Выбрать главу

‘Ze is erg wijs,’ zei Alliandre. ‘Ze ziet echt dingen, Faile. Ze begrijpt de wereld, alleen heeft ze een paar blinde vlekken, net zoals de meeste mensen.’

Faile knikte verstrooid. ‘Wat ik het meest storende aan dit alles vind, is dat ze ondanks dat allemaal volgens mij nooit echt verliefd is geweest op Perijn. Ze joeg hem na als tijdverdrijf, voor politiek gewin en voor Mayene. Uiteindelijk ging het meer om de uitdaging dan om iets anders. Ze mag dan wel gesteld op hem zijn, maar meer is het niet. Ik zou haar misschien hebben kunnen begrijpen als het liefde was geweest.’

Alliandre hield haar mond en knipte verband. Ze kwam een mooi blauwzijden hemd in de stapel tegen. Daar konden ze toch wel iets beters mee doen! Ze stopte het tussen twee andere en legde die naast zich neer, alsof ze die stapel nog wilde verknippen. Perijn kwam de open plek op, gevolgd door enkele arbeiders in bebloede kleding. Hij liep meteen naar Faile toe, ging op Berelains kruk zitten en legde zijn schitterende hamer op het onkruid naast hem neer. Hij leek uitgeput. Faile haalde iets te drinken voor hem en wreef zijn schouders.

Alliandre verontschuldigde zich en liet Perijn met zijn vrouw alleen. Ze liep naar Berelain toe, die aan de rand van de open plek stond en een kom thee dronk uit de ketel boven het vuur. Berelain keek haar aan.

Alliandre schonk thee voor zichzelf in en blies er een tijdje op. ‘Ze passen goed bij elkaar, Berelain,’ zei ze. ik kan niet zeggen dat ik deze uitkomst betreur.’

‘Elke liefdesverhouding verdient het om uitgedaagd te worden,’ antwoordde Berelain. ‘En als ze was gesneuveld in Malden – een uitkomst die heel goed mogelijk was – dan zou hij iemand nodig hebben gehad. Voor mij is het echter niet zo’n grote moeite om mijn blik van Perijn Aybara af te wenden. Ik had graag via hem een band gekregen met de Herrezen Draak, maar er komen wel andere mogelijkheden.’ Ze leek nu veel minder gefrustreerd dan even geleden. In feite leek ze weer haar berekenende zelf.

Alliandre glimlachte. Sluwe vrouw, dacht ze. Faile moest haar tegenstreefster volledig verslagen zien, zodat ze zou denken dat de dreiging geweken was. Daarom liet Berelain meer frustratie blijken dan ze eigenlijk voelde.

Alliandre nipte van haar thee. ‘Dus het huwelijk is voor jou niets meer dan een optelsom van verkregen voordelen?’

‘En dan is er nog de vreugde van de jacht, de spanning van het spel.’

‘En liefde dan?’

‘Liefde is voor lieden die niet hoeven te regeren,’ zei Berelain. ‘Een vrouw is veel meer waard dan haar vermogen om een verbintenis aan te gaan, maar ik moet me bekommeren om Mayene. Als we de Laatste Slag ingaan zonder dat ik een echtgenoot heb, dan brengt dat de opvolging in gevaar. En als Mayene een opvolgingscrisis heeft, dan zal Tyr zich maar al te gauw doen gelden. Liefde is een afleiding die ik me niet kan veroorloven. Ik...’

Plotseling liet ze haar stem wegsterven en veranderde haar gezichtsuitdrukking. Wat was er aan de hand? Alliandre keek opzij en fronste totdat ze de oorzaak zag. Galad Damodred was de open plek op gelopen. Er zat bloed op zijn witte uniform en hij oogde uitgeput. Maar hij stond rechtop, met een rechte rug, en zijn gezicht was schoon. Hij leek bijna te mooi om een mens te zijn, met dat volmaakte, mannelijke gezicht en zijn aantrekkelijke, slanke gestalte. En die ogen! Net diepe, donkere poelen. Hij leek bijna te gloeien! ik... Waar was ik?’ vroeg Berelain, met haar blik op Damodred gericht.

‘Dat een regent geen plek heeft voor liefde in haar leven?’

‘Ja,’ zei Berelain verstrooid. ‘Het is gewoon niet haalbaar.’

‘Helemaal niet.’

‘Ik...’ begon Berelain, maar Damodred draaide zich naar hen toe. Ze brak haar zin af toen hun blikken kruisten.

Alliandre onderdrukte een glimlach toen Damodred de open plek overstak. Hij maakte weer volmaakte buigingen, een voor elk van hen, hoewel hij Alliandre amper leek te zien staan. ‘Mijn... vrouwe Eerste,’ zei hij. ‘Heer Aybara zegt dat toen hij net naar deze veldslag reed, u bij hem voor mij hebt gepleit.’

‘Dwaasheid,’ zei Berelain. ik vreesde dat hij u zou aanvallen.’

‘Als die vrees iemand een dwaas maakt,’ zei Damodred, ‘dan zijn wij allebei dwazen. Ik was ervan overtuigd dat hij ons allemaal zou doden.’

Ze glimlachte naar hem. Zo snel leek ze alles te zijn vergeten wat ze net nog had gezegd.

‘Wilt u een kopje thee?’ vroeg Damodred plotseling, terwijl hij naar de theekommen reikte die op een doek bij het vuur stonden. ‘Ik heb al,’ merkte ze op.

‘Nog een beetje, dan?’ vroeg hij, haastig knielend om een kom vol te schenken.

‘Eh...’

Mij stond op met de kom en zag toen pas dat ze er al een vasthad. ‘Er moet nog verband worden geknipt,’ zei Berelain. ‘Misschien kunt u helpen?’

‘Natuurlijk,’ antwoordde hij. Hij gaf de kom die hij had volgeschonken aan Alliandre. Berelain – zonder haar blik van hem af te wenden – overhandigde die van haar ook, kennelijk zonder in de gaten te hebben wat ze deed.

Alliandre glimlachte breed – nu met drie theekommen in haar handen – terwijl de twee naar de stapel doeken liepen die moesten worden geknipt. Dit kon wel eens heel goed aflopen. Op zijn minst zou het die verrekte Witmantels uit haar koninkrijk weg krijgen. Ze liep terug naar Faile en Perijn. Onderweg haalde ze stiekem het blauwzijden hemd uit de stapel kleding die ze opzij had gelegd. Dat zou een heel mooie sjerp worden.

44

Een dubbelzinnig verzoek

Morgase stapte uit haar tent tegen de heuvel en keek uit over Andor. Wittebrug lag beneden, aangenaam vertrouwd, hoewel ze kon zien dat het was gegroeid. De akkers kwijnden weg, de laatste wintervoorraden waren bedorven, en dus trokken de mensen naar de steden.

Het landschap had groen moeten zijn. In plaats daarvan stierf zelfs het vergeelde gras en waren overal bruine littekens te zien. Het zou niet lang duren voordat het hele land net zoals de Woestenij was. Ze stond te popelen om iets te doen. Dit was haar land. Of dat was het althans ooit geweest.

Ze verliet haar tent en ging op zoek naar meester Gil. Onderweg zag ze Faile, die weer in gesprek was met de kwartiermeester. Morgase knikte eerbiedig. Faile knikte terug. Er lag nu een kloof tussen hen in. Morgase wenste dat het anders was. Zij en de anderen hadden een stukje van hun leven met elkaar gedeeld toen hun hoop zwakker was dan een kaarsvlam. Faile was degene geweest die Morgase had aangemoedigd de Ene Kracht te gebruiken – elk laatste druppeltje uit haar deerniswekkende vermogen te knijpen – om hulp in te roepen toen ze gevangenzaten.

Het kamp was al bijna geheel ingericht, en onvoorstelbaar genoeg hadden de Witmantels zich bij hen aangesloten, maar Perijn had nog niet besloten wat hij wilde doen. Of althans, misschien had hij dat wel besloten, maar dat niet met Morgase gedeeld. Ze liep naar de rijen wagens, langs hoefsmeden en verzorgers op zoek naar de beste wei, mensen die ruzieden in de bevoorradingstenten, soldaten die met tegenzin greppels groeven voor het afval. Iedereen had zijn plek, behalve Morgase. Dienaren gingen achteruit, half buigend, onzeker hoe ze haar moesten benaderen. Ze was geen koningin, maar ze was ook niet eenvoudigweg een adellijke vrouwe. En ze was beslist geen bediende meer.

Hoewel haar tijd bij Galad haar eraan had herinnerd hoe het was om koningin te zijn, was ze dankbaar voor wat ze als Maighdin had geleerd. Dat was niet zo erg geweest als ze had gevreesd; het had voordelen gehad om een bediende te zijn. De kameraadschap met de andere bedienden, de vrijheid van de lasten van het leiderschap, de tijd die ze kon doorbrengen met Tallanvor...