Выбрать главу

‘Je hebt ze boos gemaakt,’ zei Egwene. ‘En ze in verwarring gebracht.’

‘Ik heb de waarheid gesproken,’ gromde Nynaeve. ‘Misschien wel,’ zei Egwene. ‘Maar ik had het niet over je uitbarsting. Tijdens de beproeving lapte je de bevelen die je had gekregen aan je laars.’

‘Ik kón ze niet aan mijn laars lappen, want ik herinnerde me ze niet meer. Ik... Nou, eigenlijk wist ik wel wat ik moest doen, maar niet waarom.’ Nynaeve grimaste. ‘Daarom heb ik de regels overtreden. Ik dacht dat ze gewoon willekeurig waren. Ik wist niet meer waarom ik niet mocht rennen, dus toen ik mensen zag sterven, leek het me belachelijk om rustig te blijven lopen.’

‘De regels moeten eigenlijk onwrikbaar in je hoofd blijven zitten, ook als je je ze niet bewust meer herinnert,’ zei Egwene. ‘En je had niet eens moeten kunnen geleiden voordat je bij die ster aankwam. Dat zit in de aard van de beproeving verweven.’ Nynaeve fronste haar voorhoofd. ‘Hoe kan...’

‘Je bent te veel in Tel’aran’rhiod geweest. Deze beproeving schijnt ongeveer net zo te werken als de Wereld der Dromen. Wat wij in onze geest opriepen, dat werd jouw omgeving.’ Egwene klakte met haar tong en schudde haar hoofd. ‘Ik had ze gewaarschuwd dat dit gevaar mogelijk bestond. Je oefening in de Wereld der Dromen heeft je in staat gesteld de beperkingen van de beproeving te doorbreken.’ Nynaeve gaf daar geen antwoord op en voelde zich misselijk. Stel dat ze écht zakte? Dat ze uit de Toren werd gezet, nu ze zo dichtbij gekomen was?

‘Ik denk echter dat je overtredingen je misschien wel geholpen hebben,’ zei Egwene zachtjes.

‘Wat?’

‘Je bent te ervaren om deze beproeving te ondergaan,’ legde Egwene uit. ‘Ergens is dat wat er is gebeurd het bewijs dat je de stola verdiende toen ik je die schonk. Je hebt elk van de wevingen deskundig, snel en goed uitgevoerd. Ik was vooral ingenomen met de manier waarop je af en toe de “zinloze” wevingen gebruikte om de dingen die je zag aan te vallen.’

‘Het gevecht in Tweewater,’ zei Nynaeve. ‘Dat was van jou, zeker? De anderen kennen het er niet goed genoeg om het na te maken.’

‘Je kunt soms visioenen en omstandigheden vormen door te putten uit de geest van de vrouw die wordt beproefd,’ zei Egwene. ‘Het is een vreemde ervaring om deze ter’angreaal te gebruiken. Ik weet niet of ik het zelf wel helemaal begrijp.’

‘Maar Tweewater was van jou.’

‘Ja,’ gaf Egwene toe.

‘En die laatste? Met Lan?’

Egwene knikte. ‘Het spijt me. Ik dacht dat als ik het niet deed, niemand zou...’

‘Ik ben blij dat je het gedaan hebt,’ zei Nynaeve. ‘Ik heb er iets van geleerd.’

‘O ja?’

Nynaeve knikte, met haar rug tegen de muur terwijl ze de deken om zich heen klemde en haar ogen sloot. ‘Ik besefte dat als ik moest kiezen tussen Aes Sedai worden en met Lan meegaan, ik Lan zou kiezen. Hoe mensen me noemen, verandert niets binnen in me. Lan, echter... hij is meer dan een naam. Ik kan nog altijd geleiden – ik blijf mezelf – als ik nooit een Aes Sedai word. Maar ik zou nooit meer mezelf zijn als ik hem in de steek liet. De wereld is veranderd toen ik met hem trouwde.’

Ze voelde zich op een of andere manier... bevrijd toen ze dat inzag en hardop zei.

‘Laten we hopen dat de anderen dat niet beseffen,’ zei Egwene. ‘Het zou niet best zijn als ze vaststelden dat je iets anders voorrang zou geven boven de Witte Toren.’

‘Ik vraag me af,’ zei Nynaeve, ‘of we soms de Witte Toren – als instelling – voorrang geven boven de mensen die we dienen. Ik vraag me af of we het geen doel op zich laten worden, in plaats van een middel om hogere doelen te bereiken.’

‘Toewijding is belangrijk, Nynaeve. De Witte Toren beschermt en begeleidt de wereld.’

‘En toch doen zo velen van ons dat zonder een gezin,’ zei Nynaeve. ‘Zonder liefde, zonder hartstocht buiten onze eigen belangstellingsgebieden. Dus terwijl we de wereld proberen te begeleiden, zonderen we ons ervan af. We lopen het gevaar hooghartig te worden, Egwene. We denken het altijd beter te weten, maar dat heeft het gevaar in zich dat we de mensen die we beweren te dienen niet kunnen doorgronden.’

Egwene leek verontrust. ‘Spreek die gedachten niet te veel uit, in ieder geval niet vandaag. Ze zijn al gefrustreerd genoeg over je. Maar deze beproeving was ontzettend zwaar, Nynaeve. Het spijt me. Ik mocht niet de indruk wekken dat ik je voortrok, maar misschien had ik het een halt moeten toeroepen. Je deed wat je niet mocht doen, en daardoor werden de anderen nóg strenger. Ze zagen hoe erg je dat met die zieke kinderen vond, dus stopten ze er steeds meer in de beproeving. Velen van hen schenen je overwinningen te zien als een persoonlijke belediging, een strijd van wilskracht. Dat maakte hen zo hard. Wreed, zelfs.’

‘Ik heb het overleefd,’ zei Nynaeve met haar ogen dicht. ‘En ik heb een heleboel geleerd. Over mezelf. En over ons.’ Ze wilde Aes Sedai zijn, volledig en werkelijk aanvaard. Ze wilde dat heel graag. Maar uiteindelijk, als die vrouwen besloten haar hun goedkeuring te onthouden, dan wist ze dat ze kon doorgaan en toch kon doen wat ze moest doen.

Uiteindelijk liepen de Gezetenen – met Rosil achteraan – naar haar toe. Nynaeve sleepte zich uit eerbied overeind. ‘We moeten de verboden weving bespreken die je hebt gebruikt,’ zei Saerin streng.

‘Ik kon niets anders bedenken om de Duisterhonden te vernietigen,’ antwoordde Nynaeve. ‘Het was nodig.’

‘Jij hebt niet het recht om dat te besluiten,’ vond Saerin. ‘Wat jij deed, destabiliseerde de ter’angreaal. Je had hem kunnen vernietigen, jezelf en misschien ons om kunnen brengen. Je moet zweren dat je die weving nooit meer zult gebruiken.’

‘Dat doe ik niet,’ antwoordde Nynaeve vermoeid.

‘En als dat het verschil betekent tussen het verwerven van de stola of die voor altijd te verliezen?’

‘Zo’n belofte doen zou dom zijn,’ zei Nynaeve. ‘Ik zou mezelf in omstandigheden kunnen bevinden waarin mensen zouden sterven als ik hem niet gebruikte. Licht! Ik moet in de Laatste Slag naast Rhand strijden. Stel dat ik naar Shayol Ghul ga en ontdek dat ik zonder lotsvuur de Draak niet kan helpen de Duistere tegen te houden? Wil je me dwingen te kiezen tussen een domme belofte en het lot van de wereld?’

‘Denk je dat je naar Shayol Ghul gaat?’ vroeg Rubinde ongelovig. ‘Ik ga erheen,’ zei Nynaeve zacht. ‘Dat staat vast. Rhand heeft het me gevraagd, hoewel ik anders ook wel zou zijn gegaan.’

Ze keken elkaar aan en leken verontrust.

‘Als jullie me willen verheffen,’ zei Nynaeve, ‘dan zullen jullie gewoon op mijn oordeel moeten vertrouwen waar het dat lotsvuur aangaat. Als jullie denken dat ik niet weet wanneer ik een heel gevaarlijke weving kan gebruiken en wanneer niet, dan heb ik liever dat jullie me niet verheffen.’

‘Ik zou maar voorzichtig zijn,’ zei Egwene tegen de vrouwen. ‘De stola weigeren aan de vrouw die heeft geholpen de smet van saidin weg te nemen – de vrouw die Moghedien zelf in de strijd heeft verslagen, de vrouw die gehuwd is met de koning van Malkier – zou een heel gevaarlijk precedent scheppen.’

Saerin keek de anderen aan. Drie knikjes. Yukiri, Seaine en – verrassend genoeg – Romanda. Drie anderen schudden hun hoofd. Rubinde, Barasine, Lelaine. Dan bleef alleen Saerin over. De beslissende stem.

De Bruine draaide zich weer naar haar om. ‘Nynaeve Almaeren, ik verklaar dat je voor deze beproeving bent geslaagd. Met de hakken over de sloot.’

Naast haar slaakte Egwene een zachte – bijna onhoorbare – zucht van verlichting. Nynaeve besefte dat ze zelf ook haar adem had ingehouden.

‘Het is gedaan!’ zei Rosil terwijl ze luid in haar handen klapte. ‘Laat niemand ooit spreken over wat hier is gebeurd. Het is voor ons om in stilte te delen met degene die het heeft ervaren. Het is gedaan.’ De vrouwen knikten instemmend, zelfs diegenen die tegen Nynaeve hadden gestemd. Niemand zou weten dat Nynaeve bijna had gefaald. Ze hadden haar waarschijnlijk meteen over het lotsvuur ondervraagd – in plaats van officieel straf op te leggen – vanwege het gebruik dat er naderhand nooit meer werd gesproken over wat er in de ter’angreaal was gebeurd.