Выбрать главу

Elayne zette het glas aan haar oog. Paspoppen. Aludra had er een stuk of vijftig in rijen op die heuvel neergezet. Licht! Hoe was ze aan zoveel poppen gekomen? Elayne zou binnenkort wel een paar breedvoerige berichten van kleermakers in de stad krijgen. Mart had beloofd dat dit zo ongeveer elke prijs waard zou zijn. Natuurlijk, zo was Mart. Hij was niet bepaald de meest betrouwbare persoon die er bestond.

Hij is niet degene die een waardevolle ter’angreaal aan de Schaduw heeft verspeeld, bracht ze zichzelf in herinnering. Ze trok een gezicht. In haar buidel had ze nog een namaak-vossenkop. Het was een van de drie die ze tot nog toe had gemaakt. Als ze dan toch aan haar bed gekluisterd was, dan kon ze haar tijd net zo goed nuttig besteden. Het zou een stuk minder frustrerend zijn als ze betrouwbaar kon geleiden.

Alle drie de nagemaakte vossenkoppenningen werkten net zoals de eerste kopie. Ze kon niet geleiden als ze er een droeg, en een krachtige weving kon de dingen tenietdoen. Ze had echt de oorspronkelijke weer nodig voor nader onderzoek.

‘U ziet wel, Majesteit,’ zei Aludra stijfjes, alsof ze niet gewend was aan het geven van demonstraties, ‘dat we hebben geprobeerd de omstandigheden na te bootsen waarin u gebruik zou kunnen maken van de Draken, ja?’

Alleen hebben wij straks te maken met honderdduizend Trolloks in plaats van vijftig paspoppen, dacht Elayne.

‘De volgende toren, daar moet u naar kijken,’ zei Aludra gebarend. Elayne richtte het kijkglas op de volgende toren op de muur. Ze zag daar vijf leden van de Bond, gekleed in uniform, wachtend bij een andere Draak. Mart stond in dat ding te turen, recht in de buis. ‘Die mannen hebben enigszins geoefend met de Draken,’ vervolgde Aludra. ‘Ze zijn nog niet zo snel als ik zou willen, maar voorlopig doen we het ermee, ja?’

Elayne liet haar glas zakken toen de mannen de namaakbuis naar achteren trokken – hij stond op wielen – en hem een stukje naar de hemel kantelden. Een van hen goot er zwart poeder uit het vaatje in, en een volgende stopte er een prop van iets in. Dit werd gevolgd door de man met de lange paal, waarmee hij in de buis stampte. Het was dus geen schoorsteenborstel, maar een of ander gereedschap om het poeder mee aan te stampen.

‘Dat lijkt wel wat op het poeder in een nachtbloem,’ zei Birgitte. Er kwam behoedzaamheid door de binding.

Aludra wierp de Zwaardhand een blik toe. ‘En hoe weet jij wat er in een nachtbloem zit? Je beseft toch wel hoe gevaarlijk het is om zo’n ding open te maken, ja?’ Birgitte haalde haar schouders op.

Aludra fronste, maar ze kreeg verder geen antwoord, dus haalde ze diep adem en kalmeerde zichzelf. ‘Het toestel, dat is volkomen veilig. We hebben de andere Draak opgezet om te vuren, dus er is geen gevaar, ja? Maar er zou hoe dan ook geen gevaar zijn geweest. Het gietwerk is goed uitgevoerd en mijn berekeningen, die zijn foutloos.’

‘Elayne,’ zei Birgitte, ‘ik vind nog steeds dat we beter van de muur hieronder kunnen toekijken. Zelfs als dat ding hier niet wordt aangestoken.’

‘Na alles wat ik heb doorstaan om boven te komen?’ vroeg Elayne. ‘Nee, dank je. Aludra, ga maar door.’

Ze negeerde Birgittes ergernis. Dacht Aludra echt dat ze die paspoppen kon raken met haar ijzeren bol? Ze stonden een heel eind weg, en die bol was zo klein, amper groter dan een gespreide mannenhand. Had Elayne al die moeite gedaan voor iets dat slechter zou werken dan een katapult? De Draak klonk wel alsof hij een bol verder kon werpen, maar de rotsblokken die je met een katapult afschoot waren vele keren groter.

De mannen waren klaar. De laatste man bij hen op de toren hield een onaangestoken fakkeltje tegen een lont die uit de bol stak en liet hem in de buis rollen; toen draaiden ze de buis naar buiten. ‘Ziet u?’ zei Aludra, kloppend op de Draak. ‘Drie mannen is het beste. Vier voor de veiligheid, voor het geval dat een van hen sneuvelt. Eén man zou het werk ook kunnen doen als het moest, maar dan gaat het langzamer.’

De mannen stapten achteruit toen Aludra een rode vlag pakte. Ze stak die in de lucht en gaf een teken aan de volgende toren op de muur. Elayne keek door het kijkglas. Een van de mannen daar had een fakkeltje. Mart stond nieuwsgierig toe te kijken. Aludra liet haar vlag zakken. De soldaat hield zijn brandende fakkel tegen de zijkant van de Draak.

De ontploffing die volgde, was zo luid dat Elayne ervan schrok. Het gebulder was scherp als een donderslag, en in de verte hoorde ze iets wat leek op een echo van de ontploffing. Ze drukte haar hand tegen haar borst en moest zichzelf eraan herinneren adem te halen. Een stuk van de heuvel ontplofte in een enorme uitbarsting van stof en aarde. De grond leek wel te beven! Het was net alsof een Aes Sedai de aarde had omgewoeld met een weving, maar de Ene Kracht was helemaal niet gebruikt.

Aludra leek teleurgesteld. Elayne zette haar kijkglas voor haar oog. De ontploffing had de paspoppen op zeker twintig pas afstand gemist, maar had wel een gat van vijf passen doorsnee in de grond geslagen. Ontplofte de bol soms net als een nachtbloem? Dit toestel was niet eenvoudigweg een verbeterde katapult of blijde; het was iets anders. Iets wat in staat was een ijzeren bol met zoveel kracht weg te slingeren dat er een gat in de grond ontstond, en dat de bol dan misschien zelf ontplofte.

Nee maar, ze kon een hele muur vol zetten met die Draken! Als die allemaal tegelijk vuurden...

Aludra stak haar vlag weer omhoog; Elayne keek door haar glas terwijl de mannen op de volgende toren de buis schoonmaakten en opnieuw laadden. Mart had zijn handen over zijn oren geslagen en stond boos te kijken, waar Elayne om lachte. Hij had beter ook vanaf haar toren kunnen toekijken. Het laden duurde maar heel kort, een paar minuten. En Aludra wilde ervoor zorgen dat het nóg sneller ging?

Aludra schreef enkele bevelen op en stuurde die per boodschapper naar de mannen toe. Ze veranderden de stand van de Draak een klein stukje. Ze zwaaide met haar vlag; Elayne zette zich schrap voor een volgende ontploffing, maar toch schrok ze nog toen die kwam. Deze keer was het raak en kwam de bol in het midden van de rij paspoppen terecht. De verwoeste resten ervan vlogen tuimelend door de lucht. De klap vernietigde er vijf of zes en kegelde er zeker nog twaalf omver.

Met de mogelijkheid om elke paar minuten te vuren, op zo grote afstand iets te raken en zoveel vernietiging aan te richten, zouden die echt wapens dodelijk zijn. Even dodelijk als damane, misschien. Birgitte keek nog steeds door haar kijkglas, en hoewel haar gezicht onbewogen stond, voelde Elayne haar verbazing.

‘Het wapen, bevalt het u?’ vroeg Aludra.

‘Het bevalt me, Aludra,’ zei Elayne glimlachend. ‘Het bevalt me heel goed. De middelen van de hele stad staan je ter beschikking, de middelen van heel Andor. Er zijn nog enkele andere klokkengieters in Andor.’ Ze keek de Vuurwerkster aan. ‘Maar je móét de tekeningen en schema’s geheimhouden. Ik zal wachters met je meesturen. We kunnen het ons niet veroorloven dat een van de gieters ontdekt wat het zou kunnen opleveren om ervandoor te gaan en inlichtingen te verkopen aan onze vijanden.’

‘Zolang ze maar niet in handen van de Seanchanen vallen,’ zei Aludra, ‘maakt het mij niet uit.’

‘Nou, mij wel,’ zei Elayne. ‘En ik ben degene die ervoor zal zorgen dat die dingen op de juiste manier worden ingezet. Ik wil een eed van je, Aludra.’