Выбрать главу

‘Het is vele eeuwen geleden dat dit land nog de schepping van een met de Kracht gemaakt wapen heeft gezien,’ zei Berelain. De meeste anderen waren vertrokken om Perijns bevelen op te volgen en ze waren alleen, op Gallenne na, die vlakbij stond en wrijvend over zijn kin de kaart bestudeerde. ‘Het is een sterk Talent dat die jongeman zojuist aan de dag heeft gelegd. Dit zal nuttig zijn. Perijns leger kan worden versterkt met zwaarden gemaakt met de Kracht.’

‘Het leek me een erg uitputtend proces,’ zei Faile. ‘Zelfs als Neald kan herhalen wat hij heeft gedaan, dan nog betwijfel ik of we tijd zullen hebben om veel wapens te maken.’

‘Elk klein voordeel helpt,’ vond Berelain. ‘Het leger dat je echtgenoot heeft gesmeed zal iets onvoorstelbaars zijn. Er is hier ta’veren aan het werk. Hij verzamelt mannen, en die leren met ongelooflijke vaardigheid en snelheid.’

‘Misschien,’ zei Faile. Ze liep langzaam om het aambeeld heen en hield haar blik op Berelain gericht, die aan de andere kant meeliep. Wat speelde Berelain hier voor spelletje?

‘Dan moeten we met hem praten,’ zei Berelain. ‘Hem van deze koers afbrengen.’

‘Deze koers?’ vroeg Faile oprecht verward.

Berelain bleef staan en er was iets in haar ogen te zien. Ze leek gespannen. Ze is ongerust, dacht Faile. Ze maakt zich ergens heel veel zorgen over.

‘Heer Perijn mag de Witmantels niet aanvallen,’ zei Berelain. ‘Alsjeblieft, je moet me helpen hem te overreden.’

‘Hij gaat ze niet aanvallen,’ zei Faile. Daar was ze vrij zeker van. ‘Hij zet de volmaakte hinderlaag op,’ drong Berelain aan. ‘Asha’man voor het gebruik van de Ene Kracht, boogschutters uit Tweewater om vanaf de hoogten op het kamp van de Kinderen te schieten, cavalerie om naar beneden te rijden en de resten weg te vagen.’ Ze aarzelde en leek gepijnigd. ‘Hij heeft alles volmaakt opgesteld. Hij zei dat als hij en Damodred allebei de Laatste Slag overleefden, hij zich zou onderwerpen aan zijn straf. Maar Perijn wil ervoor zorgen dat de Witmantels de Laatste Slag helemaal niet halen. Zo kan hij zich aan zijn belofte houden, maar hoeft hij zich niet aan hen uit te leveren.’

Faile schudde haar hoofd. ‘Dat zou hij nooit doen, Berelain.’

‘Weet je dat zeker?’ vroeg Berelain. ‘Heel zeker?’ Faile aarzelde. Perijn was de laatste tijd veranderd. De meeste van die veranderingen waren ten goede, zoals zijn besluit om eindelijk zijn leiderschap te aanvaarden. En de hinderlaag waar Berelain over sprak zou inderdaad volkomen logisch zijn, op een meedogenloze manier. Maar het was ook verkeerd. Heel verkeerd. Perijn zou dat niet doen, ongeacht hoeveel hij was veranderd. Daarvan kon Faile zeker zijn.

‘Ja,’ antwoordde ze. ‘Na zijn belofte aan Galad zou het Perijn verscheuren om de Witmantels op deze wijze af te slachten. Zo denkt hij niet. Het gebeurt niet.’

‘Ik hoop dat je gelijk hebt,’ zei Berelain. ‘Ik had gehoopt nog een of andere regeling te kunnen treffen met hun bevelvoerder voordat we vertrokken...’

Een Witmantel. Licht! Had ze niet een van de edelen in het kamp kunnen uitkiezen om aandacht aan te besteden? Iemand die niét getrouwd was? ‘Je bent niet zo goed in het kiezen van mannen, hè, Berelain?’ Het was er al uit voordat ze het in de gaten had. Berelain draaide zich naar Faile om en haar ogen werden groot van schrik of woede. ‘En Perijn dan?’

‘Jullie passen helemaal niet bij elkaar,’ zei Faile snuivend. ‘Dat heb je vanavond wel bewezen, door waar je denkt dat hij toe in staat is.’

‘Hoe goed we bij elkaar zouden passen doet er niet toe. Hij was aan me beloofd.’

‘Door wie?’

‘De Draak,’ antwoordde Berelain.

‘Wat?’

‘Ik ging naar de Herrezen Draak toe in de Steen van Tyr,’ zei ze. ‘Maar hij wilde me niet; hij werd zelfs boos om mijn toenaderingspogingen. Ik besefte dat de Draak van zins was een veel hogere vrouwe te huwen, waarschijnlijk Elayne Trakand. Het is ook logisch; hij kan niet elk rijk overwinnen met het zwaard. Sommige zal hij moeten verkrijgen middels bondgenootschappen. Andor is heel machtig, het wordt geregeerd door een vrouw, en het zou van voordeel zijn om het via een huwelijk in handen te krijgen.’

‘Perijn zegt dat Rhand niet zo denkt, Berelain,’ zei Faile. ‘Niet zo berekenend. En ik denk hetzelfde, op basis van wat ik van hem weet.’

‘Dat beweer je ook over Perijn. Je wilt me laten geloven dat ze allemaal zo eenvoudig zijn. Zonder enig verstand.’

‘Dat zeg ik niet.’

‘En toch kom je met dezelfde oude tegenwerpingen. Vermoeiend. Nou, ik besefte waar de Draak op doelde, dus richtte ik mijn aandacht op een van zijn trouwe volgelingen. Misschien heeft hij hem niet rechtstreeks aan me “beloofd”. Dat was een slechte woordkeus. Maar ik wist dat hij blij zou zijn als ik een huwelijk aanging met een van zijn trouwe bondgenoten en vrienden. Ik vermoed zelfs dat hij dat wenste; de Draak heeft immers Perijn en mij samen op deze missie gestuurd. Hij kon echter niet openhartig zijn over zijn wensen, want dan zou hij Perijn beledigen.’

Faile aarzelde. Aan de ene kant was wat Berelain zei klinkklare onzin... maar aan de andere kant begreep ze wel hoe de vrouw het had opgevat. Of misschien hoe ze het wenste op te vatten. Voor haar was er niets immoreels aan om tussen een man en zijn vrouw te komen. Het was politiek. En logisch gezien had Rhand waarschijnlijk inderdaad landen aan zich moeten willen binden door huwelijksbanden met degenen die hem het meest na stonden.

Dat veranderde echter niets aan het feit dat hij noch Perijn op die manier met gevoelskwesties omging.

‘Ik heb Perijn opgegeven,’ zei Berelain. ‘Daarin houd ik me aan mijn belofte. Maar daardoor zit ik wel in een lastig pakket. Ik heb lange tijd gedacht dat een verbintenis met de Herrezen Draak voor Mayene de enige hoop was om in de komende jaren de onafhankelijkheid te behouden.’

‘Het huwelijk draait niet alleen om politiek voordeel,’ zei Faile. ‘En toch zijn de voordelen zo overduidelijk dat je ze niet kunt negeren.’

‘En die Witmantel?’ vroeg Faile.

‘Halfbroer van de koningin van Andor,’ antwoordde Berelain, lichtjes blozend. ‘Als de Draak inderdaad voornemens is om met Elayne Trakand te trouwen, biedt dit me een band met hem.’ Er speelde veel meer mee; Faile zag het aan hoe Berelain zich gedroeg, aan hoe ze keek als ze het over Galad Damodred had. Maar als ze er een politiek motief voor wilde aanvoeren, dan had Faile geen reden om haar daarvan af te brengen, zolang het die vrouw maar afleidde van Perijn.

‘Ik heb gedaan wat je had gevraagd,’ zei Berelain. ‘En dus vraag ik nu om je hulp. Als het erop lijkt dat hij wél gaat aanvallen, help me dan alsjeblieft om hem daarvan af te brengen. Samen krijgen we het misschien voor elkaar.’

‘Goed dan,’ zei Faile.

Perijn reed aan het hoofd van een leger dat voor het eerst verenigd leek. De vlag van Mayene, de vlag van Geldan, de banieren van adellijke Huizen onder de vluchtelingen. Zelfs een paar banieren die de jongens hadden verzonnen ter vertegenwoordiging van verschillende delen van Tweewater. Boven dat alles wapperde de wolvenkop. Heer Perijn. Hij zou daar nooit aan wennen, maar misschien was dat wel goed.

Hij draafde op Stapper naar de zijkant van de geopende Poort terwijl de soldaten langstrokken en salueerden. Voorlopig moesten ze het doen met fakkellicht. Hopelijk zouden de geleiders later het slagveld kunnen verlichten.

Er kwam een man naar Stapper toe, en Perijn rook dierenhuiden, aarde en konijnenbloed. Elyas was op jacht geweest terwijl hij wachtte tot het leger zich verzamelde. Je moest een behoorlijk scherpe jager zijn om ’s nachts konijnen te vangen. Elyas zei dat het meer uitdaging bood.

‘Je hebt me een keer iets verteld, Elyas,’ zei Perijn. ‘Je zei dat als ik ooit genoegen begon te scheppen in de bijl, ik hem moest weggooien.’

‘Dat klopt.’

‘Ik denk dat datzelfde van toepassing is op leiderschap. De mannen die geen titels willen, zouden degenen moeten zijn die ze krijgen, zo schijnt het. Zolang ik dat maar in gedachten hou, denk ik dat ik me wel red.’