Выбрать главу

Ze reden door de Nieuwe Stad en vervolgens de Binnenstad, waar ze de heuvel beklommen naar het paleis zelf. Voor de poorten in de smetteloos witte paleismuren stond de koninginnegarde in de houding, gehuld in hun rood met witte tabberds en gepoetste borstplaten en maliën.

Eenmaal door de poorten stegen ze af. Een groep van honderd man ging met Perijn en Faile mee het paleis in. Alle Aiel en een kleine erewacht uit elke groepering. De gangen in het paleis waren breed, maar met zoveel mensen vond Faile het toch een benauwd gevoel. Het pad waarlangs zij en Perijn werden geleid, was een andere weg naar de troon dan ze de vorige keer had gevolgd. Waarom gingen ze niet rechtstreeks daarheen?

Het leek erop dat er weinig was veranderd in het paleis sinds Rhand hier regeerde. Er waren nu geen Aiel, behalve degenen die Perijn had meegebracht. Hetzelfde smalle kleed lag in het midden van de gang, dezelfde urnen stonden op de hoeken, dezelfde spiegels hingen aan de muren om de indruk te wekken dat de gang nog breder was. Een gebouw als dit kon eeuwenlang ongewijzigd blijven, zonder erom te malen wie er met zijn voeten over de kleden liep of wie er met zijn achterste de troon warm hield. In één jaar tijd had dit paleis Morgase, een Verzaker, de Herrezen Draak en uiteindelijk Elayne gekend. In feite verwachtte Faile half – toen ze de hoek naar de troonzaal omgingen – dat Rhand daar op zijn Drakentroon zou zitten, met die vreemde halve speer op zijn elleboog en een glinstering van waanzin in zijn ogen. Maar de Drakentroon was verwijderd, en op de Leeuwentroon zat wederom een koningin. Rhand had die troon bewaard en beschermd, als een bloem die hij aan een toekomstige geliefde wilde schenken.

De koningin was een jongere versie van haar moeder. Goed, Elaynes gezicht had fijnere hoeken dan dat van Morgase, maar ze had datzelfde goudkleurig rode haar en diezelfde ongelooflijke schoonheid. Ze was lang, en haar zwangerschap was te zien aan haar buik en borsten.

De troonzaal was passend getooid, met vergulde randen van hout en smalle pilaren in de hoeken, die er waarschijnlijk voor de sier stonden. Elayne liet de ruimte beter verlichten dan Rhand had gedaan, met fel brandende staande lampen. Morgase zelf stond aan de rechterkant een stukje beneden de troon, en acht leden van de koninginnegarde stonden links. Enkele lagere edelen hadden zich langs de zijkanten van de zaal opgesteld en keken aandachtig toe. Elayne boog zich naar voren op haar troon toen Perijn, Faile en de anderen binnenkwamen. Faile maakte een knicks, uiteraard, en Perijn een buiging. Geen diepe buiging, maar toch. Zoals afgesproken maakte Alliandre een diepere knicks dan Faile. Dat zou Elayne onmiddellijk aan het denken zetten.

Het officiële doel van dit bezoek was een loftuiting van de Kroon, een bedankje aan Perijn en Faile omdat ze Morgase hadden teruggebracht. Dat was natuurlijk maar een voorwendsel. De echte reden voor deze ontmoeting was om de toekomst van Tweewater te bespreken. Maar dat was een fijngevoelig doel dat niemand hardop kon uitspreken, althans niet meteen. Alleen al het benoemen ervan zou te veel onthullen aan de andere partij.

‘Laat bekend zijn,’ zei Elayne met een stem als een klokje, ‘dat de troon u verwelkomt, vrouwe Zarine ni Bashere t’Aybara. Koningin Alliandre Maritha Kigarin. Perijn Aybara.’ Voor hem geen mooie titel. ‘Laat ons persoonlijk onze dank uiten voor het terugbrengen van onze moeder. Uw ijver in deze zaak wordt door de Kroon hogelijk gewaardeerd.’

‘Dank u, Majesteit,’ antwoordde Perijn met zijn gebruikelijke norsheid. Faile had hem langdurig toegesproken dat hij niet moest proberen de vormelijkheid van de plechtigheid met voeten te treden. ‘We zullen een dag van feestelijkheden afkondigen vanwege de veilige terugkeer van mijn moeder,’ vervolgde Elayne. ‘En voor het... herstel van haar gepaste status.’

Die korte aarzeling wees erop dat Elayne ontstemd was geweest toen ze hoorde dat haar moeder als bediende was behandeld. Ze moest beseffen dat Perijn en Faile niet hadden geweten wat ze deden, maar een koningin had het recht verontwaardigd te zijn om zoiets. Het was een voordeel waar ze misschien gebruik van wilde maken. Mogelijk zocht Faile te veel achter haar uitspraken, maar ze kon er niets aan doen. In veel opzichten leek het leven van een adellijke vrouwe veel op dat van een koopman, en ze was voor beide rollen goed opgeleid.

‘En uiteindelijk,’ zei Elayne, ‘komen we op het doel van onze ontmoeting. Vrouwe Bashere, meester Aybara. Is er een beloning die u zou willen ontvangen voor het geschenk dat u Andor hebt gegeven?’ Perijn legde zijn hand op zijn hamer en keek vragend naar Faile. Het was duidelijk dat Elayne verwachtte dat hij zou vragen om formeel rot heer te worden bestempeld. Of misschien vergiffenis omdat hij zich als een heer had voorgedaan, samen met officiële gratie. Dit gesprek kon beide richtingen nemen.

Faile kwam in de verleiding dat eerste te eisen. Het zou een eenvoudig antwoord zijn. Maar misschien te eenvoudig; er waren dingen die Faile moest weten voordat ze verder konden gaan. ‘Majesteit,’ zei Faile behoedzaam, ‘kunnen we die beloning misschien in een wat persoonlijker omgeving bespreken?’

Elayne dacht daar even over na; minstens een tel of dertig, en het leek een eeuwigheid. ‘Goed dan. Mijn zitkamer is voorbereid.’ Faile knikte, en een dienaar opende een deurtje in de linker muur van de troonzaal. Perijn liep ernaartoe en stak zijn hand op naar Gaul, Sulin en Arganda. ‘Wacht hier.’ Hij aarzelde en keek even naar Gradi. ‘Jij ook.’

Geen van hen scheen daar blij mee te zijn, maar ze gehoorzaamden. Ze waren al gewaarschuwd dat dit kon gebeuren. Faile hield haar zenuwen in bedwang; ze vond het niet prettig om de Asha’man achter te laten, hun beste manier om te ontsnappen. Vooral aangezien Elayne ongetwijfeld verspieders en wachters in de zitkamer verborgen had, klaar om naar voren te springen mocht de toestand gevaarlijk worden. Faile had liever eenzelfde bescherming gehad, maar een mannelijke geleider meenemen naar een gesprek met de koningin... Nou, ze zouden het hiermee moeten doen. Ze waren in Elaynes domein.

Faile haalde diep adem en sloot zich aan bij Perijn, Alliandre en Morgase in de kleine zijkamer. Er waren stoelen klaargezet; Elayne had deze mogelijkheid voorzien. Ze wachtten tot Elayne binnen was voordat ze plaatsnamen. Faile zag geen plekken waar wachters zich zouden kunnen verstoppen.

Elayne kwam binnen en wuifde met haar hand. De Grote Serpent-ring aan haar vinger glinsterde in het lamplicht. Faile was bijna vergeten dat ze een Aes Sedai was. Misschien waren er toch geen wachters verstopt; een vrouw die kon geleiden was even gevaarlijk als tien soldaten.

Welke van de geruchten over de vader van Elaynes kind moest ze geloven? Toch zeker niet de roddel over die dwaze kerel in haar wacht? Die was waarschijnlijk bedoeld om verwarring te zaaien. Kon het misschien Rhand zelf zijn?

Morgase kwam na Elayne binnen. Ze droeg een ingetogen, dieprood gewaad. Ze ging naast haar dochter zitten, aandachtig toekijkend en zwijgend.

‘Zo,’ zei Elayne, ‘leg nu maar eens uit waarom ik jullie niet allebei zou terechtstellen voor verraad.’

Faile knipperde verbaasd met haar ogen. Perijn snoof, ik denk niet dat Rhand erg van die zet onder de indruk zou zijn.’

‘Ik ben hem niets verschuldigd,’ zei Elayne. ‘Verwacht je dat ik geloof dat hij erachter zat dat jij mijn burgers verleidde en jezelf tot koning bestempelde?’