Выбрать главу

‘De gevangengenomen edelen zijn een hulpmiddel,’ zei Elayne. ‘En zo moeten we hen ook bekijken.’

Dyelin knikte. De adellijke vrouwe had er een handje van om Elayne te prikkelen, haar te dwingen te blijven zoeken naar de antwoorden waarvan ze allebei wisten dat ze die moest vinden. ‘Een hulpmiddel is nutteloos als het niet uiteindelijk wordt ingezet,’ merkte Dyelin op. Ze had een beker wijn in haar hand. Ergerlijk mens. ‘Ja,’ zei Elayne, ‘maar als je een hulpmiddel te goedkoop van de hand doet, krijg je de naam onzorgvuldig te zijn.’

‘Behalve als je iets verkoopt net voordat de waarde ervan keldert,’ kaatste Dyelin terug. ‘Er zijn veel kooplui voor dwazen uitgemaakt omdat ze ijspepers verkochten tegen een korting, om vervolgens verstandig te worden genoemd toen de prijzen nog verder daalden.’ Kn die gevangenen? Denk je dat hun waarde binnenkort zal dalen?’

‘Hun Huizen zijn in verlegenheid gebracht,’ zei Dyelin. ‘Hoe sterker jouw positie wordt, Elayne, hoe minder waardevol die politieke gevangenen worden. Je moet je voordeel niet verkwanselen, maar je moet het ook niet zo lang achter de hand houden dat niemand er meer om geeft.’

‘Je zou ze moeten terechtstellen,’ zei Birgitte.

Ze staarden haar allebei aan.

‘Wat is er?’ vroeg Birgitte. ‘Dat is wat ze verdienen, en je zou er een naam als harde tante mee krijgen.’

‘Dat is niet goed,’ zei Elayne. ‘We mogen hen niet doden omdat ze iemand anders steunden voor de troon. Er kan geen sprake zijn van verraad als er geen koningin is.’

‘Dus onze soldaten mogen sterven, maar de edelen blijven gewoon buiten schot?’ vroeg Birgitte. Ze stak haar hand op voordat Elayne tegenwerpingen kon maken. ‘Bespaar me de preek, Elayne. Ik begrijp het wel. Ik ben het er niet mee eens, maar ik snap het. Het is altijd zo geweest.’

Elayne ging verder met ijsberen. Ze bleef echter wel even staan om op Elloriens voorstel te stampen toen ze daar langskwam. Dat leverde haar een ten hemel geslagen blik van Birgitte op, maar het voelde lekker. Het ‘voorstel’ was een lijst van lege beloften, die eindigde met de eis dat Elayne de gevangenen vrijliet voor ‘de bestwil van Andor’. Ellorien beweerde dat aangezien de gevangenen geen geld hadden, de kroon hun gratie moest verlenen en hen moest vrijlaten zodat ze konden helpen bij de wederopbouw. In feite had Elayne dat ook overwogen. Maar als ze hen nü vrijliet, zouden de drie Ellorien als hun redster zien! Eventuele dankbaarheid die Elayne ten deel zou zijn gevallen, zou in plaats daarvan naar haar tegenstreefster gaan. Bloed en bloedas!

‘De Windvindsters beginnen te vragen naar het land dat je hun had beloofd,’ merkte Dyelin op.

‘Nu al?’

De oudere vrouw knikte. ‘Dat verzoek zit me nog altijd dwars. Wat willen ze met zo’n klein stukje land?’

‘Ze hebben het verdiend,’ zei Elayne.

‘Misschien. Maar dit betekent wel dat jij de eerste koningin in vijf generaties bent die een gedeelte van Andor afstaat – hoe klein ook -aan een buitenlandse macht.’

Elayne haalde diep adem en merkte vreemd genoeg dat ze wat rustiger werd. Die verrekte stemmingswisselingen! Had Melfane niet beloofd dat die minder uitgesproken zouden worden naarmate de zwangerschap vorderde? Af en toe stuiterden haar gevoelens nog steeds op en neer als een bal in een kinderspelletje.

Elayne herpakte zich en ging zitten. ‘Ik kan dit niet toestaan. De Huizen zoeken allemaal naar mogelijkheden om zich macht toe te eigenen.’

‘Jij zou in hun plaats hetzelfde doen, wed ik,’ zei Dyelin. ‘Niet als ik wist dat de Laatste Slag eraan kwam,’ snauwde Elayne. ‘We moeten iets doen om de edelen op belangrijker zaken te richten. Iets om hen achter me te verenigen, of hen er in ieder geval van te doordringen dat ze niet met me moeten sollen.’

‘En heb je een middel om dat te bereiken?’ vroeg Dyelin. ‘Ja,’ zei Elayne met een blik naar het oosten. ‘Het wordt tijd om Cairhien in te nemen.’

Birgitte verslikte zich zachtjes in haar thee. Dyelin trok alleen haar wenkbrauw op. ‘Een stoutmoedige zet.’

‘Stoutmoedig?’ vroeg Birgitte, vegend over haar kin. ‘Het is verdomme gestoord. Elayne, je hebt amper greep op Andor!’

‘Dat maakt het ogenblik nog beter,’ zei Elayne. ‘We hebben de vaart erin. Bovendien, als we nu op Cairhien afgaan, dan bewijs ik daarmee dat ik meer wil zijn dan een onnozel wicht van een koningin.’

‘Ik betwijfel of er iemand is die dat van jou denkt,’ zei Birgitte. ‘En zo wel, dan hebben ze waarschijnlijk tijdens de gevechten een paar klappen te veel op hun kop gehad.’

‘Ze heeft gelijk, hoe lomp ze het ook brengt,’ beaamde Dyelin. Ze wierp een blik op Birgitte, en Elayne voelde een steek van afkeer door Birgittes binding. Licht! Wat was er voor nodig om te zorgen dat die twee het met elkaar konden vinden? ‘Niemand twijfelt aan je kracht als koningin, Elayne. Dat zal de anderen er niet van weerhouden elk beetje macht te grijpen dat ze kunnen; ze weten dat ze het waarschijnlijk op een later tijdstip niet meer kunnen krijgen.’

‘Ik heb geen vijftien jaar de tijd om mijn bewind te stabiliseren, zoals mijn moeder,’ zei Elayne. ‘Luister, we weten allemaal dat Rhand maar blijft zeggen dat ik de Zonnetroon zal innemen. Er regeert daar nu een stedehouder, die op mij wacht, en na wat er met Colavaere is gebeurd, durft niemand Rhands besluiten naast zich neer te leggen.’

‘Als je die troon inneemt,’ zei Dyelin, ‘kan het de schijn wekken dat Altor die aan je heeft overhandigd.’

‘Nou en?’ vroeg Elayne. ‘Ik heb Andor in mijn eentje moeten innemen, maar er is niets mis mee als ik zijn geschenk van Cairhien aanvaard. Zijn Aiel waren degenen die de stad hebben bevrijd. We verlenen de Cairhienin een gunst door een rommelige Opvolging te voorkomen. Mijn aanspraak op de troon is sterk, minstens zo sterk als die van ieder ander, en Rhands getrouwen zullen achter me staan.’

‘Loop je dan niet het gevaar dat je je over de kop werkt?’

‘Mogelijk,’ zei Elayne, ‘maar het lijkt me de moeite waard. Ik zou in één klap een van de machtigste monarchen sinds Artur Haviksvleugel worden.’

Verdere discussie werd onderbroken door beleefd geklop op de deur. Elayne keek zijdelings naar Dyelin, en de nadenkende uitdrukking van de vrouw wees erop dat ze overpeinsde wat Elayne had gezegd. Nou, Elayne nam zich vast voor een graai te doen naar de Zonnetroon, met of zonder Dyelins goedkeuring. Die vrouw werd als raadsvrouw steeds nuttiger voor Elayne – het Licht zij geprezen dat Dyelin de troon niet zelf had willen hebben! – maar een koningin mocht nooit te veel op één persoon vertrouwen.

Birgitte deed open en liet de ooievaarachtige meester Norrij binnen. Hij was gekleed in rood en wit, zijn lange gezicht stond zoals altijd bedrukt, en hij droeg zijn leren map onder zijn arm. Elayne onderdrukte een kreun, ik dacht dat we voor vandaag klaar waren.’

‘Dat dacht ik ook, Majesteit,’ zei hij. ‘Maar er zijn enkele nieuwe kwesties gerezen. Ik dacht dat u die misschien... eh... belangwekkend zou vinden.’

‘Hoe bedoelt u?’

‘Nou, Majesteit,’ zei Norrij, ’u weet dat ik niet... bijzonder gesteld ben op bepaalde soorten werk. Maar in het licht van recente aanvullingen in mijn staf heb ik reden gezien om mijn aandachtsgebieden uit te breiden.’

‘Je hebt het over Hark, nietwaar?’ vroeg Birgitte. ‘Hoe gaat het met dat waardeloze stuk vuil?’

Norrij keek even naar haar. ‘Hij is... eh... vuil, zou ik zeggen.’ Hij keek weer naar Elayne. ‘Maar hij is behoorlijk vaardig, als hij eenmaal de juiste drijfveren heeft. Vergeef me alstublieft als ik vrijheden heb genomen, maar na de recente ontmoetingen – en de gasten die daardoor in uw kerkers verblijven – leek het me verstandig.’

‘Waar hebt u het over, meester Norrij?’ vroeg Elayne. ‘Vrouw Basaheen, Majesteit,’ zei Norrij. ‘De eerste opdracht die ik onze brave meester Hark heb gegeven, was een oogje te houden op het onderkomen van de Aes Sedai, een herberg die bekendstaat als de Begroetingszaal.’