Выбрать главу

Opeens schoot haar iets te binnen en kwam ze moeizaam overeind. De dekens gleden omlaag en ze trok die onmiddellijk weer omhoog. De lucht voelde koud aan tegen haar naakte huid, die vochtig was van het zweet. Ook al probeerde ze iets over te nemen van Aviendha’s gemak om ongekleed bij anderen te zijn, het lukte haar gewoon niet. ‘Dyelin,’ zei ze bezorgd en probeerde de dekens nog beter om zich heen te schikken. Het voelde vreemd aan. Ze voelde zich uitgewrongen en duizelig. ‘En de gardist... zijn ze...’

‘De man heeft geen schrammetje opgelopen,’ zei Nynaeve, die uit de bewegende schaduwen naar voren stapte, al bleef zijzelf ook nog een schaduw. Ze legde haar hand op Elaynes voorhoofd en gromde voldaan door de koelte ervan. ‘Bij Dyelin heb ik Heling toegepast. Ze zal echter tijd nodig hebben om haar krachten weer terug te krijgen. Ze heeft veel bloed verloren. Met jou is het ook goed. Ik meende een tijdlang dat je koorts zou krijgen, want dat is altijd het gevaar als je zwak bent.’

‘Ze heeft je kruiden gegeven en geen Heling,’ zei Birgitte zuur vanaf een stoel aan het voeteneinde van het bed. In deze halve duisternis was ze een vierkante dreigende gestalte.

‘Nynaeve Almaeren is wijs genoeg om te weten wat ze niet kan,’ zei Aviendha vlak. Alleen haar witte hemd en een flits van glanzend zilver waren laag bij de muur goed zichtbaar. Als gewoonlijk zat ze liever op de vloer dan op een stoel. ‘Ze heeft de smaak van die dolkwortel in de thee herkend en wist niet welke weving daartegen gebruikt kon worden, dus heeft ze niet voor dwaze oplossingen gekozen.’

Nynaeve snoof hard. Ongetwijfeld evenzeer vanwege Aviendha’s verdedigende woorden als Birgittes zure opmerking. Misschien om het eerste wel meer. Nynaeve bleef Nynaeve en zou waarschijnlijk liever nooit de dingen te weten zijn gekomen die ze niet wist en niet kon. De laatste tijd was ze ook wat meer geprikkeld over Heling dan anders. Zeker nadat was gebleken dat verschillende Kinsvrouwen haar kunde overtroffen. ‘Je had het zelf moeten herkennen, Elayne,’ zei ze bruusk. ‘Groenmos en geitentong maken je misschien wat slaperig, maar werken uitstekend tegen maagkramp. Ik heb maar aangenomen dat je liever sliep.’

Elayne huiverde even en trok de leren kruiken onder de dekens vandaan en liet ze op het tapijt vallen; ze had het gevoel dat ze geroosterd werd. De dagen nadat Ronde Macura haar en Nynaeve had vergiftigd met dolkwortel waren zo ellendig geweest dat ze die liever wilde vergeten. Ze wist niet welke kruiden Nynaeve haar gegeven had, maar ze voelde zich niet zwakker dan na de dolkwortel. Ze meende best te kunnen lopen, zolang ze maar niet lang hoefde te staan en ver te lopen. En haar hoofd was helder. De vensterluiken lieten streepjes maanlicht door. Was het al diep in de nacht?

Ze omhelsde de Bron weer en geleidde vier stroompjes Vuur om een staande lamp aan te steken, vervolgens een tweede. De kleine vlammen maakten het vertrek ineens veel lichter, waardoor Birgitte even een hand voor haar ogen hield. De jas van kapitein-generaal stond haar goed. Ze zou veel indruk hebben gemaakt op die handelaren. ‘Je hoort nog niet te geleiden,’ foeterde Nynaeve met samengeknepen ogen. Ze droeg nog steeds het te laag uitgesneden blauwe gewaad van die ochtend, terwijl de stola met de gele franje over haar armen lag. ‘Nog een paar dagen om weer op krachten te komen zou beter zijn. En dan heel veel slaap.’ Ze keek met een frons op haar gezicht naar de kruiken die op de vloer waren gevallen. ‘En je moet je warm houden. Het is beter koorts te voorkomen dan die te helen.’

‘Ik denk dat Dyelin vandaag haar trouw heeft bewezen,’ zei Elayne, haar kussens zo verschikkend dat ze rechtop tegen het hoofdeinde van het bed kon leunen. Nynaeve stak in afkeer beide handen omhoog. Op een zilveren dienblaadje op een nachtkastje stond een zilveren beker gevuld met donkere wijn. Elayne keek er kort en achterdochtig naar. ‘Op een heel harde wijze. Ik denk dat ik haar toh verschuldigd ben, Aviendha.’

De Aielse trok haar schouders op. Bij hun aankomst in Caemlin had ze met bijna lachwekkende haast haar Aielkleren weer aangetrokken en de prachtige zijde ingeruild voor algoed hemden en een ruim vallende wollen rok, alsof ze opeens bang was geworden voor de weelde van de natlanders. Met een donkere omslagdoek om het middel en een donker doekje om het hoofd voor haar lange zwarte haren leek ze weer helemaal op een leerling van de Wijzen, al droeg ze wel een ingewikkelde zilveren halsketting van fijnbewerkte schijfjes die ze van Egwene had gekregen. Elayne begreep nog steeds die haast niet. Melaine en de anderen hadden de indruk gegeven dat ze, zolang ze natlandse kleren droeg, haar eigen gang mocht gaan, maar nu hadden ze haar weer net zo in een kooitje als een Novice bij de Aes Sedai. Ze mocht eigenlijk van de Wijzen alleen wat tijd in het paleis, of liever de stad, doorbrengen omdat zij en Elayne eerstezusters waren.

‘Als jij vindt dat je dat moet doen, dan moet je het doen.’ Het wel zeer uitgestreken toontje ging over in een plagerige genegenheid. ‘Het is maar een kleine toh, Elayne. Je had reden tot twijfel, zuster. Je kunt niet voor elke gedachte een verplichting veronderstellen.’ Ze lachte alsof haar opeens een leuk grapje inviel. ‘Op die manier eindig je met zeer veel trots en moet ik weer veel te trots op jou zijn, maar de Wijzen zullen jou hiervoor niet ter verantwoording roepen.’ Nynaeve rolde heel nadrukkelijk haar ogen omhoog, maar Aviendha schudde slechts haar hoofd en ging duidelijk behoedzaam met de onwetendheid van de ander om. Ze had nog andere lessen van de Wijzen gekregen dan lessen in de Ene Kracht. ‘Tja, dat kunnen we niet hebben, hè, dat jullie al te trots worden,’ zei Birgitte. Het leek er verdacht veel op dat ze haar plezier verborg. Haar gezicht stond veel te nietszeggend.

Birgitte werd door Aviendha altijd met gepaste voorzichtigheid opgenomen. Nadat zij en Elayne elkaar als eerstezusters hadden aangenomen, had Birgitte haar ook geadopteerd. Niet als zwaardhand natuurlijk, maar ze gedroeg zich als een oudere zus tegen haar, net zoals ze vaak tegen Elayne deed. Aviendha wist niet goed wat ze daar mee aan moest. En het feit dat ze nu als een van de weinigen wist wie Birgitte eigenlijk was, had niet erg geholpen. Haar gevoelens schommelden heen en weer tussen een ferme vastbeslotenheid dat Birgitte Zilverboog haar geen ontzag inboezemde en een verrassende bescheidenheid, en zowat alles daar tussenin. Birgitte schonk haar een vermaakte glimlach, maar die verdween toen ze een klein rolletje van haar schoot oppakte en dat heel behoedzaam uitrolde. Toen eindelijk een dolk zichtbaar werd in een met leer beklede schede en een lang lemmet, keek ze heel ernstig en stroomde er een beheerste woede door de binding. Elayne herkende de dolk meteen. Ze had die dolk in de hand van de vlasblonde moordenaar gezien.

‘Het was geen poging je te ontvoeren, zus,’ zei Aviendha zachtjes. Birgittes stem klonk grimmig en ze hield de dolk aan de punt van het heft omhoog. ‘Nadat Mellar de eerste twee had gedood, de tweede door zijn zwaard als speer te gebruiken, als een held uit een speelmanverhaal, pakte hij deze dolk van de derde af en doodde hem ermee. Ze hadden vier exact gelijke dolken bij zich. Deze was van gif voorzien.’

‘Die bruine vlekken op het lemmet zijn grijze venkel vermengd met gemalen perzikpit,’ zei Nynaeve, die op de rand van het bed kwam zitten en een grimas van walging toonde, ik hoefde zijn ogen en tong maar te zien of ik wist waaraan die vent was gestorven en dat was niet de dolksteek zelf.’

‘Zo,’ zei Elayne kalm, na enig zwijgen. ‘Zo, zo. Dolkwortel zodat ik niet kon geleiden en ook niet kon staan en twee man om me overeind te houden, terwijl de derde me een vergiftigde dolksteek toebrengt. Een ingewikkeld plan.’

‘Natlanders houden van ingewikkelde plannen,’ merkte Aviendha op. Ze gluurde wat ongemakkelijk schuins naar Birgitte, verschoof wat en voegde eraan toe: ‘Sommigen tenminste.’