Выбрать главу

Toen Nynaeve wegglipte om op haar beurt niet door Tarna gezien te worden, speelde haar maag luid genoeg op om een kerel met een mand raapjes op zijn rug verbaasd naar haar te doen kijken. Het ochtendmaal was erbij ingeschoten toen Elayne probeerde door de luisterban heen te komen, en het middagmaal door Theodrins oefeningen. En ze was voor vandaag nog niet klaar. Theodrins opdracht had geluid om niet te slapen. Misschien zou uitputting werken, waar schok niet geholpen had. leder blok kan gebroken worden, had Theodrin gezegd, en ik zal het jouwe breken. Het hoeft maar één keer te gebeuren. Eén keer geleiden zonder boosheid, en saidar behoort jou toe. Het enige dat Nynaeve nu het hare wilde noemen, was een beetje eten. Uiteraard waren de keukenhulpjes al bezig om op te ruimen, en ze zouden bijna klaar zijn, maar de geur van een stoofpot met schapenvlees en geroosterd varkensvlees deed haar watertanden. Ze moest het stellen met twee zielige appels, een beetje geitenkaas en een broodkorst. De dag werd er niet beter op.

Terug in haar kamer vond ze Elayne languit op haar bed liggen. Ze keek Nynaeve aan zonder het hoofd op te tillen en richtte haar ogen weer op de gebarsten zoldering, ik heb een allervreselijkste dag gehad, Nynaeve,’ zuchtte ze. ‘Escaralde staat erop om te leren hoe je ter’angrealen maakt, terwijl ze niet sterk genoeg is, en Vareiin heeft iéts gedaan – ik weet niet wat – en de steen waarop ze werkte veranderde midden in haar handen in een bol... nou, het waren niet echt vlammen... Als Dagdara er niet was geweest, was ze misschien doodgegaan; niemand anders had haar kunnen helen, en ik denk niet dat er tijd was om iemand erbij te halen die het wel kon. Toen begon ik aan Marigan te denken – als we niet kunnen leren hoe we een geleider kunnen ontdekken, kunnen we misschien leren wat hij gedaan heeft; ik kan me herinneren dat Moiraine liet doorschemeren dat het kon. Dat geloof ik tenminste – hoe dan ook, ik dacht aan haar en iemand raakte mijn schouder aan en ik krijste alsof ik met een naald gestoken werd. Het was een of andere arme voerman die me iets wilde vragen over een dwaas gerucht, maar ik liet hem zo schrikken dat hij er bijna vandoor ging.’

Eindelijk haalde ze adem, en Nynaeve liet het idee vallen om haar laatste klokhuis naar haar toe te gooien en gebruikte de ingevallen stilte: ‘Waar is Marigan?’

‘Ze was klaar met opruimen – daar heeft ze nogal de tijd voor genomen – dus heb ik haar naar haar kamer gestuurd. Ik draag de armband nog steeds. Zie je?’ Ze wuifde haar arm in de lucht en liet die toen weer op de matras vallen, maar haar woordenstroom stopte niet. ‘Ze bleef maar op die vreselijk zeurderige toon vragen waarom we er niet vandoor zouden gaan naar Caemlin, en ik kon het gewoon geen tel meer verdragen, niet naast al dat andere. Mijn novicenklas was een ramp. Die vreselijke Katlin – die met die neus, weet je wel? – bleef maar mopperen dat ze zich thuis nooit door een méisje wat zou laten zeggen en Faolain kwam binnenvallen en wilde weten waarom ik Nicola in de klas had – hoe kon ik nou weten dat Nicola boodschappen voor haar moest doen? – en toen besloot Ibrella om te laten zien dat ze een grote vlam kon maken en toen zette ze bijna de hele klas in brand, en Faolain gaf me een schrobbering waar iédereen bij was, omdat ik mijn klas niet onder de duim hield, en Nicola zei dat zij...’ Nynaeve gaf het op om haar rustig te onderbreken – misschien had ze dat klokhuis toch moeten gooien – en schreeuwde: ‘Ik denk dat Moghedien gelijk heeft!’

Die naam deed Elaynes mond dichtklappen. Ze ging overeind zitten en staarde haar aan. Nynaeve kon het niet helpen; ze keek gauw om zich heen of niemand haar had gehoord, zelfs al waren ze in hun eigen kamer.

‘Dat is dwaas, Nynaeve.’

Nynaeve wist niet of Elayne doelde op Moghediens voorstel of op het schreeuwen van Moghediens naam, en dat wilde ze ook niet weten. Ze ging op haar eigen bed tegenover Elayne zitten en schikte haar rok. ‘Nee, dat is het niet. Het kan nu elke dag gebeuren dat Jaril en Sevé aan iemand vertellen dat Marigan hun moeder niet is, als ze dat al niet gedaan hebben. Ben je klaar voor de vragen die dat oproept? Ik niet. Elke dag kan een Aes Sedai zich afvragen hoe ik eigenlijk iets kan ontdekken zonder voortdurend van zonsopgang tot zonsondergang woest te zijn. Bijna iedere Aes Sedai die ik spreek, heeft het erover, en Dagdara kijkt me de laatste tijd heel raar aan. Bovendien blijven ze hier gewoon lui zitten. Tenzij ze beslissen om naar de Toren terug te gaan. Ik ben onder een raam gekropen en heb Tarna horen praten met Sheriam...’

‘Je hebt wat?’

‘Ik heb luistervink gespeeld,’ zei Nynaeve vlak. ‘De boodschap die ze naar Elaida sturen is dat ze meer tijd nodig hebben om erover na te denken. Dat betekent dat ze minstens overwegen om alles over de Rode Ajah en Logain te vergeten. Hoe ze dat kunnen, weet ik niet, maar ze moeten wel. Als we hier nog langer blijven, draait het er misschien op uit dat we als een geschenk aan Elaida worden gegeven. Als we nu gaan, kunnen we Rhand tenminste vertellen dat hij niet op enige steun van de Aes Sedai hoeft te rekenen. We kunnen hem zeggen dat hij geen enkele Aes Sedai moet vertrouwen.’

Elayne fronste fraai haar wenkbrauwen en sloeg haar benen onder zich. ‘Als ze zich nog steeds beraden, betekent het dat ze nog niet besloten hebben. Ik vind dat we moeten blijven. Misschien kunnen we hen helpen de juiste beslissing te nemen. Bovendien breek je als we gaan nooit je blok, tenzij je Theodrin overhaalt om mee te gaan.’ Nynaeve sloeg daar geen acht op. Theodrin had tot dusver nog steeds weinig goeds verricht. Emmers met water. Niet slapen vannacht. Wat nog meer? Het is zo goed als zeker dat die vrouw had gezegd dat ze werkelijk alles zou proberen, tot ze erachter was gekomen wat werkte. Dat was wel wat te veel naar Nynaeves smaak. ‘Hen helpen om te beslissen? Ze luisteren toch niet naar ons. Siuan luistert al nauwelijks naar ons, en misschien heeft zij ons bij ons nekvel, maar wij hebben haar bij het oor.’

‘Ik geloof nog steeds dat we moeten blijven. Op z’n minst totdat de Zaal beslist. Als dan het ergste mocht gebeuren, kunnen we Rhand feiten vertellen, geen vermoedens.’

‘En hoe worden we geacht erachter te komen? Je kunt er niet vanuit gaan dat ik nogmaals een goed raam vind om af te luisteren. Als we wachten tot ze het aankondigen, worden we misschien bewaakt. Ik zeker. Er is geen enkele Aes Sedai die niet weet dat Rhand en ik allebei uit Emondsveld komen.’

‘Siuan zal het ons vertellen vóór er iets wordt aangekondigd,’ zei Elayne kalm. ‘Je denkt toch niet dat zij en Leane gedwee terug willen naar Elaida?’

Dat was waar. Elaida zou Siuans en Leanes hoofd op een piek hebben voor ze de kans kregen een knix te maken. ‘Maar dan hebben we nog steeds het probleem van Jaril en Sevé!’ hield ze aan. ‘We bedenken wel wat. Trouwens, het zijn niet de eerste gevluchte kinderen voor wie iemand die geen familie is zorgt.’ Elayne dacht zeker dat de kuiltjes in haar wangen van haar glimlach haar geruststelden. ‘We moeten er in elk geval goed over nadenken. Bovendien moeten we wachten tot Thom terug is uit Amadicia. Ik kan hem niet achterlaten.’

Nynaeve wierp haar handen in de lucht. Als karakter iemands uiterlijk vormde, moest Elayne op een in steen gehouwen muilezel lijken. Ze had Thom Merrilin tot een vervanger voor haar vader gemaakt, die gestorven was toen zij nog klein was. Ze leek soms ook te denken dat hij de eettafel niet kon vinden, tenzij ze zijn hand vasthield. De enige waarschuwing die Nynaeve kreeg, was het gevoel dat er iemand ergens dichtbij saidar omhelsde. Toen zwaaide de deur op een stroom Lucht open en betrad Tarna Feir de kamer. Nynaeve en Elayne schoten overeind. Een Aes Sedai was een Aes Sedai, en een stel zielenpoten die afval begroeven, waren daar alleen door het woord van Tarna.

De zuster keek hen vorsend aan, met een gezicht als van hooghartig wintermarmer. ‘Wel, wel. De koningin van Andor en de gebrekkige wilder.’