreeuw.
Faile reageerde onmiddellijk en draaide zich om naar het bos. Instinctief verwachtte ze dat er Aiel uit de bosjes zouden springen om te doden en gevangenen te nemen, en even was ze volkomen in paniek.
Maar het geschreeuw kwam van binnen in het kamp. Ze vloekte, draaide zich om en voelde iets aan haar riem trekken. Ze keek geschrokken omlaag en zag haar riemmes uit de schede springen en de lucht in gaan.
‘Een bel van kwaad!’ riep Berelain, die opzij sprong. Faile bukte en dook op de grond toen haar mes op haar hoofd af suisde. Het miste haar op een haar na. Toen Faile ineengedoken overeind kwam, zag ze geschrokken dat Berelain oog in oog stond met een dolk, en het leek erop – te oordelen naar de schade aan Berelains mouw – dat die zich had bevrijd uit een verborgen schede onder haar kleding.
Achter Berelain was het kamp in rep en roer. De vluchtelingen die vlakbij hadden geoefend, renden alle kanten op toen zwaarden en speren uit eigen beweging de lucht in sprongen. Het leek wel alsof elk wapen in het kamp plotseling tot leven was gekomen en zijn meester aanviel.
Beweging. Faile dook opzij toen haar mes weer op haar afkwam, maar een grijsharige gestalte in het bruin griste het wapen uit de lucht en hield het stevig vast. Sulin rolde om en hield vast, met haar tanden opeengeklemd terwijl ze het wapen uit de lucht dwong en op een steen sloeg, waardoor het lemmet van het heft brak. Het stopte met bewegen. Sulins speren, echter, trokken zich los van haar rug en draaiden zich om in de lucht, met de punten naar haar toe.