Выбрать главу

‘Nee,’ antwoordde Elayne. Thom keek Mart vermaakt aan. ‘Verdomme,’ zei Mart. Nou, daar ging zijn kans om haar een Poort naar de Toren van Ghenjei te laten maken. Daar moest hij zich later maar om bekommeren. Hij haalde de leren map tevoorschijn, opende hem en haalde er Aludra’s papieren uit. ‘Elayne,’ zei hij, ‘ik moet met je praten.’

‘Ja, je had het over “gieterijen” in je brief. Waarmee heb je je nu weer in de nesten gewerkt, Martrim Cauton?’

‘Dat is niet eerlijk,’ zei hij, en hij spreidde de papieren uit. ‘Als ik in de nesten zit, dan komt dat bijna nooit door mij. Ik...’

‘Je gaat het toch niet wéér hebben over die keer dat ik gevangenzat in de Steen van Tyr, of wel?’ vroeg ze, en ze sloeg haar ogen ten hemel.

Hij onderbrak zijn bewegingen. ‘Natuurlijk niet. Dat is eeuwen geleden. Ik kan me het amper herinneren.’

Ze lachte, en het mooie geluid galmde door de kamer. Hij merkte dat hij bloosde. ‘Hoe dan ook, ik zit niet in de nesten. Ik heb alleen wat middelen nodig.’

‘Wat voor middelen?’ vroeg Elayne, die nieuwsgierig werd terwijl hij de papieren op het tafeltje naast haar stoel uitspreidde. Birgitte boog zich naar voren.

‘Nou,’ zei Mart, wrijvend over zijn kin. ‘Er zijn drie klokkengieters in de stad; die heb ik nodig. En we zullen wat poedertjes nodig hebben. Ze staan hier opgesomd. En... we hebben een beetje metaal nodig.’ Hij grimaste en gaf haar een van Aludra’s lijsten. Elayne bekeek de lijst en knipperde met haar ogen. ‘Ben je gek?’

‘Soms denk ik van wel,’ zei hij. ‘Maar het Licht mag me branden als dit niet alle kosten waard is.’

‘Waar is het dan voor?’ vroeg Elayne, terwijl Birgitte een van de papieren bekeek en aan Elayne doorgaf.

‘Aludra noemt ze Draken,’ zei Mart. ‘Thom zegt dat je haar hebt ontmoet?’

‘Ja, dat klopt,’ zei Elayne.

‘Nou, dit zijn schietbuizen, zoals in haar vuurwerk. Alleen zijn ze gemaakt van metaal, en ze zijn een stuk groter. En in plaats van nachtbloemen schieten ze brokken ijzer zo groot als je hoofd af.’

‘Waarom zou je stukken ijzer de lucht in willen schieten?’ vroeg Elayne met een frons op haar voorhoofd.

‘Niét,’ zei Birgitte, en haar ogen werden groot. ‘Je schiet ze op een vijandelijk leger af.’

Mart knikte. ‘Aludra beweert dat ze met zo’n Draak een ijzeren bol wel een mijl ver kan schieten.’

‘Moedermelk in een beker!’ zei Birgitte. ‘Dat kan ze niet menen.’

‘Toch wel,’ zei Mart. ‘En ik geloof haar. Je zou eens moeten zien wat ze al gemaakt heeft, en volgens haar wordt dit haar meesterwerk. Kijk, hier laat ze zien hoe de Draken vuren op een stadsmuur die een mijl verderop staat. Met vijftig Draken en honderdvijftig soldaten zou ze een muur zoals die rondom Caemlin binnen een paar uur omver hebben.’

Elayne verbleekte. Geloofde ze hem? Zou ze boos op hem zijn omdat hij haar tijd verspilde?

‘Ik weet dat we daar niet veel aan hebben in de Laatste Slag,’ zei Mart snel. ‘Trolloks hebben geen muren. Maar kijk hier. Ik heb haar een projectiel laten ontwerpen dat zich verspreidt. Als je dat van vierhonderd pas afstand op een rij Trolloks afvuurt, dan doet één zo’n Draak het werk van vijftig boogschutters. Ik mag branden, Elayne, maar we zullen in het nadeel zijn. De Schaduw kan altijd meer Trolloks op ons af sturen dan wij soldaten hebben, en die stomme beesten zijn twee keer zo lastig te doden als een man. We hebben een voordeeltje nodig. Ik weet nog...’

Hij brak zijn zin af. Hij had op het punt gestaan te zeggen dat hij zich de Trollok-oorlogen herinnerde, en dat zou niet best zijn geweest. Zo kon je beschamende geruchten de wereld in helpen. ‘Luister,’ zei hij. ‘ik weet dat het ongelooflijk klinkt, maar je moet het een kans geven.’

Ze keek hem aan en... Huilde ze nu weer? Wat had hij gedaan? ‘Mart, ik kan je wel zoenen,’ zei ze. ‘Dit is nu net wat ik nodig had!’ Mart knipperde met zijn ogen. Wat?

Birgitte grinnikte. ‘Eerst Norrij, nu Mart. Je moet jezelf in acht nemen, Elayne. Rhand wordt nog jaloers.’

Elayne snoof en keek naar de tekeningen. ‘De klokkengieters zullen hier niet blij mee zijn. De meeste ambachtslieden verheugden zich erop om weer met hun gewone werk verder te kunnen gaan na het beleg.’

‘O, dat weet ik zo net nog niet, Elayne,’ zei Birgitte. ‘Ik heb in mijn tijd wel een paar ambachtslieden gekend. Ze klagen allemaal over koninklijke voorrechten tijdens een oorlog, maar zolang de Kroon hun werk vergoedt, zijn ze stiekem blij. Een vaste stroom werk wordt altijd op prijs gesteld. Bovendien zal zoiets hun nieuwsgierigheid wekken.’

‘We zullen het geheim moeten houden,’ zei Elayne.

‘Dus je doet het?’ vroeg Mart verbaasd. Hij had zijn geheime middel om haar om te kopen niet eens nodig!

‘We willen natuurlijk eerst bewijs zien in de vorm van een werkend exemplaar,’ antwoordde Elayne. ‘Maar als die toestellen, die Draken, maar half zo goed werken als Aludra beweert... dan zou het stom van me zijn om niet elke man die ik vrij kan maken erop te zetten!’

‘Dat is heel gul van je,’ zei Mart, krabbend op zijn hoofd.

Elayne aarzelde. ‘Gul?’

‘Dat je ze voor de Bond wilt bouwen.’

‘Voor de Bond... Mart, deze zijn voor Andor!

‘Wacht even,’ zei Mart. ‘Dit zijn mijn tekeningen.’

‘En het zijn mijn grondstoffen!’ kaatste Elayne terug. Ze ging rechtop zitten en leek plotseling beheerster. ‘Je ziet toch vast wel in dat de Kroon standvastiger en nuttiger toezicht kan houden op de inzet van zulke wapens.’ Naast hem zat Thom te grijnzen. ‘Waar ben jij zo blij over?’ wilde Mart weten. ‘Niks,’ zei Thom. ‘Je moeder zou trots op je zijn, Elayne.’

‘Dank je, Thom,’ zei ze, en ze schonk hem een glimlach. ‘Aan wiens kant sta jij eigenlijk?’ vroeg Mart. ‘Aan die van iedereen,’ antwoordde Thom.

‘Dat is geen kant, verdomme,’ zei Mart, en toen keek hij weer naar Elayne. ‘Ik heb veel moeite en denkwerk moeten doen om die tekeningen van Aludra los te peuteren. Ik heb niks tegen Andor, maar ik vertrouw niemand behalve mezelf met die wapens.’

‘En als de Bond nu deel uitmaakte van Andor?’ vroeg Elayne. Ineens klonk ze écht als een koningin.

‘De Bond is aan niemand iets verplicht,’ antwoordde Mart. ‘Dat is bewonderenswaardig, Mart,’ zei Elayne, ‘maar dat maakt jullie huurlingen. Ik vind dat de Bond meer verdient, beter verdient. Met officiële steun zouden jullie toegang hebben tot hulpmiddelen en gezag. We zouden jullie een positie kunnen geven in Andor, met jullie eigen bevelsstructuur.’

Het was nog verleidelijk ook. Een beetje. Maar het maakte niet uit. Hij dacht niet dat Elayne hem nog zo graag in haar land zou willen hebben als ze eenmaal van zijn betrekkingen met de Seanchanen wist. Hij had de bedoeling om uiteindelijk terug te gaan naar Tuon, hoe dan ook. Al was het maar om erachter te komen wat ze echt voor hem voelde.

Hij was niet van zins de Seanchanen toegang te geven tot de Draken, maar hij wilde ze liever ook niet aan Andor geven. Helaas snapte hij best dat Andor ze nooit zou bouwen als hij het land niet ook toegang tot de wapens gaf.

‘Ik wil geen vaste positie voor de Bond,’ zei Mart. ‘We zijn vrije lieden, en zo hebben we het ook graag.’

Elayne keek verontrust.

‘Maar ik zou bereid zijn de Draken met je te delen,’ zei Mart. ‘Een paar voor ons, een paar voor jullie.’

‘Stel,’ zei Elayne, ‘dat ik alle Draken laat bouwen en ze allemaal van mij zijn, maar dat ik beloof dat alleen de Bond ze mag gebruiken? Geen enkel ander leger zou er toegang toe krijgen.’