Выбрать главу

‘Hij kan ze zelf oproepen als hij daartoe besluit,’ zei Perijn koppig. ‘Heer,’ zei Alliandre. ‘Ik heb niet aan hem gezworen. Ik heb aan ü gezworen. Als Geldan naar Tarmon Gai’don gaat, dan moet dat onder uw banier gebeuren.’

Perijn stond op, waar meerdere mensen in de tent van schrokken. Ging hij weg? Hij liep zonder een woord te zeggen naar de open kant van de tent en stak zijn hoofd naar buiten. ‘Wil, kom even hier,’ riep hij.

Een weving van de Ene Kracht voorkwam dat mensen buiten konden meeluisteren. Morgase zag Masuri’s wevingen, afgebonden rondom de tent. Ze waren zo ingewikkeld, het was bijna een bespotting van Morgases eigen nietige vermogen.

Masuri tikte tegen de zijkant van haar kom en Morgase haastte zich om hem bij te vullen. De vrouw nipte graag van thee als ze zenuwachtig was.

Perijn draaide zich weer om naar de aanwezigen toen er een jongeling met een stoffen bundel onder zijn arm binnenkwam.

‘Rol hem uit,’ zei Perijn.

De jongeman gehoorzaamde met een onwillig gezicht. Op het doek stond de wolvenkop, Perijns teken.

‘Ik heb deze banier niet gemaakt,’ zei Perijn. ‘Ik heb hem nooit willen hebben, maar heb hem laten wapperen omdat me dat werd aangeraden. Nou, de redenen daarvoor bestaan niet meer. Ik kan wel het bevel geven om dat ding te laten neerhalen, maar dat lijkt nooit lang te werken.’ Hij keek Wil aan. ‘Wil, ik wil dat dit in het hele kamp bekend wordt gemaakt. Dit is een rechtstreeks bevel. Ik wil dat alle exemplaren van die verrekte vlag worden verbrand. Is dat duidelijk?’

Wil verbleekte. ‘Maar...’

‘Doe het,’ zei Perijn. ‘Alliandre, jij zweert aan Rhand zodra we hem vinden. Je kunt niet onder mijn banier rijden, omdat ik geen banier zal hébben. Ik ben smid, en dat is dat. Ik onderga die dwaasheid nu al veel te lang.’

‘Perijn?’ vroeg Faile. Ze keek verbaasd. ‘Is dit wel verstandig?’ Domme man. Hij had dit in ieder geval met zijn vrouw moeten bespreken. Maar mannen bleven nu eenmaal mannen. Ze koesterden hun geheimen en hun voornemens.

‘Ik weet niet of het verstandig is, maar het is wel wat ik doe,’ zei hij, en hij nam weer plaats. ‘Wegwezen, Wil. Ik wil dat al die banieren vanavond verbrand zijn. En niemand mag er een achterhouden, is dat begrepen?’

Wil verstijfde, maar toen draaide hij zich om en beende zonder te antwoorden de tent uit. De jongen keek alsof hij zich verraden voelde. Vreemd genoeg merkte Morgase dat ze dat zelf ook een beetje voelde. Het was belachelijk. Dit was wat ze wilde, het was wat Perijn zou moeten doen. En toch, de mensen waren bang, en terecht. Die hemel, de dingen die gebeurden in de wereld... Nou, in dit soort tijden kon je het een man misschien vergeven als hij ongevraagd het bevel op zich nam.

‘Je bent een dwaas, Perijn Aybara,’ bitste Masuri. Ze kon nogal bot zijn.

‘Jongen,’ zei Tam tegen Perijn, ‘de mannen stellen veel vertrouwen in die banier.’

‘Té veel,’ vond Perijn.

‘Misschien. Maar het is goed om iets te hebben waar je je op kunt richten. Toen je die andere banier neerhaalde, viel hen dat zwaar. Dit zal nog erger zijn.’

‘Het moet gebeuren,’ zei Perijn. ‘De mannen uit Tweewater zijn er te zeer gehecht aan geraakt, beginnen te zeggen dat ze bij mij willen blijven in plaats van terug te keren naar hun gezinnen, waar ze horen. Als we weer Poorten kunnen maken, Tam, neem jij ze mee en vertrek je.’ Hij keek naar Berelain. ‘Van jou en je mannen zal ik wel niet af kunnen komen. Jullie gaan met mij mee naar Rhand.’

‘Ik was me er niet van bewust,’ zei Berelain stijfjes, ‘dat je “van ons af” wilde. Je leek mijn steun maar al te graag te aanvaarden toen je de diensten van mijn Vleugelgardisten inriep bij het redden van je vrouw.’

Perijn haalde diep adem. ‘Ik stel prijs op je hulp, van jullie allemaal. We hebben iets goeds gedaan in Malden, en niet alleen voor Faile en Alliandre. Het was iets wat gebeuren moest. Maar het Licht mag me verzengen, dat ligt nu achter ons. Als jullie Rhand willen volgen, dan ben ik ervan overtuigd dat hij jullie wil hebben. Maar mijn Asha’man zijn uitgeput, en de taken die me zijn gegeven zijn voltooid. Er zitten haken in mijn lijf die me terugtrekken naar Rhand. Voordat ik dat kan doen, moet ik met jullie allemaal klaar zijn.’

‘Echtgenoot,’ zei Faile afgemeten. ‘Mag ik voorstellen dat we beginnen met degenen die graag weg willen?’

‘Ja,’ sloot Aravine zich bij haar aan. De voormalige gai’shain zat achter in de tent, eenvoudig over het hoofd te zien, hoewel ze inmiddels een belangrijke rol speelde in Perijns kampbestuur. Ze trad als een soort onofficiële stadhouder op. ‘Sommige vluchtelingen willen wel graag naar huis.’

‘Ik zou liever iedereen wegsturen, als het kan,’ zei Perijn. ‘Gradi?’ De Asha’man haalde zijn schouders op. ‘De Poorten die ik voor de verkenners heb gemaakt, hebben niet al te veel van me gevergd, dus ik denk dat ik nog wel een paar grotere kan maken. Ik ben nog wel een beetje zwak, maar ik heb mijn ziekte grotendeels overwonnen. Neald zal echter wat meer tijd nodig hebben.’

‘Heer.’ Balwer hoestte zachtjes. ‘Ik heb een aantal opvallende cijfers. Het zal uren kosten om zoveel mensen als u nu hebt door Poorten te verplaatsen, misschien wel dagen. Het zal niet zo snel gaan als toen we Malden naderden.’

‘Dat zal zwaar worden, heer,’ zei Gradi. ‘Ik denk niet dat ik een Poort zo lang open kan houden. Niet als u wilt dat ik sterk genoeg ben om nog te kunnen vechten, voor het geval dat nodig mocht zijn.’ Perijn ging zitten en bekeek de kaart opnieuw. Berelains kom was leeg; Morgase haastte zich om hem bij te vullen. ‘Goed dan,’ zei Perijn. ‘We beginnen met het wegsturen van een paar kleine groepen vluchtelingen, en diegenen die willen vertrekken gaan als eersten.’

‘En misschien,’ opperde Faile, ‘wordt het tijd om boodschappers naar de Draak te sturen; hij is misschien bereid nog enkele Asha’man te sturen.’

Perijn knikte. ‘Goed.’

‘Het laatste wat wij gehoord hebben,’ zei Seonid, ‘is dat hij in Cairhien was. Het grootste aantal vluchtelingen komt daar vandaan, dus kunnen we beginnen met enkelen van hen naar huis te sturen, samen met verkenners om de Draak te benaderen.’

‘Hij is daar niet,’ zei Perijn.

‘Hoe weet je dat?’ Edarra zette haar kom neer. Morgase sloop langs de buitenwand van de tent en greep de kom om hem bij te vullen. Als oudste van de Wijzen, en misschien wel de hoogste – dat was moeilijk te bepalen bij Wijzen – zag Edarra er opvallend veel jonger uit dan ze volgens zeggen was. Morgases eigen kleine vermogen in de Ene Kracht was voldoende om te bespeuren dat deze vrouw sterk was. Waarschijnlijk de sterkste in deze tent.

‘Ik...’ Perijn scheen te aarzelen. Had hij een inlichtingenbron waar hij niets over kwijt wilde? ‘Rhand is wel vaker op plaatsen waar je hem niet verwacht. Ik betwijfel of hij in Cairhien is gebleven. Maar Seonid heeft gelijk: het is de beste plek om te beginnen met zoeken.’

‘Heer,’ zei Balwer. ‘Ik maak me zorgen over waar we eh, misschien op stuiten als we niet voorzichtig zijn. Hele hordes vluchtelingen, die onverwachts terugkeren door Poorten? We hebben al enige tijd niets meer van ons laten horen. Misschien moeten we, naast contact opnemen met de Draak, verkenners op pad sturen om inlichtingen te verzamelen?’

Perijn knikte. ‘Daar kan ik wel mee instemmen.’ Balwer ging achteroverzitten en keek verheugd, hoewel die man er opvallend goed in was zijn gevoelens te verbergen. Waarom wilde hij zo graag iemand naar Cairhien sturen?

‘Ik geef toe,’ zei Gradi, ‘dat het me zorgen baart om al die mensen te verplaatsen. Zelfs als Neald weer beter is, zal het uitputtend worden om de Poorten lang genoeg open te houden om ze er allemaal door te laten gaan.’

‘Perijn Aybara,’ zei Edarra. ‘Er is misschien een oplossing voor dit probleem.’

‘Welke dan?’

‘Die leerlingen hadden het ergens over. Een cirkel, noemen ze het? Als we koppelen, de Asha’man met enkelen van ons, dan kan hun dat mogelijk de kracht geven om grotere Poorten te maken.’ Perijn krabde in zijn baard. ‘Gradi?’