‘Ik verwacht geen verontschuldigingen,’ zei Elayne. ‘O, Gawein, het was niet als standje bedoeld. Hoewel ik je beslist had kunnen gebruiken, hebben we ons gered. Ik was ook bang dat je vast zou komen zitten tussen het verdedigen van de Toren en het beschermen van Egwene. Kennelijk is dat ook goed gegaan. Dus vraag ik je: waarom ben je hier nu naartoe gekomen? Heeft Egwene je niet nodig?’
‘Schijnbaar niet,’ antwoordde Gawein, en hij stuurde de boot achteruit. Er groeide hier een grote treurwilg naast de vijver, met takken die als vlechten boven het water bungelden. Hij tilde de roeiriemen tussen die takken op, en de boot kwam stil te liggen. ‘Nou,’ zei Elayne, ‘ik zal daar maar niet over doorvragen; althans, niet nu. Je bent hier altijd welkom, Gawein. Ik zou je tot kapitein-generaal benoemen als je het vroeg, maar ik geloof niet dat je dat wilt.’
‘Waarom zeg je dat?’
‘Je hebt het grootste deel van je tijd hier besteed, mokkend in de tuin. ‘Ik mok niet. Ik denk na.’
‘Ach, ja. Ik zie dat jij ook creatief met de waarheid hebt leren omgaan.’
Hij snoof zachtjes.
‘Gawein, je bent niet op bezoek geweest bij je vrienden of bekenden in het paleis. Je hebt de rol van prins of kapitein-generaal niet op je genomen. In plaats daarvan... denk je alleen maar na.’ Gawein keek over de vijver. ‘Ik ga niet op bezoek bij de anderen omdat ze dan allemaal gaan vragen waarom ik hier tijdens het beleg niet was. En wanneer ik mijn post hier aanvaard en je legers ga aanvoeren.’
‘Het geeft niet, Gawein. Je hoeft geen kapitein-generaal te worden, en ik overleef het wel als mijn Eerste Prins van het Zwaard er niet is, als het moet. Hoewel ik moet toegeven dat Birgitte nogal boos op je is omdat je geen kapitein-generaal wordt.’
‘Is dat de reden voor die boze blikken?’
‘Ja. Maar ze redt zich wel; eigenlijk is ze heel goed in haar werk. En als er iemand is van wie ik wil dat je haar beschermt, dan is het Egwene. Ze verdient je.’
‘En als ik nou heb besloten dat ik haar niet wil?’ Elayne legde haar hand op zijn arm. Haar gezicht – omlijst door goudblond haar met die bijpassende kroon erop – stond bezorgd. ‘O, Gawein. Wat is er met je gebeurd?’
Hij schudde zijn hoofd. ‘Brin denkt dat ik te zeer gewend was dat alles me lukte, en dat ik niet wist hoe ik moest reageren toen ik tegenslag kreeg.’
‘En wat denk jij?’
‘Ik denk dat het goed voor me is geweest om hier te komen,’ antwoordde Gawein, en hij haalde diep adem. Er liepen enkele vrouwen over het pad langs de vijver, voorgegaan door een vrouw met felrood haar met grijze strepen erin. Dimana was een soort afgewezen leerling van de Witte Toren. Gawein was niet helemaal zeker over de aard van de Kinne en hun relatie tot Elayne. ‘Hier zijn,’ zei hij, ‘deed me denken aan mijn vroegere leven. Het is vooral een bevrijding om even van Aes Sedai verlost te zijn. Een tijd lang was ik ervan overtuigd dat ik bij Egwene hoorde. Toen ik de Jongelingen verliet om naar haar toe te rijden, voelde dat als de beste keus die ik ooit had gemaakt. En toch schijnt zij me niet meer nodig te hebben. Ze is zo bezig met sterk zijn, en met de Amyrlin zijn, dat ze geen ruimte meer heeft voor mensen die zich niet aan al haar grillen onderwerpen.’
‘Ik betwijfel of het zo erg is als jij beweert, Gawein. Egwene... nou, ze móét zich sterk betonen. Vanwege haar jonge leeftijd, en de manier waarop ze is verheven. Maar ze is niet hooghartig. Niet meer dan nodig is.’
Elayne stak haar vingers in het water en liet een goudrugvis schrikken. ‘Ik heb me ook gevoeld zoals zij zich nu moet voelen. Je zegt dat ze iemand wil die voor haar buigt en kruipt, maar ik durf te wedden dat wat ze eigenlijk wil – wat ze echt nodig heeft – iemand is die ze volkomen kan vertrouwen. Iemand die ze taken kan toebedelen zonder zich daarna nog zorgen te maken over hoe ze worden uitgevoerd. Ze heeft heel veel middelen. Rijkdom, soldaten, forten, dienaren. Maar zij is maar alleen, en dus als alles haar specifieke aandacht nodig heeft, dan had ze net zo goed helemaal geen middelen kunnen hebben.’
‘Ik...’
‘Je zegt dat je van haar houdt,’ vervolgde Elayne. ‘Je hebt me verteld dat je haar toegewijd bent, dat je bereid zou zijn om voor haar te sterven. Nou, Egwene heeft legers vol van dat soort mensen, net als ik. Wat werkelijk enig in zijn soort is, is iemand die doet wat ik hem opdraag. Beter nog, iemand die doet wat hij weet dat ik hem zou opdragen als ik daar de kans voor had.’
‘Ik weet zo net nog niet of ik die man wel kan zijn,’ zei Gawein. ‘Waarom niet? Juist van jou had ik verwacht dat je er klaar voor was om een vrouw met macht bij te staan.’
‘Het is anders bij Egwene. Ik kan niet uitleggen waarom.’
‘Nou, als je met een Amyrlin wilt trouwen, dan moet je die keus maken.’
Ze had gelijk. Het frustreerde hem, maar ze had gelijk. ‘Genoeg daarover,’ zei hij. ‘Ik heb gemerkt dat het onderwerp van Altor is afgedreven.’
‘Omdat er niet meer over hem te zeggen valt.’
‘Je moet bij hem uit de buurt blijven, Elayne. Hij is gevaarlijk.’ Elayne maakte een handgebaar. ‘Saidin is gereinigd.’
‘Natuurlijk zegt hij dat.’
‘Je haat hem,’ zei Elayne. ‘Ik hoor het in je stem. Dit gaat niet om moeder, hè?’
Hij aarzelde. Ze was er zo goed in geworden om gesprekken te sturen. Was dat de koningin in haar, of de Aes Sedai? Hij draaide bijna de boot om om terug te varen naar de steiger. Maar dit was Elayne. Licht, het was fijn om met iemand te praten die hem werkelijk begreep.
‘Waarom ik Altor haat?’ vroeg Gawein. ‘Nou, om te beginnen vanwege moeder. Maar niet alleen om haar. Ik haat wat hij is geworden.’
‘De Herrezen Draak?’
‘Een tiran.’
‘Dat weet je niet, Gawein.’
‘Hij is een schaapherder. Welk recht heeft hij om tronen omver te werpen en de wereld zo ingrijpend te veranderen?’
‘Vooral terwijl jij in een dorp opgesloten zat?’ Hij had haar bijna alles verteld wat hem in de afgelopen paar maanden was overkomen. ‘Terwijl hij landen veroverde, was jij gedwongen je vrienden te doden en werd toen je dood tegemoet gestuurd door je Amyrlin.’
‘Ja.’
‘Dus het is afgunst,’ zei Elayne zacht. ‘Nee. Onzin. Ik...’
‘Wat zou je willen doen, Gawein?’ vroeg Elayne. ‘Een tweegevecht met hem aangaan?’
‘Misschien.’
‘En wat zou er gebeuren als je won en hem neerstak, zoals je hebt gezegd te willen doen? Wil je ons allemaal verdoemen om je eigen ogenblik van hartstocht te kunnen beleven?’ Daar had hij geen antwoord op.
‘Dat is niet alleen maar afgunst, Gawein,’ zei Elayne, die de roeiriemen van hem overnam. ‘Het is zelfzucht. We kunnen het ons nu niet veroorloven om kortzichtig te zijn.’ Ze roeide hen terug, ondanks zijn tegenwerpingen.
‘En dat,’ zei hij, ‘van de vrouw die in eigen persoon een inval deed bij de Zwarte Ajah?’
Elayne bloosde. Hij merkte wel dat ze liever had gehad dat hij daar nooit iets over had gehoord. ‘Het was nodig. En bovendien zei ik al “we”. Jij en ik, we hebben een probleem. Birgitte zegt steeds dat ik moet leren gematigder te zijn. Nou, jij moet datzelfde leren, voor Egwene. En ze heeft je wel nodig, Gawein. Ze beseft het misschien niet; ze is er misschien van overtuigd dat ze alle lasten van de wereld in haar eentje moet torsen. Dat heeft ze mis.’
De boot bonsde tegen de steiger. Elayne trok de roeiriemen naar binnen en stak haar hand uit. Gawein klom op de wal en hielp haar uit de boot stappen. Ze pakte vol genegenheid zijn hand vast. ‘Je komt er wel uit,’ zei ze. ‘Ik ontsla je van elke verplichting om mijn kapitein-generaal te zijn. Voorlopig zal ik geen andere Eerste Prins van het Zwaard aanstellen, maar die titel kun je voeren zonder dat je taken uitoefent. Zolang je maar af en toe je gezicht laat zien bij deze of gene staatsbijeenkomst, hoef je niet bang te zijn dat er nog andere dingen van je verlangd worden. Ik zal het meteen bekend laten maken en zeggen dat je nodig bent voor ander werk aan de vooravond van de Laatste Slag.’