Выбрать главу

‘Belangwekkend,’ zei Guybon. ‘Ik dacht dat dat verhaal misschien waar zou zijn. Tenminste, het is een van de weinige die waar kón zijn. Anders dan...’ Hij maakte zijn zin niet af. ‘Wat?’ vroeg Mart. Ze liepen door een kruising van gangen waar bedienden bijeen stonden, kijkend naar hem en de anderen en fluisterend tegen elkaar.

Guybon leek te aarzelen. ‘Ik ben ervan overtuigd dat u het hebt gehoord.’

‘Twijfelachtig.’ Verdomme! Wat kwam er nu weer? Hadden leden van de Bond die geruchten verspreid? Zelfs zij wisten sommige van die dingen niet!

‘Nou, er gaat een gerucht dat u het domein van de Dood hebt betreden om hem uit te dagen en antwoorden op uw vragen te eisen,’ vertelde Guybon, die nog beschaamder keek. ‘En dat hij u die speer gaf die u daar hebt en u heeft voorspeld wanneer u zou sterven.’ Mart verkilde. Dit kwam angstwekkend dicht bij de waarheid. ‘Belachelijk, ik weet het,’ zei Guybon.

‘Ja,’ zei Mart. ‘Belachelijk.’ Hij probeerde te lachen, maar het kwam naar buiten als een hoest.

Guybon keek hem nieuwsgierig aan.

Licht, besefte Mart, hij denkt dat ik de vraag ontwijk! ‘Alleen maar geruchten, natuurlijk,’ zei Mart snel. Te snel, misschien. Bloed en bloedas!

Guybon knikte peinzend.

Mart wilde van onderwerp veranderen, maar hij durfde zijn mond niet meer open te doen. Hij zag wel dat er steeds meer paleisbedienden bleven staan om hun stoet voorbij te zien komen. Hij had zin om te vloeken. Toen merkte hij op dat de meesten van hen naar Thom schenen te kijken.

Thom was hofbard geweest, hier in Caemlin. Hij praatte er niet over, maar Mart wist dat hij onmin had gehad met de koningin. Thom was sindsdien min of meer een banneling geweest en was alleen naar Caemlin gekomen als het moest.

Morgase was nu dood, dus kennelijk was dit Thoms terugkeer uit zijn ballingschap. Daarom had hij zich waarschijnlijk zo fraai uitgedost. Mart keek nog eens naar zijn eigen jas. Bloedas, ik had iets mooiers moeten aantrekken, dacht hij.

Guybon leidde hen naar een bewerkte houten deur met de brullende Leeuw van Andor erop. Hij klopte zachtjes, kreeg toestemming om binnen te komen en gebaarde Mart naar de deur. ‘De koningin zal u ontvangen in haar zitkamer.’

‘Thom, jij gaat met mij mee,’ zei Mart. ‘Talmanes, hou een oogje op de soldaten.’ De edele keek teleurgesteld, maar Elayne zou Mart ongetwijfeld in verlegenheid brengen, en hij wilde niet dat Talmanes daar getuige van was. ‘Ik stel je later wel aan haar voor,’ beloofde Mart. Stomme edelen. Ze dachten dat alles een belediging van hun eer was. Mart zou blij zijn geweest als hij buiten had mogen wachten!

Mart stapte naar de deur toe en haalde diep adem. Hij had tientallen schermutselingen en veldslagen doorstaan zonder zenuwachtig te worden. Nu trilden zijn handen. Waarom had hij het gevoel dat hij rechtstreeks een hinderlaag in liep, zonder pantser? Elayne. Koningin. Verdomme, dit zou onplezierig worden. Hij opende de deur en stapte naar binnen.

Zijn blik vond Elayne meteen. Ze zat bij de haard met in haar hand een beker vol, zo te zien, melk. Ze zag er stralend uit in een dieprood en gouden gewaad. Mooie, volle rode lippen die Mart best had willen kussen als hij geen getrouwd man was geweest. Haar roodachtig gouden haar leek te fonkelen in het licht van de haard en haar wangen hadden een goede kleur. Ze leek een beetje te zijn aangekomen. Dat kon hij beter niet hardop zeggen, of wel? Soms werden vrouwen boos als je zei dat ze veranderd waren, en soms werden ze boos als je het niet opmerkte.

Ze was knap. Niet zo knap als Tuon, natuurlijk. Elayne was veel te bleek, en te lang, en ze had te veel haar. Dat leidde hem af. Toch was ze knap. Het leek hem zonde dat ze koningin was. Ze zou een uitstekende dienstmeid zijn geweest. Nou ja. iémand moest koningin zijn.

Mart keek naar Birgitte, de enige ander in de kamer. Zij zag er nog hetzelfde uit. Altijd met die gouden vlecht en hoge laarzen, als de heldin uit de verhalen. En dat was ze dan natuurlijk ook. Het was fijn om haar weer te zien; ze was een van de weinige vrouwen die niet tegen hem snauwde als hij de waarheid zei. Thom kwam naast hem staan, en Mart schraapte zijn keel. Ze zou vormelijkheid van hem verwachten. Nou, hij zou niet buigen of kruipen, en hij...

Elayne sprong uit haar stoel. Ze rende door de kamer terwijl Birgitte de deur sloot. ‘Thom, ik ben zo blij dat het goed met je gaat!’ Elayne knelde hem in een omhelzing.

‘Hallo, lieve,’ zei Thom warm. ‘Ik hoor dat je het goed hebt gedaan, voor jezelf en voor Andor.’

Elayne huilde! Mart zette verwonderd zijn hoed af. Goed, Thom en Elayne waren hecht geweest, maar Elayne was nu koningin. Elayne wendde zich tot Mart. ‘Het is fijn om je te zien, Mart. Denk niet dat de Kroon is vergeten welke dienst je me hebt bewezen. Dat je Thom terugbrengt naar Andor is weer iets wat we je schuldig zijn.’

‘Nou, eh,’ zei Mart. ‘Het was eigenlijk niks, hoor, Elayne. Het Licht verzenge me. Je bent koningin! Hoe voelt dat?’ Elayne lachte en liet eindelijk Thom los. ‘Wat ben je toch goed met woorden, Mart.’

‘Ik ga niet voor je buigen of zoiets,’ waarschuwde hij. ‘En ik doe niet aan die “Uwe Majesteit”-onzin.’

‘Dat zou ik ook niet verwachten,’ zei Elayne. ‘Behalve in het openbaar, natuurlijk. Ik bedoel, ik moet de schijn ophouden voor het volk.’

‘Dat zal wel zo zijn,’ beaamde Mart. Het was ook logisch. Hij stak zijn hand uit naar Birgitte, maar zij grinnikte, omhelsde hem en sloeg hem op zijn rug als een oude vriend die hij ontmoette voor een kroes bier. En, nou, misschien waren ze dat ook wel. Zonder het bier, dan. Hij had wel wat bier kunnen gebruiken.

‘Kom zitten,’ zei Elayne, gebarend naar de stoelen bij het vuur. ‘Het spijt me dat ik je zo lang heb laten wachten, Mart.’

‘Het geeft niet,’ zei hij. ‘Ik weet dat je het druk hebt.’

‘Het is beschamend,’ zei ze. ‘Een van mijn klerken had jullie bij de huurlingengroepen geschaard. Het is zo moeilijk om ze allemaal te volgen! Als je wilt, geef ik je toestemming om dichter bij de stad te kamperen. Er is binnen de muren helaas geen ruimte voor de Bond, vrees ik.’

‘Dat is geen probleem,’ zei Mart, die ging zitten. ‘Dat we dichterbij mogen komen is al vriendelijk genoeg. Dank je.’ Thom ging zitten en Birgitte bleef liever staan, hoewel ze wel naar de haard stapte en daar tegen de stenen leunde.

‘Je ziet er goed uit, Elayne,’ zei Thom. ‘Gaat alles goed met je kind?’

‘Kinderen,’ verbeterde Elayne hem. ‘Het is een tweeling. En ja, alles is goed. Behalve dan dat de vroedvrouw elke dag aan me zit en in me port.’

‘Wacht even,’ zei Mart. ‘Wat?’ Hij keek nog eens naar Elaynes buik. Thom sloeg zijn ogen ten hemel. ‘Luister je dan nooit als je de stad in gaat om te gokken?’

‘Ik luister heus wel,’ mompelde Mart. ‘Meestal.’ Hij keek beschuldigend naar Elayne. ‘Weet Rhand hiervan?’ Ze lachte. ‘Ik hoop toch dat hij niet al te verbaasd is.’

‘Bloedas!’ zei Mart. ‘Hij is de vader!’

‘De vader van mijn kinderen is een zaak van enig giswerk in de stad,’ zei Elayne ernstig. ‘En de Kroon heeft het zo ook het liefst, voorlopig. Maar genoeg over mij! Thom, je moet me alles vertellen. Hoe ben je uit Ebo Dar ontsnapt?’

‘Vergeet Ebo Dar,’ snauwde Birgitte. ‘Hoe gaat het met Olver? Heb je hem gevonden?’

‘ja,’ antwoordde Thom. ‘En het gaat hem goed, al vrees ik dat die jongen voorbestemd is voor een leven als beroepssoldaat.’

‘Zo’n slecht leven is dat niet,’ zei Birgitte. ‘Toch, Mart?’

‘Fr zijn ergere dingen,’ zei hij, nog altijd bezig dit allemaal bij te benen. Hoe kon het dat Elayne minder hooghartig leek nu ze koningin was? Had hij iets gemist? Ze leek nu echt aardig! Nou, dat was niet helemaal eerlijk. Er waren wel eerder tijden geweest dat ze aardig was. Dat was alleen tussen andere tijden door geweest, waarin ze Mart bevelen had gegeven. Hij merkte dat hij glimlachte terwijl Thom alles vertelde over hun ontsnapping en de ontvoering van Tuon, gevolgd door hun reizen met het beestenspul van meester Luca. Door zo’n goede verteller opgedist klonk het verhaal een stuk indrukwekkender dan toen ze het meemaakten. Mart zou bijna denken dat hij een held was als hij naar Thom luisterde. Net voordat Thom echter kon beginnen aan het gedeelte over Tuons huwelijkswoorden, hoestte Mart en viel hem in de rede. ‘En we versloegen de Seanchanen, vluchtten naar Morland, en uiteindelijk kwamen we een Aes Sedai tegen die ons hierheen kon krijgen door een Poort. Trouwens, heb jij Verin de laatste tijd nog gezien?’