Выбрать главу

‘De troon van Andor veiligstellen is geen “zwijmelen en dromen”!’

‘Nynaeve,’ mengde Egwene zich erin, ‘als je de wevingen echt kent, dan zou het me veel helpen als je fatsoenlijk wordt verheven. Het zou minder de schijn wekken dat ik mijn vriendinnen voortrek.’

‘Ze zeggen dat de beproeving gevaarlijk is,’ zei Elayne. ‘Weet je zeker dat je de wevingen goed beheerst?’

‘Ik red me wel,’ antwoordde Nynaeve.

‘Uitstekend,’ zei Egwene. ‘Dan verwacht ik je hier morgenochtend.’

‘Zo snel al!’ riep Nynaeve ontdaan.

‘Hoe eerder jij die Eedstaf vasthoudt, hoe eerder ik kan ophouden me zorgen over je te maken. Elayne, we moeten nog steeds iets met jou aanvangen.’

‘Mijn zwangerschap verstoort mijn vermogen om te geleiden,’ zei Elayne. ‘Het gaat al beter – ik kon gelukkig hierheen komen – maar het is nog steeds een probleem. Vertel de Zaal maar dat het te gevaarlijk voor me zou zijn – en voor de kleintjes – om de beproeving te ondergaan terwijl ik niet betrouwbaar kan geleiden.’

‘Dan stellen ze mogelijk voor dat je wacht,’ zei Nynaeve. ‘En me vrij laten rondlopen zonder de geloften?’ vroeg Elayne. ‘Hoewel ik wél zou willen weten of er al eens eerder een zwangere vrouw de geloften heeft afgelegd, gewoon voor de zekerheid.’

‘Ik zal het proberen uit te zoeken,’ zei Egwene. ‘Tot die tijd heb ik een andere taak voor je.’

‘Ik heb het nogal druk met het besturen van Andor, Moeder.’

‘Weet ik,’ zei Egwene. ‘Helaas kan ik het niemand anders vragen. Ik heb meer droom-ter’angrealen nodig.’

‘Dat kan ik misschien wel regelen,’ zei Elayne. ‘Gesteld dat ik weer betrouwbaar kan geleiden.’

‘Wat is er gebeurd met de droom-ter’angreaal die je had?’ vroeg Nynaeve aan Egwene.

‘Gestolen,’ antwoordde Egwene. ‘Door Sheriam. Die trouwens van de Zwarte Ajah was.’

De twee slaakten kreten, en Egwene besefte dat ze nog niets wisten van de ontmaskering van honderden Zwarte zusters. Ze haalde diep adem. ‘Zet je schrap,’ zei ze. ‘Ik heb een schrijnend verhaal voor jullie. Vlak voor de Seanchaanse aanval kwam Verin naar me toe...’ Op dat ogenblik ging het belletje in haar hoofd weer af. Egwene verplaatste zichzelf. De kamer om haar heen verdween, en plotseling stond ze buiten in de gang, waar haar wevingen waren geplaatst. Ze stond oog in oog met Talva, een slanke vrouw met een goudblonde knot. Ze was ooit lid geweest van de Gele Ajah, maar was een van de Zwarte zusters die de Toren waren ontvlucht. Wevingen van Vuur sprongen rondom Talva op, maar Egwene was al begonnen met het maken van een schild. Ze zette het met een bons tussen de andere vrouw en de Bron en weefde onmiddellijk Lucht om haar te verstrikken.

Ze hoorde een geluid achter zich. Egwene dacht niet na; ze verplaatste zichzelf en vertrouwde op haar bekendheid met Tel’aran’rhiod. Ze verscheen achter een vrouw die een straal Vuur afschoot. Alviarin.

Egwene grauwde en begon aan een volgend schild toen Alviarins golf van Vuur de ongelukkige Talva raakte, die begon te gillen toen ze in brand vloog. Alviarin draaide zich om, slaakte een kreet en verdween. Het Licht verzenge haar, dacht Egwene. Alviarin stond helemaal boven aan de lijst van vrouwen die ze gevangen wilde nemen. Het werd stil in de gang en Talva’s lijk – zwart en walmend – zakte op de grond. Ze zou nooit meer ontwaken. Als je hier stierf, stierf je ook in de echte wereld.

Egwene huiverde; die moorddadige weving was voor haar bedoeld geweest. Ik heb te veel op geleiden vertrouwd, dacht ze. Gedachten gaan sneller dan je wevingen kunt maken. Ik had me touwen rondom Alviarin moeten inbeelden.

Nee, Alviarin zou nog hebben kunnen wegspringen bij touwen. Egwene had niet gedacht als een Droomster. De laatste tijd had ze zich gericht op de Aes Sedai en hun problemen, en wevingen waren natuurlijk voor haar. Maar ze mocht niet vergeten dat gedachten op deze plek sterker waren dan de Ene Kracht.

Egwene keek op toen Nynaeve de Zaal uit stormde, wat behoedzamer gevolgd door Elayne. ‘Ik voelde iemand geleiden,’ zei Nynaeve. Toen merkte ze het walmende lijk op. ‘Licht!’

‘Zwarte zusters,’ zei Egwene, die haar armen over elkaar sloeg. ‘Het lijkt erop dat ze goed gebruikmaken van die droom-ter’angrealen. Ik vermoed dat ze het bevel hebben om ’s nachts door de Witte Toren te sluipen. Misschien op zoek naar ons, misschien op zoek naar inlichtingen die ze tegen ons kunnen gebruiken.’ Egwene en de anderen hadden datzelfde gedaan tijdens het bewind van Elaida. ‘We hadden niet hier moeten afspreken,’ zei Nynaeve. ‘De volgende keer kiezen we een andere plek.’ Ze aarzelde. ‘Als jij het ermee eens bent, Moeder.’

‘Misschien,’ antwoordde Egwene. ‘Misschien niet. We verslaan ze nooit als we ze niet kunnen vinden.’

‘In valstrikken lopen is niet bepaald de beste manier om ze te verslaan, Moeder,’ zei Nynaeve vlak.

‘Dat hangt van je voorbereidingen af,’ zei Egwene. Ze fronste haar voorhoofd. Had ze daar nu net een stukje zwarte stof gezien, dat een hoek om dook? Egwene was daar in een oogwenk; Elaynes geschrokken vloek klonk door de gang achter haar. Tjonge, wat had die vrouw een scherpe tong.

Het was er verlaten. Spookachtig, bijna te stil. Maar dat was gewoon in Tel’aran’rhiod.

Egwene bleef vervuld van de Ene Kracht toen ze terugliep naar de andere twee. Ze had de Witte Toren gereinigd, maar er bleef een besmettingshaard bestaan, verstopt in het hart ervan. Ik zal je vinden, Mesaana, dacht Egwene, en toen wenkte ze de anderen. Ze verplaatsten zich naar de heuvel waar Egwene eerder was geweest, een plek waar ze meer uitleg kon geven over de gebeurtenissen die de andere twee hadden gemist.

15

Gebruik een kiezelsteen

Nynaeve haastte zich over de geplaveide straten van Tyr, met de Asha’man Naeff aan haar zijde. Ze voelde nog altijd die storm in het noorden, ver weg maar verschrikkelijk. Onnatuurlijk. En hij verplaatste zich naar het zuiden. Lan was daar. ‘Het Licht behoede hem,’ fluisterde ze. ‘Wat zeg je, Nynaeve Sedai?’ vroeg Naeff.

‘Niets.’ Ze begon te wennen aan de mannen in hun zwarte jassen. Ze voelde géén rilling van onbehagen als ze naar Naeff keek. Dat zou dom zijn. Saidin was gereinigd, daar had ze nota bene zelf bij geholpen. Ze hoefde zich niet onbehaaglijk te voelen. Zelfs al was het zo dat de Asha’man soms naar niets staarden, in zichzelf mompelden. Zoals Naeff, die in de schaduwen van een gebouw vlakbij tuurde, met zijn hand op zijn zwaard.

‘Voorzichtig, Nynaeve Sedai,’ zei hij. ‘We worden door nog een Myrddraal gevolgd.’

‘Weet je dat... zeker, Naeff?’

De lange man met het hoekige gezicht knikte. Hij was goed in wevingen – vooral met Lucht, wat ongebruikelijk was voor een man -en was heel beleefd tegen alle Aes Sedai, in tegenstelling tot sommige andere Asha’man. ‘Ja, ik weet het zeker,’ zei hij. ‘Ik weet niet waarom ik ze wel kan zien, terwijl ze voor anderen onzichtbaar zijn. Ik moet er een Talent voor hebben. Ze verbergen zich in de schaduwen, als een soort verkenners, denk ik. Ze hebben nog niet toegeslagen; ik vermoed dat ze voorzichtig zijn omdat ze weten dat ik ze kan zien.’

Hij maakte de laatste tijd nachtelijke tochten door de Steen van Tyr, op zoek naar de Myrddraal die alleen hij kon zien. Zijn waanzin werd niet erger, maar oude kwetsuren gingen niet meer over. Hij zou zijn litteken altijd bij zich dragen. Arme man. In ieder geval was zijn waanzin niet zo erg als bij sommige anderen.

Nynaeve keek naar voren en beende over de brede, geplaveide straat. Er stonden gebouwen aan weerszijden, op de lukrake wijze van Tyr. Een groot landhuis met twee kleine torens en een bronzen, poortachtige deur stond naast een herberg van bescheiden afmetingen. Ertegenover was een rij huizen met smeedijzer in de deuropeningen en vensters, maar in het midden van de rij zat ineens een slagerij. Nynaeve en Naeff waren op weg naar de buurt die Alzomer heette, even binnen de westelijke muur. Het was niet het rijkste gedeelte van Tyr, maar beslist welvarend. Al was er in Tyr natuurlijk maar één onderscheid: burger of edele. Veel edelen beschouwden de burgers nog steeds als geheel verschillende – en minderwaardige – schepsels. Ze kwamen enkele van die burgers tegen. Mannen in wijde broeken die werden bijeengebonden aan de enkels, met kleurrijke sjerpen om hun middel. Vrouwen in hoog gesloten gewaden en met lichtgekleurde schorten voor. Je zag veel brede strohoeden met platte bovenzijden of met stoffen linten eraan. Veel mensen droegen klompen aan een koord over hun schouder, die ze gebruikten als ze weer terug moesten naar de modder.