Выбрать главу

Veel ter’angrealen zagen er heel gewoon uit. Dat was hier niet het gevaclass="underline" dit ovaal was overduidelijk iets van de Ene Kracht. Hij was gemaakt van metaal, maar het licht veranderde van kleur als het weerkaatste tegen de zilverachtige zijkanten, waardoor het ding leek te gloeien en bewegen. ‘Sta,’ zei Rosil vormelijk.

Er waren nog andere Aes Sedai in de kamer. Een van elke Ajah, waaronder – helaas – de Rode. Het waren allemaal Gezetenen, een merkwaardigheid, misschien vanwege Nynaeves beruchtheid in de Toren. Saerin uit de Bruine, Yukiri van de Grijze, Barasine uit de Rode Ajah. Opmerkelijk genoeg was Romanda uit de Gele er ook; ze had erop gestaan hier deel van uit te maken. Ze was tot nog toe streng voor Nynaeve geweest.

Egwene zelf was er ook. Eén meer dan gebruikelijk, en nog wel de Amyrlin. Nynaeve keek haar in de ogen en Egwene knikte. Anders dan bij de beproeving om te worden verheven tot Aanvaarde – die geheel door de ter’angreaal werd bepaald – zouden bij deze beproeving de zusters actief meewerken aan de afzonderlijke opdrachten voor Nynaeve. En Egwene zou een van de strengste zijn. Om te bewijzen dat ze Nynaeve terecht had verheven.

‘Je komt in onwetendheid, Nynaeve Almaeren,’ zei Rosil. ‘Hoe zul je vertrekken?’

‘Met kennis over mezelf,’ antwoordde Nynaeve. ‘Om welke reden ben je hier geroepen?’

‘Om te worden beproefd.’

‘Waarom wil je worden beproefd?’

‘Om te bewijzen dat ik waardig genoeg ben,’ zei Nynaeve. Enkele vrouwen fronsten hun voorhoofd, ook Egwene. Dat waren niet de juiste woorden; Nynaeve had moeten zeggen dat ze wilde ontdekken of ze waardig genoeg was. Maar ze was al Aes Sedai, dus was ze per definitie waardig genoeg. Ze moest het alleen nog aan de anderen laten zien.

Rosil aarzelde even, maar toen vervolgde ze: ‘En... waarvoor zou je waardig willen zijn?’

‘Om de stola te dragen die me is gegeven,’ zei Nynaeve. Ze zei dat niet uit hooghartigheid. Wederom was het alleen de waarheid zoals zij die zag. Egwene had haar verheven. Ze droeg de stola al. Waarom zou ze doen alsof het niet zo was?

Deze beproeving moest je ondergaan terwijl je enkel gekleed ging in het Licht. Ze begon haar gewaad los te knopen. ‘Ik zal je onderrichten,’ zei Rosil. ‘Je zult dit teken op de grond zien.’ Ze hief haar vingers en vormde wevingen die een gloeiend teken in de lucht vormden. Een zespuntige ster, bestaande uit twee elkaar overlappende driehoeken.

Saerin omhelsde de Bron en maakte een weving van Geest. Nynaeve onderdrukte de neiging om zelf ook de Bron te omhelzen. Nog heel even, dacht ze, en dan zal niemand meer aan me kunnen twijfelen.

Saerin raakte haar aan met de weving van Geest. ‘Onthoud wat je onthouden moet,’ mompelde ze.

Die weving had iets met het geheugen te maken. Wat was het doel ervan? De zespuntige ster zweefde in Nynaeves gezichtsveld. ‘Wanneer je dit teken ziet, ga je er onmiddellijk naartoe,’ zei Rosil, ‘met vaste tred. Je haast je niet en je talmt ook niet, en pas dan mag je de Kracht omhelzen. Begin meteen aan de vereiste weving, en verlaat het teken pas wanneer de weving voltooid is.’

‘Onthoud wat je onthouden moet,’ herhaalde Saerin. ‘Als de weving voltooid is,’ zei Rosil, ‘zie je dat teken weer, dat je de weg wijst die je moet gaan, wederom met vaste tred en zonder talmen.’

‘Onthoud wat je onthouden moet.’

‘Honderdmaal zul je weven, in de volgorde die je hebt geleerd en met volmaakte beheersing.’

‘Onthoud wat je onthouden moet,’ zei Saerin nog een laatste keer. Nynaeve voelde de weving van Geest in haar lichaam trekken. Het leek eigenlijk wel wat op Heling. Ze trok haar gewaad en onderkleding uit terwijl de andere zusters bij de ter’angreaal knielden en ingewikkelde wevingen van alle vijf de Krachten maakten. Daardoor ging de ring fel gloeien, en de kleuren op het oppervlak verschoven en veranderden. Rosil schraapte haar keel. Nynaeve bloosde, gaf haar de stapel kledingstukken, deed haar Grote Serpent-ring af en legde die er bovenop, gevolgd door Lans ring; die ze altijd om haar hals droeg.

Rosil pakte de kleding aan. De andere zusters gingen volledig in hun werk op. De ter’angreaal begon in het midden helwit te gloeien en begon toen langzaam te draaien, knarsend over het steen. Nynaeve haalde diep adem en stapte naar voren. Ze bleef even voor de ter’angreaal staan, stapte erdoor en...

... en waar was ze? Nynaeve fronste haar voorhoofd. Dit leek niet op Tweewater. Ze stond in een dorpje van hutten. Golven kabbelden tegen een zandstrand links van haar, en rechts van haar was het dorp tegen een heuvel op gebouwd naar een rotsrichel. In de verte stond een hoge berg.

Een soort eiland. De lucht was vochtig, de bries mild. Er liepen mensen tussen de hutten door, die goedmoedig naar elkaar riepen. Een enkeling bleef staan om naar haar te staren. Ze keek omlaag en besefte ineens dat ze naakt was. Ze bloosde hevig. Wie had haar kleding afgepakt? Als ze degene vond die daar verantwoordelijk voor was, zou ze hem zo’n pak rammel geven dat hij weken niet kon zitten!

Aan een waslijn in de buurt hing een mantel. Ze dwong zichzelf kalm te blijven terwijl ze ernaartoe liep en hem eraf trok. Ze zou de eigenares ervan opzoeken en haar betalen. Ze kon moeilijk rondlopen zonder een draad aan haar lijf. Ze trok de mantel aan. Ineens beefde de grond. De kalme golfjes werden wilder en beukten tegen het strand. Nynaeve slaakte een kreet en greep de paal van de waslijn vast. Boven haar begon de berg rook en as uit te braken.

Nynaeve hield zich vast aan de paal terwijl de rotsrichel vlakbij in stukken brak en er rotsblokken de heuvel af begonnen te tuimelen. Mensen gilden. Ze moest iets doen! Terwijl ze om zich heen keek, zag ze een zespuntige ster in de grond uitgehakt. Ze wilde ernaartoe rennen, maar ze wist dat ze rustig moest lopen. Kalm blijven kostte moeite. Haar hart bonsde van angst. Ze zou verpletterd worden! Ze bereikte het patroon van de ster net toen er een grote lading stenen op haar af kwam en hutten plette. Ondanks haar angst vormde Nynaeve snel de juiste weving: een weving van Lucht waarmee ze een muur maakte. Ze zette die voor zichzelf neer, en de stenen botsten tegen de Lucht en stuiterden terug. Er waren gewonde mensen in het dorp. Ze wendde zich af van het sterrenpatroon om te helpen, maar toen zag ze de zespuntige ster, deze keer van riet geweven, aan de deur van een hut hangen. Ze aarzelde.

Ze mócht niet falen. Ze liep naar de hut en ging de deur door. Toen verstijfde ze. Wat deed ze in deze koude, donkere grot? En waarom droeg ze een mantel van ruwe, jeukende vezels?

Ze had de eerste van de honderd wevingen voltooid. Dat wist ze, maar verder niets. Fronsend liep ze door de grot. Er scheen licht door barsten in het dak, en verderop was ook een poel van licht. De uitgang.

Ze liep de grot uit en zag dat ze in de Woestenij was beland. Met haar hand schermde ze haar ogen af tegen het felle zonlicht. Er was geen mens te zien. Ze liep door, haar voeten knerpend op onkruid en verschroeid door hete stenen.

De warmte was verschrikkelijk. Weldra was elke stap uitputtend. Gelukkig stonden er verderop ruïnes. Schaduw! Ze wilde ernaartoe rennen, maar ze moest kalm blijven. Ze liep naar de stenen toe en zette haar voeten op rotsen in de schaduw van een verbrokkelde muur. Het was er heerlijk koel en ze zuchtte van verlichting. Er was een patroon van bakstenen op de grond aangebracht, in de vorm van een zespuntige ster. Helaas bevond die ster zich weer in het zonlicht. Met tegenzin verliet ze de schaduw en liep naar het teken toe.

In de verte klonken trommels. Nynaeve draaide zich om. Walgelijke schepsels met een bruine vacht begonnen over een nabijgelegen heuvel te komen, met bijlen die dropen van het bloed. De Trolloks leken in haar ogen niet te kloppen. Ze had wel eens Trolloks gezien, al wist ze niet meer waar. Deze waren anders. Een nieuw ras, misschien? Met een dichtere vacht, en ogen die verborgen gingen in de holten van hun gezicht. Nynaeve liep sneller, maar ze ging niet rennen. Het was belangrijk dat ze rustig bleef. Dat was volkomen belachelijk. Waarom zou ze rustig willen – of moeten – lopen terwijl er Trolloks in de buurt waren? Als ze stierf omdat ze haar pas niet wilde versnellen, dan was het haar eigen schuld. Beheers je. Loop niet te snel.