‘Dat zou aardig van je zijn,’ zei Mart. ‘Maar wel verdacht. Niet rottig bedoeld.’
‘Het zou beter voor mij zijn als de adellijke Huizen ze niet hadden, althans niet in het begin. Ze zullen zich uiteindelijk wel verspreiden. Dat gebeurt altijd met wapens. Ik bouw ze en beloof ze aan de Bond te geven. Geen vaste aanstelling, alleen maar een contract waarin ik jullie voor langere tijd inhuur. Jullie mogen op ieder gewenst ogenblik vertrekken. Maar als jullie gaan, dan laten jullie de Draken achter.’
Mart fronste diep. ‘Het voelt alsof je een ketting om mijn nek draait, Elayne.’
‘Ik stel alleen maar redelijke oplossingen voor.’
‘De dag dat jij redelijk wordt, is de dag dat ik mijn hoed opeet,’ zei Mart. ‘Niet rottig bedoeld.’
Elayne trok haar wenkbrauw naar hem op. Ja, ze was echt een koningin geworden. Zomaar ineens.
‘Ik wil het recht om een paar van die Draken te houden als we vertrekken,’ zei Mart. ‘Een kwart voor ons, drie kwart voor jullie. Maar we nemen je contract aan, en terwijl we voor jou werken, gebruiken alleen wij ze. Zoals je zei.’
Haar frons werd dieper. Het Licht brande hem, maar ze had snel in de gaten wat voor kracht die Draken boden. Hij kon haar nu niet laten aarzelen. Die Draken moesten onmiddellijk worden gebouwd. En hij wilde niet de kans mislopen dat de Bond er toegang toe kreeg. Zuchtend maakte Mart het koordje achter in zijn nek los en trok de vertrouwde vossenkoppenning onder zijn hemd vandaan. Zodra hij de ketting afdeed, voelde hij zich naakter dan wanneer hij al zijn kleren had uitgetrokken. Hij legde de penning op tafel. Elayne keek ernaar, en hij zag het verlangen in haar ogen. ‘Waar is dat voor?’
‘Een zoetmakertje,’ zei Mart, die zich naar voren boog en zijn ellebogen op zijn knieën zette. ‘Je krijgt hem één dag als je belooft vanavond nog te beginnen aan een prototype van een Draak. Het kan me niet schelen wat je ermee doet; bestudeer hem, draag hem zelf, schrijf er verdomme een boek over. Maar morgen krijg ik hem terug. Daar wil ik je woord op hebben.’
Birgitte floot zachtjes. Elayne had die penning in handen willen krijgen vanaf het ogenblik dat ze ontdekte dat Mart hem had. Al gold dat voor alle andere verrekte Aes Sedai die Mart had ontmoet ook. ‘Ik geef de Bond een contract voor minstens één jaar,’ zei Elayne. ‘Verlengbaar. We betalen je hetzelfde als wat jullie verdienden in Morland.’
Hoe wist ze daarvan?
‘Jullie mogen dat contract opzeggen,’ vervolgde ze, ‘zolang jullie ons een maand van tevoren op de hoogte stellen, maar ik hou vier van de vijf Draken. En iedereen van de Bond die zich bij het Andoraanse leger wil aansluiten, moet die mogelijkheid krijgen.’
‘Ik wil één van elke vier Draken,’ zei Mart. ‘En een nieuwe bediende.’
‘Een wat?’ vroeg Elayne.
‘Een bediende,’ zei Mart. ‘Je weet wel, die zich om mijn kleding bekommert. Jij kan zo’n keus beter maken dan ik.’ Elayne keek naar zijn jas en vervolgens naar zijn haar. ‘Dat,’ zei ze, ‘krijg je van me, ongeacht hoe de rest van de onderhandelingen verloopt.’
‘Eén van elke vier?’ vroeg Mart. ‘Ik mag de penning drie dagen lenen.’
Hij huiverde. Drie dagen, terwijl de gholam in de stad was. Ze kostte hem nog eens zijn kop. Het was al een gok om haar de penning één dag te geven. Maar hij wist niets anders wat hij haar kon bieden. ‘Wat denk je eigenlijk dat je met dat ding kunt aanvangen?’ vroeg hij.
‘Hem namaken,’ zei Elayne verstrooid, ‘als ik geluk heb.’
‘Echt?’
‘Dat weet ik pas als ik hem bestudeer.’
Mart zag plotseling het afschrikwekkende beeld van elke Aes Sedai ter wereld met zo’n penning om. Hij keek Thom even aan, die net zo verbaasd scheen te zijn dit te horen als hij. Maar wat maakte het uit? Mart kon niet geleiden. Voorheen was hij bang geweest dat als Elayne het ding bestudeerde, ze misschien een manier vond om hem aan te raken met de Ene Kracht als hij de penning droeg. Maar als ze hem alleen maar wilde namaken... Nou, eigenlijk was hij opgelucht. En geïntrigeerd.
‘Er is nog iets wat ik wilde zeggen, Elayne,’ zei hij. ‘De gholam is hier. In de stad. Hij vermoordt mensen.’
Elayne bleef kalm, maar hij kon horen aan haar nog vormeiijker stem dat het nieuws haar verontrustte. ‘Dan zal ik zorgen dat je de penning op tijd terugkrijgt.’
Hij trok een grimas. ‘Goed dan,’ zei hij. ‘Drie dagen.’
‘Mooi,’ zei ze. ‘Ik wil dat de Bond meteen begint. Ik Reis binnenkort naar Cairhien, en ik heb het gevoel dat de Bond hier een beter ondersteunend leger zou zijn dan de koninginnegarde.’ Dus daar ging dit om! Elayne wilde een gooi doen naar de Zonnetroon. Nou, dat leek hem een nuttige bezigheid voor de mannen, in ieder geval totdat Mart hen nodig had. Beter dan dat ze maar wat rondhingen en ruzie zochten met huurlingen.
‘Daar stem ik mee in,’ zei Mart. ‘Maar Elayne, de Bond moet vrij zijn om in de Laatste Slag te strijden hoe Rhand het wil. En Aludra moet toezicht houden op de Draken. En ik heb het gevoel dat ze bij jou zal willen blijven als de Bond uit Andor vertrekt.’
‘Daar heb ik geen problemen mee,’ antwoordde Elayne glimlachend. ‘Dat dacht ik al. Maar gewoon voor alle duidelijkheid, de Bond heeft zeggenschap over de Draken totdat we vertrekken. Je mag de ontwerpen niet aan anderen verkopen.’
‘Iemand zal ze uiteindelijk namaken, Mart,’ zei ze. ‘Namaakdraken zullen niet zo goed zijn als die van Aludra,’ zei Mart. ‘Dat beloof ik je.’
Elayne keek hem onderzoekend aan en haar blauwe ogen wogen hem, beoordeelden hem. ‘Ik zou nog altijd liever de Bond als vast legeronderdeel van Andor hebben.’
‘Nou, ik zou wel een hoed van goud willen hebben, een tent die kan vliegen en een paard dat diamanten poept. Maar we zullen het allebei moeten doen met wat redelijk is, hè?’
‘Het zou niet onredelijk zijn om...’
‘Dan zouden we jouw bevelen moeten opvolgen, Elayne,’ antwoordde Mart. ‘Dat wil ik niet. Sommige veldslagen zijn de moeite van het uitvechten niet waard, en ik besluit wanneer mijn mannen zich in gevaar brengen. Punt uit.’
‘Ik vind het niet prettig om mannen te hebben die me kunnen verlaten wanneer ze daar maar zin in hebben.’
‘Je weet dat ik ze niet zal tegenhouden alleen om jou dwars te zitten,’ zei Mart. ‘Ik zal doen wat juist is.’
‘Wat jij juist vindt,’ verbeterde ze.
‘Iedere man zou die keus moeten hebben,’ was zijn antwoord.
‘Maar weinig mannen gebruiken hem verstandig.’
‘We willen hem toch,’ zei Mart. ‘We eisen hem.’
Ze keek – bijna onmerkbaar – naar de tekeningen en de penning op tafel. ‘Je krijgt hem,’ zei ze.
‘Afgesproken,’ zei hij. Hij stond op, spuugde in zijn hand en stak die uit.
Ze aarzelde, maar toen stond ze op, spuugde ook in haar hand en stak hem uit. Hij glimlachte toen ze elkaar de hand gaven. ‘Wist je dat ik je misschien zou vragen de wapens op te nemen tegen Tweewater?’ vroeg ze. ‘Eiste je daarom het recht om te vertrekken wanneer je wilde?’
Tegen Tweewater? Waarom onder het Licht zou ze dat willen doen? ‘Je hoeft niet tegen ze te vechten, Elayne.’
‘We zullen zien waar Perijn me toe dwingt,’ antwoordde ze. ‘Maar laten we het daar nu niet over hebben.’ Ze keek naar Thom, reikte toen onder de tafel en haalde een opgerold vel papier met een lint eromheen tevoorschijn. ‘Ik zou graag meer horen over wat er is gebeurd op jullie reis vanuit Ebo Dar. Willen jullie vanavond samen met mij eten?’
‘Het zou ons een genoegen zijn,’ zei Thom, die opstond. ‘Toch, Mart?’
‘Het zal wel,’ zei Mart. ‘Als Talmanes ook mag komen. Hij doet me wat als ik hem niet minimaal aan je voorstel, Elayne. Als hij bij je mag komen eten, danst hij de hele weg terug naar het kamp.’ Elayne grinnikte. ‘Zoals je wilt. Ik zal enkele bedienden jullie kamers laten wijzen waar je tot die tijd kunt rusten.’ Ze gaf Thom het opgerolde vel papier. ‘Dit wordt morgen bekendgemaakt, als jij het wilt.’