Выбрать главу

‘De Kroon heeft veel over jullie drie nagedacht,’ verklaarde Elayne. ‘Jullie misleide oorlog tegen Trakand heeft jullie berooid achtergelaten, en verzoeken om losgeld zijn afgewezen door jullie erfgenamen en telgen. Jullie eigen Huizen hebben jullie in de steek gelaten.’ Haar woorden galmden door de grootse troonzaal. De vrouwen voor haar krompen verder ineen.

‘Hierdoor zit de Kroon met een probleem,’ vervolgde Elayne. ‘Jullie verontrustende bestaan ergert ons. Misschien zouden sommige koninginnen jullie in de kerker hebben laten zitten, maar voor mij riekt dat naar besluiteloosheid. Het pleegt een aanslag op mijn middelen en maakt dat mensen fluisteren over een bevrijdingspoging.’ Het werd stil in de zaal, op het ademen van de gevangenen na. ‘Déze Kroon lijdt niet aan besluiteloosheid,’ verklaarde Elayne. ‘Met ingang van vandaag zijn de Huizen Sarand, Marne en Arwan ontdaan van titel en landgoederen, die toevallen aan de Kroon als compensatie voor hun misdaden.’

Elenia zoog haar adem naar binnen en keek op. Arymilla kreunde en zakte ineen op het kleed met de leeuw. Naean reageerde niet. Ze leek verdoofd.

Onmiddellijk klonk er geroezemoes in de zitkamer. Dit was nog erger dan een terechtstelling. Als edelen werden terechtgesteld, dan hadden ze in ieder geval hun titel nog; in feite was een terechtstelling de erkenning van een waardig vijand. De titel en landgoederen gingen over op de erfgenaam en het Huis bleef bestaan. Maar dit... dit was iets wat maar weinig koninginnen ooit zouden doen. Als men zag dat Elayne landgoederen en geld in beslag nam voor de troon, zouden de andere edelen zich tegen haar verenigen. Ze kon wel raden waar de gesprekken in de andere kamer over gingen. Haar machtsbasis was wankel. Haar bondgenoten, die samen met haar het hoofd hadden geboden aan de belegering en het gevaar hadden gelopen zelf te worden terechtgesteld, begonnen nu mogelijkerwijs te twijfelen.

Ze kon beter snel doorgaan. Elayne gebaarde, en de wachters trokken de drie gevangenen overeind en leidden hen naar de zijkant van de zaal. Zelfs de opstandige Elenia leek stomverbaasd. In feite was deze verklaring een terechtstellingsbevel. Ze zouden zo snel mogelijk zelfmoord plegen, zodat ze hun Huizen niet onder ogen zouden hoeven komen.

Birgitte kende haar teken. Ze kwam binnen met de groep Cairhiense edelen. Ze waren uitgenodigd voor een vertoning van Andors nieuwe wapen ‘ter verdediging tegen de Schaduw’ en vormden een gemengde groep. De belangrijkste onder hen was waarschijnlijk Bertome Saighan of Lorstrum Aesnan.

Bertome was een kleine man die wel iets knaps had, hoewel Elayne niet zo dol was op de manier waarop de Cairhienin hun voorhoofd schoren en poederden. Hij droeg een groot mes aan zijn riem – zwaarden waren verboden in aanwezigheid van de koningin – en leek verontrust over hoe Elayne de gevangenen behandelde. En terecht. Zijn nicht Colavaere had een gelijksoortige straf ontvangen van Rhand, hoewel dat geen invloed had gehad op de rest van zijn Huis. Ze had zich verhangen om de schande niet onder ogen te hoeven komen.

Haar dood had Bertome verheven, en hoewel hij er wel voor had gewaakt openlijke deining tegen Rhands bewind te veroorzaken, wezen Elaynes bronnen hem aan als een van de grootste tegenstanders van Rhand in Cairhien.

Lorstrum Aesnan was een rustige, magere man die met zijn handen op zijn rug liep en de neiging had langs zijn neus naar iedereen te kijken. Net als de anderen in de groep droeg hij donkere kleding in Cairhiense snit en had zijn jas strepen in de kleuren van zijn Huis. Hij was opgestegen na Rhands verdwijning uit Cairhien. Wanhopige tijden konden snelle bevorderingen betekenen, en deze man had zich niet te snel tegen Rhand opgesteld, maar zich ook niet bij hem aangesloten. Dat grijze gebied gaf hem macht, en sommigen fluisterden dat hij overwoog de troon te grijpen.

Naast die twee bestonden de Cairhienin hier uit diverse andere edelen. Ailil Riatin was niet het hoofd van haar Huis, maar sinds de verdwijning van haar broer – het begon er steeds meer op te lijken dat hij dood was – had ze de leiding overgenomen. Riatin was een machtig Huis. De slanke vrouw van middelbare leeftijd was lang voor een Cairhienin en droeg een donkerblauw gewaad met gekleurde strepen, dat in vorm werd gehouden door hoepels in de rokken. Haar familie had nog niet zo lang geleden de Zonnetroon in handen gehad, al had dat maar betrekkelijk korte tijd geduurd, en het was algemeen bekend dat ze haar steun voor Elayne had uitgesproken. Heer en vrouwe Osiellin, heer en vrouwe Chuliandred, heer en vrouwe Hamarasle en heer Mavabwin hadden zich achter belangrijker lieden geschaard. Ze hadden allemaal een gemiddelde mate aan macht en waren allemaal – om uiteenlopende redenen – mogelijke obstakels voor Elayne. Het was een verzameling van zorgvuldig gekapt haar en gepoederde voorhoofden, wijde gewaden bij de vrouwen, jassen en broeken bij de mannen, en bij iedereen kant langs de polsen. ‘Mijne heren en dames,’ zei Elayne, en ze benoemde om beurten elk Huis. ‘Hebt u genoten van Andors demonstratie?’

‘Inderdaad, Majesteit,’ antwoordde de slungelige Lorstrum, die sierlijk het hoofd boog. ‘Die wapens zijn behoorlijk... intrigerend.’ Hij viste overduidelijk naar inlichtingen. Elayne zegende haar leermeesters dat ze erop hadden gehamerd dat Elayne het Spel der Huizen moest doorgronden. ‘We weten allemaal dat de Laatste Slag snel nadert,’ zei Elayne. ik vond dat Cairhien op de hoogte moest zijn van de kracht van haar grootste en nauwste bondgenoot. Er zullen in de nabije toekomst tijden zijn waarin we op elkaar moeten vertrouwen.’

‘Inderdaad, Majesteit,’ zei Lorstrum.

‘Majesteit,’ zei Bertome, die naar voren stapte. De kleine man sloeg zijn armen over elkaar, ik verzeker u dat Cairhien zich verheugt over de kracht en stabiliteit van Andor.’

Elayne keek hem aan. Bood hij zijn steun aan? Nee, kennelijk probeerde hij te vissen en vroeg hij zich af of Elayne zou verklaren dat ze aanspraak wilde maken op de Zonnetroon. Haar bedoelingen hadden inmiddels wel duidelijk moeten zijn; een deel van de Bond naar de stad sturen was een doorzichtige zet geweest, bijna te doorzichtig voor de fijnzinnige Cairhienin.

‘Ik zou willen dat Cairhien diezelfde stabiliteit had,’ zei Elayne behoedzaam.

Enkelen van hen knikten, ongetwijfeld hopend dat ze van zins was een van hén de troon aan te bieden. Als ze een van hen de steun van Andor gaf, zou dat hem of haar verzekeren van de overwinning. En ze zou een sympathisant op de Zonnetroon hebben. Misschien zou iemand anders dat hebben gedaan. Zij niet. Die troon zóu de hare worden.

‘De bezetting van een troon is een erg gevoelige kwestie,’ zei Lorstrum. ‘Het is in het verleden... gevaarlijk gebleken. En dus aarzelen velen.’

‘U hebt gelijk,’ beaamde Elayne. ik benijd Cairhien niet om de onzekerheid die het de afgelopen maanden heeft gekend.’ En dan nu het ogenblik. Elayne haalde diep adem. ‘Met het oog op de kracht van Andor zou je denken dat dit overduidelijk een tijd is om sterke bondgenootschappen te hebben. De Kroon heeft onlangs enkele vrij aanzienlijke landgoederen in handen gekregen. Het schoot me te binnen dat die landgoederen geen bestuurders hebben.’ Ze werden allemaal stil. Het gefluister in de andere kamer hield op. Hadden ze dat goed gehoord? Wilde Elayne nu landgoederen in Andor aanbieden aan buitenlandse edelen?

Ze verborg haar glimlach. Langzaam begonnen enkelen van hen het te snappen. Lorstrum glimlachte sluw en knikte heel lichtjes naar haar.

‘Cairhien en Andor hebben een lang gedeelde kameraadschap,’ vervolgde Elayne, alsof de gedachte nu pas bij haar opkwam. ‘Onze heren zijn huwelijken aangegaan met uw vrouwes, onze vrouwes met uw heren, en we delen vele gezamenlijke banden van bloed en genegenheid. Het lijkt me dat de wijsheid van enkele Cairhiense heren een waardevolle toevoeging zou zijn voor mijn hof, en me mogelijk zou kunnen onderwijzen over het erfgoed van mijn vaderskant.’

Ze keek Lorstrum aan. Zou hij happen? Zijn landgoederen in Cairhien waren klein. Zijn invloed was al een tijdje groot, maar dat kon omslaan. De landgoederen die ze van de drie gevangenen had afgenomen, behoorden tot de meest gewilde in het land. Hij móést het inzien. Als ze zich met geweld de troon van Cairhien toe-eigende, zouden het volk en de adel tegen haar in opstand komen. Dat was deels aan Lorstrum te wijten, als haar vermoedens klopten.