‘Ik heb nog nooit met een cirkel gewerkt, heer. Maar als we kunnen uitknobbelen hoe het werkt... Nou, met grotere Poorten kunnen er sneller meer mensen door. Dat zou een stuk helpen.’
‘Goed,’ zei Perijn, zich wendend tot de Wijze. ‘Wat kost het me om jullie dat te laten proberen?’
‘Je hebt te lang met Aes Sedai te maken gehad, Perijn Aybara,’ antwoordde Edarra snuivend. ‘Niet alles hoeft iets te kósten. Dit is van voordeel voor ons allemaal. Ik overwoog al een tijdje om het voor te stellen.’
Perijn fronste zijn voorhoofd. ‘Hoe lang weet je al dat dit een mogelijkheid zou kunnen zijn?’
‘Lang genoeg.’
‘Het Licht brande je, vrouw, waarom ben je er dan niet eerder mee gekomen?’
‘Je lijkt meestal amper belangstelling te hebben voor je positie als hoofdman,’ zei Edarra kil. ‘Eerbied moet je verdienen, niet opeisen, Perijn Aybara.’
Morgase hield haar adem in bij die aanstootgevende opmerking. Veel heren zouden zich niet zo laten toespreken. Perijn verstijfde, maar toen knikte hij, alsof hij niet anders had verwacht. ‘Je Asha’man waren ziek toen ik hier voor het eerst aan dacht,’ vervolgde Edarra. ‘Eerder zou het niet hebben gewerkt. Dit was het geschikte ogenblik om de kwestie aan de orde te stellen, en daarom heb ik dat gedaan.’
In de ene zin beledigt ze de Aes Sedai, dacht Morgase, en in de volgende gedraagt ze zich net zoals zij. Toch had de gevangenschap in Malden Morgase geholpen om de gebruiken van de Aiel enigszins te gaan begrijpen. Iedereen beweerde dat de Aiel ondoorgrondelijk waren, maar aan dat soort praat hechtte ze weinig waarde. Aiel waren ook maar mensen. Ze hadden vreemde gebruiken en culturele eigenaardigheden, maar dat gold ook voor alle andere volkeren. Een koningin moest alle mensen binnen haar rijk kunnen begrijpen; en alle potentiële vijanden van haar rijk.
‘Goed dan,’ zei Perijn. ‘Gradi, put jezelf niet te veel uit, maar begin met hen samen te werken. Kijk of jullie een cirkel kunnen vormen.’
‘Ja, heer,’ antwoordde Gradi. De Asha’man leek altijd een beetje afwezig. ‘Het is misschien goed om Neald hierbij te betrekken. Hij wordt duizelig als hij staat, maar hij kan niet wachten om weer iets met de Kracht te doen. Dit is mogelijk een goede manier voor hem om er weer in te komen.’
‘Goed,’ zei Perijn.
‘We hebben het nog niet verder over de verkenners gehad die we naar Cairhien sturen,’ zei Seonid. ‘Ik wil graag met die groep mee.’ Perijn krabde over de stoppels op zijn kin. ‘Ik zou niet weten waarom niet. Neem je Zwaardhanden, twee Speervrouwen en Pel Aydaer mee. Wees onopvallend, als het kan.’
‘Camaille Nolaisen gaat ook mee,’ zei Faile. Natuurlijk wilde zij een Cha Faile aan de groep toevoegen.
Balwer schraapte zijn keel. ‘Heer, we hebben dringend behoefte aan papier, nieuwe penpunten en enkele andere gevoelige zaken.’
‘Dat kan toch wel wachten?’ Perijn fronste zijn voorhoofd. ‘Nee,’ zei Faile langzaam. ‘Nee, echtgenoot, Ik vind het een goed voorstel. We moeten iemand sturen om de voorraden aan te vullen. Balwer, wil jij die spullen zelf gaan halen?’
‘Als mijn vrouwe dat wenst,’ zei de klerk. ‘Ik wil al tijden eens gaan kijken bij de school die de Draak in Cairhien heeft geopend. Zij hebben ongetwijfeld alles wat we nodig hebben.’
‘Goed, je mag wel gaan,’ zei Perijn. ‘Maar niemand anders. Licht! Nog meer en we kunnen net zo goed het hele verdomde leger erheen sturen.’
Balwer knikte en leek tevreden. Het was overduidelijk dat hij nu voor Perijn verspiedde. Zou hij Aybara vertellen wie Morgase werkelijk was? Had hij dat al gedaan? Perijn gedroeg zich niet alsof hij het wist.
Ze vergaarde nog een paar kommen; de bespreking liep ten einde. Natuurlijk zou Balwer aanbieden te verspieden voor Aybara; ze had die stoffige man eerder moeten benaderen om te achterhalen wat de prijs voor zijn zwijgen zou zijn. Dat soort vergissingen kon een koningin haar troon kosten.
Ze verstijfde met haar hand halverwege naar een kom. Je bent geen koningin meer. Je moet eens ophouden te denken als een koningin, berispte ze zichzelf.
In de eerste weken van haar stilzwijgende troonsafstand had ze gehoopt een manier te vinden om terug te keren naar Andor, zodat ze Elayne kon bijstaan. Maar hoe meer ze erover nadacht, des te meer besefte ze dat ze er weg moest blijven. De mensen in Andor moesten blijven geloven dat Morgase dood was. Elke koningin moest haar eigen weg vinden, en Elayne zou misschien worden aangezien als stropop van haar eigen moeder als Morgase terugkeerde. Verder had Morgase voor haar vertrek vele vijanden gemaakt. Waarom had ze zulke vreselijke dingen gedaan? Haar herinneringen aan die tijd waren wazig, maar haar terugkeer zou alleen maar oude wonden openrijten.
Ze bleef kommen verzamelen. Misschien had ze de nobele uitweg moeten kiezen en zelfmoord moeten plegen. Als vijanden van de troon ontdekten wie ze was, dan konden ze haar tegen Elayne gebruiken, net zoals de Witmantels zouden hebben gedaan. Maar voorlopig was ze geen dreiging. Bovendien had ze er vertrouwen in dat Elayne de veiligheid van Andor nooit op het spel zou zetten, zelfs niet om haar moeder te redden.
Perijn nam afscheid van de aanwezigen en gaf nog wat aanwijzingen voor het avondkamp. Morgase knielde neer en veegde met een doekje het vuil van een theekom die was omgevallen. Nial had haar verteld dat Gaebril dood was en dat Altor Caemlin in handen had. Dat zou Elayne toch wel hebben genoopt terug te keren? Was ze koningin? Hadden de Huizen haar gesteund, of hadden ze zich tegen haar gekeerd vanwege wat Morgase had gedaan?
De verkenners brachten mogelijk het nieuws waar Morgase naar hongerde. Ze zou moeten proberen bij vergaderingen aanwezig te zijn waarin hun verslagen werden besproken, misschien door aan te bieden de thee op te dienen. Hoe beter ze werd in haar werk als Failes bediende, hoe dichter ze bij belangrijke gebeurtenissen kon komen. Terwijl de Wijzen de tent verlieten, zag Morgase iemand buiten staan. Tallanvor, plichtsgetrouw als altijd. Lang, breedgeschouderd, met zijn zwaard aan zijn middel en een nadrukkelijke blik van bezorgdheid in zijn ogen.
Hij was haar bijna onophoudelijk gevolgd sinds Malden, en hoewel ze daar stelselmatig over klaagde, vond ze het eigenlijk niet erg. Na twee maanden van scheiding greep hij elke mogelijkheid aan om met haar samen te zijn. Als ze in die prachtige jonge ogen van hem keek, kon ze de mogelijkheid van zelfmoord niet overwegen, zelfs niet voor de bestwil van Andor. Daardoor voelde ze zich een dwaas. Had ze zich door haar hart al niet in genoeg moeilijkheden laten brengen? Malden had haar echter veranderd. Ze had Tallanvor ontzettend gemist. En toen was hij haar komen halen, terwijl hij zichzelf nooit zo in gevaar had moeten brengen. Hij was meer toegewijd aan haar dan aan Andor zelf. En om een of andere reden was dat nu net wat ze nodig had. Ze liep in zijn richting, met acht kommen in evenwicht op haar onderarm terwijl ze de schotels in haar hand droeg. ‘Maighdin,’ riep Perijn haar na toen ze de tent uit wilde lopen. Ze aarzelde en draaide zich weer om. Iedereen behalve Perijn en zijn vrouw was vertrokken.
‘Kom even terug, alsjeblieft,’ zei Perijn. ‘En Tallanvor, kom jij ook maar binnen. Ik zie je daar wel rondhangen. Kom op, zeg. Alsof iemand zou neersuizen en haar zou stelen terwijl ze in een tent vol Wijzen en Aes Sedai zat!’
Morgase trok haar wenkbrauw op. Voor zover zij had gezien, had Perijn zelf Faile de laatste tijd bijna evenzeer in het oog gehouden.
Tallanvor glimlachte naar haar toen hij binnenkwam. Hij pakte een paar kommen van haar arm, en ze gingen allebei tegenover Perijn staan. Tallanvor maakte een vormelijke buiging, en dat wekte bij Morgase een steek van ergernis. Hij was nog altijd lid van de koninginnegarde; het enige trouwe lid, voor zover zij wist. Hij zou niet moeten buigen voor die omhooggevallen boer. ‘Er werd iets tegen me geopperd toen jullie pas bij ons waren,’ begon Perijn nors. ‘Nou, volgens mij wordt het tijd dat ik dat doe. De laatste tijd lijken jullie wel jongelui uit verschillende dorpen die naar elkaar smachten in het laatste uur van Zonnedag. Het wordt hoog tijd dat jullie trouwen. We kunnen het Alliandre laten doen, of anders kan ik het ook doen. Hebben jullie een of ander gebruik dat jullie volgen?’