Выбрать главу

‘Een paar van uw feiten kloppen niet, Majesteit,’ zei Faile beledigd. ‘Perijn heeft zich nooit tot koning uitgeroepen.’

‘O? Heeft hij de vlag van Manetheren dan niet geheven, zoals mijn informanten me vertellen?’ vroeg Elayne.

‘Dat heb ik gedaan,’ zei Perijn. ‘Maar ik heb hem uit eigen beweging weer weggehaald.’

‘Nou, dat is al iets,’ antwoordde Elayne. ‘Je noemde jezelf dan misschien geen koning, maar die banier ophouden kwam in feite op hetzelfde neer. O, ga toch zitten, allemaal.’ Ze wuifde met haar hand. Een dienblad verhief zich van de tafel verderop en zweefde naar haar toe. Er stonden bekers en een kan wijn op, en ook een theepot en kommen.

Die ze oppakt met de Ene Kracht, dacht Faile. Als herinnering aan wat ze kan. Een nogal onverfijnde herinnering. ‘Maar toch,’ zei Elayne, ‘zal ik doen wat het beste is voor mijn rijk, ongeacht de kosten.’

‘Ik betwijfel of onrust in Tweewater zaaien het beste zou zijn voor uw rijk,’ opperde Alliandre aarzelend. ‘En het terechtstellen van hun leider zou ongetwijfeld voor een opstand in die streek zorgen.’

‘Wat mij betreft,’ zei Elayne, die enkele kommen thee inschonk, ‘zijn ze al in opstand.’

‘We zijn in vrede naar u toe gekomen,’ zei Faile. ‘Niet bepaald een zet van opstandelingen.’

Elayne nam eerst een slokje thee, een gebruik om te bewijzen dat het niet vergiftigd was. ‘Mijn afvaardigingen naar Tweewater zijn geweigerd, en uw mensen daar hebben me de boodschap gezonden dat – ik citeer – “de landen van heer Perijn Guldenoog de Andoraanse belastingen weigeren. Tai’shar Manetheren.”’ Alliandre verbleekte. Perijn kreunde zachtjes, een geluid dat een beetje als een grom naar buiten kwam. Faile pakte haar kom en nam een slokje thee; munt met wolkbessen, en lekker. De mensen in Tweewater hadden wel lef, dat stond vast.

‘Dit zijn hartstochtelijke tijden, Majesteit,’ zei Faile. ‘U ziet toch wel in dat de mensen bezorgd zijn; Tweewater is niet vaak een prioriteit geweest voor uw troon.’

‘Dat is zacht gezegd,’ voegde Perijn er snuivend aan toe. ‘De meesten van ons zijn opgegroeid zonder te weten dat we deel uitmaakten van Andor. Jullie negeerden ons.’

‘Dat kwam doordat er geen opstand was in het gebied.’ Elayne nipte van haar thee.

‘Een opstand is niet de enige reden waarom mensen behoefte hebben aan de aandacht van de koningin die aanspraak op hen maakt,’ wierp Perijn tegen, ik weet niet of u het gehoord hebt, maar vorig jaar hebben we in ons eentje tegenover Trolloks gestaan, zonder een greintje hulp van de Kroon. U zou hebben geholpen als u het geweten had, ongetwijfeld, maar feit blijft dat er geen troepen in de buurt waren – niemand die van onze problemen kón weten – en dat zegt wel iets.’

Elayne aarzelde.

‘Tweewater heeft zijn geschiedenis herontdekt,’ zei Faile behoedzaam. ‘Die kon niet eeuwig blijven rusten, niet nu Tarmon Gai’don nadert. Niet nadat ze onderdak hadden geboden aan de Herrezen Draak tijdens zijn jeugd. Ik vraag me wel eens af of Manetheren misschien voorbestemd was om te vallen, zodat Rhand Altor in Tweewater zou opgroeien. Te midden van boeren met het bloed – en de koppigheid – van koningen.’

‘En dat maakt het des te belangrijker dat ik de zaken nü bedaar,’ antwoordde Elayne. ik heb je een beloning aangeboden zodat je om vergiffenis kon vragen. Ik kan je gratie verlenen, en ik zou beslist troepen sturen zodat je mensen beschermd zijn. Aanvaard dat, dan kunnen we allemaal de draad weer oppakken.’

‘Dat gaat niet gebeuren,’ zei Perijn zacht. ‘Tweewater heeft nu ongetwijfeld heren. Ik heb er een tijdje tegen gestreden. U misschien ook, maar dat zal niets veranderen.’

‘Misschien,’ zei Elayne. ‘Maar als ik jóu erken, dan geef ik daarmee aan dat iemand in mijn land zich zomaar een titel kan toe-eigenen en die dan kan behouden door koppig een leger te verzamelen. Het schept een verschrikkelijk precedent, Perijn. Ik denk niet dat je beseft in wat voor lastig pakket je me hebt geplaatst.’

‘We modderen wel voort,’ antwoordde Perijn op dat koppige toontje dat meestal betekende dat hij niet zou inbinden, ik treed niet af.’

‘Je overtuigt me er nog niet echt van dat je mijn gezag zult aanvaarden,’ snauwde Elayne.

Niet best, dacht Faile, die haar mond opende om in te grijpen. Een botsing hier zou hen niet dienen.

Voordat ze echter iets kon zeggen, mengde een andere stem zich erin. ‘Dochter,’ zei Morgase zachtjes, na een slokje thee. ‘Als je voornemens bent om te dansen met een ta’veren, zorg dan dat je de juiste passen kent. Ik heb met deze man gereisd. Ik heb gezien hoe de wereld zich naar hem schikt, hoe bittere vijanden zijn bondgenoten werden. Vechten tegen het Patroon is net of je probeert een berg te verplaatsen met een lepel.’ Elayne aarzelde en keek haar moeder aan.

‘Vergeef me alsjeblieft als ik mijn boekje te buiten ga,’ vervolgde Morgase. ‘Maar Elayne, ik had deze twee beloofd dat ik een goed woordje voor ze zou doen. En dat heb ik ook tegen jou gezegd. Andor is sterk, maar ik vrees dat het zou kunnen breken op deze man. Hij wil je troon niet, dat beloof ik je, en Tweewater heeft inderdaad toezicht nodig. Zou het zo verschrikkelijk zijn om hun de man te geven die ze zelf hebben gekozen?’

Het werd stil in de kleine kamer. Elayne keek Perijn aan en peilde hem. Faile hield haar adem in.

‘Goed,’ zei Elayne. ik neem aan dat je eisen hebt. Laat ze maar horen, zodat we kunnen kijken of we iets kunnen doen.’

‘Geen eisen,’ antwoordde Faile. ‘Een aanbod.’ Elayne trok haar wenkbrauw op.

‘Uw moeder heeft gelijk,’ zei Faile. ‘Perijn wil uw troon niet.’

‘Wat jullie twee willen, doet er misschien niet meer toe zodra jullie mensen een gedachte in hun hoofd krijgen.’

Faile schudde haar hoofd. ‘Ze houden van hem, Majesteit. Ze eerbiedigen hem. Ze zullen doen wat hij zegt. We kunnen en zullen voorkomen dat nog meer gedachten over de wederopkomst van Manetheren de kop opsteken.’

‘En waarom zouden jullie dat doen?’ vroeg Elayne. ik weet hoe snel Tweewater groeit, met die vluchtelingen die van over de bergen komen. Er kunnen hele naties opkomen en ondergaan met de komst van de Laatste Slag. Jullie hebben geen reden om de kans op te geven je eigen koninkrijk te vormen.’

‘Eigenlijk,’ zei Faile, ‘hebben we die wel. Andor is een sterke, welvarende natie. De dorpen in Tweewater groeien dan misschien snel, maar de mensen verlangen nog maar heel kort naar het leiderschap van een heer. In hun hart zijn het nog steeds boeren. Ze willen geen roem; ze willen dat hun gewassen gedijen.’ Faile zweeg even. ‘Misschien hebt u gelijk, misschien komt er een volgende breuk, maar dat is des te meer reden om bondgenoten te hebben. Niemand wil een burgeroorlog in Andor, en het volk in Tweewater nog wel het minst.’

‘Wat stellen jullie dan voor?’ vroeg Elayne.

‘Eigenlijk niets wat niet al bestaat,’ zei Faile. ‘Geef Perijn een officiële titel en maak hem Hoogheer van Tweewater.’

‘En wat bedoel je met “Hoogheer”?’ vroeg Elayne.

‘Dat hij hoger staat dan de andere adellijke Huizen in Andor, maar onder de koningin.’

‘Dat zullen de anderen vast niet op prijs stellen,’ antwoordde Elayne. ‘En hoe zit het met de belastingen?’

‘Tweewater is vrijgesteld,’ zei Faile. Toen Elaynes gezicht betrok, ging ze snel door. ‘Majesteit, de troon heeft Tweewater generaties lang genegeerd, het dorp niet beschermd tegen schurken of arbeiders gestuurd om de wegen te verbeteren. Er is nooit een afgezant in de vorm van een magistraat of rechter geweest.’

‘Die hadden ze niet nodig,’ wierp Elayne tegen. ‘Ze bestuurden zichzelf uitstekend.’ Ze liet onuitgesproken dat het volk in Tweewater eventuele belastinginners, magistraten of rechters die door de koningin waren gestuurd er waarschijnlijk meteen uitgegooid zou hebben, maar dat scheen ze te weten.

‘Nou,’ zei Faile, ‘dan hoeft er dus niets te veranderen. Tweewater bestuurt zichzelf.’