‘Waar dan?’
‘Kom naar me toe in een herberg die De Jolige Meute heet, in Caemlin. O, en als je het niet erg vindt, dan zou ik graag even zo’n kerel met een zwarte jas van je willen lenen. Ik heb een Poort nodig.’
‘Waarvoor?’
‘Dat leg ik je nog wel uit, maar niet nu.’ Mart tikte tegen zijn hoed en draaide zich om, waarna hij terugdraafde naar de nog openstaande Poort naar Caemlin. ik meen het,’ zei hij, zich omdraaiend terwijl hij achteruit verder rende. ‘Pas goed op jezelf, Perijn.’
Na die woorden dook hij langs enkele vluchtelingen heen de Poort door. Hoe was hij langs Gradi gekomen? Licht! Perijn schudde zijn hoofd en bukte zich toen om de zak open te maken en de arme das die Mart had gevangen te bevrijden.
45
Een hereniging
Elayne werd wakker in haar bed, met dikke ogen van de slaap. ‘Egwene?’ vroeg ze versuft. ‘Wat?’
De laatste herinneringen van de droom losten op als honing in warme thee, maar Egwenes woorden bleven stevig in Elaynes hoofd zitten. Het serpent is gevallen, had Egwene haar in gedachten laten weten. Je broer is tijdig teruggekeerd.
Elayne ging opgelucht rechtop zitten. Ze had de hele nacht geprobeerd voldoende te geleiden om haar droom-ter’angreaal te laten werken, maar tevergeefs. Toen ze ontdekte dat Birgitte Gawein had weggestuurd – terwijl Elayne in bed lag, woest omdat het haar niet lukte de bespreking met Egwene bij te wonen – was ze ziedend geweest. Nou, Mesaana was verslagen, kennelijk. En wat was dat over haar broer? Ze glimlachte. Misschien hadden Egwene en hij hun problemen opgelost.
Er piepte ochtendlicht tussen de gordijnen door. Elayne ging achteroverzitten en voelde de krachtige warmte die door de binding met Rhand was gekomen. Licht, wat was het een heerlijk gevoel. Zodra ze dat was gaan voelen, was het wolkendek boven Andor gebroken. De proef met de Draken was ongeveer een week geleden, en ze had alle klokkengieters in het land aan de vervaardiging ervan gezet. Tegenwoordig hoorde je een doorlopend geluid in Caemlin: een herhaald gebulder terwijl leden van de Bond met de nieuwe wapens oefenden in de heuvels buiten de stad. Tot nog toe liet ze maar enkele stuks van de wapens gebruiken voor oefeningen; de verschillende groepen losten elkaar daarbij af. Ze had het grootste aantal opgeslagen in een geheim pakhuis in Caemlin, voor de zekerheid. Ze dacht weer aan die droomboodschap en hongerde naar bijzonderheden. Nou ja, Egwene zou uiteindelijk waarschijnlijk wel een boodschapper door een Poort sturen.
De deur ging op een kiertje open en Melfane keek naar binnen. ‘Majesteit?’ vroeg de kleine vrouw met het ronde gezicht, is alles goed? Ik dacht dat ik een kreet van pijn hoorde.’ Op de dag dat ze Elayne niet langer verbood haar bed uit te komen, had de vroedvrouw besloten in de voorkamer bij Elaynes slaapkamer te overnachten om een oogje op haar te houden.
‘Dat was een kreet van vreugde, Melfane,’ zei Elayne. ‘Een begroeting van de schitterende morgen die ons komt bezoeken.’ Melfane fronste haar voorhoofd. Elayne probeerde zich vrolijk te gedragen als die vrouw erbij was, om haar ervan te doordringen dat nog meer bedrust niet nodig was, maar misschien was dat laatste een beetje te veel geweest. Elayne wilde niet de indruk wekken dat ze gemaakt vrolijk deed. Zelfs al was het zo. Onuitstaanbaar mens. Melfane liep naar binnen en opende de gordijnen; zonlicht was goed voor een zwangere vrouw, had ze gezegd. Een deel van haar behandeling van Elayne bestond er de laatste tijd uit dat ze in bed moest zitten met de dekens aan het voeteneind, om het lentezonnetje haar huid te laten bakken. Terwijl Melfane langskwam, voelde Elayne een lichte trilling vanbinnen. ‘O! En nog één. Ze schoppen, Melfane! Kom voelen!’
‘Dat zal ik nog niet kunnen voelen, Majesteit. Pas als het sterker is.’ Ze begon aan de gewone, dagelijkse gang van zaken. Luisteren naar Elaynes hartslag, en vervolgens die van de zuigeling. Melfane wilde nog steeds niet geloven dat het een tweeling was. Daarna onderzocht ze Elayne en porde in haar, voerde alle proeven uit op haar geheimzinnige lijst van ergerlijke en beschamende dingen die je bij een vrouw kon doen.
Eindelijk zette Melfane haar handen in haar zij en keek naar Elayne, die haar nachthemd dichtknoopte, ik denk dat u zich de laatste tijd te zeer hebt ingespannen. Ik wil dat u zorgt voor voldoende rust. De dochter van mijn nicht Tess heeft nog geen twee jaar geleden een kind gebaard dat amper ademhaalde. Het Licht zij dank dat het kind het overleefde, maar die vrouw was tot laat het jaar daarvoor op het land blijven werken en had niet goed gegeten. Stelt u zich voor! Zorg goed voor uzelf, mijn koningin. Uw kindertjes zullen u er dankbaar om zijn.’
Elayne knikte en ontspande zich. ‘Wacht!’ zei ze, en ze ging rechtop zitten. ‘Kindertjes?’
‘Ja,’ zei Melfane, terwijl ze naar de deur liep. ‘Ik hoor twee hartjes, heel duidelijk. Ik snap niet hoe u het wist.’
‘Je hebt de hartjes gehoord!’ riep Elayne uitgelaten uit. ‘Ja, ze zijn er, zo zeker als de zon.’ Melfane schudde haar hoofd en vertrok nadat ze Naris en Sephanie naar binnen had gestuurd om haar aan te kleden en haar haren te borstelen. Elayne onderging dat alles in een staat van stomme verwondering. Melfane geloofde het! Ze kon maar niet ophouden met glimlachen. Een uur later nam ze plaats in haar kleine zitkamer, alle vensters open gegooid om het zonlicht binnen te laten, en dronk warme geitenmelk. Meester Norrij kwam binnen op lange, stakige benen, met toefjes haar die uitstaken achter zijn oren, een lang en spits gezicht en zijn leren map onder zijn arm. Hij werd vergezeld door Dyelin, die meestal niet bij de ochtendvergadering aanwezig was. Elayne trok haar wenkbrauw naar de vrouw op.
‘Ik heb de inlichtingen waarom je had gevraagd, Elayne,’ zei Dyelin, die wat thee voor zichzelf inschonk. Vandaag was het wolkbessen-thee. ik hoor dat Melfane hartslagen heeft gehoord?’
‘Dat klopt, ja.’
‘Mijn gelukwensen, Majesteit,’ zei meester Norrij. Hij opende zijn map en begon zijn papieren uit te spreiden op de hoge, smalle tafel naast haar stoel. Hij ging maar zelden zitten in Elaynes gezelschap. Dyelin nam een van de andere behaaglijke stoelen bij de haard. Welke inlichtingen had Elayne aan haar gevraagd? Ze herinnerde zich niet dat ze om iets specifieks had gevraagd. Die vraag leidde haar af terwijl Norrij de dagelijkse verslagen over de verschillende legers in de omgeving behandelde. Er was een lijst van schermutselingen tussen groepen huurlingen.
Hij had het ook over voedselproblemen. Ondanks het feit dat de Kinsvrouwen Poorten maakten naar Rhands landgoederen in het zuiden om proviand te halen – en ondanks de onverwachte voedselvoorraden die in de stad waren ontdekt – begon het voedsel in Caemlin op te raken.
‘En uiteindelijk over onze eh, gasten,’ zei Norrij. ‘Er zijn boodschappers aangekomen met de verwachte antwoorden.’ Geen van de drie Huizen waarvan leden waren gevangengenomen, kon zich losgeld veroorloven. Ooit hadden de landgoederen van Arwan, Sarand en Marne tot de productiefste en uitgebreidste in Andor behoord; maar nu waren ze nooddruftig en waren de schatkisten leeg en de akkers kaal. En Elayne had twee van die Huizen van hun leiders beroofd. Licht, wat een puinhoop! Norrij ging verder. Ze had een brief ontvangen van Talmanes, die beloofde meerdere compagnieën soldaten van de Bond van de Rode Hand naar Cairhien te verplaatsen. Ze vroeg Norrij om een schrijven met haar zegel te sturen, om de soldaten het gezag te verlenen ‘hulp te bieden en de orde te herstellen’. Dat was natuurlijk onzin. Er hoefde geen orde te worden hersteld. Maar als Elayne ooit een greep wilde doen naar de Zonnetroon, zou ze enkele voorbereidende stappen in die richting moeten ondernemen. ‘Dit is wat ik wilde bespreken, Elayne,’ zei Dyelin toen Norrij zijn papieren begon te verzamelen en ze overdreven zorgvuldig schikte. Het Licht mocht hen bijstaan als een van die kostbare bladzijden scheurde of er een vlek op kwam.