Выбрать главу

‘Leg het voor aan de Zaal,’ zei Gawein. ‘In wezen, Egwene, is een zuster die géén Zwaardhand bindt egoïstisch bezig. De binding maakt een man een beter soldaat, en we hebben elk voordeeltje nodig. Dit zal ook helpen nog meer moorden te voorkomen.’

‘Ik zal kijken wat we kunnen doen,’ zei Egwene.

‘Zou ik de verslagen mogen inzien die de zusters opstellen?’ vroeg Gawein. ‘Over de moorden, bedoel ik?’

‘Gawein,’ antwoordde ze, ‘ik heb jou toegelaten tot het onderzoek omdat het me goed leek om een extra paar ogen te hebben, met een frisse blik. Als ik je hun verslagen zou geven, beïnvloeden die je misschien alleen maar en kom jij met dezelfde gevolgtrekkingen als zij.’

‘Vertel me dan één ding,’ zei hij. ‘Hebben de zusters de zorg geopperd dat dit misschien niet het werk is van de Zwarte Ajah? Dat de moordenaar een grijzel of Duistervriend zou kunnen zijn?’

‘Nee, dat hebben ze niet,’ zei Egwene, ‘omdat we wéten dat de moordenaar geen grijzel of Duistervriend is.’

‘Maar vannacht was de deur bij het slachtoffer geforceerd. En de vrouwen worden vermoord met messen, niet met de Ene Kracht. Er zijn geen sporen van Poorten of...’

‘De moordenaar heeft toegang tot de Ene Kracht,’ zei Egwene heel behoedzaam. ‘En mogelijk worden er geen Poorten gebruikt.’ Gawein kneep zijn ogen tot spleetjes. Dat leken hem de woorden van een vrouw die zich in bochten draaide om haar gelofte om niet te liegen gestand te doen. ‘Je hebt geheimen,’ zei hij. ‘Niet alleen voor mij, maar voor de hele Toren.’

‘Soms zijn geheimen noodzakelijk, Gawein.’

‘Kun je mij er niet mee vertrouwen?’ Hij aarzelde. ‘Ik ben bang dat de moordenaar achter jou aan komt, Egwene. Jij hebt ook geen Zwaardhand.’

‘Ongetwijfeld zal ze uiteindelijk achter mij aan komen.’ Ze speelde met iets op haar schrijftafel. Het leek op een versleten leren riempje, iets waarmee je een overtreder straft. Vreemd. Ze? ‘Alsjeblieft, Egwene,’ smeekte hij. ‘Wat is er aan de hand?’ Egwene keek hem een tijdje onderzoekend aan, maar toen zuchtte ze. ‘Goed dan. Ik heb dit ook aan de vrouwen die het onderzoek uitvoeren verteld. Misschien moet jij het ook weten. Er is een Verzaker in de Witte Toren.’

Hij legde zijn hand op zijn zwaard. ‘Wat? Waar! Heb je haar gevangen?’

‘Nee,’ zei Egwene. ‘Zij is de moordenares.’

‘Weet je dat zeker?’

‘Ik weet dat Mesaana hier is; ik heb het Gedroomd. Ze verbergt zich te midden van ons. En nu zijn er vier Aes Sedai dood. Zij is het, Gawein. Het is de enig logische verklaring.’

Hij slikte zijn vragen in. Hij wist heel weinig over Dromen, maar wel dat zij het Talent had. Men zei dat het net zoiets was als Voorspellen.

‘Ik heb niet de hele Toren op de hoogte gebracht,’ vervolgde Egwene. ‘Ik ben bang dat als bekend wordt dat een van de zusters onder ons eigenlijk een Verzaker is, dat ons weer zal verdelen, zoals onder Elaida. Iedereen zou iedereen gaan verdenken. Het is al erg genoeg nu ze denken dat Zwarte zusters de Toren binnen Reizen om moorden te plegen, maar dat schept tenminste geen argwaan tussen zusters onderling. En misschien denkt Mesaana dat ik me er niet van bewust ben dat zij het is. Maar dat is het dus, het geheim dat je zo graag wilde weten. We jagen niet op een Zwarte zuster, maar op een Verzaker.’

Het was een afschrikwekkende gedachte, maar eigenlijk niet meer dan de Herrezen Draak die door het land liep. Licht, een Verzaker in de Toren leek geloofwaardiger dan dat Egwene de Amyrlin Zetel was! ‘We lossen het wel op,’ zei hij, en hij klonk veel zelfverzekerder dan hij zich voelde.

‘Zusters spitten door de achtergrond van iedereen in de Toren,’ zei Egwene. ‘En anderen kijken uit naar verdachte uitspraken of daden. We vinden haar wel. Ik weet alleen niet hoe we de vrouwen beter kunnen beschermen zonder nog gevaarlijkere paniek te zaaien.’

‘Zwaardhanden,’ zei Gawein overtuigd.

‘Ik zal erover nadenken, Gawein. Maar nu is er iets wat ik van jou wil.’

‘Als het in mijn macht ligt, Egwene.’ Hij zette een stap naar haar toe.

‘Dat weet je.’

‘O ja?’ vroeg ze droogjes. ‘Goed. Ik wil dat je ophoudt ’s nachts mijn deur te bewaken.’

‘Wat? Egwene, nee!’

Ze schudde haar hoofd. ‘Zie je wel? Je eerste reactie is tegenspraak.’

‘Het is de plicht van een Zwaardhand om tegenspraak te bieden, onder vier ogen, als het zijn Aes Sedai aangaat!’ Hammar had hem dat geleerd.

‘Je bent mijn Zwaardhand niet, Gawein.’ Dat snoerde hem de mond.

‘Bovendien,’ zei Egwene, ‘zou je toch weinig kunnen uitrichten tegen een Verzaker. Deze slag moet worden geleverd door zusters, en ik ben heel zorgvuldig met de bannen die ik opricht. Ik wil dat mijn vertrekken er uitnodigend uitzien. Als ze probeert me aan te vallen, dan kan ik haar misschien verrassen met een hinderlaag.’

‘Jezelf als aas gebruiken?’ Gawein kreeg de woorden amper zijn keel uit. ‘Egwene, dat is waanzin!’

‘Nee, het is wanhoop, Gawein. Er sterven vrouwen voor wie ik verantwoordelijk ben. Vermoord in hun kamers, in een tijd waarvan je zelf zegt dat we elke zuster nodig zullen hebben.’ Voor het eerst verscheen er vermoeidheid door haar masker. Het klonk door in haar stem en was zichtbaar in een licht afhangen van haar schouders. Ze verstrengelde haar handen en leek plotseling doodop.

‘Ik heb zusters opgedragen alles op te diepen wat we over Mesaana kunnen vinden,’ vervolgde Egwene. ‘Ze is geen strijder, Gawein. Ze is een bestuurder, een plannenmaakster. Als ik haar tegenover me kan krijgen, kan ik haar verslaan. Maar we moeten haar eerst vinden. Mezelf blootstellen is maar één van mijn plannen. En je hebt gelijk, het is gevaarlijk. Maar ik heb uitgebreide voorzorgsmaatregelen genomen.’

‘Het bevalt me helemaal niet.’

‘Ik heb jouw goedkeuring niet nodig.’ Ze keek hem aan. ‘Je zult me moeten vertrouwen.’

‘Ik vertrouw je ook,’ zei hij.

‘Ik vraag je alleen maar om dat voor de verandering eens te laten zien.’

Gawein knarste met zijn tanden. Toen maakte hij een buiging en verliet haar werkkamer, waarbij hij – tevergeefs – probeerde de deur niet te hard achter zich dicht te trekken. Silviana keek hem afkeurend aan toen hij langs haar liep.

Van daaraf liep hij door naar het oefenterrein, hoe onbehaaglijk hij zich daar ook voelde. Hij had de behoefte om zich af te reageren met het zwaard.

Egwene slaakte een diepe zucht, liet zich achteroverzakken in haar stoel en sloot haar ogen. Waarom had ze zoveel moeite om haar gevoelens in toom te houden als ze met Gawein te maken had? Ze voelde zich nooit zo weinig Aes Sedai als wanneer ze met hem praatte. Zoveel gevoelens wervelden binnen in haar, als verschillende soorten wijn die overliepen en zich met elkaar mengden: woede over zijn koppigheid, een brandend verlangen naar zijn omhelzing, verwarring over haar onvermogen om het één boven het ander te stellen. Gawein kon dwars door haar huid in haar hart boren. Die hartstocht van hem was verrukkelijk. Ze was bang dat als ze hem bond, die haar zou besmetten. Ging het zo? Hoe voelde het om een binding aan te gaan, je gewaar te zijn van de gevoelens van iemand anders? Ze wilde dat met hem, die verbintenis die anderen ook hadden. En het was inderdaad belangrijk dat ze mensen om zich heen had die haar tegenspraak boden, althans onder vier ogen. Mensen die haar kenden als Egwene, en niet alleen als de Amyrlin. Maar Gawein was nog te bandeloos, met te weinig vertrouwen. Ze herlas haar brief aan de nieuwe koning van Tyr, waarin ze schreef dat Rhand dreigde de zegels te breken. Haar voornemen om hem tegen te houden was afhankelijk van voldoende steun van mensen die hij vertrouwde. Ze had tegenstrijdige verslagen over Darlin Sisnera gelezen. In sommige werd gesteld dat hij een van Rhands grootste aanhangers was, terwijl in andere werd beweerd dat hij Rhands grootste tegenstander was.

Ze legde de brief even terzijde en schreef een paar gedachten op over hoe ze de Zaal kon benaderen over de kwestie van Zwaardhanden. Gawein had uitstekende rechtvaardigingen, hoewel hij te ver ging en zich te veel aanmatigde. Een pleidooi houden dat vrouwen die geen Zwaardhand hadden er een zouden moeten kiezen... Een uiteenzetting van alle voordelen en een benadrukking dat het levens zou redden en zou helpen bij het verslaan van de Schaduw... dat zou gepast zijn.