‘Nog niet, Aes Sedai,’ antwoordde Elayne met koele beleefdheid. ‘Niet tot ik gekroond ben in de Grote Zaal. En alleen als mijn moeder overleden is,’ voegde ze eraan toe.
Tarna’s glimlach kon een sneeuwstorm bevriezen. ‘Natuurlijk. Ze probeerden jou geheim te houden, maar geruchten doen altijd de ronde.’ Haar blik nam de smalle bedden op, het wankele krukje, de kleren aan de muurhaken en het gebarsten pleisterwerk, ik dacht dat je betere kamers zou hebben, als je al die wonderbaarlijke verrichtingen in aanmerking neemt. Als je in de Witte Toren zou zijn, waar je behoort, zou ik niet verbaasd zijn als jullie niet beiden de proef voor de stola hadden afgelegd.’
‘Dank u,’ zei Nynaeve, om aan te geven dat ze net zo beleefd kon zijn als Elayne. Tarna keek haar aan. Die ijsblauwe ogen maakten de rest van dat gezicht warm. ‘Aes Sedai,’ voegde Nynaeve er haastig aan toe. Tarna wendde zich weer tot Elayne. ‘De Amyrlin heeft een speciaal plekje in haar hart voor jou, en voor Andor. Je zou niet willen geloven wat voor omvangrijke speurtocht naar jou op touw is gezet. Ik weet dat het haar zeer veel plezier zal doen als jij met me terugkeerde naar Tar Valon.’
‘Mijn plaats is hier, Aes Sedai.’ Elaynes stem klonk nog steeds vriendelijk, maar haar kin kwam omhoog en stak Tarna’s hooghartigheid naar de kroon, ik zal naar de Toren terugkeren als de rest ook gaat.’
‘Juist,’ zei de Rode vlak. ‘Het zij zo. Laat ons nu alleen. Ik wil met de wilder spreken.’
Nynaeve en Elayne wisselden een blik uit, maar Elayne kon niets anders doen dan een knix maken en weggaan.
Toen de deur dichtviel, veranderde Tarna op slag. Ze ging op Elaynes bed zitten en trok haar benen onder zich. Ze leunde tegen het haveloze hoofdeinde en vouwde de handen op haar schoot. Haar gezicht verzachtte, en ze glimlachte zowaar.
‘Je voelt je niet op je gemak. Niet nodig. Ik zal je niet bijten.’ Nynaeve zou dat geloofd hebben als de blik van de ander ook veranderd was, maar de glimlach bereikte haar ogen niet: integendeel, ze leken tien keer zo hard en honderd keer zo koud. Het geheel gaf haar kippenvel. ‘Dat ben ik wel,’ zei ze stijfjes, en ze plantte haar voeten naast elkaar om niet te gaan wiebelen.
‘Ah, beledigd, hè? Waarom? Omdat ik je wilder noemde? Ik ben ook een wilder, weet je. Galina Casban heeft zelf het blok bij mij verbroken. Ze wist al welke Ajah ik zou kiezen voordat ik het zelf wist, en ze stelde persoonlijk belang in mij. Dat doet ze altijd bij degenen van wie ze denkt dat die Rood zullen kiezen.’ Ze schudde haar hoofd en lachte, en haar ogen waren als ijzig kille messen, ik heb vele uren met jammeren en huilen doorgebracht, voordat ik saidar kon vinden zonder mijn ogen stijf dicht te hoeven knijpen; je kunt niet weven als je de stromen niet ziet. Ik begrijp dat Theodrin bij jou zachtere manieren gebruikt.’
Nynaeves voeten bewogen onwillekeurig. Zoiets zou Theodrin toch niet gaan proberen! Zeker niet! Ze hield haar knieën stijf, maar dat hielp niet tegen een opspelende maag. Zo, ze werd niet geacht beledigd te zijn. Moest ze dan ‘gebrekkig’ ook maar vergeten? ‘Waarover wilde u me spreken, Aes Sedai?’
‘De Amyrlin wenst dat Elayne veilig is, maar jij bent op veel gebieden minstens zo belangrijk. Misschien nog wel meer. Wat jij je van Rhand Altor herinnert en wat Egwene Alveren nog weet, kan van onschatbare waarde zijn. Weet jij waar ze is?’
Nynaeve wilde het zweet van haar gezicht vegen maar ze hield haar handen langs haar zij. ik heb haar een hele tijd niet gezien, Aes Sedai.’ In geen maanden, na hun laatste ontmoeting in Tel’aran’rhiod. ‘Mag ik vragen, wat...’ Niemand in Salidar noemde Elaida de Amyrlin, maar ze werd geacht beleefd te zijn. ‘... wat de Amyrlin voor heeft met Rhand?’
‘Voor heeft, kind? Hij is de Herrezen Draak. De Amyrlin weet dat, en ze is van plan hem elke eer te betonen die hem toekomt.’ Er kwam iets heftigs in Tarna’s stem. ‘Denk eens in, kind. Deze groep zal eens terugkeren, als volledig doordringt wat ze aan het doen zijn, maar elke dag kan van het grootste belang zijn. Drieduizend jaar heeft de Witte Toren de heersers van deze wereld geleid; er zouden meer en ergere oorlogen geweest zijn zonder onze raadgevingen. De wereld staat een ramp te wachten als Altor die leiding niet krijgt. Maar je kunt net zomin iets onbekends leiden, als ik kan geleiden met mijn ogen dicht. Voor hem is het veel beter als jij met mij terugkeert en al je kennis over hem nu aan de Amyrlin doorgeeft, in plaats van over weken of maanden. Het is ook het beste voor jou. Je kunt hier nimmer tot Aes Sedai worden verheven. De Eedstaf is in de Toren. De proef kan alleen in de Toren worden afgelegd.’
Het zweet prikte in Nynaeves ogen, maar ze weigerde te knipperen. Dacht die vrouw dat ze kon worden omgekocht? ‘Feitelijk heb ik nooit veel tijd met hem doorgebracht. Ik woonde in het dorp, ziet u, en hij in een boerderij in het Westwoud. Ik herinner me vooral een jongen die nooit naar rede wilde luisteren. Hij moest gedwongen of er nadrukkelijk bijgehaald worden. Dat was natuurlijk toen hij een jongen was. Hij kan best veranderd zijn. De meeste mannen zijn gewoon een groot geworden jongen, maar hij kan veranderd zijn.’ Een tijdlang bleef Tarna haar slechts aankijken. Een hele tijd, met die kille blik. ‘Wel,’ zei ze, en ze stond zo vlot weer op haar voeten dat Nynaeve bijna een stap terugweek, hoewel daar in de kleine kamer geen ruimte voor was. De vreselijke glimlach bleef. ‘Er is hier zo’n vreemde groep verzameld. Ik heb ze geen van beiden gezien, maar ik heb begrepen dat Siuan Sanche en Leane Sharif Salidar met hun aanwezigheid verblijden. Niet het soort waar een wijze vrouw mee hoort om te gaan. En misschien nog ander vreemd volk? Je doet er veel beter aan om met me mee te komen. Ik vertrek morgenochtend. Laat me vanavond weten waar ik je onderweg kan verwachten.’ ik ben bang van niet...’
‘Denk erover na, kind. Dit zou weleens de belangrijkste beslissing kunnen zijn die je ooit moest maken. Denk heel goed na.’ Het vriendelijke masker verdween en Tarna schreed de kamer uit. Nynaeves knieën begaven het en ze plofte op bed neer. Die vrouw wekte zoveel verschillende gevoelens in haar op, dat ze niet wist wat ze ermee aan moest. Onbehaaglijkheid en boosheid vermengden zich met uitzinnigheid. Ze wenste dat de Rode zuster een manier had om te praten met de Aes Sedai in de Toren die naar Rhand zochten. Wat zou ze graag een vlieg op de muur zijn wanneer ze Nynaeves beoordeling overwogen. Haar proberen om te kopen. Haar angst aan te jagen. Dat laatste was hun niet slecht afgegaan. Tarna was er zo zeker van dat de Aes Sedai hier voor Elaida zouden knielen. Het was onvermijdelijk; alleen het tijdstip was nog onzeker. En was dat een verwijzing naar Logain geweest? Nynaeve verdacht Tarna ervan meer van Salidar te weten dan de Zaal of Sheriam verwachtte. Misschien had Elaida hier ook mensen die haar steunden.
Nynaeve dacht dat Elayne terug zou komen, maar nadat een flinke tijd was verstreken zonder dat ze was komen opdagen, ging ze naar haar op zoek. Eerst holde ze de stoffige straten af, daarna liep ze gewoon. Ze klom op wagenbokken of een rechtopstaande ton of een stenen stoep om over de hoofden van de menige te kijken. De zon was al bijna achter de boomtoppen verdwenen toen ze mopperend terugstampte naar haar kamer. Waar ze Elayne trof die kennelijk ook net was aangekomen.
‘Waar zat je? Ik dacht dat Tarna je ergens had vastgebonden!’ ik heb deze van Siuan gekregen.’ Elayne opende haar hand. Er lagen twee gedraaide stenen ringen in haar handpalm, is eentje de echte ring? Het is een goed idee om ze mee te nemen, maar je had moeten proberen de echte te pakken te krijgen.’
‘Er is niets gebeurd waardoor ik van gedachten veranderd ben, Nynaeve. Ik geloof nog steeds dat we moeten blijven.’
‘Tarna...’
‘... heeft me alleen maar overtuigd. Als wij gaan, verkiezen Sheriam en de Zaal zeker de Toren boven Rhand. Ik weet het gewoon.’ Ze legde haar handen op Nynaeves schouders en drukte haar zachtjes op het bed. Elayne ging op het andere bed zitten en leunde gespannen naar voren. ‘Weet je nog wat je me zei over de noodzaak om iets in Tel’aran’rhiod te vinden? Wat we nodig hebben is een manier om de Zaal ervan te overtuigen niet naar Elaida te gaan.’