Выбрать главу

‘En wat is er verkeerd aan dat idee?’ vroeg hij verdedigend. Een goede veldkatapult, een schorpioen, kan een tienponds steen vijfhonderd pas ver weg werpen, en tien pond vuurwerk zou meer schade aanrichten dan welke steen ook. ‘Hoe dan ook, ik heb een beter idee. Ik zag die pijpen die je gebruikt om nachtbloemen mee de lucht in te schieten. Driehonderd pas of meer, heb je gezegd. Leg er een op zijn kant en ik durf te wedden dat die een nachtbloem duizend pas kan wegschieten.’

Aludra tuurde in de vijzel en mompelde iets dat hij niet goed kon verstaan, ik, ik praat te veel,’ dacht hij te horen, en iets over mooie ogen, waar hij niets van snapte. Hij sprak haastig door om te voorkomen dat ze het weer over Gildegeheimen ging hebben. ‘Die pijpen zijn heel wat kleiner dan een katapult, Aludra. Als ze goed verborgen zijn, zullen de Seanchanen nooit weten waar ze vandaan komen. Je zou het kunnen zien als een vergelding voor het Gildehuis.’ Ze draaide haar hoofd om en keek hem waarderend aan. Hij zag echter ook iets van verrassing, maar slaagde erin dat te negeren. Haar ogen waren roodomrand en er lagen sporen van tranen op haar wangen. Misschien als hij een arm om haar heensloeg... Vrouwen stelden wat troost gewoonlijk wel op prijs als ze gehuild hadden. Voor hij zelfs maar zijn gewicht kon verplaatsen, zwaaide ze de stamper tussen hen in en hield hem met één hand als een zwaard vast. Die slanke armen moesten sterker zijn dan ze eruitzagen; de houten knuppel beefde geen moment. Licht, dacht hij, ze kon onmogelijk geweten hebben wat ik van plan was!

‘Dat is niet slecht voor iemand die pas een paar dagen geleden de richtpijpen heeft gezien,’ zei ze, ‘maar ik heb hier al lang vóór jou over nagedacht. Daar had ik een reden voor.’ Even klonk haar stem bitter, maar toen sprak ze weer gewoon, een beetje vermaakt zelfs, ik zal je het raadsel voorleggen, omdat je zo slim bent, ja?’ zei ze, en trok een wenkbrauw op. O ja, ze had beslist ergens plezier in! ‘Jij zegt me waarvoor ik een klokkengieter kan gebruiken en ik vertel je al mijn geheimen. Zelfs die geheimen waarvan je zult blozen, ja?’ Nou, dat klonk interessant. Maar het vuurwerk was belangrijker dan een uurtje vrijen. Welke geheimen van haar konden hem laten blozen? Hij zou haar op dit punt weleens kunnen verbazen. Niet alle herinneringen van al die lieden die in zijn hoofd gepropt zaten, hadden met veldslagen te maken. ‘Een klokkengieter,’ peinsde hij. Hij had geen idee hoe hij verder moest gaan. Geen enkele oude herinnering gaf hem enige aanwijzing. ‘Nou, ik neem aan... Een klokkengieter kan... Misschien...’

‘Nee,’ zei ze ineens kortaf. ‘Jij gaat nu weg en je komt over twee of drie dagen terug. Ik heb hier werk te doen en jij leidt me te veel af met al dat gevraag en al dat gevlei van je. Nee, niet tegenspreken! Je gaat nu.’

Nijdig stond hij op en duwde zijn breedgerande zwarte hoed op zijn hoofd. Vleien? Vleien! Bloed en as! Toen hij de wagen was binnengekomen, had hij zijn mantel in een hoop bij de deur gegooid en hij gromde zacht toen hij zich vooroverboog om hem op te pakken. Hij had het grootste deel van de dag op die kruk gezeten. Maar misschien had hij wat vooruitgang bij haar geboekt, als hij tenminste haar raadsel kon oplossen. Noodklokken. Klokken om het uur te luiden. Hij kon er geen wijs uit.

‘Misschien zou ik zo’n slimme jongeman als jij best een kus willen geven,’ mompelde ze op een beslist heel warme toon. ‘Je hebt zo’n aardig kontje.’

Hij schoot recht maar hield zijn rug naar haar toe. Zijn rode wangen werden veroorzaakt door boosheid, maar zij zou beslist denken dat hij bloosde. Hij slaagde er meestal wel in om te vergeten wat voor kleding hij droeg, tenzij iemand het onderwerp aansneed. Er waren een stuk of drie voorvalletjes geweest in herbergen. Toen hij plat op zijn rug lag met zijn benen in spalken en zijn ribben en de rest van zijn lichaam in het verband, had Tylin al zijn kleren verborgen. Hij had ze nog niet gevonden, maar ze waren toch zeker ergens weggestopt, niet verbrand. Ze kon hem toch niet voor altijd vasthouden. Alles wat hij nog had, waren zijn hoed en de zwartzijden das die om zijn hals geknoopt was. En natuurlijk het zilverkleurige vossenzegel, dat aan een leren koord onder zijn hemd hing. En zijn messen; hij zou zich zonder echt verloren hebben gevoeld. Toen hij er uiteindelijk in geslaagd was om uit dat bloedbed te kruipen, had die rottige vrouw nieuwe kleren voor hem laten maken, terwijl zij erbij zat en toekeek hoe die stomme naaister de maat nam en zijn kleren paste! Sneeuwwit kant om zijn polsen verborg zijn handen zowat helemaal en nog meer kant golfde van zijn hals tot bijna aan zijn middel. Tylin hield van een man in kant. Zijn mantel was fel scharlakenrood, net als zijn te nauwe broek, en afgezet met goudborduursel en witte rozen! Om nog maar te zwijgen van een wit ovaal op zijn linkerschouder met het groene Zwaard en Anker van Huis Mitsobar. Zijn jas was zo blauw als dat van een ketellapper en op de borst en mouwen versierd met rood en goudkleurig Tyreens maaswerk. Hij wilde er liever niet aan herinnerd worden wat hij had moeten doorstaan voor hij Tylin ervan had overtuigd om de parels en saffieren en het Licht mocht weten wat nog meer te vergeten. En de jas was ook nog eens te kort. Onbetamelijk kort! Ook Tylin vond dat hij een aardig kontje had en scheen het niet erg te vinden dat ook anderen het konden zien!

Hij trok de mantel over zijn schouders – tenminste enige rugdekking – en greep zijn schouderhoge wandelstok, die naast de deur leunde. Zijn heupen en benen zouden pijn blijven doen tot hij die pijn eruit kon wandelen. ‘Over twee of drie dagen dus,’ zei hij met zoveel waardigheid als hij op kon brengen.

Aludra lachte zachtjes, maar niet zo zacht dat hij het niet kon horen. Licht, een vrouw kon met een lach meer doen dan een havenwerker met een hele serie vloeken! En net zo raak. Hij hinkte de wagen uit en zodra hij de houten trap af was die aan de wagenbodem vastzat, sloeg hij de deur achter zich dicht. De lucht in de namiddag was grijs en bewolkt, net als die ochtend, en er stond een gure wind. Altara kende geen echte winter, maar wat het wel had, leek er heel aardig op. In plaats van sneeuw waren er ijzige regenbuien en stormen die vanaf de zee over het land raasden, en tussendoor was het vochtig genoeg om de kou nog erger te maken dan die feitelijk was. De grond voelde soppig onder je voeten, zelfs als het droog was. Scheldend hobbelde hij van de wagen weg. Vrouwen! Maar Aludra was knap. En ze wist hoe ze vuurwerk kon maken. Een klokkengieter? Misschien kon hij er twee heel korte dagen van maken. Zolang Aludra maar niet achter hém aankwam. Dat schenen de laatste tijd behoorlijk wat vrouwen te doen. Had Tylin ergens iets aan hem veranderd, zodat vrouwen hem, net als zijzelf, najoegen? Nee, dat was belachelijk. De wind greep zijn mantel en liet hem opbollen, maar hij was te veel in gedachten om er iets aan te doen. Enkele slanke vrouwen – tuimelaars, dacht hij – lachten plagerig toen ze voorbijliepen; hij glimlachte terug en probeerde zich zo goed mogelijk voor te doen. Tylin had hem niet veranderd. Hij was nog steeds dezelfde man die hij altijd geweest was. Luca’s kamp was vijftig keer zo groot als Thom hem verteld had, misschien nog wel groter. Het was een wijd uitwaaierende, rommelige verzameling tenten en wagens, bijna een flink dorp. Ondanks het gure weer kon hij een aantal kunstenmakers zien oefenen. Een vrouw in een fladderend wit hemd en een broek die net zo strak zat als de zijne, zwaaide heen en weer aan een slaphangend touw tussen twee lange palen. Ze wierp zichzelf in de lucht en wist net voor ze naar de grond suisde, het touw met haar voeten te grijpen. Toen kromde ze zich, greep het touw met beide handen vast en trok zich omhoog, waarna alles weer van voren af aan begon. Even verderop rénde een kerel boven op een eivormig wiel dat zeker een voet of twintig in doorsnee was en op een verhoging was gezet. Als hij boven op de smalle kant van het wiel stond, bevond hij zich hoger boven de grond dan de vrouw, die wel gauw haar stomme nek zou breken. Mart keek naar een man met ontbloot bovenlijf die drie glinsterende ballen over zijn armen en schouders liet rollen zonder ze met zijn handen aan te raken. Dat was niet onaardig. Misschien zou hij in staat zijn om hetzelfde te doen. Die ballen lieten je tenminste niet bloeden of iets breken. Hij had wat dat betreft voor zijn leven meer dan genoeg gehad.