Выбрать главу

Naast hem spande Faile haar spieren. Perijn hoorde zijn leger achter hem bewegen, mannen die zwaarden losser in schedes legden en mompelden. Het nieuws werd in een laag geroezemoes onder hen doorgegeven. Heer Perijn is schuldig bevonden. Ze gaan proberen hem in hechtenis te nemen. Dat laten we toch niet gebeuren? De bittere geuren van angst en woede vermengden zich in het paviljoen terwijl beide kanten woest naar elkaar keken. Boven dat alles rook Perijn die niet-kloppende geur in de lucht. Kan ik blijven vluchten, dacht hij, achtervolgd door die dag? Toeval bestond niet bij ta’veren. Waarom had het Patroon hem hierheen gebracht om die nachtmerries uit zijn verleden te herleven? ‘Ik zal me erbij neerleggen, Damodred,’ zei Perijn. ‘Wat?’ bracht Faile ademloos uit.

‘Maar,’ zei Perijn, en hij stak zijn vinger op, ‘alleen als je belooft de uitvoering van de straf uit te stellen tot nadat ik mijn plicht heb gedaan in de Laatste Slag.’

‘Je legt je bij het oordeel neer na de Laatste Slag?’ vroeg Bornhald onthutst. ‘Na wat misschien wel het einde van de wereld is? Nadat je tijd hebt gehad om te ontsnappen, misschien wel om ons te verraden? Wat voor belofte is dat nou?’

‘De enige die ik kan geven,’ zei Perijn. ‘Ik weet niet wat de toekomst zal brengen, en of we die wel bereiken. Maar we vechten voor ons overleven. Misschien wel voor de wereld zelf. Voor die tijd zijn alle andere zorgen ondergeschikt. Dit is de enige manier waarop ik me kan onderwerpen.’

‘Hoe weten we dat je woord houdt?’ vroeg Galad. ‘Mijn mannen noemen je Schaduwgebroed.’

‘Ik ben toch hier gekomen?’ vroeg Perijn.

‘Omdat we je mensen gevangen hadden.’

‘En zou Schaduwgebroed zich daar maar een ogenblik druk om hebben gemaakt?’ vroeg Perijn. Galad aarzelde.

‘Ik zweer het,’ zei Perijn. ‘Onder het Licht en bij mijn hoop op redding en wedergeboorte. Bij mijn liefde voor Faile en op de naam van mijn vader. Je krijgt je kans, Galad Damodred. Als jij en ik aan het eind van dit alles nog leven, onderwerp ik me aan je gezag.’ Galad keek hem onderzoekend aan, maar toen knikte hij. ‘Goed.’

‘Nee!’ brulde Byar. ‘Dit is waanzin!’

‘We gaan, Kind Byar,’ zei Galad, die naar de zijkant van het paviljoen liep. ‘Mijn besluit is genomen. Moeder, ga je mee?’

‘Het spijt me, Galad,’ zei Morgase. ‘Maar nee. Aybara gaat terug naar Andor, en ik moet met hem mee.’

‘Zoals je wilt.’ Galad liep door.

‘Wacht,’ riep Perijn. ‘Je hebt nog niet verteld wat mijn straf zal zijn, als ik me onderwerp.’

‘Nee,’ zei Galad, die nog steeds doorliep, ‘dat klopt.’

35

De juiste beslissing

‘Begrijp je wat je moet doen?’ vroeg Egwene, lopend naar haar vertrekken in de Witte Toren. Siuan knikte. ‘Als ze opduiken,’ waarschuwde Egwene, ‘laat je je niét tot een gevecht verleiden.’

‘We zijn geen kinderen, Moeder,’ zei Siuan droogjes. ‘Nee, jullie zijn Aes Sedai, die bijna net zo slecht zijn in het opvolgen van bevelen.’

Siuan keek haar vlak aan, en Egwene had meteen spijt van haar woorden. Dat was niet nodig geweest; ze was gespannen. Ze probeerde te kalmeren.

Ze had verschillende soorten aas uitgeprobeerd om Mesaana te lokken, maar tot nog toe was er niet aan geknabbeld. Egwene zwoer dat ze die vrouw bijna naar haar vóélde kijken in Tel’aran’rhiod. Yukiri en haar groep konden niet verder.

Haar beste hoop was de ontmoeting van vanavond. Die móést Mesaana lokken. Egwene had geen tijd meer; de monarchen die ze had overgehaald kwamen al in beweging, en Rhands troepen verzamelden zich.

Vanavond. Het moest vanavond gebeuren.

‘Ga,’ zei Egwene. ‘Praat met de anderen. Ik wil niet dat er domme fouten worden gemaakt.’

‘ Ja, Moeder,’ gromde Siuan, en ze draaide zich om. ‘En Siuan?’ riep Egwene haar na.

De voormalige Amyrlin aarzelde.

‘Pas goed op jezelf vanavond,’ zei Egwene. ‘Ik wil je niet verliezen.’ Siuan reageerde op dergelijke bezorgdheid meestal met een nors antwoord, maar nu glimlachte ze.

Egwene schudde haar hoofd en haastte zich naar haar kamers, waar Silviana op haar wachtte. ‘Gawein?’ vroeg Egwene.

‘Er is nog geen nieuws van hem,’ antwoordde Silviana. ‘Ik heb vanmiddag een boodschapper naar hem toe gestuurd, maar die is nog niet terug. Ik vermoed dat Gawein wacht met zijn antwoord om dwars te liggen.’

‘Koppig is hij in ieder geval,’ gaf Egwene toe. Ze voelde zich bloot zonder hem. Dat was verrassend, aangezien ze hem zelf had bevolen bij haar deur weg te blijven. En nu was ze ongerust omdat hij er niet was?

‘Verdubbel mijn wacht, en zorg ervoor dat er soldaten in de buurt blijven. Als mijn bannen afgaan, maken ze een heleboel kabaal.’

‘Ja, Moeder,’ zei Silviana.

‘En stuur nog een boodschapper naar Gawein,’ vervolgde ze. ‘Een met een beleefder opgesteld briefje. Vraag hem om terug te komen; beveel hem niet.’ Silviana’s mening over Gawein kennende, was Egwene ervan overtuigd dat het eerste briefje vrij bot was geweest. Daarop haalde Egwene diep adem, liep haar kamer in, controleerde haar bannen en bereidde zich voor om te gaan slapen.

Ik zou niet zo moe moeten zijn, dacht Perijn toen hij zich uit Stappers zadel liet glijden. Ik heb niets anders gedaan dan praten. De zitting bedrukte hem. Het gebeurde scheen het hele leger te bedrukken. Perijn keek naar hen toen ze terugreden naar het kamp. Morgase was erbij, in haar eentje. Faile had de hele weg terug naar haar gekeken, ruikend naar woede maar zonder een woord te zeggen. Alliandre en Berelain hadden afstand gehouden. Morgase had hem veroordeeld, maar eigenlijk kon hem dat niet zoveel schelen. Hij had de Witmantels afgeweerd; nu moest hij zijn mensen naar de veiligheid leiden. Morgase reed het kamp in, op zoek naar Lini en meester Gil. Ze waren veilig aangekomen, samen met alle andere gevangenen, zoals Galad Damodred had beloofd. Verrassend genoeg had hij ook de wagens vol spullen met hen mee gestuurd.

Dus de rechtszitting was een overwinning. Perijns mannen schenen het niet zo te zien. De soldaten splitsten zich op in groepen terwijl ze het kamp weer in slopen. Er werd weinig gepraat. Naast Perijn schudde Gaul zijn hoofd. ‘Twee zilveren punten.’

‘Wat zeg je?’ vroeg Perijn, die Stapper overhandigde aan een verzorger.

‘Een gezegde,’ zei Gaul, opkijkend naar de hemel. ‘Twee zilveren punten. Twee keer zijn we naar een strijd gereden en hebben daar geen vijand aangetroffen. Nog één keer en we verliezen eer.’

‘Het is juist beter om geen vijand aan te treffen, Gaul,’ zei Perijn. ‘Het is juist beter als er geen bloed wordt vergoten.’ Gaul lachte. ‘Ik zeg ook niet dat ik een einde wil maken aan de droom, Perijn Aybara. Maar kijk eens naar je mannen. Zij voelen wat ik zeg. Je moet niet zonder doel de speren dansen, maar je moet ook niet te vaak van je mannen verlangen dat ze zich instellen op doden en ze dan niemand geven om tegen te vechten.’

‘Dat doe ik zo vaak als ik wil,’ zei Perijn nors, ‘als het betekent dat ik een veldslag kan vermijden. Ik...’

Paardenhoeven denderden over de grond en de wind bracht hem Failes geur terwijl hij zich naar haar omdraaide.

‘De ene strijd is inderdaad vermeden, Perijn Aybara,’ zei Gaul, ‘en een andere uitgelokt. Moge je water en schaduw vinden.’ Hij draafde weg toen Faile afsteeg. Perijn haalde diep adem.

‘Goed, echtgenoot,’ zei ze terwijl ze naar hem toe beende. ‘En nu ga je me eens uitleggen wat je daar eigenlijk dacht te doen. Je laat hem je straf bepalen? Je belóóft dat je je aan hem onderwerpt? Ik had niet de indruk dat ik met een dwaas was getrouwd!’