‘Dit is een Aes Sedai-onderzoek,’ antwoordde ze strak. ‘Wij dienen de wet van de Toren te volgen.’ Al werd die nu wel heel ruim uitgelegd, maar Cadsuane was altijd van mening geweest dat de geest van de wet belangrijker was dan de letter.
Harine blies zich op als een adder en begon opnieuw te klagen over haar rechten en eisen, maar Cadsuane luisterde maar half. Ze kon Erian bijna begrijpen, een bleke Illiaanse met zwart haar, die trots bleef hameren op het feit dat ze naast hem diende te staan wanneer hij de Laatste Slag streed. En Beldeine, die de stola nog maar zo kort droeg dat ze nog geen enkel teken van leeftijdloosheid vertoonde, was vastberaden dat ze alles wilde zijn wat een Groene behoorde te zijn. Dan Elza, een Andoraanse met een vriendelijk gezicht, wier ogen bijna gloeiden wanneer ze riep dat zij ervoor zou zorgen dat hij in leven bleef om de Duistere te bestrijden. Ook een Groene en nog rechtlijniger dan de meesten. Nesune boog zich naar voren om naar haar boek te turen en leek op een vogel die met zwarte ogen een worm bekeek. Een Bruine die een vat met een schorpioen zou instappen als ze wist dat ze daardoor iets nieuws kon leren. Sarene was misschien een zottin door geschokt te kijken als iemand haar knap, ja verbijsterend knap vond, maar de Witte wilde liever bekendstaan om de kille nauwgezetheid van haar denken. Altor was de Herrezen Draak en dus moest ze hem volgen. Aanvaardbare en idiote redenen, maar ze had ze kunnen geloven als die anderen er niet waren geweest.
De deur naar de voorhal ging open en Verin en Sorilea kwamen binnen. De verweerde Aielse met het witte haar overhandigde iets kleins aan Verin, dat de Bruine zuster in haar beursje stak. Verin droeg een bloemenspeld op haar eenvoudige bronskleurige gewaad, het eerste sieraad dat Cadsuane ooit bij haar had opgemerkt, afgezien van de Grote Serpent-ring.
‘Daarmee zul je goed kunnen slapen,’ zei Sorilea, ‘maar denk eraan: drie druppeltjes in water of één in wijn. Iets meer en je slaapt meer dan een dag. Nog iets meer en je wordt nooit meer wakker.’ Dus Verin had ook last van slapeloosheid. Na de vlucht van de jongen uit het Zonnepaleis had Cadsuane geen nacht meer goed geslapen. En als ze niet gauw eens lekker kon slapen, ging ze echt iemand bijten. Nesune en de anderen hielden Sorilea verontrust in het oog. De jongen had ze leerling bij de Wijzen gemaakt en ze hadden intussen gemerkt dat de Aielvrouwen dat niet luchtig opvatten. Als Sorilea met haar vingers knipte, betekende dat het eind van de vrije ochtend.
Harine boog zich naar voren en gaf Cadsuane met haar vingers een felle tik op haar wang! ‘U luistert niet,’ zei ze bits. Haar gezicht stond op zwaar onweer en dat van haar zeilvrouwe vertoonde al even donkere wolken. ‘U moet luisteren.’
Cadsuane hield de handen tegen elkaar en keek de vrouw over haar vingertoppen aan. Nee, ze zou die golfvrouwe nu geen hardhandig lesje leren. Ze zou de vrouw niet huilend naar haar vertrekken terugsturen. Ze zou even diplomatiek handelen als Coiren maar wenste. Haastig dacht ze na over wat ze allemaal wel had opgevangen. ‘U spreekt voor de Vrouwe der Schepen van de Atha’an Miere, met al haar macht en gezag, die meer zijn dan ik me kan voorstellen,’ zei ze kalm. ‘Als uw windvindster niet binnen het uur terug is, zult u ervoor zorgen dat de Coramoor mij streng zal straffen. En u vraagt een verontschuldiging voor het gevangennemen van de windvindster. Bovendien eist u van me dat heer Dobraine ogenblikkelijk het land aanwijst dat de Coramoor jullie heeft beloofd. Ik neem aan dat dat de wezenlijke punten zijn.’ Behalve het feit dat zij getuchtigd zou worden!
‘Goed,’ zei Harine, die het zich weer gemakkelijk maakte en meende de overhand te hebben. Haar zelfvoldane glimlach maakte Cadsuane misselijk. ‘U zult leren dat...’
‘Ik geef geen zier om jullie Coramoor,’ ging Cadsuane door, nog steeds heel kalm en ingehouden. Heel veel om de Herrezen Draak, maar geen sikkepitje om de Coramoor. Ze bleef nog steeds dezelfde lieve toon gebruiken. ‘Als jullie me ooit nog eens zonder toestemming aanraken, zal ik jullie laten uitkleden, geselen, binden en in een zak naar je kamers terug laten brengen.’ Nou ja, diplomatie was nooit haar sterkste punt geweest. ‘En als jullie niet stoppen met dat gezanik over jullie zuster... Misschien word ik dan wel echt kwaad.’ Ze stond op, negeerde het verontwaardigde gepuf en de open monden en verhief haar stem om door de zusters gehoord te worden. ‘Sarene!’
De slanke Taraboonse tolde van haar borduurwerk weg terwijl de kralen van haar vlechten tegen elkaar klikten en haastte zich om naast Cadsuane te gaan staan. Ze aarzelde amper voor ze haar donkergrijze rok spreidde voor een kniks. De Wijzen hadden hun geleerd meteen op te springen op een woord van een Wijze. Het was niet iets wat een zuster zich gemakkelijk eigen maakte, maar het was meer dan die gewoonte dat ze zo rap gehoorzaamden. Er waren echt voordelen verbonden aan een legende. Zeker nu Cadsuane een onvoorspelbare legende was.
‘Breng deze twee naar hun kamer,’ beval ze. ‘Ze willen vasten en nadenken over beschaafd gedrag. Zorg ervoor dat ze dat doen. En bij het eerste het beste onbeschaafde woord krijgen ze beiden een pak slaag. Doe dat echter wel diplomatiek.’
Sarene schrok op en wilde betogen dat zoiets niet logisch was, maar na een blik op Cadsuanes gezicht wendde ze zich tot de Zeevolkvrouwen en gebaarde hen op te staan.
Harine sprong overeind en haar donkere gezicht stond hard en boos. Voor ze echter in woede kon uitbarsten, tikte Derah haar op de arm en boog zich naar haar toe om achter haar hand met de donkere tatoeages iets in het oor met de vele ringetjes te fluisteren. Cadsuane ving niets op, maar Harine deed wel haar mond dicht. Ze keek zeker niet vriendelijker, maar ze nam de zusters aan de andere kant van de kamer op en gebaarde even later kortaf dat Sarene voor mocht gaan. Harine kon dan wel net doen of het haar beslissing was, Derah volgde haar zo snel dat het leek of ze Harine duwde. De achterste vrouw keek telkens verontrust om tot de deur achter hen dichtviel.
Cadsuane betreurde het bijna dat ze dat lichtzinnige bevel had gegeven. Sarene zou het precies zo uitvoeren. Die vrouwen waren een ergernis en tot dusver nog steeds nutteloos. Haar ergernis moest opgelost worden, zodat ze haar aandacht aan echt belangrijke dingen kon schenken. En ach, als ze eenmaal wist hoe ze hen op een nuttige manier kon gebruiken, was het handig dat het ‘gereedschap’ gebruiksklaar was. Maar ze was nu te boos op hen om iets nuttigs te bedenken. Nee, ze was boos op de jongen, maar die had ze nu niet onder handbereik.
Sorilea had Sarene en de Atha’an Miere nagekeken, waarna ze zich met luid keelgeschraap omdraaide en fronsend naar de zusters aan de andere kant keek. Armbanden rinkelden toen ze haar omslagdoek goed schoof. Nog iemand in een slechte bui. Het Zeevolk had vreemde ideeën over die Aielwilden, hoewel die niet gekker waren dan die van Cadsuane, maar dat was voordat ze kennis had gemaakt met Sorilea. De Wijze moest niets van deze ideeën hebben. Met een glimlach stapte Cadsuane naar haar toe. Sorilea was geen vrouw die je naar je toe liet komen. ledereen dacht dat ze een vriendschap ontwikkelden. Dat kon nog steeds gebeuren, besefte ze verbaasd, maar niemand wist van hun verbond. Eben verscheen weer met het blad en leek opgelucht toen ze haar halflege roemer erop plaatste.
‘Gisteravond laat vroeg Chisaine Nurbaya of ze de car’a’carn mocht dienen.’ De afkeuring droop uit haar woorden. ‘Voor het ochtendlicht vroeg Janine Pavlara hetzelfde, toen Innina Darenhold en ten slotte Vayelle Kamsa. Hun was nooit toegestaan met elkaar te praten. Er kan geen sprake zijn van samenzwering. Ik heb hun verzoek aanvaard.’
Cadsuane slaakte een verstikt geluid, ik neem aan dat je ze al het boetekleed hebt laten aantrekken,’ mompelde ze terwijl ze de situatie snel overdacht. Er waren negentien gevangen zusters in het Aielkamp, negentien zusters die door die dwaas van een Elaida waren gestuurd om de jongen te ontvoeren. Nu hadden ze allemaal gezworen hem te volgen! Deze laatsten waren het ergst. ‘Hoe komt het dat Rode zusters trouw zweren aan een man die kan geleiden?’ Verin wilde al iets opmerken, maar zweeg vanwege de Aielse. Vreemd genoeg had Verin haar eigen opgelegde leertijd opgepakt als een rondstappende reiger in een moeras. Ze besteedde meer tijd in het kamp dan erbuiten.