Выбрать главу

Af en toe een gunst, zoals jullie in het verleden ook aan de Kroon hebben verleend.’

Het werd stil in de tuin. Gedempte stemmen uit de stad beneden rezen naar hen op, en de takken trilden in de wind en lieten een paar bruine bladeren tussen Elayne en de Kinne vallen. ‘Dat klinkt gevaarlijk,’ zei Alise, die een slokje thee nam. ‘U wilt toch niet voorstellen dat we hier een concurrerende Witte Toren oprichten, in Caemlin?’

‘Helemaal niet,’ antwoordde Elayne snel. ‘Ik ben immers zélf Aes Sedai. En Egwene heeft het erover gehad dat ze de Kinne wil laten doorgaan zoals voorheen, zolang ze haar gezag maar aanvaarden.’

‘Ik weet zo net nog niet of we wel willen “doorgaan zoals voorheen”,’ zei Alise. ‘De Witte Toren heeft ons laten leven in grote angst dat we zouden worden ontdekt. Maar al die tijd gebruikten ze ons. Hoe meer we daarbij stilstaan, hoe minder... blij we daarmee zijn.’

‘Spreek voor jezelf, Alise,’ zei Sumeko. ‘Ik ben wél voornemens me te laten beproeven en terug te keren naar de Toren. Ik sluit me bij de Gele Ajah aan, let op mijn woorden.’

‘Misschien, maar mij willen ze niet hebben,’ zei Alise. ‘Ik ben niet sterk genoeg in de Kracht. Ik ben niet van zins een of andere halve maatregel te aanvaarden, gedwongen om te kruipen en buigen elke keer als er een zuster langskomt die wil dat ik haar was doe. Maar ik stop ook niet met geleiden. Ik geef het niét op. Egwene Sedai zegt dat de Kinne kan doorgaan, maar als we dat doen, mogen we dan ook openlijk met de Ene Kracht werken?’

‘Ik neem aan van wel,’ zei Elayne. ‘Veel hiervan komt van Egwene zelf. Ze zou beslist geen Aes Sedai voor hun oude dag naar jullie toe sturen als het hun verboden was te geleiden. Nee, de tijd dat vrouwen buiten de Toren in het geheim moesten geleiden, ligt achter ons. De Windvindsters en de Wijzen van de Aiel hebben bewezen dat de tijden moeten veranderen.’

‘Dat kan wel zijn,’ zei Alise. ‘Maar onze diensten beschikbaar stellen aan de Kroon van Andor is een heel andere zaak.’

‘We zouden ervoor waken te wedijveren met de belangen van de Toren,’ zei Elayne. ‘En jullie zouden het gezag van de Amyrlin aanvaarden. Wat is dan het probleem? Aes Sedai leveren diensten aan monarchen overal in het land.’

Alise nipte van haar thee. ‘Uw aanbod heeft verdiensten. Maar onze instemming is afhankelijk van de aard van de gunsten die de Kroon van Andor zou verlangen.’

‘Ik zou maar twee dingen van jullie vragen,’ antwoordde Elayne.

‘Reizen en Heling. Jullie hoeven je niet te mengen in onze conflicten, jullie hoeven geen deel uit te maken van onze politiek. Beloof eenvoudigweg mijn volk te Helen als er zieken zijn, en elke dag een groep vrouwen aan te wijzen voor het maken van Poorten wanneer de Kroon dat wenst.’

‘Dat klinkt nog altijd heel veel naar jullie eigen Witte Toren,’ antwoordde Alise. Sumeko keek fronsend toe.

‘Nee, nee,’ zei Elayne. ‘De Witte Toren betekent gezag, politiek. Jullie zouden iets heel anders zijn. Stel je een plek in Caemlin voor waar iedereen heen kan gaan om kosteloos Heling te ontvangen. Stel je een stad voor die vrij is van ziekten. Stel je een wereld voor waarin voedsel ogenblikkelijk naar diegenen die het nodig hebben kan worden gebracht.’

‘En een koningin die troepen daarheen kan sturen waar ze ze nodig heeft,’ zei Alise. ‘Wier soldaten de ene dag kunnen vechten, en de volgende alweer genezen zijn van hun verwondingen. Een koningin die een leuke winst kan opstrijken door kooplieden te laten betalen voor toegang tot haar Poorten.’ Ze nam een slokje thee. ‘Ja,’ gaf Elayne toe. Hoewel ze nog niet zeker wist hoe ze Egwenes toestemming voor dat laatste kon krijgen.

‘Wij willen de helft,’ zei Alise. ‘De helft van alles wat u doorberekent voor het Reizen of de Heling.’

‘De Heling is kosteloos,’ zei Elayne vastberaden. ‘Voor iedereen die zich meldt, ongeacht zijn of haar status. Mensen worden behandeld in volgorde van de ernst van hun aandoening, niet in volgorde van rang.’

‘Daar zou ik wel mee kunnen instemmen,’ zei Alise. Sumeko draaide zich met grote ogen naar haar om. ‘Jij kunt niet voor ons allemaal spreken. Je hebt me zelf voor de voeten gesmeten dat het Naaikransje is ontbonden nu we uit Ebo Dar weg zijn. Bovendien, volgens de Regels...’

‘Ik spreek alleen voor mezelf, Sumeko,’ zei Alise. ‘En diegenen die zich bij me willen aansluiten. De Kinne zoals wij die kenden, is niet meer. We werden gedreven door onze behoefte om verborgen te blijven, en die is nu verdwenen.’ Sumeko zweeg.

‘Jij wilt je bij de Aes Sedai aansluiten, mijn vriendin,’ zei Alise, en ze legde haar hand op Sumeko’s arm. ‘Maar mij willen ze niet, en ik hen niet. Ik heb behoefte aan iets anders, en ik zal niet de enige zijn.’

‘Maar om je te verbinden aan de Kroon van Andor...’

‘We verbinden ons aan de Witte Toren,’ zei Alise, ‘maar wonen in Caemlin. Beide opties hebben zo hun voordelen. We zijn niet sterk genoeg om op eigen benen te staan. Andor is even goed als elke andere plek. Het heeft de gunst van de Witte Toren, en de gunst van de Herrezen Draak. Maar bovenal is het hier, en wij zijn ook hier.’

‘Jullie kunnen reorganiseren,’ zei Elayne, die geestdriftig begon te worden. ‘De Regels kunnen opnieuw worden opgesteld. Jullie kunnen nu bijvoorbeeld besluiten de Kinsvrouwen toestemming te geven om te trouwen, als jullie willen. Dat lijkt me het beste.’

‘Waarom?’ vroeg Alise.

‘Omdat hun dat een vaste basis geeft,’ legde Elayne uit. ‘Het zal ze een mindere bedreiging maken voor de Witte Toren. Het zal helpen jullie te onderscheiden. Het is iets wat maar heel weinig vrouwen in de Witte Toren doen, en het geeft jullie iets wat de Kinne als optie aantrekkelijker maakt.’

Alise knikte peinzend; Sumeko scheen bij te draaien. Het speet Elayne toe te geven dat ze die vrouw niet zou missen als ze vertrok. Elayne wilde proberen hen zover te krijgen dat ze een wijziging aanbrachten in hoe ze hun leiders kozen. Het zou veel handiger zijn als ze kon samenwerken met iemand als Alise, in plaats van met wie er toevallig de oudste onder hen was.

‘Ik maak me nog steeds zorgen over de Amyrlin,’ zei Alise. ‘Aes Sedai brengen niets in rekening voor hun diensten. Wat zal ze zeggen als wij dat wel gaan doen?’

‘Ik praat wel met Egwene,’ herhaalde Elayne. ‘Ik weet zeker dat ik haar ervan kan overtuigen dat de Kinne, en Andor, geen bedreiging voor haar zijn.’

Hopelijk. Er bestond een kans op iets ongelooflijks met de Kinne, een kans dat Andor doorlopende en goedkope toegang zou krijgen tot Poorten. Dat zou haar op bijna gelijke hoogte met de Seanchanen plaatsen.

Ze sprak nog een tijdje met de vrouwen om hun het gevoel te geven dat ze voldoende aandacht hadden gekregen. Uiteindelijk liet ze hen gaan, maar ze bleef nog even in de tuin, staand tussen twee potten met grasklokjes, waarvan de trossen kelkvormige bloemetjes wiegden en trilden in de wind. Ze probeerde niet te kijken naar de pot ernaast, die leeg was. De grasklokjes daar hadden gebloeid met de kleur van bloed, en ze hadden ook daadwerkelijk iets roods gebloed toen ze werden afgeknipt. De hoveniers hadden ze eruit getrokken. De Seanchanen zouden uiteindelijk naar Andor komen. Tegen die tijd zouden Rhands legers waarschijnlijk verzwakt en gebroken zijn van de gevechten, en hun leider mogelijk dood. Wederom verwrong het haar hart om daarover na te denken, maar ze mocht haar ogen niet sluiten voor de waarheid.

Andor zou een schat zijn voor de Seanchanen. De mijnen en vruchtbare grond van haar rijk zouden hen verleiden, en ook de nabijheid tot Tar Valon. Verder vermoedde ze dat die zelfuitgeroepen nakomelingen van Artur Haviksvleugel pas tevreden zouden zijn als ze alles in handen hadden wat ooit aan hun voorvader toebehoorde. Elayne keek uit over haar natie. Haar natie. Vol met mensen die op haar vertrouwden voor hun bescherming en verdediging. Velen die haar aanspraak op de troon hadden gesteund, hadden weinig vertrouwen in haar. Maar zij was hun beste optie, hun enige optie. Ze zou hun de wijsheid van hun keuze laten inzien. Het binden van de Kinne zou één stap zijn. Vroeg of laat zouden de Seanchanen in staat zijn te Reizen. Ze hoefden maar één vrouw gevangen te nemen die de wevingen kende, en weldra zou elke damane met voldoende kracht Poorten kunnen maken. Elayne had er ook toegang toe nodig.