Выбрать главу

Amys knikte. ‘Dit werk dat je doet is goed, zolang je ons maar niet in stalen boeien probeert te slaan.’

Nee, Amys, dacht Egwene. Ik zal je niet in stalen boeien slaan. In plaats daarvan gebruik ik fijne kant.

‘Zo,’ besloot Bair. ‘Heb je ons vandaag nog nodig? Je had het over een strijd...?’

‘Ja,’ zei Egwene. ‘Of dat hoop ik althans.’ Er was geen nieuws gekomen. Dat betekende dat Nynaeve en Siuan niemand op afluisteren hadden betrapt. Was haar plannetje mislukt? De Wijzen knikten naar haar en liepen naar de zijkant van de zaal, waar ze zachtjes overlegden. Egwene liep naar de Aes Sedai toe. Yukiri stond op. ‘Dit bevalt me niet, Moeder,’ zei ze, op gedempte toon terwijl ze naar de Wijzen bleef kijken. ‘Ik denk niet dat de Zaal hiermee zal instemmen. Veel Gezetenen staan erop dat alle voorwerpen van de Ene Kracht bij ons horen.’

‘De Zaal ziet wel rede in,’ antwoordde Egwene. ‘We hebben de Schaal der Winden al aan het Zeevolk teruggegeven, en nu Elayne de methode voor het maken van ter’angrealen heeft herontdekt, is het slechts een kwestie van tijd voordat we er zoveel hebben dat we ze niet eens meer allemaal kunnen bijhouden.’

‘Maar Elayne is een Aes Sedai, Moeder,’ zei Seaine, die opstond en haar ongerust aankeek. ‘Haar kunt u toch in het gareel houden?’

‘Misschien,’ antwoordde Egwene zachtjes. ‘Maar vind je het niet vreemd dat er – na al die jaren – zoveel Talenten terugkeren, er zoveel ontdekkingen worden gedaan? Mijn Dromen, Elaynes ter’angrealen, Voorspellen. Zeldzame Talenten schijnen ineens weer in overvloed voor te komen. Een Eeuw loopt ten einde, en de wereld verandert. Ik denk niet dat Elaynes Talent het enige zal blijven. Stel dat het zich manifesteert bij de Wijzen of het Zeevolk?’ De andere drie bleven zwijgend en ongerust zitten. ‘Toch is het niet goed om het op te geven, Moeder,’ zei Yukiri uiteindelijk. ‘Met een beetje inspanning zouden we de Wijzen en de Windvindsters kunnen beheersen.’

‘En de Asha’man?’ vroeg Egwene zacht, niet in staat het onbehagen uit haar stem te weren. ‘Moeten we er dan op staan dat alle angre-alen en sa’angrealen die voor mannen zijn gemaakt ook aan ons toebehoren, ook al kunnen we ze niet eens gebruiken? Stel dat er Asha’man zijn die leren voorwerpen van de Kracht te maken? Moeten we hen dan dwingen alles wat ze maken aan ons af te staan? Zouden we dat wel kunnen?’

‘Ik...’ begon Yukiri.

Leane schudde haar hoofd. ‘Ze heeft gelijk, Yukiri. Licht, ze heeft gelijk.’

‘De wereld zoals hij was, kan niet langer de onze zijn,’ vervolgde Egwene op gedempte toon, omdat ze niet wilde dat de Wijzen haar hoorden. ‘Is hij dat ooit wel geweest? De Zwarte Toren bindt Aes Sedai, de Aiel eerbiedigen ons niet langer, de Windvindsters houden al eeuwenlang hun beste geleidsters voor ons verborgen en worden almaar strijdlustiger. Als we proberen dit alles te stevig vast te houden, worden we tirannen of dwazen, afhankelijk van ons welslagen. Ik wil geen van beide zijn.

We zullen ze léiden, Yukiri. We moeten een bron worden waar vrouwen zich toe wenden. Alle vrouwen. We bereiken dat door minder stevig vast te houden, door hun geleidsters bij ons op te leiden en onze meest veelbelovende Aanvaarden naar hen toe te sturen, om deskundig te worden in de dingen waar zij het beste in zijn.’

‘En als zij nu hetzelfde zeggen?’ vroeg Leane zachtjes, kijkend naar de Wijzen, die op gedempte toon overlegden aan de andere kant van de zaal. ‘Als zij proberen ons uit te spelen zoals wij hen uitspelen?’

‘Dan moeten we zorgen dat wij het spel het beste spelen,’ antwoordde Egwene. ‘Dit is voorlopig allemaal van ondergeschikt belang. We moeten een verenigd front vormen tegen de Schaduw en de Seanchanen. We moeten...’

Een uitgeput ogende Siuan verscheen in de zaal. Eén kant van haar gewaad was geschroeid. ‘Moeder! We hebben je nodig!’

‘Is de strijd begonnen?’ vroeg Egwene indringend. De Wijzen keken op.

‘Ja,’ zei Siuan hijgend. ‘Het gebeurde heel snel. Moeder, ze kwamen niet afluisteren! Ze vielen meteen aan!’

Perijn suisde over het landschap en legde met elke pas meerdere roeden af. Hij moest de spits naar een plek brengen waar hij veilig zou zijn voor Slachter. Misschien de oceaan? Hij kon... Een pijl suisde door de lucht en schampte zijn schouder. Perijn vloekte en draaide zich om. Ze bevonden zich op een hoge, rotsige heuvel. Slachter stond lager op de helling, met zijn boog geheven naast zijn hoekige gezicht en zijn donkere ogen gloeiend van woede. Hij schoot nog een pijl af.

Een muur, dacht Perijn, waarmee hij een muur van bakstenen voor zich opriep. De pijl plofte enkele duimendiep in de stenen en werd tegengehouden. Perijn stuurde zichzelf onmiddellijk weg, maar hij kon niet ver gaan terwijl hij de koepel bij zich had.

Hij veranderde van richting, niet langer recht naar het noorden, maar naar het oosten. Hij betwijfelde of hij daarmee Slachter zou afschudden; die zag waarschijnlijk de koepel bewegen en kon daardoor zijn richting bepalen.

Wat moest hij doen? Hij had zich voorgenomen de spits in de oceaan te gooien, maar als Slachter hem achtervolgde, zou hij hem gewoon opduiken. Perijn concentreerde zich erop zo snel mogelijk te bewegen en overbrugde roeden met elke hartslag. Kon hij zijn vijand voorblijven? Het landschap trok in een streep aan hem voorbij. Bergen, bossen, meren, weiden.

Net toen hij dacht een voorsprong te hebben, verscheen er vlak naast hem een gestalte die een zwaard op zijn nek af liet zwaaien. Perijn dook ineen en wist de aanval nog net te ontwijken. Hij gromde en tilde zijn hamer op, maar Slachter verdween.

Perijn bleef gefrustreerd staan. Slachter kon sneller bewegen dan hij, en kon onder de koepel komen door vooruit te springen en dan te wachten tot Perijn het ding over hem heen plaatste. Daarna kon hij rechtstreeks naar Perijn springen en aanvallen. Ik kan hem niet voorblijven, besefte Perijn. De enige zekere manier om Faile en de anderen te beschermen, was door Slachter te doden. Anders zou de man de spits gewoon ophalen van waar Perijn hem achterliet en die dan terugzetten om zijn mensen vast te houden. Perijn keek om zich heen om zich te oriënteren. Hij stond op een licht beboste helling en zag de Drakenberg ten noorden van hem. In het oosten zag hij de top van een hoog gebouw boven de bomen uitsteken. De Witte Toren. Die stad bood Perijn misschien een voordeeclass="underline" hij zou zich gemakkelijker kunnen verstoppen in een van de vele gebouwen of straatjes.

Perijn sprong die kant op, met de spits in zijn hand, en de koepel die erdoor werd gevormd ging met hem mee. Het zou dus toch op een gevecht uitdraaien.

37

Duisternis in de Toren

Gawein zat op een bankje in de tuinen van het paleis in Caemlin. Enkele uren geleden had hij Egwenes boodschapper weggestuurd. Er hing een wassende maan aan de hemel. Af en toe kwamen er bedienden bij hem kijken of hij iets nodig had. Ze leken zich zorgen om hem te maken.

Hij wilde alleen maar naar de hemel kijken. Het was weken geleden dat hij dat had kunnen doen. Het werd koeler, maar hij liet zijn jas over de rugleuning van het bankje hangen. De open lucht voelde goed; op een of andere manier anders dan dezelfde lucht onder een bewolkte hemel.

Terwijl het laatste licht van de zonsondergang vervaagde, waren de sterren net aarzelende kinderen, om de hoek glurend nu de drukte van de dag achter de rug was. Het was ontzettend fijn om de sterren eindelijk weer te zien. Gawein ademde diep in. Elayne had gelijk. Veel van Gaweins haat jegens Altor kwam voort uit frustratie. Misschien afgunst. Altor speelde een rol die meer leek op de rol die Gawein voor zichzelf zou hebben gekozen: regeren over landen, legers aanvoeren. Als je naar hun leven keek, wie had dan de rol van prins op zich genomen, en wie die van een dolende schaapherder?

Misschien verzette Gawein zich tegen Egwenes eisen omdat hij wilde leiden, omdat hij degene wilde zijn die heldhaftige daden verrichtte. Als hij haar Zwaardhand werd, zou hij opzij moeten stappen en haar moeten helpen de wereld te veranderen. Er lag eer in als je een groots iemand in leven hield. Veel eer. Wat was de zin van grootse daden? De erkenning die ze opleverden, of de betere levens waar ze voor zorgden?