Выбрать главу

De toehoorders zaten zo stil dat ze wel standbeelden leken. Niemand bewoog zich. Bornhald opende zijn mond weer, maar liet hem toen dichtvallen.

‘Ik zweer je,’ zei Perijn, ‘onder het Licht en bij mijn hoop op redding en wedergeboorte, dat ik je vader niét heb gedood. En ik had ook niets met zijn dood te maken.’

Bornhald keek Perijn onderzoekend aan, met een verontruste blik. ‘Luister niet naar hem, Dain,’ zei Byar. De geur die van hem afkwam was sterk, sterker dan die van enig ander in het paviljoen. Als die van rottend vlees. ‘Hij heeft je vader wél vermoord.’ Galad stond nog steeds naar de uitwisseling te kijken. ‘Ik heb nooit begrepen hoe je dat weet, Kind Byar. Wat heb je gezien? Misschien zou dit de zaak moeten zijn die we hier bespreken.’

‘Het gaat niet om wat ik heb gezien, Kapiteinheer-gebieder,’ zei Byar, ‘maar om wat ik weet. Hoe valt anders te verklaren dat hij het overleefde, en het legioen niet! Je vader was een moedig strijder, Bornhald. Hij zou nooit zijn gesneuveld door toedoen van de Seanchanen!’

‘Dat is onzin,’ kaatste Galad terug. ‘De Seanchanen hebben ons keer op keer verslagen. Zelfs een sterk man kan tijdens de strijd sneuvelen.’

‘Ik zag Guldenoog daar,’ zei Byar, gebarend naar Perijn. ‘Hij vocht naast spookachtige verschijningen! Schepsels van het kwaad!’

‘De Helden van de Hoorn, Byar,’ antwoordde Perijn. ‘Zag je niet dat we samen met de Witmantels vochten?’

‘Ja, dat léék zo,’ zei Byar woest. ‘Net zoals het léék alsof je de mensen in Tweewater beschermde. Maar ik doorzag je, Schaduwgebroed! Ik doorzag je al meteen toen ik je voor het eerst ontmoette!’

‘Zei je daarom dat ik moest ontsnappen?’ vroeg Perijn zachtjes. ‘Toen ik opgesloten was in de tent van de oudere heer Bornhald na mijn gevangenneming? Jij gaf me een scherpe steen om mijn boeien mee door te snijden en zei dat als ik ervandoor ging, niemand me zou achtervolgen.’

Byar verstarde. Hij scheen dat tot op dit ogenblik vergeten te zijn. ‘Je wilde dat ik probeerde te ontsnappen,’ zei Perijn, ‘zodat je me kon doden. Je wilde Egwene en mij heel graag dood zien.’

‘Is dit waar, Kind Byar?’ vroeg Galad.

Byar haperde. ‘Natuurlijk... natuurlijk niet. Ik...’ Ineens draaide hij zich om en wendde zich tot Morgase op haar eenvoudige troon. ‘Deze zitting draait niet om mij, maar om hem! U hebt beide kanten gehoord. Wat is uw antwoord? Geef uw oordeel, vrouw!’

‘Je moet niet zo tegen mijn moeder praten,’ zei Galad zachtjes. Zijn gezicht stond onbewogen, maar Perijn rook een gevaarlijke geur van hem. Bornhald, die heel verontrust keek, was weer gaan zitten en steunde met zijn hoofd op zijn hand.

‘Nee, het geeft niet,’ zei Morgase. ‘Hij heeft gelijk. Deze zitting gaat inderdaad over Perijn Aybara.’ Ze wendde zich van Byar af en keek Perijn aan. Hij keek rustig terug. Ze rook... alsof ze ergens nieuwsgierig naar was. ‘Heer Aybara. Vindt u dat u voldoende voor uzelf hebt gesproken?’

‘Ik beschermde mezelf en mijn vrienden,’ zei Perijn. ‘De Witmantels hadden niet het recht om zo te doen, ons weg te jagen, ons te bedreigen. U kent hun faam even goed als ieder ander, neem ik aan. We hadden goede reden om behoedzaam te zijn en hun bevelen te negeren. Het was geen moord. Ik verdedigde mezelf alleen.’ Morgase knikte. ‘Dan zal ik mijn besluit nemen.’

‘Mogen er nog anderen voor Perijn spreken?’ vroeg Faile, die opstond.

‘Dat zal niet nodig zijn, vrouwe Faile,’ zei Morgase. ‘Voor zover ik kan bepalen, is de enige andere persoon die we zouden kunnen horen Egwene Al veren, en dat lijkt binnen de grenzen van deze zitting redelijkerwijs niet haalbaar.’

‘Maar...’

‘Het is genoeg zo,’ viel Morgase haar met kille stem in de rede. ‘We kunnen tien Kinderen laten opstaan om hem een Duistervriend te noemen, en twintig van zijn volgelingen zijn deugden laten opsommen. Geen van beide hebben zin tijdens deze zitting. We hebben het over specifieke gebeurtenissen op een specifieke dag.’ Faile zweeg, maar ze rook woedend. Ze pakte Perijns arm en bleef staan. Perijn voelde zich... treurig. Hij had de waarheid verteld, maar hij was niet tevreden.

Hij had die Witmantels niet willen doden, maar dat had hij wel gedaan. En hij had dat in razernij gedaan, zonder beheersing. Hij kon de wolven de schuld geven, hij kon de Witmantels de schuld geven, maar de eerlijke waarheid was dat hij zijn beheersing had verloren. Toen hij wakker was geworden, had hij nauwelijks nog geweten wat hij had gedaan.

‘Je kent mijn antwoord, Perijn,’ zei Morgase. ‘Ik zie het in je ogen.’

‘Doe wat je doen moet,’ antwoordde Perijn. ‘Perijn Aybara, je bent schuldig bevonden.’

‘Nee!’ schreeuwde Faile. ‘Hoe durf je! Hij heeft je onderdak geboden!’

Perijn legde zijn hand op haar schouder. Ze had instinctief naar haar mouwen getast, op zoek naar de messen daar. ‘Dit heeft niets te maken met mijn persoonlijke gevoelens jegens Perijn,’ zei Morgase. ‘Dit is een zitting volgens de Andoraanse wet. En de wet is heel duidelijk. Perijn kan dan beweren dat de wolven zijn vrienden waren, maar volgens de wet is de hond of het vee van een man een bepaalde prijs waard. Het doden van zijn dieren is onwettig, maar het uit vergelding doden van een mens is dat nog meer. Ik kan de wetsartikelen voor je citeren, als je wilt.’ Het was stil in het paviljoen. Neald was half uit zijn stoel opgestaan, maar Perijn keek hem aan en schudde zijn hoofd. De gezichten van de Aes Sedai en de Wijzen verraadden niets. Berelain keek gelaten, en de zonblonde Alliandre had een hand voor haar mond geslagen. Dannil en Azi Altone liepen naar Perijn en Faile toe, en Perijn dwong hen niet achteruit.

‘Wat maakt dit uit?’ wilde Byar weten. ‘Hij houdt zich toch niet aan de uitspraak!’

Andere Witmantels stonden ook op, en deze keer kon Perijn niet iedereen van zijn kant die hetzelfde deed met zijn blik weer laten zitten.

‘Ik heb mijn uitspraak nog niet gedaan,’ zei Morgase op ferme toon. ‘Er is toch maar één uitspraak mogelijk?’ vroeg Byar. ‘U zegt dat hij schuldig is.’

‘Ja,’ zei Morgase. ‘Hoewel ik geloof dat er andere omstandigheden zijn die ook belangrijk zijn voor het vonnis.’ Haar gezicht stond nog steeds hard, en ze rook vastberaden. Waar was ze mee bezig? ‘De Witmantels waren een ongeoorloofde militaire groepering binnen de grenzen van mijn rijk,’ zei Morgase. ‘In dat licht, hoewel ik Perijn wel schuldig verklaar aan het doden van je mannen, verklaar ik deze zaak onderhevig aan het Kainec-protocol.’

‘Is dat de wet waar huurlingen onder vallen?’ vroeg Galad. ‘Dat klopt.’

‘Wat is dit?’ vroeg Perijn.

Galad draaide zich naar hem om. ‘Ze verklaart dat onze schermutseling een gevecht was tussen huurlingengroepen zonder werkgever. In essentie zegt het vonnis daarmee dat er geen onschuldigen bij betrokken waren; je wordt daarom niet veroordeeld voor moord. In plaats daarvan heb je onwettig iemand gedood.’

‘Is er een verschil?’ vroeg Dannil fronsend.

‘Alleen in betekenis,’ antwoordde Galad, met zijn handen nog op zijn rug. Perijn ving zijn geur op: nieuwsgierigheid. ‘Ja, dit is een goed vonnis, moeder. Maar de straf ervoor is nog altijd de dood, geloof ik.’

‘Dat kan,’ zei Morgase. ‘Het protocol is veel soepeler, afhankelijk van de omstandigheden.’

‘Wat is dan uw besluit?’ vroeg Perijn.

‘Geen,’ zei Morgase. ‘Galad, jij had indirect de verantwoording over de gedode mannen. Ik laat de strafmaat aan jou over. Ik heb het vonnis geveld en de wettelijke kaders omschreven. Jij kiest de straf.’ Galad en Perijn keken elkaar van weerskanten van het paviljoen aan. ‘Ik begrijp het,’ zei Galad. ‘Een vreemde keus, Edelachtbare. Aybara, ik moet het nog eens vragen. Zul je je neerleggen bij de besluiten genomen tijdens deze zitting, waar je zelf om had gevraagd? Of moeten we dit uitvechten?’