‘Vlucht!’ riep de Speervrouwe, die zich omdraaide en tegenover alle drie de speren tegelijk stond.
‘Waarheen?’ vroeg Faile, en ze raapte een steen op van de grond. ‘De wapens zijn overal.’ Berelain worstelde met haar dolk. Ze had hem vastgepakt, maar hij verzette zich en rukte haar armen heen en weer. Alliandre was omringd door drie messen. Licht! Faile was ineens blij dat ze er vandaag maar één bij zich had.
Enkele Speervrouwen kwamen aanrennen om Alliandre te helpen, gooiden stenen naar de messen en doken weg bij speren die naar hen staken. Berelain stond er alleen voor.
Knarsetandend – was het dom van haar om de vrouw te helpen die ze haatte? – sprong Faile naar voren en legde haar handen over die van Berelain heen, om haar kracht toe te voegen aan die van de Eerste. Samen dwongen ze het mes opzij, naar de grond, waar ze de punt in de aarde dreven. Toen ze dat deden, stopte het ding opmerkelijk genoeg ineens met bewegen.
Faile liet aarzelend het mes los en keek om naar de verfomfaaide Berelain. De vrouw drukte haar rechterhand tegen de andere en stelpte het bloeden van een snee die ze had opgelopen. Ze knikte naar Faile. ‘Dank je.’
‘Waardoor stopte het?’ vroeg Faile met bonzend hart. Overal in het kamp klonk geschreeuw. Gevloek. Gekletter van wapens. ‘De aarde?’ vroeg Berelain, die neerknielde.
Faile groef haar vingers in de aarde. Ze draaide zich om en zag geschrokken dat een van de Speervrouwen op de grond lag, hoewel andere al meerdere rondvliegende speren hadden uitgeschakeld. Faile gooide haar handvol aarde naar een speer die nog door de lucht vloog.
Toen het zand de speer raakte, viel het wapen omlaag. Sulin zag het, en boven haar sluier werden haar ogen groot. Ze liet de stenen vallen waar ze mee gooide en pakte een handvol aarde, die ze over haar hoofd strooide toen de speer op haar hart af dook. De aarde hield het wapen tegen, en het viel op de grond. Even verderop hadden de soldaten die waren gevolgd om Faile en de anderen te bewaken het moeilijker. Ze stonden met hun rug tegen elkaar aan, ineengedoken en met bezorgde gezichten, en gebruikten hun schilden om de porrende wapens te blokkeren. ‘Snel!’ riep Faile naar de Speervrouwen, met beide handen in de grond gravend. ‘Vertel de anderen hoe ze de wapens kunnen tegenhouden!’ Ze gooide aarde naar de dolken bij Alliandre, haalde er twee neer met één handvol, en rende toen op de soldaten af.
‘Je hoeft je niet te verontschuldigen, Galad,’ zei Morgase zachtjes. ‘Je kon niet weten wat er gebeurde in de Burcht van het Licht. Je was mijlenver weg.’
Ze zaten in zijn tent, op stoelen tegenover elkaar terwijl het late middaglicht op de wanden scheen. Galad zat met zijn handen verstrengeld naar voren gebogen. Zo nadenkend. Ze herinnerde zich haar eerste indrukken van hem, lang geleden, toen ze met zijn vader trouwde. Het kind was gewoon onderdeel van het pakketje geweest, en hoewel Morgase hem had geadopteerd, was ze altijd bang geweest dat hij zich minder geliefd voelde dan de andere kinderen in het gezin.
Galad was altijd zo ernstig geweest. Hij had het vaak niet voor zich kunnen houden als een van de anderen iets verkeerd deed. Maar anders dan andere kinderen – vooral Elayne – had hij zijn kennis niet als wapen gebruikt. Ze had het moeten zien. Ze had moeten beseffen dat hij zich aangetrokken zou voelen tot de Witmantels, vanwege hun zwart-witte wereldbeeld. Had ze hem beter kunnen voorbereiden? Hem laten zien dat de wereld niet zwart-wit was; niet eens grijs? Hij was vol kleuren die soms nergens in het spectrum van de moraliteit pasten.
Hij keek op, met zijn handen nog verstrengeld en geplaagde ogen. ‘Ik heb Valda vals beschuldigd. Ik ben naar hem toe gegaan en heb een Duel onder het Licht geëist omdat hij je had misbruikt en vermoord. Dat klopte maar half. Ik heb iets gedaan wat onjuist was, in ieder geval gedeeltelijk. Maar desondanks ben ik blij dat ik hem heb gedood.’
Haar adem stokte in haar keel. Men zei dat Valda de beste zwaardvechter van zijn tijd was. En Galad had hem verslagen in een duel? Die jongen? Maar nee, hij was geen jongen meer. Galad had zijn keuzes gemaakt, en ze kon hem daar moeilijk om veroordelen. Ergens leken ze bewonderenswaardiger dan haar eigen keuzes. ‘Je hebt het goed gedaan,’ zei ze. ‘Valda was een adder. Ik ben ervan overtuigd dat hij achter Nials dood zat. Je hebt de wereld een dienst bewezen, Galad.’
Hij knikte. ‘Voor wat hij jou had aangedaan, verdiende hij de dood. Maar ik zal toch een verklaring moeten uitvaardigen.’ Hij stond op en legde ijsberend zijn handen op zijn rug, en zijn witte kleding leek te gloeien in het licht, ik zal verklaren dat mijn beschuldiging van moord onjuist was, maar dat Valda toch de dood verdiende voor zijn overige misdrijven. Ernstige misdrijven.’ Hij bleef even staan, ik wou dat ik het geweten had.’
‘Je had niets kunnen doen, jongen,’ zei ze. ‘Mijn gevangenschap was mijn eigen schuld. Omdat ik mijn vijanden vertrouwde.’ Galad wuifde met zijn hand. ‘Gaebril was niet te weerstaan, als wat we gehoord hebben klopt. Wat je gevangenschap aangaat, dat kwam niet doordat je je vijanden vertrouwde. Je bent verraden door Valda, net als wij allemaal. De Kinderen zijn nooit de vijand van iemand die in het Licht loopt.’
‘En Perijn Aybara?’ vroeg ze.
‘Schaduwgebroed.’
‘Nee, jongen. Sommige dingen die hij doet bevallen me niet, maar ik beloof je dat hij een goed mens is.’
‘Dan zal dat bij het rechtsgeding wel blijken,’ zei Galad.
‘Goede mensen kunnen ook fouten maken. Als je dit doorzet, kan het leiden tot een uitkomst die we geen van allen willen.’
Galad verstijfde fronsend. ‘Moeder, doel je er soms op dat hij zijn straf moet ontlopen?’
‘Kom,’ zei ze wenkend. ‘Ga weer zitten. Je maakt me duizelig met dat geijsbeer.’
Misschien was hij nog maar onlangs opgestegen naar de rang van Kapiteinheer-gebieder, maar nu al scheen hij aanstoot te nemen aan bevelen. Hij nam echter wel plaats.
Vreemd genoeg voelde ze zich weer een koningin. Galad had haar niet gezien in die harde maanden. Hij dacht aan haar als de oude Morgase, dus bij hem vóélde ze zich ook als de oude Morgase. Bijna.
Nial had haar gevangengehouden, maar hij had haar wel geëerbiedigd, en ze was gaan denken dat ze misschien ook eerbied voor hem zou kunnen opbrengen. Wat was er van het spelbord geworden waarop zij en Nial zo vaak stenen hadden gespeeld? Ze moest er niet aan denken dat het was vernietigd tijdens de Seanchaanse aanval. Zou Galad net zo’n Kapiteinheer-gebieder worden als Nial, of misschien een betere? De koningin in haar, de herontwaakte koningin, wilde er iets op vinden om zijn licht naar voren te halen en de schaduw weg te duwen.
‘Galad,’ zei ze. ‘Wat ga je doen?’
‘Met dat rechtsgeding?’
‘Nee, met dat leger van je.’
‘We gaan vechten in de Laatste Slag.’
‘Bewonderenswaardig,’ zei ze. ‘Maar weet je wat dat betekent?’
‘Ja, vechten aan de zijde van de Herrezen Draak.’
‘En de Aes Sedai.’
‘We kunnen wel een tijdje naast de heksen strijden, als dat het grotere goed dient.’
Ze sloot haar ogen en ademde uit. ‘Galad, hoor jezelf toch eens. Je noemt ze heksen? Je bent bij hen opgeleid, misschien wel om Zwaardhand te worden!’
‘Ja.’
Ze opende haar ogen. Hij leek zo ernstig. Maar zelfs de dodelijkste en agressiefste hond kon ernstig zijn.
‘Weet je wat ze met Elayne hebben gedaan, moeder?’ vroeg hij.
‘Je bedoelt dat ze haar zijn kwijtgeraakt?’ Morgase was daar nog steeds woedend over.
‘Ze hebben haar op missies gestuurd,’ zei hij op walgende toon. ‘Ze weigerden me bij haar toe te laten, waarschijnlijk omdat ze op pad was en in gevaar werd gebracht. Ik ontmoette haar later, buiten de Toren.’
‘Waar was ze?’ vroeg Morgase gretig.
‘Hier in het zuiden. Mijn mannen noemen de Aes Sedai heksen. Soms vraag ik me af hoe ver bezijden de waarheid dat is.’
‘Galad...’
‘Niet alle vrouwen die de Ene Kracht hanteren zijn inherent kwaadaardig,’ zei hij. ‘Dat is een onjuiste aanname van de Kinderen. De weg van het Licht doet die bewering ook niet; er staat alleen dat de verleiding om de Ene Kracht te gebruiken kan corrumperen. Ik denk dat de vrouwen die nu leiding geven aan de Witte Toren zich hebben laten verblinden door hun gekonkel en zelfzuchtige strategieën.’