Выбрать главу

Het kostte veel inspanning niet diep te zuchten. Logain kon in stilte worden opgehangen, zodra ze klaar was met de opstandelingen. De meeste mensen dachten toch al dat hij dood was. Die smerige laster dat de Rode Ajah hem had geholpen een valse Draak te worden, zou met hem sterven. Wanneer de kwestie van de opstandelingen was afgehandeld, kon dat Sanche-mens gedwongen worden de sleutels van de ogen-en-oren van de Amyrlin te overhandigen en de verraadsters te noemen die haar hadden helpen ontsnappen. Jammer dat er geen kans op was dat Alviarin daarbij hoorde. ‘Ik kan nauwelijks begrijpen waarom dat Almaeren-meisje naar Ebo Dar zou hollen om te beweren dat ze Aes Sedai is, laat staan Elayne. Wat vind jij?’

‘U hebt bevolen dat Elayne gevonden moest worden, Moeder. Dat is even belangrijk als die Altor aanlijnen, zei u. Toen ze zich nog tussen driehonderd opstandelingen in Salidar bevond, was het onmogelijk iets te ondernemen, maar ze zal in het Tarasin-paleis minder goed beschermd zijn.’

‘Ik heb geen tijd voor praatjes en geruchten,’ beet Elaida haar vol verachting toe. Wist Alviarin méér dan ze hoorde te weten, dat ze Altor had genoemd en de lijn? ‘Ik stel voor dat je Tarna’s verslag nogmaals leest en jezelf dan afvraagt of zelfs opstandelingen zouden goedkeuren dat een Aanvaarde net doet of ze de stola draagt.’

Alviarin wachtte zichtbaar ongeduldig tot ze was uitgesproken en keek toen opnieuw haar stapeltje door, waarna ze er nog vier vellen uittrok. ‘De Grijze faktoor heeft wat schetsen gestuurd,’ zei ze effen en hield Elaida de papieren voor. ‘Het is geen kunstenaar, maar Elayne en Nynaeve zijn herkenbaar.’ Het duurde even, maar toen Elaida de tekeningen niet aanpakte, werden de papieren weer bij de andere geschoven.

Elaida voelde hoe haar wangen kleurden van boosheid en verlegenheid. Alviarin had haar in de val laten lopen door die schetsen niet meteen te tonen. Ze negeerde het – iets anders zou slechts meer verlegenheid brengen – maar haar stem werd ijskoud, ‘Ik wil dat ze worden opgepakt en hierheen gebracht.’

Elk spoortje nieuwsgierigheid ontbrak zo volkomen op Alviarins gezicht, dat Elaida zich opnieuw afvroeg hoeveel die vrouw wist. Dat meisje Almaeren kon heel goed een greep op Altor opleveren, omdat ze uit hetzelfde dorp kwam. Dat wisten alle zusters, net zoals ze wisten dat Elayne de erfdochter was van Andor en dat Morgase dood was. Er waren enkele vage geruchten die Morgase verbonden met de Witmantels, maar dat was grote onzin, aangezien zij nooit de hulp van de Kinderen van het Licht zou zoeken. Ze was dood, haar lijk was nergens aangetroffen en Elayne zou koningin worden. Als ze tenminste kon worden losgeweekt van de opstandelingen voordat de Andoraanse Huizen in haar plaats Dyelin op de Leeuwentroon zouden plaatsen. Het was niet algemeen bekend waarom Elayne belangrijker was dan een andere vrouwe met aanspraken op de troon, afgezien van het feit dat ze op een dag Aes Sedai zou zijn.

Soms kon Elaida Voorspellen, een Talent dat velen verloren hadden gewaand, en lang geleden had ze Voorspeld dat het koninklijk huis van Andor de sleutel vormde voor de overwinning in de Laatste Slag. Ruim vijfentwintig jaren waren voorbijgegaan en toen tijdens de Opvolging duidelijk was geworden dat Morgase Trakand de troon zou winnen, had Elaida zich met de toen nog jonge vrouw verbonden. Hoe Elayne van zo’n enorm belang kon zijn, wist Elaida niet, maar een Voorspelling loog nooit. Soms had ze bijna een hekel aan dat Talent. Ze haatte dingen die ze niet in haar macht had.

‘Ik wil ze alle vier, Alviarin.’ De andere twee waren niet belangrijk, maar ze wilde elk gevaar vermijden. ‘Stuur mijn opdracht meteen naar Teslyn. Zeg haar, én Joline, dat ze zullen wensen nooit geboren te zijn als ze vanaf nu niet regelmatig verslag doen. Doe de inlichting van die Macura erbij.’ Bij dat laatste vertrok haar mond.

Ook Alviarin bewoog wat ongemakkelijk en dat was geen wonder. Dat nare brouwsel van Ronde Macura verontrustte elke zuster. Dolkwortel was niet dodelijk – je werd tenminste weer wakker als je er zoveel van dronk dat je insliep – maar een drank die de gaven van een geleidster aantastte, leek een rechtstreekse bedreiging van de Aes Sedai. Het was jammer dat die inlichtingen niet voor Galina’s vertrek ontvangen waren. Als dolkwortel bij mannen even goed werkte als het bij vrouwen scheen te doen, zou dat haar taak aanzienlijk hebben verlicht.

Alviarins ongemak duurde maar kort. Heel kort, waarna ze zich weer volledig beheerste, even toeschietelijk als een ijsmuur. ‘Zoals u wenst, Moeder. Ik weet zeker dat ze meteen zullen gehoorzamen, zoals ze natuurlijk horen te doen.’

Een plotselinge vlaag van ergernis vlamde door Elaida heen als vuur over een droog weiland. Zij had het lot van de wereld in haar handen en onder haar voeten rezen telkens weer nieuwe struikelblokken op. Het was al erg genoeg dat ze opstandelingen en tegenstribbelende vorsten aan moest pakken, maar er waren ook te veel Gezetenen die achter haar rug mopperend samenspanden, waardoor de Hoedster een rijke oogst kon binnenhalen. Slechts zes van hen had ze behoorlijk onder de duim en ze vermoedde dat er minstens evenveel goed naar Alviarin luisterden voor ze hun stem uitbrachten. In ieder geval werd er niets belangrijks door de Zaal gesluisd zonder dat Alviarin ermee instemde. Niet openlijk – niemand erkende dat Alviarin een draadje meer invloed of macht bezat dan een Hoedster behoorde te hebben – maar als Alviarin tégen iets was... Ze waren gelukkig nog niet zover gegaan dat ze een voorstel van Elaida hadden afgewezen. Maar alles werd op z’n elfendertigst aangepakt en vele wensen van de Amyrlin waren in de Zaal een stille dood gestorven. Het was eigenlijk heel onnozel, en daar was ze blij om. Sommige Amyrlins waren niet meer dan speelpoppen geweest nadat de Zaal de smaak te pakken had gekregen en alles afwees wat zij opperden.

Haar handen balden zich en het smalle strookje papier knisperde.

De ring is in de neus van de stier geplaatst.

Alviarin keek even beheerst als een marmeren standbeeld, maar Elaida gaf er niet meer om. De schaapherder was onderweg. De opstandelingen zouden verpletterd worden en de Zaal zou buigen, Alviarin zou knielen en iedere onhandelbare vorst of vorstin zou zich naar haar wensen dienen te schikken. Van Tenobia van Saldea, die zich ergens verschool om haar gezant niet te hoeven ontvangen, tot aan Mattin Stepaneos van Illian, die alle partijen tegelijk probeerde te bespelen door met haar in te stemmen, en met de Witmantels en vermoedelijk ook met Altor. Elayne zou op de troon van Andor komen en haar broer kon geen problemen meer opleveren – ze zou terdege beseffen door wie zij daar was gekomen. Enige tijd hier in de Toren en het meisje zou als was in Elaida’s handen zijn.

‘Ik wil dat die mannen worden uitgeroeid, Alviarin.’ Ze hoefde niet te zeggen wie ze bedoelde. De halve Toren kon over weinig anders praten dan die mannen in hun Zwarte Toren, en de andere helft fluisterde over hen in verborgen hoekjes.

‘Er zijn enkele verontrustende verslagen, Moeder.’ Alviarin keek nogmaals haar papieren door, maar Elaida dacht dat ze dat alleen deed om iets te doen te hebben. Ze haalde geen nieuwe vellen meer uit de stapel en als er iets ter wereld was wat deze vrouw uit haar evenwicht kon brengen, moest het die vuilnisbelt bij Caemlin zijn.

‘Nog méér geruchten? Geloof jij in die verhalen van duizenden die zich bij Caemlin verzamelen als antwoord op dat smerige pardon?’ Dat was niet het minste dat Altor had uitgespookt, maar nauwelijks een reden tot zorg. Het was enkel een hoop smerigheid die vóór Elaynes kroning veilig moest worden opgeruimd.