‘Het Licht zij gezegend,’ fluisterde Moiraine. ‘Hoe?’
‘Dat weet ik niet.’
‘Dit verandert alles,’ zei ze met een bredere glimlach. ‘Hij heeft rechtgezet wat hij eens verkeerd had gedaan. “Met de Draak kwam onze pijn, en met de Draak werd de wond genezen.”’
‘Mart blijft maar zeggen dat we een of ander feest of zoiets moeten houden, om het te vieren,’ merkte Thom op. ‘Hoewel hij misschien alleen maar een goede uitvlucht zoekt om dronken te worden.’
‘Dat lijkt me wel zeker,’ voegde Mart eraan toe. ‘Maar goed, Rhand is druk geweest. Elayne zegt dat hij binnenkort een of andere bijeenkomst zal houden met de monarchen onder hem.’
‘Dus Elayne is koningin?’
‘Dat kun je wel zeggen. Haar moeder is vermoord door Rahvin,’ zei Mart.
‘Dat had je verteld.’
‘O ja? Wanneer?’
‘Een leven lang geleden, Martrim,’ antwoordde ze glimlachend.
‘O. Nou, Rhand heeft hem afgemaakt. Dus dat is mooi.’
‘En de andere Verzakers?’ vroeg Moiraine.
‘Weet ik niet,’ zei Mart.
‘Mart heeft te veel omhanden gehad om het bij te houden,’ voegde Thom eraan toe. ‘Hij had het namelijk druk met trouwen met de keizerin van de Seanchanen.’
Moiraine knipperde verbaasd met haar ogen. ‘Wat heb je gedaan?’
‘Het was een ongelukje,’ zei Mart onbenullig, en hij dook ineen.
‘Ben je per ongeluk met de Seanchaanse keizerin getrouwd?’
‘Ze hebben daar merkwaardige gebruiken,’ zei Mart, die zijn hoed omlaag trok. ‘Vreemde lui.’ Hij grinnikte geforceerd.
‘Ta’veren,’ zei Moiraine.
Op een of andere manier had hij geweten dat ze dat zou zeggen. Licht. Nou, het was fijn dat ze terug was. Mart stond ervan te kijken hoe sterk hij dat zo voelde. Wie had dat gedacht? Genegenheid voor een Aes Sedai, van hem?
‘Nou ja,’ zei ze, ‘ik zie wel dat ik veel in te halen heb. Maar eerst moeten we op zoek naar Rhand.’
Hij had ook geweten dat ze zou proberen de leiding te nemen. ‘Ga jij maar op zoek, Moiraine, maar ik heb dingen te doen in Caemlin. Ik wil niet zeuren, hoor, maar zo is het gewoon. Jij zou daar ook heen moeten komen. Elayne zal je waarschijnlijk het beste kunnen helpen met Rhand.’
Stomme kleuren. Alsof het al niet erg genoeg was dat hij nog maar één oog had, moet hij die rottige visioenen ook nog verdragen elke keer als hij maar even aan Rhan... Die rotvisioenen!
Moiraine trok haar wenkbrauw op toen hij zijn hoofd schudde en bloosde. Hij zag er waarschijnlijk uit alsof hij een toeval had. ‘We zullen zien, Martrim,’ zei ze, en toen keek ze naar Thom, die met de pakjes thee in zijn handen stond. Mart had half de gedachte dat hij zou proberen water te koken in zijn eigen handen, al was het maar om Moiraine warme thee te kunnen geven. Thom keek naar haar, en ze stak haar hand weer uit.
‘Liefste Thom,’ zei ze. ik zou je graag als echtgenoot hebben, als jij me als je vrouw wilt.’
‘Wat?’ riep Mart uit, en hij stond op. Hij sloeg met zijn hand tegen zijn voorhoofd en mepte bijna zijn hoed van zijn hoofd. ‘Wat zeg je nou?’
‘Stil, Mart,’ zei Thom. Hij pakte Moiraines uitgestoken hand niet aan. ‘Je weet dat ik nooit zo dol ben geweest op vrouwen die de Ene Kracht kunnen geleiden, Moiraine. Je weet dat me dat in het verleden heeft tegengehouden.’
‘Ik heb niet veel Kracht meer, liefste Thom. Zonder deze angreaal zou ik niet eens sterk genoeg zijn om het tot Aanvaarde in de Witte Toren te schoppen. Ik zal hem weggooien als jij dat wilt.’ Ze stak haar andere hand ook uit, waardoor de mantel bijna van haar af gleed. Ze trok de angreaal van haar pols.
‘Ik denk van niet, Moiraine,’ zei Thom, die bij haar neerknielde en haar handen pakte. ‘Nee, ik wil je niets ontnemen.’
‘Maar hiermee ben ik heel sterk, sterker in de Kracht dan voordat ik werd gevangengenomen.’
‘Zo zij het dan maar,’ zei hij. Hij schoof de armband weer om haar pols. ik trouw nu meteen met je, als je wilt.’ Ze glimlachte breed.
Mart stond er stomverbaasd bij. ‘En wie moet jullie dan verdomme trouwen?’ wist hij uit te brengen, ik om de donder niet, dat zal ik je wel vertellen.’
De twee keken hem aan, Thom met een vlakke blik, Moiraine met een vage glimlach, ik snap wel waarom die Seanchaanse vrouwe je met alle geweld moest hebben, Mart,’ zei ze. ‘Je bent zo ontzettend romantisch.’
‘Nou, ik...’ Hij zette zijn hoed af, hield die onhandig vast en keek van de een naar de ander. ‘Nou, ik... Verdomme! Hoe is me dit ontgaan? Ik was meestal bij jullie in de buurt in de tijd dat we samen waren! Sinds wanneer zijn jullie dol op elkaar?’
‘Je lette niet zo heel goed op,’ antwoordde Thom. Hij keek Moiraine weer aan. ik neem aan dat je me ook als Zwaardhand wilt.’ Ze glimlachte. ‘Mijn voormalige Gaidin is door een ander in beslag genomen, hoop ik.’
‘Ik neem die baan wel aan,’ zei Thom, ‘hoewel jij aan Elayne zult moeten uitleggen waarom haar hofbard iemands Zwaardhand is.’
Hij aarzelde. ‘Denk je dat ze zo’n van kleur veranderende mantel kunnen maken met wat gekleurde lappen erin?’
‘Ik zie wel dat jullie allebei volslagen krankzinnig zijn geworden,’ zei Mart. ‘Thom, had je niet een keer gezegd dat je de pest had aan Tar Valon en Caemlin? Nu ren je halsoverkop een heuvel af, waardoor je op een van die twee plekken zult gaan wonen!’
Thom haalde zijn schouders op. ‘De tijden veranderen.’
‘Ik heb nooit veel tijd in Tar Valon doorgebracht,’ zei Moiraine. ik denk dat we samen fijn moeten gaan reizen, Thom Merrilin. Als we de komende maanden overleven.’ Ze keek Mart aan. ‘Je moet de Zwaardhandbinding niet zomaar van de hand wijzen, Mart. De zegeningen die hij biedt, zullen mannen in deze tijden van groot voordeel zijn.’
Mart zette zijn hoed weer op. ‘Dat kan wel zo zijn, maar mij zul je niet in die val zien trappen. Niet rot bedoeld, Moiraine. Ik mag je best graag. Maar je laten binden door een vrouw? Dat gaat Martrim Cauton niet gebeuren.’
‘O nee?’ vroeg Thom vermaakt. ‘Hebben we niet vastgesteld dat jouw Tuon in staat zou zijn om te geleiden, als ze besloot dat te leren?’ Mart verstijfde. Bloedas. Thom had gelijk. Maar door te geleiden zou ze marath’damane worden. En dat zou ze nooit doen. Hij hoefde zich nergens zorgen over te maken. Toch?
Hij moest nogal een gezicht hebben getrokken toen hij daarover nadacht, want Thom grinnikte en Moiraine glimlachte weer. Ze verloren echter allebei al snel hun belangstelling voor de plagerij en gingen zachtjes in gesprek. De genegenheid in hun ogen was echt. Ze hielden echt van elkaar. Licht! Hoe had Mart dat gemist? Hij voelde zich als een man die met een zwijn naar de paardenrennen was gekomen.
Hij besloot zich uit de voeten te maken en de twee alleen te laten. Alvast verkennen in het gebied waar hun Poort zou moeten verschijnen. Hij hoopte maar dat dat goed ging. Ze hadden geen proviand, en Mart had geen zin om met een schip mee te liften en dat hele stuk naar Caemlin terug te varen.
Het was een korte wandeling over de wei naar de oevers van de Arinelle. Eenmaal daar bouwde hij een klein gedenkteken van stenen voor Noal, tikte tegen zijn hoed en ging zitten om te wachten en na te denken.
Moiraine was veilig. Mart had het overleefd, hoewel die verrekte oogkas verschrikkelijk bonsde. Hij wist nog steeds niet zeker of de Aelfinn en Eelfinn nog macht over hem hadden, maar hij was in hun hol geweest en er ongeschonden uitgekomen. Grotendeels, in ieder geval.
Eén oog verloren. Wat zou dat voor invloed hebben op zijn vermogen om te vechten? Dat baarde hem de meeste zorgen. Hij had zich kranig gehouden, maar vanbinnen beefde hij. Wat zou Tuon vinden van een echtgenoot met maar één oog? Een echtgenoot die zichzelf misschien niet kon verdedigen?
Hij trok een mes tevoorschijn en gooide er wat mee. Toen, in een opwelling, gooide hij het zonder te kijken naar achteren. Hij hoorde een zachte gil, draaide zich om en zag een konijn op de grond liggen, doorboord door het achteloos gegooide mes. Hij glimlachte en keek weer naar de rivier. Daar zag hij iets vastzitten tussen twee grote rivierkeien langs de oever. Het was een omgekiepte kookketel met een koperen bodem, amper gebruikt en met slechts een paar deuken in de zijkant. Zeker verloren door een reiziger die langs de rivier liep.