Nynaeve greep opnieuw het laken met beide handen beet, opende zich voor saidar en vond niets. Ik geef me eraan over, bloedvuur’. Ik geef me over’. Ik heb de Ene Kracht nodig! Niets. Het bed schoof tegen haar knieën en Satina piepte. ‘Sta niet zo stom!’ snauwde Nynaeve. ‘Help me!’
Opeens schoot het laken opnieuw los, wikkelde zich niet meer om Emara en Ronelle, maar trok zo snel de andere kant op dat ze over elkaar heen vielen, bijna een waas tijdens het losdraaien. Nynaeve zag Elayne in de deur staan en klemde haar tanden op elkaar. Het laken hing aan het plafond. De Kracht. Natuurlijk.
‘Iedereen is wakker,’ zei Elayne, die haar haar kleren overhandigde. Ze had al wat aangetrokken over haar eigen nachtgoed. ‘Enkele blauwe plekken en schrammen. Een of twee venijnige sneden die verzorgd moeten worden, als we er tijd voor hebben, en ik denk dat iédereen de komende paar dagen naar zal dromen, maar dat is het wel zo’n beetje. Hier.’ Geschreeuw en geroep klonken nog overal op in de nacht. Satina sprong weer omhoog toen Elayne het laken omlaag liet vallen, maar het bleef gewoon op de grond liggen. Het omgekeerde bed bewoog krakend. Elayne boog zich over de kreunende vrouwen op het andere bed heen. ik denk dat ze voornamelijk duizelig zijn. Satina, help me om ze overeind te krijgen.’
Nynaeve keek woest naar haar kleren. Nou, misschien waren ze enkel duizelig na als een tol te zijn rondgedraaid. Licht, zij was nutteloos. Als een dwaas zo naar binnen snellen en de leiding nemen. Zonder de Kracht was ze gewoon waardeloos.
‘Nynaeve, zou je me kunnen helpen?’ Elayne hield een wankelende Emara rechtop, terwijl Satina Ronelle half en half naar buiten droeg, ik denk dat Emara gaat overgeven en dat kan ze beter buiten doen. Ik denk dat de beddenpannen gebroken zijn.’ Ze had zo te ruiken gelijk. Scherven krasten over de vloer en probeerden onder het omgekeerde bed uit te komen.
Wild schoof Nynaeve haar armen in de mouwen. Ze kon de Bron nu voelen, een warme gloed, net buiten haar gezichtsveld, maar ze negeerde het met opzet. Ze had het jarenlang zonder de Kracht gedaan, ze kon nu ook zonder. Ze sloeg Emara’s arm over de schouder en hielp de kreunende vrouw het huis uit. Het lukte bijna. Toen ze buiten kwamen na Emara’s mond te hebben afgeveegd, stonden alle anderen reeds voor het huis bij elkaar in huisjasjes of slaapkleding. De vollemaan hoog aan de heldere hemel gaf veel licht. Mensen stroomden uit de andere huizen als op een wilde landdag, met geroep en gekrijs. Een schuttingplank klepperde, toen een ander. Een emmer buitelde opeens de straat door. Een kar brandhout rolde onverwachts naar voren en de karbomen trokken diepe voren in de harde grond. Verderop steeg rook op en stemmen riepen om water. Een donkere op straat liggende gestalte trok Nynaeves aandacht. Een nachtwaker, aan de flakkerende lantaarn in zijn uitgestrekte hand te zien. Ze kon zijn starende ogen in het maanlicht zien glinsteren, zijn gezicht zat onder het bloed uit het gat opzij van zijn hoofd waar een soort bijl hem had geraakt. Niettemin voelde ze aan zijn keel of zijn hart nog sloeg. Ze kon wel gillen van woede. Mensen hoorden pas te sterven na een lang leven, in hun eigen bed, omringd door familie en vrienden. Al het andere was zinloos. Pure ellendige zinloosheid! ‘Dus je hebt vannacht saidar kunnen vinden, Nynaeve. Goed zo.’
Nynaeve sprong op en keek naar Anaiya die saidar blijkbaar omhelsde. Zelfs daarmee was ze nog steeds nutteloos. Ze stond op, klopte vermoeid haar knieën af en probeerde niet naar de dode man te kijken. Had het verschil gemaakt als ze er sneller bij was geweest? De gloed van de Kracht omhulde Anaiya, maar niet alleen haar. Het enige licht buiten omhulde eveneens twee vollediger aangeklede Aes Sedai, een Aanvaarde in een mantel en drie novices, twee in hun nachtgoed. Een van de novices in nachtgoed was Nicola. Nynaeve kon tientallen andere licht verspreidende groepen zien die zich door de straat bewogen. Sommige groepen leken geheel uit Aes Sedai te bestaan, de meeste niet.
‘Stel je open voor een koppeling,’ vervolgde Anaiya. ‘Jij ook Elayne, en... Wat is er aan de hand met Emara en Ronelle?’ Toen ze hoorde dat die gewoon duizelig waren, mompelde ze iets en vertelde hun vervolgens een kring te zoeken en zich ermee te koppelen zodra hun hoofd weer goed was. Haastig koos ze nog vier andere Aanvaarden uit het groepje rond Elayne. ‘Sammael – als hij het is en niet een van de anderen – zal merken dat we verre van hulpeloos zijn. Snel nu. Omarm de Bron, maar houd jezelf vast op het punt van het omhelzen. Je staat open en bent willig.’
‘Dit is niet het werk van een Verzaker,’ begon Nynaeve, maar de moederlijke Aes Sedai onderbrak haar ferm.
‘Geen gekibbel, kind, stel je gewoon open. We hebben een aanval verwacht, zij het niet zoiets als dit, en er plannen voor gemaakt. Snel, kind. Er is nu geen tijd voor ijdel gebeuzel.’
Nynaeve klemde haar tanden op elkaar en probeerde op die drempel in het ogenblik van overgave te blijven waar je saidar omhelsde. Het was niet gemakkelijk. Tweemaal voelde ze de Kracht niet slechts in haarzelf stromen, maar door haar in Anaiya, en tweemaal trok de Kracht zich terug. Anaiya’s mond verstrakte, en ze staarde Nynaeve aan alsof die het opzettelijk deed. De derde keer leek het of ze in haar nekvel werd vastgegrepen. Saidar vliedde door Nynaeve naar Anaiya, en toen ze probeerde zich terug te trekken – het was zijzelf, besefte ze, niet de stroom – werd haar stroom vastgehouden en in een grotere stroom opgenomen.
Een gevoel van ontzag beving haar. Ze merkte dat ze naar de gezichten van de anderen staarde en zich afvroeg of die hetzelfde voelden. Ze maakte deel uit van iets dat meer was dan zij, groter dan zijzelf. Niet slechts de Ene Kracht. Gevoelens warrelden in haar hoofd rond: vrees, hoop en opluchting, en ja, ontzag; dat meer dan al het andere. Het gevoel van kalmte moest van de Aes Sedai stammen, en ze kon niet zeggen welke gevoelens van haar waren. Het had verkillend moeten zijn, maar ze voelde zich nauwer met deze vrouwen verbonden dan ooit met een andere zuster, alsof ze allemaal hetzelfde lichaam deelden. Een spichtige Grijze die Asmanaille heette, schonk haar een warme glimlach en leek haar gedachten te lezen.
Nynaeve snakte naar adem, toen het in haar daagde dat ze niet meer boos was. Haar boosheid was vervangen door verbazing. Maar nu de beheersing naar de Blauwe zuster was overgegaan, bleef saidar op de een of andere manier stromen. Haar ogen vielen op Nicola, bij wie ze geen zusterlijke glimlach zag, slechts een nadenkend opnemen. In gedachten probeerde Nynaeve zich van de binding los te trekken, maar er gebeurde niets. Totdat Anaiya de kring weer zou verbreken, maakte ze er deel van uit en dat was dat.
Elayne voegde zich veel gemakkelijker, nadat ze eerst de zilveren armband in de zak van haar kamermantel had gestopt. Het koude zweet brak Nynaeve uit. Wat zou er gebeurd zijn als Elayne de kring was binnengekomen terwijl ze door de a’dam nog met Moghedien verbonden was? Ze had geen enkel idee, wat de vraag nog erger maakte. Nicola keek fronsend van Nynaeve naar Elayne. Ze kon zeker niet ieders gevoel onderscheiden, want Nynaeve kende niet eens haar eigen gevoelens. De laatste twee die in de kring werden gebracht, voegden zich ook gemakkelijk. Shimoku, een leuke Kandori met zwarte ogen die net voor de splitsing van de Toren Aanvaarde was geworden, en Calindin, een Taraboonse met haar zwarte haar in ontelbare dunne vlechtjes, die al ruim tien jaar Aanvaarde was. De ene was niet meer dan een novice en de andere moest vechten voor ieder beetje kennis, maar ze sloten zich moeiteloos bij de kring aan. Opeens was Nicola te horen terwijl ze half leek te slapen. ‘Het leeuwenzwaard, de toegewijde speer, zij die verder ziet. Drie op de boot en hij die dood is, leeft toch. De grote strijd is gestreden, maar de wereld is nog niet vrij van strijd. Het land is verdeeld door de terugkeer en wachters staan tegenover evenveel dienaren. De toekomst huivert op het scherp van het lemmet.’ Anaiya staarde haar aan: ‘Wat zei je, kind?’