‘De situatie in Cairhien is... ingewikkeld,’ vervolgde Dyelin. ‘Wanneer niet?’ vroeg Elayne zuchtend. ‘Heb je inlichtingen over het politieke klimaat daar?’
‘Het is een puinhoop,’ antwoordde Dyelin eenvoudig. ‘We moeten bespreken hoe je het bestuur van twee landen gaat aanpakken, een ervan in afwezigheid.’
‘We hebben Poorten,’ zei Elayne.
‘Dat is waar. Maar je móét een manier vinden om de Zonnetroon te bestijgen zonder dat je de indruk wekt dat Andor Cairhien annexeert. De adel daar zal je misschien als koningin aanvaarden, maar alleen als ze zichzelf als gelijken zien van de Andoranen. Anders zal hun gekonkel, zodra je even je hielen licht, groeien als gist in een kom warm water.’
‘Ze zullen ook gelijk zijn aan de Andoranen,’ benadrukte Elayne. ‘Zij zullen het niet zo zien als je er met je legers naartoe gaat,’ zei Dyelin. ‘De Cairhienin zijn trotse mensen. De gedachte dat ze veroverd zijn en onder de Kroon van Andor vallen...’
‘Ze hebben ook onder de macht van Rhand geleefd.’
‘Met alle eerbied, Elayne,’ zei Dyelin. ‘Hij is de Herrezen Draak. Jij niet.’
Elayne fronste haar voorhoofd, maar wat moest ze daartegen inbrengen?
Meester Norrij schraapte zijn keel. ‘Majesteit, vrouwe Dyelins raad komt niet voort uit loze gissingen. Ik eh, heb dingen gehoord. Wetend van uw belangen in Cairhien...’ Hij was beter geworden in het verzamelen van informanten. Ze zou nog wel eens een echte meester der verspieders van hem maken!
‘Majesteit,’ vervolgde Norrij, nu op gedempte toon, ‘volgens de geruchten komt u zeer binnenkort de Zonnetroon opeisen. Er wordt al gesproken over een opstand tegen u. Loze kletspraat, naar mijn overtuiging, maar...’
‘De Cairhienin konden Rhand Altor als keizer beschouwen,’ zei Dyelin. ‘Niet als buitenlandse koning. Dat is iets anders.’
‘Nou, we hoeven geen legers te verplaatsen om de Zonnetroon in handen te krijgen,’ zei Elayne peinzend.
‘Ik... ben daar nog niet zo zeker van, Majesteit,’ antwoordde Norrij. ‘De geruchten zijn vrij alomtegenwoordig. Het schijnt dat zodra de Draak aankondigde dat u de troon zou krijgen, enkele elementen in het land – heel fijnzinnig – zijn begonnen met pogingen om dat te voorkomen. Vanwege die geruchten zijn veel mensen bang dat u de titels van de Cairhiense edelen zult afpakken en die aan Andoranen zult geven. Anderen beweren dat u alle Cairhienin zult degraderen tot een ondergeschikt burgerschap.’
‘Onzin,’ zei Elayne. ‘Dat is gewoonweg belachelijk!’
‘Natuurlijk,’ beaamde Norrij. ‘Maar er zijn vele geruchten. Die hebben de neiging om te eh, groeien als smoorkruid. Het gevoel overheerst.’
Elayne knarsetandde. De wereld begon snel een plek te worden voor mensen met sterke bondgenootschappen, verbonden door bloed zowel als papier. Zij had van alle koninginnen in meerdere generaties de beste mogelijkheid om Cairhien en Andor te verenigen. ‘Weten we wie die geruchten is begonnen?’
‘Dat is heel lastig vast te stellen, vrouwe,’ zei Norrij. ‘Wie zal er het meest bij winnen?’ vroeg Elayne. ‘Dat is de eerste plek waar we naar de bron moeten zoeken.’ Norrij keek naar Dyelin.
‘Er zullen een heleboel mensen bij kunnen winnen,’ antwoordde Dyelin, roerend in haar thee. ik vermoed dat degenen die de grootste kans hebben de troon zelf te bestijgen er het meest bij te winnen hebben.’
‘De edelen die zich hebben verzet tegen Rhand,’ gokte Elayne. ‘Mogelijk,’ zei Dyelin. ‘Maar misschien ook niet. De sterkste van de opstandige elementen hebben veel aandacht gekregen van de Draak, en velen van hen zijn inmiddels bijgedraaid of gebroken. Dus zijn bondgenoten – die hij het meest vertrouwde, of die hem de meeste trouw beloofden – zijn de waarschijnlijkste verdachten. Dit is immers wél Cairhien.’
Daes Dae’mar. Ja, het zou logisch zijn als Rhands bondgenoten zich verzetten tegen haar troonsbestijging. Degenen die in de gunst waren gekomen bij Rhand zouden ook gunstelingen zijn voor de troon, mocht Elayne onbekwaam blijken. Maar die mensen zouden hun eigen kansen ook al hebben ondermijnd door trouw te zweren aan een buitenlandse leider.
‘Ik zou denken,’ zei Elayne peinzend, ‘dat de mensen die de meeste kans hebben op de troon, de lieden in het midden zijn. Iemand die zich niet tegen Rhand heeft verweerd en dus ook zijn gramschap niet over zich heeft afgeroepen. Maar tegelijkertijd iemand die hem niet al te hartgrondig steunde; iemand die kan worden beschouwd als vaderlandslievend, die met tegenzin naar voren kan stappen en de macht kan overnemen als ik faal.’ Ze keek de andere twee aan. ‘Bezorg me de namen van iedereen die onlangs sterk aan invloed heeft gewonnen, een edele of vrouwe die aan die voorwaarden voldoet.’ Dyelin en meester Norrij knikten. Uiteindelijk zou ze waarschijnlijk een sterker netwerk van ogen-en-oren moeten opbouwen, aangezien geen van deze twee echt geschikt was om daar leiding aan te geven. Norrij was te opzichtig, en hij had al genoeg werk aan zijn andere taken. Dyelin was... Eigenlijk wist Elayne niet zeker wat Dyelin was. Ze was Dyelin veel verschuldigd, en de vrouw scheen zich te hebben opgeworpen als een soort vervangende moeder voor Elayne. Een stem van ervaring en wijsheid. Maar uiteindelijk zou Dyelin een paar stapjes achteruit moeten doen. Ze konden het zich geen van beiden veroorloven als de mensen zouden denken dat Dyelin de werkelijke macht achter de troon was.
Maar Licht! Wat zou ze zonder Dyelin zijn begonnen? Elayne moest zich vermannen bij een plotseling overstelpend gevoel. Bloed en bloedas, wanneer kwam ze nu eens over die stemmingswisselingen heen? Een koningin mocht niet om het minste of geringste gaan huilen!
Elayne depte haar ogen. Dyelin hield wijselijk haar mond. ‘Dit zal het beste zijn,’ zei Elayne vastberaden, om de aandacht af te leiden van haar verraderlijke ogen. ik ben nog steeds ongerust over die invasie.’
Dyelin zei daar niets op. Ze geloofde niet dat Chesmal had gedoeld op een specifieke invasie in Andor; ze dacht dat de Zwarte zuster het had gehad over de intocht van Trolloks in de Grenslanden. Birgitte vatte het nieuws ernstiger op en plaatste meer soldaten langs de Andoraanse grenzen. Toch zou Egwene heel graag het bestuur over Cairhien willen hebben. Als er Trolloks naar Andor kwamen, dan zou haar zusterrijk een van de wegen kunnen zijn waarover ze reisden.
Voordat ze het gesprek konden voortzetten ging de deur naar de gang open, en Elayne zou van schrik zijn opgesprongen als ze niet had aangevoeld dat het Birgitte was. De Zwaardhand klopte nooit. Ze beende naar binnen met een zwaard in de hand en haar broek in kniehoge zwarte laarzen gestopt. Vreemd genoeg werd ze gevolgd door twee in mantels gehulde gestalten, hun gezicht verborgen onder hun kap. Norrij stapte achteruit en drukte zijn hand tegen zijn borst bij dit ongehoorde vertoon. Iedereen wist dat Elayne geen bezoek wilde ontvangen in de kleine zitkamer. Als Birgitte mensen hierheen bracht...
‘Mart?’ gokte Elayne.
‘Niet bepaald,’ zei een bekende stem, ferm en helder. De grootste van de twee gestalten liet zijn kap zakken en onthulde een knap en mannelijk gezicht. Hij had een vierkante kaak en priemende ogen die Elayne zich nog goed herinnerde uit haar jeugd; meestal als hij haar betrapte terwijl ze iets stouts deed.
‘Galad,’ zei Elayne, verbaasd om de warmte die ze voor haar halfbroer voelde. Ze stond op en stak beide handen naar hem uit. Het grootste deel van haar jeugd was ze om uiteenlopende redenen vaak boos op hem geweest, maar het was fijn om hem te zien, in leven en gezond. ‘Waar heb jij gezeten?’
‘Ik was op zoek naar de waarheid,’ antwoordde Galad met een keurige buiging, maar hij pakte haar handen niet vast. Hij kwam overeind en keek opzij, ik heb iets gevonden wat ik niet had verwacht. Zet je schrap, zuster.’
Elayne fronste toen de tweede, kleinere gestalte haar kap liet zakken. Het was haar moeder.
Ze zoog haar adem naar binnen. Zij was het echt! Dat gezicht, dat gouden haar. Die ogen die zo vaak naar Elayne hadden gekeken als kind, om haar te beoordelen en in te schatten; niet enkel zoals een moeder haar kind bekeek, maar als een koningin die haar opvolgster inschatte. Elayne voelde haar hart tekeergaan. Haar moeder. Haar moeder lééfde nog. Morgase leefde nog.