Ze klauterde overeind en sloeg haastig het vuil van haar kleren. Als ze op dat ogenblik een wens had mogen uitspreken, zou ze gevraagd hebben nooit meer te blozen. Ze hadden reeds een hele kring toeschouwers aangetrokken. Ze haakte haar arm in de zijne en trok hem mee de straat in, in de richting die ze had willen inslaan. Toen ze omkeek, zag ze alleen een drukke mensenmassa. Zelfs als Nesuna naar die ene hoek liep, zou ze niets meer zien. Toch liep Egwene niet langzamer. De menigte ging opzij voor een Aielse en een man die groot genoeg was om een Aiel te zijn, al droeg hij een zwaard. Zijn manier van bewegen toonde dat hij ermee om wist te gaan; hij bewoog zich als een zwaardhand.
Na een tiental stappen trok ze met tegenzin haar arm weg. Hij greep echter haar hand voor die hem ontsnapte, en ze liet hem die vasthouden terwijl ze verderliepen. ik veronderstel,’ peinsde hij even later hardop, ‘dat ik behoor te negeren dat je je kleedt als een Aielse. Het laatste dat ik van je hoorde, was dat je je in Illian bevond. Ik neem ook aan dat ik niets mag zeggen over het weghollen van een paleis waar zes Aes Sedai verblijven. Vreemd gedrag, voor een Aanvaarde.’ ik ben nooit in Illian geweest,’ zei ze en ze keek snel rond om te zien of een Aiel dit kon horen. Velen keken haar kant op, maar niemand was binnen gehoorsafstand. Opeens drong tot haar door wat hij zei. Ze nam zijn groene jas op, hetzelfde groen als van de wachten in het huis. ‘Jij hoort bij hen. Bij de Aes Sedai van de Toren.’ Licht, wat stom dat ze het niet had beseft zodra ze hem had gezien. Zijn gezicht werd zachter. Het had even heel hard geleken, ik leid de Aes Sedai-erewacht om de Herrezen Draak naar Tar Valon te begeleiden.’ Zijn stem klonk merkwaardig genoeg zowel wrang, boos als vermoeid. ‘Als hij dat tenminste verkiest. En als hij hier was. Ik begrijp dat hij... verschijnt en weer verdwijnt. Coiren is boos en verbijsterd.’ Egwenes hart klopte in de keel. ‘Ik... ik moet je een gunst vragen, Gawein.’
‘Je kunt me alles vragen, behalve het volgende,’ zei hij alleen, ik doe Elayne of Andor geen kwaad en ik word geen draakgezworene. Al het andere wat in mijn macht ligt, wil ik voor je doen.’ Hoofden draaiden zich naar hen toe. Wanneer de draakgezworenen werden genoemd, spitsten zich vele oren. Vier mannen met harde gezichten en opgerolde paardenzwepen over de schouder keken Gawein woest aan en lieten hun vingerkootjes kraken, zoals sommige mannen doen voor een gevecht. Gawein keek hen slechts aan. Het waren geen kleine mannen, zijn blik liet hun vechtlust als sneeuw voor de zon verdwijnen. Twee tikten feitelijk nog met de knokkels tegen hun voorhoofd, voor ze in de mensenstroom wegglipten. Nog steeds staarden echter te veel mensen hen aan en probeerden te veel mensen net te doen alsof ze niet luisterden. In haar kleding trok ze zwijgend al de aandacht. En nu kwam daar een man bij met rood gouden haren, ruim twee pas lang, die eruitzag als een zwaardhand; zo’n paar moest wel alle aandacht trekken.
‘Ik moet met je spreken, onder vier ogen,’ zei ze. Als iemand Gawein tot zwaardhand heeft gebonden, ga ik... Merkwaardig genoeg maakte de gedachte haar niet razend.
Zonder iets te zeggen leidde hij haar naar De Langeman, een herberg vlakbij. Daar zorgde een naar de herbergierster geworpen gouden kroon voor een bijna eerbiedige knix en een kleine eetkamer met donkere panelen, glimmend gewreven tafel en stoelen, en droogbloemen in een blauwe vaas op de schoorsteenmantel. Gawein deed de deur dicht, en opeens leek een wolk van verlegenheid neer te dalen toen ze elkaar aankeken. Licht, wat was hij knap, zeker even knap als Galad en die krulletjes bij zijn oren...
Gawein schraapte zijn keel. ‘De hitte lijkt met de dag erger te worden.’ Hij trok een doekje te voorschijn, veegde zijn gezicht af en bood het Egwene aan. Opeens drong tot hem door dat het gebruikt was en hij schraapte opnieuw de keel. ik heb er nog een, denk ik.’ Ze pakte er zelf een, terwijl hij zijn zakken nazocht. ‘Gawein, hoe kun je Elaida dienen na wat zij heeft gedaan?’
‘De Jongelingen dienen de Toren,’ antwoordde hij stijfjes. Hij keek ongemakkelijk langs haar heen. ‘We doen dat al sinds... Siuan Sanche...’ Heel even werden zijn ogen ijskoud. Maar heel even. ‘Egwene, mijn moeder zei altijd: “Zelfs een koningin moet haar eigen wetten gehoorzamen, anders bestaat er geen wet.”’ Hij schudde boos zijn hoofd, ik moet niet verbaasd zijn jou hier aan te treffen. Ik had kunnen weten dat je in de buurt van Altor zou zijn.’
‘Waarom haat je hem?’ Er had haat in zijn stem geklonken, of ze moest zich wel heel sterk vergissen. ‘Gawein, hij is écht de Herrezen Draak. Je moet hebben gehoord wat er in Tyr is gebeurd. Hij...’
‘Het kan me niet schelen, al is hij de vleesgeworden Schepper,’ gromde hij raspend. ‘Altor heeft mijn moeder vermoord.’ Egwenes ogen rolden bijna uit haar hoofd. ‘Gawein, nee! Nee, dat heeft hij niet gedaan!’
‘Kun je dat zweren? Was jij erbij toen ze stierf? Iedereen praat erover. De Herrezen Draak heeft Caemlin veroverd en Morgase gedood. Hij heeft Elayne waarschijnlijk ook gedood. Ik hoor niets meer van haar.’ Alle boosheid stroomde uit hem weg. Hij zakte met gebogen hoofd in elkaar, balde zijn vuisten en sloot zijn ogen. ik kan maar niets te weten komen,’ fluisterde hij.
‘Met Elayne is alles goed,’ zei Egwene, verrast dat ze recht voor Gawein stond. Ze hief haar hand en verraste zichzelf nogmaals door met haar vingers door zijn haren te strijken toen hij opkeek. Het voelde net aan als haar herinnering. Haar handen schoten terug alsof ze zich brandde. Ze wist zeker dat ze zo rood aanliep dat haar gezicht in vlammen zou uitbarsten, maar... ook Gaweins wangen kleurden zich. Natuurlijk. Hij herinnerde het zich ook, maar alleen als zijn droom. Dat zou haar gezicht echt in vuur en vlam moeten zetten, maar op de een of andere manier gebeurde het tegendeel. Gaweins blos kalmeerde haar en ze wilde zelfs glimlachen. ‘Elayne is veilig, Gawein. Daarop kan ik zweren.’
‘Waar is ze?’ Zijn stem klonk benard. ‘Waar is ze geweest? Haar plaats is nu in Caemlin. Nou ja, niet in Caemlin – niet zolang die Altor daar is – maar in Andor. Waar is ze, Egwene?’ ik... kan het je niet vertellen, Gawein.’
Hij nam haar met een uitdrukkingsloos gezicht op en zuchtte toen. ‘Elke keer dat ik je spreek, ben je meer en meer Aes Sedai.’ Zijn lach klonk gedwongen. ‘Weet je hoe vaak ik heb gedacht dat ik je zwaardhand zou zijn? Is dat nou niet dwaas?’
‘Jij wordt mijn zwaardhand.’ Ze had niet geweten dat ze het ging zeggen tot de woorden aan haar mond ontsnapten, maar daarna voelde ze dat ze waar waren. Die droom. Gawein, knielend, zodat zij haar handen op zijn hoofd kon leggen. Het had honderden dingen kunnen betekenen of niets, maar ze wist het.
Hij grijnsde. De idioot dacht dat ze een grapje maakte! ‘Nee, mij niet. Galad, denk ik. Al zul je de andere Aes Sedai met een stok weg moeten jagen. Aes Sedai, dienstmeisjes, koninginnen, kamermeisjes, koopvrouwen, boerinnen... Ik heb ze naar hem zien kijken. Doe geen moeite met te zeggen dat je hem...’
De eenvoudigste manier om aan die onzin een eind te maken was een hand op zijn mond te leggen, ik houd niet van Galad. Ik houd van jou.’
De man trachtte nog steeds net te doen of het een grap was en glimlachte tegen haar vingers aan. ik kan geen zwaardhand zijn. Ik word Elaynes Eerste Prins van het Zwaard.’
‘Als de koningin van Andor een Aes Sedai is, kan haar Prins best een zwaardhand worden. En je zult de mijne zijn. Laat dat door je dikke schedel heen dringen. Ik meen het ernstig. En ik houd van je.’ Hij staarde haar aan. Hij glimlachte gelukkig niet meer, maar zei niets en staarde alleen. Ze nam haar hand weg. ‘Nou? Je tong verloren?’
‘Wanneer je zo lang verlangt iets te horen,’ zei hij langzaam, ‘en je hoort het dan opeens zonder waarschuwing, lijkt de bliksem in te slaan en een regenhoos de uitgedroogde grond te doorweken. Het maakt je doof, maar je kunt het niet vaak genoeg horen.’ ik houd van je, ik houd van je, ik houd van je,’ zei ze glimlachend. ‘Nou?’