Berelain bleef onbewogen. ‘Dat begrijp ik niet.’
‘Als een vrouw in de Grenslanden ontdekt dat een ander met haar man het bed heeft gedeeld, heeft ze de mogelijkheid om een mesgevecht te eisen.’ Dat was waar, hoewel het gebruik al oud was en nog maar zelden werd toegepast. ‘De enige manier om mijn naam te zuiveren, is als jij en ik vechten.’
‘Wat zou dat bewijzen?’
‘Als jij dood bent, zou in ieder geval niemand meer denken dat je nog altijd achter mijn rug om met mijn man slaapt.’
‘Hoor ik het goed? Bedreig je me nu werkelijk in mijn eigen tent?’
‘Dit is geen dreigement,’ zei Faile vastberaden. Licht, ze hoopte dat dit de goede kant op zou gaan. ‘Dit is een uitdaging.’ Berelain keek haar met berekenende ogen aan. ‘Ik zal een openlijke verklaring doen. Ik zal in het openbaar mijn dienstmeiden berispen om hun geroddel, en ik zal aan het hele kamp verklaren dat er niets is gebeurd.’
‘Denk je echt dat je daarmee de geruchten een halt toeroept? Je hebt je er niet tegen verweerd voordat ik terugkeerde; dat wordt gezien als bewijs. En natuurlijk verwacht iedereen nu van je dat je doet alsof er niets is gebeurd.’
‘Je kunt dit niet menen, van die... uitdaging.’
‘Waar het op de eer van mijn man aankomt, Berelain, meen ik elk woord dat ik zeg.’ Ze keek de vrouw in de ogen en zag daar bezorgdheid. Berelain wilde niet met haar vechten. En natuurlijk wilde Faile ook niet met Berelain vechten, en niet alleen omdat ze niet zeker wist of ze wel kon winnen. Hoewel ze wel altijd wraak op de Eerste had willen nemen voor die keer dat Berelain haar mes van haar had afgepakt.
‘Ik zal de uitdaging vanavond officieel maken, in het bijzijn van het hele kamp,’ zei Faile op gelijkmatige toon. ‘Je hebt dan één dag om te reageren of te vertrekken.’
‘Ik wil niet meedoen aan die onzin.’
‘Dat doe je al,’ zei Faile, en ze stond op. ‘Dit is wat je in beweging hebt gezet zodra je die geruchten liet beginnen.’ Faile draaide zich om en wilde de tent uitlopen. Ze moest echt moeite doen om haar zenuwen te verbergen. Had Berelain de zweetdruppeltjes op haar voorhoofd gezien? Faile had het gevoel dat ze op het scherp van een zwaard liep. Als Perijn over deze uitdaging hoorde, zou hij woest zijn. Ze moest maar hopen dat... ‘Vrouwe Faile,’ zei Berelain achter haar. Er klonk bezorgdheid door in de stem van de Eerste. ‘We kunnen vast wel tot een andere afspraak komen. Drijf dit niet op de spits.’
Faile bleef met bonzend hart staan. Ze draaide zich weer om. De Eerste leek werkelijk ongerust. Ja, ze dacht echt dat Faile zo bloeddorstig was om die uitdaging door te zetten.
‘Ik wil je uit Perijns leven hebben, Berelain,’ zei Faile. ‘Dat zal ik zien gebeuren, linksom of rechtsom.’
‘Wil je dat ik vertrek?’ vroeg Berelain. ‘De taken die de Draak me heeft gegeven zijn voltooid. Ik neem aan dat ik met mijn mannen een andere kant op zou kunnen gaan.’
Nee, Faile wilde niet dat ze vertrok. Het gemis van haar soldaten zou een klap zijn nu ze tegenover dat dreigende leger van Witmantels stonden. En Perijn zou de Vleugelgarde ook weer nodig hebben, vermoedde Faile.
‘Nee,’ zei Faile. ‘Je vertrek zal niets veranderen aan de geruchten, Berelain.’
‘Net zo weinig als wanneer je me doodt,’ zei de vrouw droogjes. ‘Als we vechten, en jij het op een of andere manier voor elkaar krijgt om me te doden, dan zou er alleen maar worden gezegd dat je de ontrouw van je man had ontdekt en razend was geworden. Ik zou niet weten wat je daaraan hebt. Het zou de geruchten alleen maar nog verder aanmoedigen.’
‘Dan zie je mijn probleem dus,’ zei Faile, die haar ergernis liet doorschemeren. ‘Het lijkt onmogelijk om van die geruchten af te komen.’ Berelain keek haar aan. Die vrouw had ooit beloofd dat ze Perijn voor zich zou winnen. Ze had het zo goed als gezworen. Ze scheen daarvan deels teruggekomen te zijn, de laatste tijd. En in haar ogen was enige bezorgdheid te zien.
Ze ziet in dat ze dit te ver heeft laten gaan, dacht Faile. Natuurlijk. Berelain had niet verwacht dat Faile uit Malden zou terugkeren. Daarom had ze zo’n stoutmoedige zet gedaan. Nu besefte ze dat ze te hoog had gegrepen. En ze dacht werkelijk dat Faile labiel genoeg was om in het openbaar een tweegevecht met haar aan te gaan. ‘Ik heb dit nooit gewild, Berelain,’ zei Faile, die weer de tent inliep. ‘En Perijn ook niet. Je hofmakerij is een ergernis voor ons allebei.’
‘Je man heeft weinig gedaan om me te ontmoedigen,’ zei Berelain, die haar armen over elkaar sloeg. ‘Tijdens je afwezigheid waren er zelfs ogenblikken waarin hij me rechtstreeks aanmoedigde.’
‘Je begrijpt hem zo slecht, Berelain.’ Het was onvoorstelbaar dat die vrouw hierin zo blind kon zijn, terwijl ze op andere punten zo slim was.
‘Dat zeg jij,’ zei Berelain.
‘Je hebt nu twee mogelijkheden, Berelain,’ zei Faile, en ze stapte naar de vrouw toe. ‘Je kunt tegen me vechten tot de dood. Je hebt gelijk, dat zou geen einde maken aan de geruchten. Maar het zou wél een einde maken aan je kansen bij Perijn. Ofwel je zou dood zijn, of je zou de vrouw zijn die zijn echtgenote had gedood. Je andere mogelijkheid,’ vervolgde Faile, die Berelain in de ogen keek, ‘is een manier bedenken om eens en voor altijd een einde te maken aan die geruchten. Jij hebt deze puinhoop veroorzaakt. Jij lost hem op.’
En dat was haar gok. Faile kon geen oplossing bedenken voor deze situatie, maar Berelain was in dat opzicht veel bedrevener dan zij. Dus was Faile hierheen gekomen, bereid om bij Berelain de indruk te wekken dat ze iets ondenkbaars wilde doen. En dan het indrukwekkende politieke inzicht van de vrouw op de situatie los te laten. Zou het lukken?
Faile keek Berelain in de ogen en stond zichzelf toe haar woede te voelen. Haar verontwaardiging over wat er was gebeurd. Ze was geslagen, in de kou buitengesloten en vernederd door hun gemeenschappelijke vijand. En in die tijd had Berelain het lef gehad om zoiets uit te halen?
Ze hield de blik van de Eerste vast. Nee, Faile had niet zoveel politieke ervaring als Berelain. Maar ze had iets wat die vrouw niet had. Ze hield van Perijn. Een diepe en oprechte liefde. Ze zou alles doen om te voorkomen dat hij werd gekwetst.
De Eerste keek haar onderzoekend aan. ‘Goed dan,’ zei ze. ‘Zo zij het. Wees maar trots op jezelf, Faile. Het komt... zelden voor dat ik afstand doe van iets wat ik al heel lang wil hebben.’
‘Je hebt nog niet verteld hoe we van die geruchten af kunnen komen.’
‘Er is misschien een oplossing,’ zei Berelain. ‘Maar het zal wansmakelijk zijn.’
Faile trok haar wenkbrauw op.
‘We zullen ons moeten voordoen als vriendinnen,’ legde Berelain uit. ‘Vechten, onmin, dat zal de geruchten voeden. Maar als we ons in eikaars gezelschap laten zien, dan zal dat de roddels ontkrachten. Dat, en het feit dat ik openlijk alles zal ontkennen, zal waarschijnlijk wel genoeg zijn.’
Faile ging weer in haar stoel zitten. Vriendinnen? Ze verafschuwde die vrouw.
‘Het zou een geloofwaardige voorstelling moeten zijn,’ zei Berelain, die opstond en naar een tafeltje in de hoek van de tent liep. Ze schonk wat gekoelde wijn voor zichzelf in. ‘Dat is het enige wat zou werken.’
‘Je moet ook een andere man zoeken,’ zei Faile. ‘Iemand aan wie je aandacht kunt besteden, in ieder geval een tijdje. Om te bewijzen dat je geen belangstelling voor Perijn hebt.’
Berelain pakte de beker. ‘Ja,’ zei ze. ‘Ik denk ook dat dat zou helpen. Kun je zo’n voorstelling weggeven, Faile ni Bashere t’Aybara?’ Je was echt bang dat ik je hierom zou willen vermoorden, nietwaar, dacht Faile. ‘Ik beloof het.’
Berelain bleef even staan, met de wijnbeker halverwege haar lippen. Toen glimlachte ze en nam een slok. ‘Dan zullen we wel zien,’ zei ze toen ze de beker liet zakken, ‘wat hieruit voortkomt.’
19
Gepraat over Draken
Mart trok een stevige bruine jas aan. De knopen waren van koper, maar verder zaten er geen versierselen op. Hij was gemaakt van dikke wol en er zaten een paar gaten in van pijlen die hem eigenlijk hadden moeten doden. Om een van die gaten zat een bloedvlek, maar die was er in de was grotendeels uitgegaan. Het was een mooie jas. Hij zou ooit best bereid zijn geweest een aardig bedrag voor zo’n jas neer te leggen, toen hij nog in Tweewater woonde.