Выбрать главу

Dat leven was niet het hare. Het werd tijd om op te houden met toneelspelen.

Uiteindelijk trof ze Basel Gil. Hij laadde de kar onder toezicht van Lini en met de hulp van Langwin en Breane. Faile had Breane en Langwin uit haar dienst ontslagen zodat ze Morgase konden dienen. Morgase had nog niets van het vriendelijke gebaar gezegd. Tallanvor was er niet. Nou, ze kon toch niet langer als een jong meisje over hem zwijmelen. Ze moest terug naar Caemlin om Elayne te helpen.

‘Majes...’ begon meester Gil met een buiging. Hij aarzelde, ik bedoel, vrouwe. Vergeef me.’

‘Maak je geen zorgen, meester Gil. Ik vergeet het zelf ook wel eens.’

‘Weet u zeker dat u dit wilt doorzetten?’ Lini sloeg haar magere armen over elkaar.

‘Ja,’ antwoordde Morgase. ‘Het is onze plicht om terug te keren naar Caemlin en Elayne alle mogelijke hulp te bieden.’

‘Als u het zegt,’ zei Lini. ‘Zelf vind ik dat iedereen die twee hanen op zijn erf toelaat, alle kabaal verdient die daardoor ontstaat.’ Morgase trok haar wenkbrauw op. ‘Duidelijk. Maar je zult wel merken dat ik heel goed in staat ben hulp te bieden zonder gezag van Elayne af te snoepen.’ Lini haalde haar schouders op.

Ze had wel gelijk; Morgase zou voorzichtig moeten zijn. Als ze te lang in de hoofdstad bleef, kon ze een schaduw over Elayne werpen. Maar als er één ding was dat Morgase had geleerd in haar maanden als Maighdin, dan was het dat mensen zinnige bezigheden nodig hadden, ook al was het maar zoiets eenvoudigs als thee opdienen. Morgase had vaardigheden die Elayne goed van pas zouden komen in de komende, gevaarlijke tijden. Als ze echter merkte dat ze haar dochter ging overschaduwen, zou ze Caemlin verlaten en naar haar landgoederen in het westen vertrekken.

De anderen gingen snel verder met inladen, en Morgase moest haar armen over elkaar slaan om hen niet te hulp te schieten. Het gaf een zekere voldoening, voor jezelf zorgen. Terwijl ze wachtte, zag ze iemand komen aanrijden over het pad vanaf Wittebrug. Tallanvor. Wat had hij in de stad gedaan? Hij zag haar en kwam naar haar toe, waarna hij een buiging maakte. Zijn smalle, vierkante gezicht was een toonbeeld van achting. ‘Vrouwe.’

‘Ben je naar de stad geweest? Had je daar heer Aybara’s toestemming voor?’ Perijn had niet gewild dat er stromen soldaten en vluchtelingen de stad in gingen en problemen veroorzaakten, ik heb daar familie, vrouwe,’ zei Tallanvor, en hij liet zich uit het zadel glijden. Zijn stem klonk stijf en vormelijk. ‘Het leek me verstandig om nader onderzoek te doen naar de inlichtingen van heer Aybara’s verkenners.’

‘O ja, gardeluitenant Tallanvor?’ vroeg Morgase. Als hij zich zo vormelijk kon opstellen, dan kon zij het ook. Lini, die langsliep met een armvol lakens om in te pakken, snoof zachtjes om Morgases toon. ‘Ja, vrouwe,’ antwoordde Tallanvor. ‘Vrouwe... als ik een voorstel mag doen?’

‘‘Zeg het maar.’

‘Volgens de verslagen neemt uw dochter nog steeds aan dat u dood bent. Ik ben ervan overtuigd dat als we met heer Aybara praten, hij zijn Asha’man zal bevelen een Poort voor ons te maken om terug te keren naar Caemlin.’

‘Een goed voorstel,’ zei Morgase behoedzaam, en ze negeerde de grijns op Lini’s gezicht terwijl die weer langskwam. ‘Vrouwe,’ zei Tallanvor, kijkend naar Lini, ‘kunnen we even onder vier ogen praten?’

Morgase knikte en liep naar de zijkant van het kamp. Tallanvor volgde. Een stukje verderop bleef ze staan en draaide zich naar hem om. ‘Nou?’

‘Vrouwe,’ vervolgde hij met zachtere stem. ‘Het Andoraanse hof zal beslist horen dat u nog leeft nu Aybara’s hele kamp het weet. Als u zich niet vertoont en aankondigt dat u de troon hebt afgestaan, kunnen de geruchten over uw overleven Elaynes gezag aantasten.’ Morgase antwoordde niet.

‘Als de Laatste Slag werkelijk nadert,’ zei Tallanvor, ‘dan kunnen we het ons niet veroorloven...’

‘O, stil toch,’ zei ze kortaf, ik heb Lini en de anderen al opgedragen de boel in te pakken. Heb je niet gezien waar ze mee bezig waren?’

Tallanvor bloosde toen hij zag dat Gil een kist versleepte en die op de kar zette.

‘Mijn verontschuldigingen. Met uw toestemming, vrouwe.’ Tallanvor knikte naar haar en wilde zich omdraaien. ‘Moeten we zo vormelijk tegen elkaar doen, Tallanvor?’

‘De illusie is voorbij, vrouwe.’ Hij liep weg.

Morgase keek hem na en voelde haar hart verkrampen. Die vervloekte koppigheid van haar! Die vervloekte Galad! Zijn komst had haar herinnerd aan haar trots, aan haar koninklijke plicht. Ze zou geen echtgenoot moeten hebben. Dat had ze wel geleerd van Taringael. Ondanks alle stabiliteit die haar huwelijk met hem had gebracht, was elk voordeel ook gepaard gegaan met een bedreiging van haar troon. Daarom had ze Brin of Thom nooit tot haar officiële gade gemaakt, en Gaebril bewees alleen maar dat haar zorgen terecht waren geweest.

Iedere man die met haar huwde zou een bedreiging kunnen vormen voor Elayne en voor Andor. Haar kinderen, als ze er nog meer kreeg, zouden tegenstrevers zijn van die van Elayne. Morgase kon zich geen liefde veroorloven.

Tallanvor bleef een eindje verderop staan, en haar adem stokte. Hij draaide zich om en liep naar haar terug. Hij trok zijn zwaard, knielde neer en legde het eerbiedig aan haar voeten, tussen het onkruid en de struikjes.

‘Ik had niet moeten dreigen met weggaan,’ zei hij zachtjes, ik was gekwetst, en verdriet maakt een man dom. Je weet dat ik er altijd zal zijn, Morgase. Ik heb het je al eerder beloofd, en ik meen het. Tegenwoordig voel ik me net een bijter in een wereld vol adelaars. Maar ik heb mijn zwaard en mijn hart, en beide zijn van jou. Voor altijd.’

Hij stond op en wilde vertrekken.

‘Tallanvor,’ zei ze, bijna op een fluistertoon. ‘Je hebt het me nooit gevraagd, weet je. Of ik je wilde.’

‘Ik kan je niet in die positie dwingen. We weten allebei wat je dan zou moeten doen, nu je bent ontmaskerd.’

‘Wat zou ik dan moeten doen?’

‘Nee zeggen,’ snauwde hij, overduidelijk boos. ‘Voor de bestwil van Andor.’

‘O ja, moet dat?’ vroeg ze. ‘Dat zeg ik ook steeds tegen mezelf, Tallanvor, maar toch twijfel ik.’

‘Wat heb je aan mij?’ vroeg hij. ‘Je zou op zijn minst moeten trouwen met iemand uit een van de groeperingen die je hebt beledigd, om Elayne te helpen hun trouw terug te winnen.’

‘En dan ga ik een liefdeloos huwelijk tegemoet,’ zei ze. ‘Alweer. Hoe vaak moet ik mijn hart opofferen voor Andor?’

‘Zo vaak als nodig is, lijkt me.’ Hij klonk bitter, balde zijn vuisten. Niet boos op haar, maar op de omstandigheden. Hij was altijd zo’n hartstochtelijk man geweest.

Ze aarzelde, maar toen schudde ze haar hoofd. ‘Nee,’ zei ze. ‘Niet nog een keer. Tallanvor, kijk eens naar die hemel. Je hebt gezien wat er op de wereld rondloopt, je hebt de vloek van de Duistere gevoeld. Dit is geen tijd om zonder hoop te zitten. Zonder liefde.’

‘En de plicht dan?’

‘De plicht mag in de rij gaan staan. Ik heb mijn aandeel geleverd. Iedereen heeft mijn aandeel gekregen, Tallanvor. Iedereen behalve de man die ik wil.’ Ze stapte over zijn zwaard heen, dat nog tussen de stekelnoot lag, en kon zich toen niet meer inhouden. Ineens kuste ze hem.

‘Zo is het genoeg, jullie twee,’ zei een strenge stem achter hen. ‘We gaan nu meteen naar heer Aybara.’

Morgase stapte achteruit. Het was Lini.

‘Wat?’ Morgase probeerde zich enigszins te herstellen.

‘Jullie gaan trouwen,’ verklaarde Lini. ‘Al moet ik jullie aan je oren naar hem toe slepen.’

‘Ik maak mijn eigen keuzes,’ wierp Morgase tegen. ‘Perijn heeft al eens geprobeerd...’

‘Ik ben hém niet,’ zei Lini. ‘Dit kan beter gebeurd zijn voordat we teruggaan naar Elayne. Als u eenmaal in Caemlin bent, treden er allerlei complicaties op.’ Ze richtte haar blik op Gil, die de kist had opgeborgen. ‘En jij! Pak de spullen van mijn vrouwe weer uit.’

‘Maar Lini,’ wierp Morgase tegen, ‘we gaan naar Caemlin.’

‘Morgen is vroeg genoeg, kind. Vanavond vieren jullie het.’ Ze keek hen aan. ‘En tot dat huwelijk achter de rug is, lijkt het me niet veilig om jullie alleen te laten.’