Выбрать главу

Nee! dacht Nynaeve. Ze kwam overeind en weefde opnieuw lotsvuur. Ze vaagde een volgende hond weg, en toen nog een. Vanachter de rotsen sprongen nog meer van die monsters tevoorschijn. Waar kwamen ze allemaal vandaan? Nynaeve beende naar voren en schoot om zich heen met de verboden weving.

Bij elke schicht trilde de bodem alsof hij pijn had. Het lotsvuur zou de grond niet zo moeten doorboren. Er was iets mis. Ze kwam bij Lan aan. Hij had zijn been gebroken. ‘Nynaeve!’ riep hij. ‘Je moet vluchten!’

Ze negeerde dat, knielde neer en weefde lotsvuur toen nog een hond om het puin heen kwam. Het werden er steeds meer, en ze was zó verschrikkelijk moe. Elke keer als ze geleidde was ze er zeker van dat het de laatste keer was.

Maar dat kon niet. Niet nu Lan in gevaar was. Ze weefde een ingewikkelde Heling, stopte daar elk beetje kracht in dat ze kon oproepen en genas zijn been. Hij krabbelde op, greep zijn zwaard en weerde een Duisterhond af.

Ze vochten samen, zij met lotsvuur, hij met staal. Maar zijn bewegingen waren lethargisch, en het kostte haar elke keer een paar hartslagen langer om lotsvuur te maken. De grond beefde en rommelde, ruïnes stortten tegen de grond. ‘Lan!’ zei ze. ‘Hou je klaar om te vluchten!’

‘Wat?’

Met haar laatste beetje kracht weefde ze lotsvuur en richtte dat recht omlaag voor hun voeten. De grond kronkelde van pijn, bijna als een levend wezen. De aarde spleet open en Duisterhonden tuimelden omlaag. Nynaeve viel neer en de Ene Kracht verliet haar. Ze was te moe om nog te geleiden.

Lan greep haar arm. ‘We moeten weg!’

Ze sleepte zich overeind en pakte zijn hand. Samen renden ze tegen de rommelende heuvel op. Achter hen jankten Duisterhonden, en enkele ervan sprongen over de kloof heen.

Nynaeve rende uit alle macht en hield Lans hand vast. Ze kwamen op de top van de heuvel aan. De grond beefde zo ontzettend; ze kon niet geloven dat de hut nog overeind stond. Struikelend liep ze de helling af, ernaartoe, met Lan naast haar.

Hij struikelde en slaakte een kreet van pijn. Zijn hand gleed uit de hare.

Ze draaide zich met een ruk om. Achter hen kwam een hele stroom grauwende Duisterhonden over de heuveltop, met fonkelende tanden en rondvliegend kwijl. Lan wuifde haar door, met grote ogen. ‘Nee!’ Ze greep zijn arm vast en sleepte hem de helling af. Samen vielen ze door de deur naar binnen en...

... en hijgend viel Nynaeve uit de ter’angreaal. In haar eentje zeeg ze neer op de koude vloer, naakt en trillend. Eensklaps herinnerde ze zich alles. Elk verschrikkelijk ogenblik van de beproeving. Elk verraad, elke frustrerende weving. De onmacht, het gehuil van de kinderen, de dood van mensen die ze kende en liefhad. Ze bleef opgerold op de vloer liggen huilen.

Haar hele lichaam gloeide van pijn. Haar schouder, benen, armen en rug bloedden nog. Ze had grote aantallen brandblaren over haar lichaam, en het grootste deel van haar vlecht was verdwenen. Haar losgekomen haar viel in haar gezicht terwijl ze probeerde herinneringen aan wat ze had gedaan van zich af te zetten. Ze hoorde gekreun vlakbij, en met dikke ogen zag ze dat de Aes Sedai in de cirkel hun wevingen afbraken en ineenzakten. Ze haatte hen. Ze haatte hen stuk voor stuk. ‘Licht!’ Saerins stem. ‘Laat iemand haar Helen!’ Alles werd wazig. Stemmen werden onduidelijk. Als geluiden onder water. Vredige geluiden...

Iets kouds spoelde over haar heen. Ze hijgde en haar ogen werden groot bij de ijzige schok van de Heling. Rosil knielde naast haar neer. De vrouw keek ongerust.

De pijn verliet Nynaeves lichaam, maar haar uitputting werd tien keer zo erg. En de pijn vanbinnen... die bleef. O, Licht. Ze hoorde nog steeds kinderen huilen.

‘Nou,’ zei Saerin vlakbij, ‘kennelijk blijft ze leven. Wil iemand me nu alsjeblieft vertellen wat dat in naam van de schepping was?’ Ze klonk woest. ‘Ik heb veel verheffingen meegemaakt, zelfs een waarbij de vrouw het niet overleefde. Maar nog nooit, in al mijn dagen, heb ik een vrouw zien doorstaan wat zij zojuist heeft doorgemaakt.’

‘Ze moest fatsoenlijk worden beproefd,’ zei Rubinde. ‘Fatsoenlijk?’ vroeg Saerin witheet.

Nynaeve had niet de kracht om naar hen te kijken. Ze lag op de grond en ademde alleen maar in en uit.

‘Fatsóénlijk?’ herhaalde Saerin. ‘Dat was niet fatsoenlijk. Dat was regelrecht wraakzuchtig, Rubinde! Bijna al die beproevingen waren erger dan wat er ooit van andere vrouwen is geëist. Je zou je moeten schamen. Jullie allemaal. Licht, kijk toch eens wat jullie dat meisje hebben aangedaan!’

‘Het is niet belangrijk,’ zei Barasine van de Rode met kille stem. ‘Ze is gezakt.’

‘Wat?’ kraste Nynaeve, die eindelijk opkeek. De ter’angreaal was gedimd en Rosil had een deken en Nynaeves kleding opgehaald. Egwene stond aan de zijkant, met haar handen verstrengeld voor haar buik. Haar gezicht stond sereen terwijl ze naar de anderen luisterde. Zij zou hier als enige geen stem hebben in de vraag of Nynaeve voor de beproeving was geslaagd of niet.

‘Je bent gezakt, kind,’ herhaalde Barasine, terwijl ze Nynaeve met een onbewogen blik aankeek. ‘Je hebt niet de gepaste welvoeglijkheid betoond.’

Lelaine van de Blauwe knikte, hoewel het haar scheen te ergeren dat ze het eens was met een Rode. ‘Dit was een beproeving van je vermogen om kalm te blijven als een Aes Sedai. Dat heb je niet laten zien.’

De anderen leken slecht op hun gemak. Je mocht niet over de bijzonderheden van een beproeving praten. Zoveel wist Nynaeve nog wel. Ze wist ook dat zakken en sterven meestal hetzelfde waren. Hoewel ze niet ontzettend verbaasd was om vrouwen te horen beweren dat ze gezakt was, nu ze erover nadacht.

Ze had inderdaad de regels van de beproeving overtreden. Ze had gerend om Perijn en anderen te redden. Ze had wevingen gemaakt voordat dat mocht. Het kostte haar echter moeite om spijt te voelen. Elk ander gevoel werd voorlopig verteerd door het holle verlies dat ze ervoer.

‘Barasine heeft wel gelijk,’ zei Seaine met tegenzin. ‘Uiteindelijk was je openlijk woedend, en je bent naar veel van de sterren toe gerend. En dan is er nog de kwestie van de verboden weving. Heel verontrustend. Ik zeg niet dat we je moeten laten zakken, maar er zijn wel onregelmatigheden.’

Nynaeve probeerde op te staan. Rosil legde haar hand op haar schouder om dat te verbieden, maar Nynaeve pakte haar arm vast en gebruikte die om zichzelf op wankele benen overeind te werken. Ze pakte de deken aan en wikkelde die om zich heen, waarna ze hem aan de voorzijde dichthield.

Ze was zo ontzettend moe. ‘Ik deed wat ik moest. Wie van jullie zou niet rennen als je mensen in gevaar zag? Wie van jullie zou zichzelf verbieden te geleiden als ze Schaduwgebroed zag aanvallen? Ik deed wat een Aes Sedai zou moeten doen.’

‘Deze beproeving,’ zei Barasine, ‘is bedoeld om zeker te weten dat een vrouw in staat is zich te wijden aan een grotere taak. Om te kijken of ze de afleiding van het ogenblik kan negeren ten gunste van het grotere belang.’

Nynaeve snoof. ‘Ik heb de vereiste wevingen voltooid. Ik ben geconcentreerd gebleven. Nee, ik ben niet kalm gebleven; maar ik hield mijn hoofd koel genoeg om mijn taken te voltooien. Je moet geen kalmte eisen alleen om de kalmte, en een verbod om te rennen als je mensen moet redden is dwaasheid.

Het was in deze beproeving mijn doel om te bewijzen dat ik het verdien om een Aes Sedai te zijn. Nou, ik zou kunnen aanvoeren dat de levens van de mensen die ik zag belangrijker waren dan het verkrijgen van die titel. Als ik mijn titel zou moeten verliezen om iemand het leven te redden, dan zou ik het doen. Telkens weer. Ik zou het grotere belang niet dienen door hen aan hun lot over te laten; dat zou alleen maar zelfzuchtig zijn.’

Barasines ogen werden groot van woede. Nynaeve draaide zich om en liep met enige moeite naar de zijkant van de kamer, waar ze op een bankje kon uitrusten. De vrouwen schaarden zich bijeen om zachtjes te overleggen en Egwene liep – nog steeds sereen – naar Nynaeve toe. De Amyrlin kwam naast haar zitten. Hoewel ze had mogen deelnemen aan de beproeving en enkele ervaringen had mogen bedenken waarmee Nynaeve werd beproefd, was de keus om haar al dan niet te verheffen aan de anderen.