Выбрать главу

‘Geen boete, Cadsuane Melaidhrin.’ Sorilea maakte een afkeurend gebaar met een pezige hand, waardoor de gouden en ivoren armbanden opnieuw rinkelden. ‘Zij pogen toh te doen voor zover zij dat kunnen. Op hun eigen manier even dwaas als onze poging hen ‘da’tsang’ te noemen, maar wellicht kunnen ze nog gered worden, als ze dat tenminste willen.’ Het laatste kwam er met tegenzin uit. Sorilea had meer dan alleen een hekel aan die negentien zusters. Ze glimlachte kleintjes, in elk geval zullen wij hun veel bijbrengen dat ze dienen te weten.’ De vrouw nam aan dat alle Aes Sedai baat konden hebben van een lange leertijd bij de Wijzen.

‘Ik hoop dat jullie ze nog steeds nauwgezet in het oog houden,’ merkte Cadsuane op. ‘Vooral die laatste vier.’ Ze was er zeker van dat ze die belachelijke eed zouden houden, al zou het niet altijd op een manier zijn die de jongen aansprak, maar er was een mogelijkheid dat er een of twee van de Zwarte Ajah bij zaten. Ooit had ze gedacht dat ze op het punt stond de Zwarten uit te kunnen roken, maar ze zag die zelfopgelegde taak ook als rook door haar vingers wegdwarrelen. Het was haar bitterste nederlaag, afgezien wellicht van haar onwetendheid waarom de neef van Caraline Damodred door de Grenslanden zwierf. Die kennis had ze vele jaren te laat opgedaan. Nu leek zelfs de Zwarte Ajah een kleinigheid naast wat echt belangrijk was.

‘Leerlingen worden altijd goed in de gaten gehouden,’ antwoordde de tanige vrouw, ik vind dat ik de anderen eraan moet herinneren dat ze dankbaar mogen zijn dat ze als een stel stamhoofden pret mogen maken.’

De vier zusters voor de haard kwamen pijlsnel omhoog toen ze aan kwam lopen, maakten een diepe kniks en luisterden zorgvuldig naar wat hun zacht met een zwaaiende vinger werd gezegd. Sorilea meende wellicht dat ze nog veel te leren hadden, maar zij wisten allemaal al dat een Aes Sedai-stola geen enkele bescherming bood voor een leerlinge van de Wijzen. Toh leek voor Cadsuane buitengewoon veel op boetedoening.

‘Ze is... indrukwekkend,’ mompelde Verin. ‘Ik ben heel blij dat ze aan onze kant staat. Als dat zo is.’

Cadsuane keek Verin scherp aan. ‘Je lijkt op een vrouw die iets moet zeggen maar dat liever niet wil. Over Sorilea?’ Dat bondgenootschap moest heel ruim worden opgevat. Vriendschap of niet, zij en de Wijze konden nog steeds verschillende doelen nastreven. ‘Nee, dat niet,’ verzuchtte de stevige kleine vrouw. Ondanks haar vierkante gezicht leek ze door die vreemd schuine stand van haar hoofd op een heel dikke mus. ik weet dat het niet mijn zaken zijn, Cadsuane, maar Bera en Kiruna bereiken niets met onze gasten, dus had ik een praatje onder vier ogen met Shalon. Na enig zacht aandringen kwam het hele verhaal los, waarna Ailil het bevestigde toen ze doorkreeg dat ik alles wist. Al heel gauw na de aankomst van het Zeevolk heeft Ailil Shalon aangesproken om te horen wat ze met de jonge Altor wilden. En van haar kant wilde Shalon al het mogelijke over hem en over de toestand hier te weten komen. Daaruit kwamen bijeenkomsten voort die tot vriendschap hebben geleid, en ten slotte deelden ze elkaars bed. Evenzeer vanwege hun eenzaamheid als vanwege dat andere, neem ik aan. In elk geval, dat was wat ze verborgen wilden houden en niet zozeer het feit dat ze overal aan het rondspieden waren.’

‘En ze hebben dat al die dagen dat ze werden ondervraagd voor zich kunnen houden?’ vroeg Cadsuane ongelovig. Bera en Kiruna hadden die twee laten jammeren en huilen.

Verins ogen schitterden van een onderdrukte pret. ‘Cairhienin zijn preuts en gemaakt, Cadsuane, in het openbaar tenminste. Als de gordijnen dicht zijn, gedragen ze zich misschien bij de konijnen af, maar ze zouden nog niet toegeven dat ze door hun eigen man worden aangeraakt als die bekentenis ook maar door één iemand gehoord zou kunnen worden! En het Zeevolk is al even bekrompen. Shalon is meen ik getrouwd met een man die elders plichten heeft en het verbreken van je trouwbelofte is bij het Zeevolk een zware misdaad. Inbreuk op hun strenge orde en gezag, blijkbaar. Als haar zus dit te weten komt, zal Shalon windvindster worden op een roeiboot. Zo zei ze het, geloof ik.’

Cadsuane schudde haar hoofd en de sieraden in haar haren zwierden rond. Toen de twee vrouwen na de aanval op het paleis waren ontdekt, lagen ze gebonden en gekneveld onder Ailils bed. Ze had gedacht dat ze meer van de aanval wisten dan ze wilden toegeven, vooral omdat ze niet wilden zeggen waarom ze elkaar stiekem ontmoetten. Wellicht waren ze ergens bij betrokken, al was de aanval duidelijk het werk van afvallige Asha’man. Tenminste, ze dacht dat het afvalligen waren. Waren dan al die tijd en moeite voor niets geweest. Misschien niet helemaal, als ze dit zo wanhopig graag geheim wilden houden.

‘Ga naar de kamers van vrouwe Ailil terug en bied onze verontschuldigingen aan voor de wijze waarop we haar behandeld hebben, Verin. Geef haar heel... vaag de verzekering dat haar vertrouwen niet beschaamd zal worden. Maar zorg ervoor dat ze goed beseft hoe vaag die toezegging is. Verzeker haar er wel van, met je hand op je hart, dat ze mij over alles wat haar broer aangaat, op de hoogte kan blijven houden.’ Afpersing was een hulpmiddel dat ze liever niet wilde gebruiken, maar ze had het ook al gebruikt bij de drie Asha’man. Toram Riatin kon nog steeds moeilijkheden veroorzaken, al leek zijn opstand in rook te zijn opgegaan. Eigenlijk interesseerde het haar niet wie op de Zonnetroon kwam, maar de intriges van mensen die een troon wel belangrijk vonden, veroorzaakten vaak last bij belangrijker zaken.

Verin glimlachte en haar knotje danste op en neer toen ze knikte. ‘Ik denk inderdaad dat dat prachtig werkt. Vooral omdat ze een grote hekel aan haar broer heeft. Eenzelfde behandeling voor Shalon, neem ik aan? En van haar wil je natuurlijk alles horen wat er bij de Atha’an Miere gebeurt? Ik weet niet in hoeverre zij Harine zal verraden, ongeacht de gevolgen die het voor haar zal hebben.’

‘Zij verraadt wat ik haar vraag te verraden,’ merkte Cadsuane grimmig op. ‘Maar hou ze tot morgen laat op de dag hier.’ Harine mocht niet gaan denken dat haar eisen werden ingewilligd. Het Zeevolk was een ander stuk gereedschap dat ze voor de jongen kon gebruiken. Meer niet. Iedereen en alles moest in dat licht worden bekeken.

Achter Verin glipte Corele naar binnen; ze sloot de deur zachtjes, alsof ze niemand wilde storen. Zo deed ze meestal niet. Ze was jongensachtig slank, dikke zwarte wenkbrauwen en heel veel glanzend zwart haar tot laag op de rug gaven haar een wild uiterlijk, ook al was ze nog zo netjes gekleed. De Gele zuster leek altijd lachend een kamer binnen te komen. Ze wreef over haar opgetrokken neus en keek aarzelend naar Cadsuane; de gebruikelijke sprankeling in haar ogen was niet te zien.

Cadsuane maakte een gebiedend gebaar en Corele haalde diep adem, waarna ze over het tapijt schreed en met beide handen haar met geel afgezette blauwe rok vasthield. Ze wierp een blik op de zusters rond Sorilea aan de andere kant van de kamer en op Daigian, die kattenbak speelde met Eben. Ze sprak zachtjes en de lispelende klanken uit Morland waren hoorbaar.

‘Ik heb heel goed nieuws, Cadsuane.’ Maar zo te horen was ze daar niet heel zeker van. ik weet dat je hebt gezegd om Damer hier in het paleis bezig te houden, maar hij stond erop de zusters te zien die nog in het Aielkamp verbleven. Hij is heel gelijkmoedig, maar houdt wel vol als hij iets wil en hij is er zonneklaar van overtuigd dat alles met Heling genezen kan worden. Enne... Nou ja, hij is naar het kamp gegaan en heeft Irgain geheeld. Cadsuane, het is net of ze nooit...’ Haar stem stierf weg. Ze kon het woord niet zeggen, dat in de lucht leek te hangen: gesust.

‘Prachtig nieuws,’ zei Cadsuane vlak. Dat was het. Iedere zuster koesterde ergens diep van binnen de vrees dat ze ooit zou worden afgesneden van de Ene Kracht. Nu was er een Heling ontdekt die heelde wat niet geheeld kon worden. Met de mannelijke helft van de Ene Kracht. Er zouden tranen geplengd worden en verwijten geuit voordat dit was verwerkt. Maar hoewel iedere zuster dit een wereldschokkende ontdekking zou vinden, zeker omdat hij door een man was gedaan, bleef het een storm in een theekopje vergeleken met Rhand Altor. ik neem aan dat ze zichzelf heeft aangeboden om net als de anderen gestraft te worden?’