Выбрать главу

De vier Andoranen namen Bashere met strakke lippen en scherpe ogen van opzij op. Zijn stem had geklonken alsof hij Rhand vier paarden aanbood. Te zeggen dat hun ruggen zich verstrakten, zou hetzelfde zijn als beweren dat water natter werd, maar ze gaven wel die indruk toen ze naar Rhand keken. Vooral naar Rhand. Onwillekeurig werden hun ogen naar de glanzende en glinsterende Leeuwentroon op de verhoging achter hem getrokken.

Hij wilde lachen om hun woedende gezichten. Woedend, maar ook behoedzaam en desondanks een tikkeltje onder de indruk. Hij en Bashere hadden die rij titels samen bedacht, maar het stuk over de knielende wereld was nieuw en een late toevoeging van Bashere zelf. Moiraine had hem die raad gegeven. Hij hoorde het haar bijna met haar zilveren stem zeggen. Het eerste beeld dat mensen van je zien, vestigt zich stevig in ieders gedachten. Zo gaat het in de wereld nu eenmaal. Je kunt van een troon afstappen, maar zelfs met een gedrag als een boer in een varkensstal, zal een deel van hun geheugen weten dat je wél van een troon omlaag bent gestapt. Indien ze echter bij hun eerste blik een jongeman zien, een man van het platteland, zullen ze het afkeuren als hij later op de troon gaat zitten, welk recht of welke macht hij daartoe ook bezit. Nou ja, als enkele titels het verschil uitmaakten, zou alles een stuk gemakkelijker worden.

Ik was de Heer van de Morgen, mompelde Lews Therin. Ik ben de Prins van de Dageraad.

Rhand hield zijn gezicht effen, ik ga u niet verwelkomen – dit is uw land en het paleis van uw koningin – maar ik ben blij dat u mijn uitnodiging hebt aangenomen.’ Pas na vijf dagen. Hij had zich amper hierop kunnen voorbereiden, maar dat zei hij maar niet. Hij stond op, legde de Drakenstaf op de troon en sprong toen van de verhoging. Met een beheerste glimlach – Doe nooit vijandig tenzij je moet, had Moiraine gezegd, en wees vooral niet overdreven vriendelijk of al te gretig – wees hij naar de vijf gemakkelijke zachte stoelen met beklede ruggen die in een kring tussen de pilaren stonden. ‘Laten we gaan zitten. We zullen praten bij een glas koele wijn.’

Natuurlijk volgden ze, en ze namen de Aiel en hem amper verholen zowel nieuwsgierig als misschien afkerig op. Toen ze allemaal zaten, kwamen zwijgende gai’shain in witte kapmantels binnen, met wijn in gouden bokalen die reeds parelden van de damp. Andere dienaren stonden achter elke stoel met een veren waaier die zachtjes de lucht bewoog. Behalve achter die van Rhand. Ze merkten het op, zagen dat hij geen zweet op zijn gezicht had. Maar de gai’shain zweetten evenmin, zelfs in hun kledij niet, en de andere Aiel ook niet. Over zijn bokaal met wijn nam hij de gezichten van de edelen op. Andoranen waren er trots op dat ze oprechter spraken dan veel anderen en ze aarzelden nooit erover op te scheppen dat het Spel der Huizen in andere landen veel meer verwikkeld was dan in hun land, maar dat ze Daes Dae’mar indien nodig konden spelen. In zekere zin konden ze dat, maar eigenlijk vonden de Cairhienin en zelfs de Tyreners hen maar eenvoudig wanneer het aankwam op de verfijnde zetten en tegenzetten van het Grote Spel. Dit viertal gedroeg zich over het algemeen heel beheerst, maar voor iemand die door Moiraine was geschoold, verder had geleerd in Cairhien en Tyr, verrieden ze met elke oogbeweging, elke spierbeweging op het gezicht wel iets. Allereerst drong tot hen door dat er voor Bashere geen stoel stond. Opnieuw werden snelle blikken uitgewisseld, en ze monterden iets op toen ze beseften dat Bashere met grote passen de troonzaal uit beende. Alle vier keken hem openlijk met een heel zwak glimlachje van voldoening na. Ze moesten net zo’n hekel aan het Saldeaanse leger in Andor hebben als Naean en zijn stel. Nu waren hun gedachten duidelijk: misschien had die vreemdeling minder invloed dan ze hadden gevreesd. Bashere was toch niet heter behandeld dan de hoogste bediende? Dyelins ogen sperden zich iets, bijna tegelijk met die van Luan en bijna meteen gevolgd door die van de andere twee. Heel even keken ze Rhand zo strak aan dat duidelijk was dat ze slechts vermeden elkaar aan te kijken. Bashere was een buitenlander, maar ook maarschalkgeneraal van Saldea, driemaal een heer en oom van koningin Tenobia. Als Rhand hem als bediende gebruikte...

‘Voortreffelijke wijn.’ Starend in zijn bokaal aarzelde Luan voor hij eraan toevoegde: ‘Mijn heer Draak.’ Het leek met een touw uit hem getrokken te worden.

‘Uit het zuiden,’ zei Ellorien na een slokje. ‘Een klassewijn van de Tunaighan-heuvels. Een wonder dat u dit jaar in Caemlin ijs kunt vinden. Ik heb mensen dit al het jaar zonder winter horen noemen.’

‘Denkt u dat ik tijd en moeite aan ijs ga besteden,’ merkte Rhand op, ‘wanneer de wereld door zoveel moeilijkheden geteisterd wordt?’ Abelles hoekige gezicht verbleekte, en hij leek zichzelf te dwingen nog een slok te nemen. Luan daarentegen maakte zijn bokaal nadrukkelijk leeg en hield hem op, zodat hij gevuld kon worden door een gai’shain wiens groene ogen woedend flitsten, wat een heel vreemde tegenstelling opleverde met de verbeten zachtheid op zijn door de zon gebruinde gezicht. Het bedienen van de natlanders was bediendenwerk, en Aiel verachtten het idee van dienen. Hoe die afkeer strookte met de traditie van gai’shain had Rhand nooit kunnen uitvinden, maar het was zo. Dyelin hield haar bokaal stevig op haar knieën en negeerde hem verder. Van nabij kon Rhand de grijze haren in het blond zien. Ze was nog steeds knap, hoewel ze alleen met haar kapsel iets van Morgase en Elayne weg had. Ze was de volgende in de lijn voor de troonsopvolging en moest dus minstens een volle nicht zijn. Ze fronste kort en leek haar hoofd te willen schudden, maar zei in plaats daarvan: ‘We hebben onze zorgen over de problemen van de wereld, maar nog meer over dat wat Andor treft. Hebt u ons hier gevraagd voor een geneeswijze?’

‘Als u er een weet,’ antwoordde Rhand eenvoudig. ‘Zo niet, dan moet ik elders zoeken. Velen denken dat ze de juiste geneeswijze kennen. Als ik niet iets passends vind, zal ik de op een na beste manier moeten toepassen.’ Dat deed monden verstrakken. Onderweg had Bashere hen over een binnenplaats geleid, waar Arymilla, Lir en de anderen waren achtergelaten voor een rustig zitje. Schijnbaar maakten zij het zich gemakkelijk in het paleis, ik zou zeggen dat u wilt helpen Andor weer een te maken. U hebt mijn bekendmaking vernomen.’ Hij hoefde niet te zeggen welke; in deze omgeving kon hij er maar een bedoelen. ‘Een beloning voor nieuws over Elayne,’ zei Ellorien vlak en haar gezicht werd nog strakker, ‘die koningin wordt nu Morgase dood is.’ Dyelin knikte. ‘Dat leek me goed.’

‘Niet voor mij!’ snauwde Ellorien. ‘Morgase heeft haar vrienden verraden en haar oudste verwanten verworpen. Laten we zorgen dat er een eind komt aan het Huis Trakand op de Leeuwentroon.’ Ze leek Rhand te zijn vergeten. Zij allen.

‘Dyelin!’ zei Luan kort. Ze schudde het hoofd alsof ze dit reeds eerder had gehoord, maar hij vervolgde: ‘Ze heeft de meeste aanspraken, ik steun Dyelin.’

‘Elayne is de erfdochter,’ merkte de zonneblonde vrouw gladjes op. ik spreek me uit voor Elayne.’

‘Wat doet het ertoe voor wie wij ons uitspreken?’ wilde Abelle weten. ‘Als hij Morgase heeft gedood, zal hij...’ Met een grimas zweeg Abelle opeens, keek toen Rhand aan, niet zozeer tartend, maar hem zeer zeker uitdagend het ergste te doen. Met de verwachting dat hij dat zou doen.

‘Geloven jullie dat echt?’ Rhand keek bedroefd naar de Leeuwentroon op de verhoging. ‘Bij het Licht, waarom zou ik Morgase vermoorden om het land aan Elayne te overhandigen?’