Выбрать главу

Nieuwsgierig reikte Elayne naar het papier. Buitenissige beweringen? Ze kende geen huurlingkapiteins. Het gekrabbel op de bladzijde was schots en scheef, er waren talloze woorden doorgestreept, en de spelling was hier en daar... inventief. Wie die man ook was, ze... Ze knipperde verbaasd met haar ogen toen ze onder aan de bladzijde keek. Toen las ze de brief opnieuw.

Uw Verrekte Koninklijke Lastpak,

We zitten hier verdomme te wachten om met je te praten, en we beginnen allemachtig kwaad vertoornd te worden (dat betekent boos). Thom zegt dat je nu koningin bent, maar volgens mij verandert dat niks, aangezien je altijd al dee of je de koningin was. Vergeet niet dat ik je fraaie lijf uit dat gat in Tyr heb gesleept bevrijd, maar toen dee je ook al alsof je de koningin was, dus eigenlijk snap ik niet waarom ik nu verbaasd ben dat je doet alsof je de koningin bent terwijl je dat ook echt bent.

Dus dacht ik maar dat ik je dan als een verrekte koningin moest behandelen en je een verrekte brief moest sturen, met mooie woorden erin om je aandacht te trekken. Ik heb zelfs mijn ring als zegel gebruikt, zoals het met hoort. Dus hier is dan mijn vormelijke aanhef: hou verdomme OP ME weg TE sturen zodat we kunnen praten. Ik heb je gieterijen nodig. Het is allemachtig belangrijk.

-Mart

p.s. aanhef betekent begroeting.

p.p.s. Let maar niet op de doorgestreepte woorden en spelfouten. Ik wilde de brief eigenlijk overschrijven, maar Thom lacht me zo ongeloofluk uit dat ik er klaar mee wil zijn.

p.p.p.s. Niet beledigd zijn dat ik je lijf fraai noem. Ik heb er amper ooit naar gekeken, aangezien ik denk dat je mijn ogen eruit zou rukken als je dat zag. Bovendien ben ik nu getrouwd, dus dat doet er allemaal niet toe.

Elayne wist niet of ze woest of uitgelaten moest zijn. Mart was in Andor, en Thom leefde nog! Ze waren uit Ebo Dar ontsnapt. Hadden ze Olver gevonden? Hoe waren ze aan de Seanchanen ontkomen?

Er welden ontzettend veel gevoelens en vragen in haar op. Birgitte stond rechtop te fronsen; ze voelde alles mee. ‘Elayne? Wat is er? Heeft die kerel je beledigd?’

Elayne merkte dat ze knikte terwijl de tranen haar in de ogen sprongen.

Birgitte vloekte en beende naar haar toe. Meester Norrij oogde ontdaan, alsof hij er spijt van had dat hij de brief had gebracht. Elayne barstte in lachen uit. Birgitte verstijfde. ‘Elayne?’

‘Het gaat wel,’ zei Elayne, die de tranen uit haar ogen veegde en zichzelf dwong om diep in te ademen. ‘O, Licht. Dat had ik even nodig. Hier, lees maar.’

Birgitte griste de brief uit haar hand, en tijdens het lezen klaarde haar gezicht op. Ze grinnikte. ‘Jij hebt een fraai lijf? Dat moet hij zeggen. Mart heeft de fraaiste kont die ik ooit bij een vent heb gezien.’

‘Birgitte!’ riep Elayne.

‘Nou, het is waar,’ zei de Zwaardhand, en ze gaf Elayne de brief terug. ‘Zijn gezicht vind ik veel te knap, maar dat wil nog niet zeggen dat ik geen fraai achterwerk herken als ik er een zie. Licht, het zal fijn zijn om hem terug te hebben! Eindelijk iemand met wie ik wat kan gaan drinken zonder dat hij naar me kijkt als zijn verrekte militaire bevelhebber.’

‘Hou je in, Birgitte,’ zei Elayne, die de brief opvouwde. Norrij leek aanstoot te hebben genomen aan de uitwisseling. Dyelin zei niets. Er was nogal wat voor nodig om die vrouw van haar stuk te brengen, en ze had wel erger van Birgitte gehoord.

‘Goed gedaan, meester Norrij,’ zei Elayne. ‘Dank u dat u dit onder mijn aandacht hebt gebracht.’

‘Dus u kent die huurlingen inderdaad?’ vroeg hij met enige verbazing.

‘Het zijn geen huurlingen. Eigenlijk weet ik niet eens zeker wat ze zijn. Vrienden. En bondgenoten, hoop ik.’ Waarom had Mart de Bond van de Rode Hand eigenlijk mee naar Andor genomen? Waren ze trouw aan Rhand? Kon ze gebruik van hen maken? Mart was een schurk, maar hij had merkwaardig veel kijk op tactiek en oorlogvoering. Een soldaat onder zijn bevel was er tien waard van het zootje huurlingen dat ze de laatste tijd gedwongen was geweest in te huren.

‘Mijn verontschuldigingen, Majesteit, voor mijn vergissing,’ zei Norrij. ‘Ik had hier eerder mee naar u toe moeten komen. Mijn verspieders vertelden me dat deze groep onlangs nog in dienst was van de Kroon van Morland, dus hechtte ik geen waarde aan de bewering van hun leider dat hij geen huurling was.’

‘U hebt het goed gedaan, meester Norrij,’ zei Elayne, die nog steeds zowel vermaakt als beledigd was. Het was vreemd hoe vaak je tussen die twee uitersten heen en weer stuiterde als het om Martrim Cauton ging. ‘Het Licht weet dat ik het druk heb gehad. Maar alstublieft, als iemand beweert mij persoonlijk te kennen, breng het dan in ieder geval onder Birgittes aandacht.’

‘Ja, Majesteit.’

‘Regel een ontmoeting met meester Cauton,’ zei ze, terwijl ze vergeefs wenste dat ze tijd had om hem een brief terug te schrijven die net zo beledigend was als die aan haar. ‘Zeg dat hij Thom mee moet nemen. Om... hem in het gareel te houden.’

‘Zoals u wenst, Majesteit,’ zei Norrij met de gebruikelijke stramme buiging. ‘Als ik me dan mag terugtrekken...’

Ze knikte om hem te bedanken en hij vertrok en sloot de deur achter zich. Elayne hield Marts brief tussen twee vingers vast. Kon ze Mart gebruiken, op een of andere manier, om te helpen bij de problemen die Ellorien veroorzaakte? Zoals ze de Grenslanders had gebruikt? Of lag dat te veel voor de hand? ‘Waarom heeft hij het over gieterijen, denk je?’ vroeg Birgitte. ‘Het kan iets eenvoudigs zijn, zoals dat hij een nieuwe klok nodig heeft om het uur mee te slaan in zijn kamp.’

‘Maar je denkt niet dat het zo eenvoudig is.’

‘Mart is erbij betrokken,’ zei Elayne. ‘Hij heeft de neiging alles ingewikkeld te maken, en zoals hij die regel schrijft, klinkt het naar een van zijn plannetjes.’

‘Dat is waar. En als hij alleen maar een klok wilde hebben, dan zou hij met een uurtje dobbelen genoeg kunnen winnen om zo’n ding te kopen.’

‘Kom op nou,’ zei Elayne. ‘Zoveel geluk heeft hij nu ook weer niet.’ Birgitte snoof in haar thee. ‘Je moet beter opletten, Elayne. Die man kan nog winnen als hij tegen de Duistere dobbelt.’

Elayne schudde haar hoofd. Soldaten, ook Birgitte, konden zo’n bijgelovig stel zijn. ‘Zorg dat er een paar extra gardevrouwen op wacht staan als Mart komt. Hij kan nogal uitbundig zijn, en ik wil niet dat hij toestanden maakt.’

‘Wie is die man in vredesnaam?’ vroeg Dyelin verward. ‘Een van de andere twee ta’veren die zijn opgegroeid samen met Rhand Altor,’ zei Birgitte, en ze gooide haar thee achterover. Ze dronk niet meer sinds Elayne zwanger was. Er leed in ieder geval iemand met haar mee.

‘Mart is... een heel beweeglijk individu,’ zei Elayne. ‘Hij kan heel nuttig zijn als hij goed onder de duim wordt gehouden. Als dat niet gebeurt – en dat is meestal het geval – dan kan hij een regelrechte ramp zijn. Maar wat je verder ook over hem kunt zeggen, hij en zijn Bond kunnen vechten.’

‘Je gaat ze gebruiken, nietwaar?’ vroeg Birgitte, en ze keek Elayne goedkeurend aan.

‘Natuurlijk,’ zei Elayne. ‘En ik geloof dat Mart heeft gezegd dat hij een heleboel Cairhienin in de Bond heeft zitten. Dat zijn inheemse zonen. Als ik aankom met dat gedeelte van de Bond als onderdeel van mijn leger, dan gaat de overgang misschien gemakkelijker.’

‘Dus je bent echt van zins hiermee door te gaan?’ vroeg Dyelin. ‘De Zonnetroon innemen? Nu?’

‘De wereld heeft behoefte aan eenheid,’ zei Elayne, en ze stond op. ‘Met Cairhien begin ik ons allemaal te verbinden. Rhand bestuurt lllian en Tyr al, en hij heeft banden met de Aiel. We zijn allemaal verbonden.’

Ze keek naar het westen, waar ze de kluwen van gevoelens bespeurde die Rhand vertegenwoordigde. Het enige wat ze tegenwoordig nog van hem voelde, was een kille woede, diep begraven. Was hij in Arad Doman?