‘Om op schépen te wonen?’ vroeg Melaine ontzet. ‘Is er een betere manier om je angst voor water te overwinnen?’
‘We zijn er niet bang voor,’ snauwde Amys. ‘We eerbiedigen het. Jullie natlanders...’ Ze sprak altijd over schepen zoals je ook over een gekooide leeuw zou spreken.
‘Maar toch.’ Egwene wendde zich weer tot het Zeevolk. ‘De ter’angrealen zouden van jullie kunnen zijn als we tot een overeenkomst komen.’
‘Deze heb je ons al gegeven,’ zei Shielyn.
‘Ze zijn aan jullie uitgeleend, Shielyn, zoals heel duidelijk is gemaakt door de vrouw die ze kwam brengen.’
‘En dan zouden we ze mogen houden?’ vroeg Shielyn. ‘Zonder al die onzin over dat alle ter’angrealen de Witte Toren toebehoren?’
‘Het is belangrijk om een regel te hebben, zodat mensen die ter’angrealen ontdekken ze niet zelf houden,’ zei Egwene. ‘Zo kunnen we een onwetende koopman of boer ontdoen van een mogelijk gevaarlijk voorwerp. Maar we zouden bereid zijn een uitzondering te maken voor de Windvindsters en Wijzen.’
‘Dus de glazen pilaren...’ zei Amys. ‘Ik heb me vaak afgevraagd of de Aes Sedai ooit zouden proberen die op te eisen.’
‘Dat betwijfel ik,’ antwoordde Egwene. ‘Maar ik vermoed dat het de Aiel gerust zou stellen als we officieel verklaarden dat die ter’angrealen – en andere in jullie bezit – jullie toebehoren en dat zusters er geen aanspraak op kunnen maken.’ Dat zette de Wijzen echt aan het denken.
‘Ik vind dit nog steeds een vreemde afspraak,’ zei Bair. ‘Aiel die worden opgeleid in de Witte Toren, maar die geen Aes Sedai worden? Zo is het nooit gegaan.’
‘De wereld verandert, Bair,’ zei Egwene zacht. ‘In Emondsveld stond er een veldje mooie, gekweekte emondsvreugd bij een beekje te bloeien. Mijn vader wandelde er graag om te genieten van al die schoonheid. Maar toen de nieuwe brug was gebouwd, begonnen de mensen over dat veld te lopen om erheen te komen. Mijn vader heeft jarenlang geprobeerd hen uit die bloemen te houden. Lage hekjes, waarschuwingsbordjes, niets werkte. En toen besloot hij een net paadje van rivierstenen door dat veld aan te leggen, zodat de bloemen aan weerskanten behouden bleven. Daarna liepen de mensen er niet meer dwars doorheen.
Als er veranderingen optreden, kun je schreeuwen en proberen alles bij het oude te houden, maar meestal word je dan onder de voet gelopen. Als je die veranderingen echter kunt sturen, dan kunnen ze je dienen. Net zoals de Kracht ons dient, maar alleen nadat we ons eraan overgeven.’
Egwene keek de vrouwen om beurten aan. ‘Onze drie groepen hadden lang geleden al moeten gaan samenwerken. De Laatste Slag nadert en de Herrezen Draak dreigt de Duistere te bevrijden. Alsof dat nog niet genoeg is, hebben we nóg een gemeenschappelijke vijand; iemand die zowel de Aes Sedai, de Windvindsters als de Wijzen vernietigd wil zien.’
‘De Seanchanen,’ zei Melaine.
Renaile, die achter aan de groep Windvindsters zat, siste zachtjes bij dat woord. Haar kleding veranderde; ineens droeg ze een pantser en had ze een zwaard vast. Het was snel weer verdwenen. ‘Ja,’ zei Egwene. ‘Samen kunnen we sterk genoeg zijn om het tegen hen op te nemen. Afzonderlijk...’
‘We moeten nadenken over die overeenkomst,’ zei Shielyn. Egwene merkte dat er wind opstak in de zaal, alsof die per ongeluk door een van de vrouwen van het Zeevolk was opgeroepen. ‘We ontmoeten elkaar nog eens en doen dan misschien een belofte. Als we die doen, dan zullen dit de voorwaarden zijn: wij sturen jullie twee leerlingen per jaar, en jullie sturen ons er ook twee.’
‘Niet jullie zwakste,’ zei Egwene. ‘Ik wil jullie meest veelbelovende leerlingen.’
‘En dan doen jullie dat ook?’ vroeg Shielyn.
‘Ja,’ beloofde Egwene. Twee was een begin. Ze zouden waarschijnlijk naar grotere aantallen willen overgaan als bleek dat de regeling goed werkte. Maar daar zou ze niet meteen op aansturen. ‘En wij?’ vroeg Amys. ‘Maken wij deel uit van die “overeenkomst”, zoals jij het noemt?’
‘Twee Aanvaarden,’ zei Egwene, ‘in ruil voor twee leerlingen. Ze worden opgeleid gedurende minimaal zes maanden, maar niet langer dan twee jaar. Zodra onze vrouwen bij jullie zijn, worden ze beschouwd als jullie leerlingen en moeten ze zich aan jullie regels houden.’ Ze aarzelde. ‘Aan het eind van hun opleiding moeten alle leerlingen en Aanvaarden minimaal één jaar naar hun eigen volk terugkeren. Daarna mogen die van jullie, als ze besluiten dat ze Aes Sedai willen worden, terugkeren om in aanmerking te komen. Datzelfde geldt voor onze vrouwen, mochten ze zich bij jullie willen aansluiten.’ Bair knikte peinzend. ‘Misschien zullen er vrouwen bij zijn zoals jij, die inzien dat onze gebruiken beter zijn als ze die eenmaal leren kennen. Het is nog steeds jammer dat we jou kwijt zijn.’
‘Mijn plek was elders,’ zei Egwene.
‘Aanvaarden jullie dit ook tussen ons?’ vroeg Shielyn aan de Wijzen. ‘Mochten we instemmen met deze overeenkomst, twee om twee, op dezelfde manier?’
‘Als de overeenkomst wordt gesloten,’ zei Bair, kijkend naar de andere Wijzen, ‘dan sluiten wij die ook met jullie. Maar we moeten eerst met de andere Wijzen overleggen.’
‘En de ter’angrealen?’ vroeg Shielyn, die Egwene weer aankeek. ‘Die zijn van jullie,’ zei Egwene. ‘In ruil daarvoor ontslaan jullie ons van onze belofte om zusters te sturen die jullie opleiden, en laten wij alle leden van het Zeevolk die op het ogenblik bij ons zijn naar huis terugkeren. Dit alles is onderhevig aan de instemming van jullie volk, en ik zal het nog aan de Zaal van de Toren moeten voorleggen.’ Natuurlijk waren haar besluiten als Amyrlin wet. Als de Zaal echter tegenstribbelde, kon het zijn dat die wetten werden genegeerd. Hierin zou ze hun steun moeten zien te krijgen; en dat wilde ze ook, vooral gezien haar standpunt dat de Zaal meer met haar moest samenwerken en niet meer in het geheim zou moeten samenkomen. Ze was er echter vrij zeker van dat ze instemming zou krijgen voor dit voorstel. De Aes Sedai zouden niet graag de ter’angrealen afstaan, maar ze waren ook bepaald niet ingenomen met de overeenkomst die met het Zeevolk was gesloten over de Schaal der Winden. Ze zouden er bijna alles voor overhebben om daarvan af te zijn. ‘Ik wist wel dat je zou proberen de zusters die ons opleiden terug te halen,’ zei Shielyn zelfingenomen.
‘Wat heb je liever?’ vroeg Egwene. ‘Vrouwen die behoren tot onze zwakste leden en die hun dienst aan jullie als een straf beschouwen? Of in plaats daarvan je eigen vrouwen, die het beste hebben geleerd dat wij te bieden hebben en bij jullie terugkeren om dat blijmoedig te delen?’ Egwene was half in de verleiding gekomen om gewoonweg Aes Sedai van het Zeevolk naar hen toe te sturen om de overeenkomst toch gestand te doen; het leek een gepaste verdraaiing van de afspraak.
Hopelijk zou deze nieuwe overeenkomst echter de oude gaan vervangen. Ze had het gevoel dat ze de zusters van het Zeevolk hoe dan ook zou kwijtraken, in ieder geval degenen die graag terug wilden naar hun volk. De wereld veranderde inderdaad, en nu de Windvindsters niet langer een geheim waren, hoefden ze niet meer vast te houden aan de oude gebruiken.
‘We zullen het bespreken,’ besloot Shielyn. Ze knikte naar de anderen, en ze verdwenen uit de kamer. Ze leerden wel snel. ‘Dit is een gevaarlijke dans, Egwene Alveren,’ zei Amys, die opstond en haar omslagdoek schikte. ‘Er was een tijd dat de Aiel trots waren om de Aes Sedai te dienen. Die tijd is voorbij.’
‘De vrouwen die je dacht te zullen vinden zijn niets meer dan een droom, Amys,’ zei Egwene. ‘Het echte leven is vaak teleurstellender dan dromen, maar als je eer vindt in de echte wereld, weet je dat het niet alleen maar verbeelding is.’
De Wijze knikte. ‘Waarschijnlijk zullen we wel instemmen met deze overeenkomst. We hebben de behoefte om te leren wat de Aes Sedai kunnen onderwijzen.’
‘We zullen onze sterkste vrouwen uitkiezen,’ voegde Bair eraan toe. ‘Degenen die ongevoelig zijn voor de zachtheid van natlanders.’ Er lag geen veroordeling in die woorden. Natlanders zacht noemen was in Bairs beleving geen belediging.