Выбрать главу

‘Beheers je, Erian.’ Als gewoonlijk klonk het of Coiren een toespraak hield. ‘Waar zij over in zit, Sarene, is een gerucht dat Galene heeft opgevangen, een gerucht dat er in Tyr een Groene zuster bij de jonge Rhand Altor was die nu hier bij hem in Cairhien is.’ Ze noemde hem altijd ‘de jonge Rhand Altor’, alsof ze de anderen eraan wilde herinneren dat hij jong was en dus onervaren.

‘Moiraine en een Groene,’ peinsde Sarene. Dat kon inderdaad problemen geven. Elaida had volgehouden dat alleen Moiraine en Siuan erbij betrokken waren geweest. Door hen had Rhand Altor zonder leiding kunnen rondtrekken, maar als er nog een andere Aes Sedai bij was, kon dat betekenen dat er nog meer waren en dat leidde mogelijk weer naar een paar andere, dan wel vele zusters die na het afzetten van Siuan Sanche uit de Toren waren gevlucht. ‘Maar het is slechts een gerucht.’

‘Misschien niet,’ zei Galina die de kamer instapte. ‘Hebben jullie het niet gehoord? Iemand heeft vanmorgen geleiding tegen ons gebruikt. Ik weet niet waarvoor, maar we kunnen dat wel raden, neem ik aan.’ De kralen die in Sarenes dunne donkere vlechten waren geknoopt, maakten klikkende geluiden toen ze haar hoofd schudde. ‘Het is geen bewijs van de aanwezigheid van een Groene zuster, Galina. Het is zelfs geen bewijs van een Aes Sedai. Ik heb gehoord dat sommige Aielvrouwen ook kunnen geleiden, die Wijzen. Het kan tevens een arme stakker zijn die uit de Toren is gestuurd, omdat ze voor de proef van Aanvaarde is gezakt.’

Galina glimlachte, scherpe tanden onder ernstige nachtzwarte ogen. ik denk dat het bewijst dat Moiraine leeft. Ik heb gehoord dat ze een kunstje kende om af te luisteren en ik geloof niets van dat verhaal dat ze dood is. Dat is me veel te gemakkelijk; er is geen lichaam en niemand weet bijzonderheden.’

Dat zat Sarene ook dwars. Enerzijds omdat ze Moiraine had gemogen – ze waren als novices en Aanvaarden bevriend geweest, al was Moiraine een jaar verder, maar hun vriendschap had tijdens hun latere spaarzame ontmoetingen standgehouden – en anderzijds omdat het vaag was en te handig. Moiraine dood, verdwenen feitelijk, terwijl er een bevel lag om haar gevangen te nemen. Moiraine was in die omstandigheden heel goed in staat haar eigen dood te spelen. ‘Dus jullie geloven dat we zowel te maken hebben met Moiraine als met een Groene zuster, van wie we de naam niet kennen? Je veronderstelt veel, Galina.’ Galina’s glimlach veranderde niet, maar haar ogen glinsterden. Ze was te hard voor nuchter denken – ze geloofde wat ze geloofde, met of zonder bewijs – maar Sarene had altijd gedacht dat er diep in Galina een geweldig vuur vlamde, ik geloof,’ zei Galina, ‘dat die zogenaamde Groene Moiraine is. Er is toch geen betere manier om aan de kerker te ontkomen dan zogenaamd dood te gaan en weer te verschijnen als iemand van een andere Ajah? Ik heb zelfs gehoord dat deze Groene klein van stuk is en we weten allen dat Moiraine niet echt lang is.’ Erian was stijf rechtop gaan zitten en haar bruine ogen waren smeulende kooltjes van woede. ‘Wanneer we die Groene zuster te pakken krijgen,’ zei Galina tegen haar, ‘stel ik voor Moiraine onder jouw hoede te plaatsen tijdens de terugreis naar de Toren.’ Erian knikte fel, maar de vlammen in haar ogen doofden niet.

Sarene was stomverbaasd. Moiraine? Die beweert van een andere Ajah te zijn? Zeker niet. Sarene was nooit getrouwd – het was niet redelijk te geloven dat twee mensen een heel leven bij elkaar bleven passen – maar ze kon een andere Ajah kiezen eigenlijk alleen vergelijken met het slapen met de man van een ander. Het was echter niet zozeer de mogelijkheid dat het waar kon zijn die haar verbijsterde, maar de aanklacht zelf. Ze wilde net opmerken dat er zoveel kleine vrouwen waren en dat klein maar betrekkelijk was, toen Coiren weer iets aankondigde.

‘Sarene, jij bent weer aan de beurt. We moeten voorbereid zijn, wat er verder ook gebeurt.’

‘Ik vind het niet fijn,’ zei Erian ferm. ‘Het klinkt alsof we ons voorbereiden op een mislukking.’

‘Het is gewoon redelijk,’ vertelde Sarene haar. ‘Wanneer je de tijd opdeelt in de kleinst mogelijke uitbreidingen, is het onmogelijk met enige zekerheid te zeggen wat er gaat gebeuren tussen de een en de ander. Indien we in Caemlin op Altor gaan jagen, kan dat inhouden dat we bij aankomst horen dat hij weer hier is. Dus blijven we hier, ervan uitgaande dat hij uiteindelijk terugkeert, hetzij morgen, hetzij over een maand. Elke afzonderlijke gebeurtenis in de tijd dat we hier wachten, of iedere samenloop van gebeurtenissen, kan ertoe leiden dat elke keus voor ons wegvalt. Daarom is het redelijk dat we ons voorbereiden.’

‘Heel fraai uitgelegd,’ zei Erian droogjes. Ze had geen hoofd voor koel en nuchter denken. Soms dacht Sarene dat knappe vrouwen dat niet konden, hoewel ze inzag dat er geen logisch verband was. ‘We hebben evenveel rijd als we nodig hebben,’ zei Coiren. Wanneer ze geen toespraak afstak, verkondigde ze feiten. ‘Beldeine is vandaag aangekomen en heeft een kamer bij de rivier genomen, maar Mayam komt pas over twee dagen. We moeten oppassen en dat geeft ons tijd.’ ik vind het nog steeds niet prettig ons op een mislukking voor te bereiden,’ mompelde Erian in haar kopje.

‘Ik vind het geen verspilling,’ zei Galina, ‘als we zo de tijd krijgen om Moiraine tot het gerecht te brengen. We hebben al zolang gewacht; waarom zouden we ons met die Altor haasten?’ Sarene zuchtte. Ze deden de dingen die ze deden heel goed, maar zij kon het niet begrijpen. Met rede denken was bij geen van de anderen sterk aanwezig.

Ze trok zich terug naar haar kamer boven en ging voor de koude haard zitten waar ze begon te geleiden. Kon die Rhand Altor echt het reizen weer hebben ontdekt? Het was ongelooflijk, maar het was de enige verklaring. Wat voor soort man was hij? Dat zou ze ontdekken wanneer ze hem ontmoette, niet eerder. Vervuld met saidar tot het punt dat zoetheid bijna pijn werd, begon ze de oefeningen uit haar novice-tijd te doen. Dat hielp even goed als al het andere. Voorbereiding was slechts redelijk.

26

Bloedlijnen

Donder rolde boven de lage bruine grasheuvels in een langdurige roffel, hoewel er geen wolk aan de hemel was te zien, alleen een brandende zon die nog lang niet op haar hoogste punt was. Op een heuveltop liet Rhand de teugels en de Drakenstaf op de zadelknop rusten en wachtte af. De donder werd luider. Hij vond het lastig niet steeds om te kijken naar het zuiden, naar Alanna. Ze had vanmorgen haar hiel bezeerd en haar hand geschramd, en had een rotbui. Hij had geen enkel idee hoe erg en waarom; hij had niet eens een idee hoe hij er zo zeker van was. De donder was op zijn luidst.

De Saldeaanse ruiters verschenen, met drie naast elkaar, in een daverende galop op de volgende helling, als een lange slang, een steeds langere slang, die langs de helling omlaag denderde naar het grote vlakke dal tussen de heuvels. Negenduizend man zorgden voor een zeer lange slang. Aan de voet van de heuvel verdeelden ze zich, de middelste rij reed recht verder, terwijl de ruiters links en rechts naast hen opzij weken, waarbij iedere rij zich steeds weer bleef verdelen tot er zo’n honderd naast elkaar reden, die zich door elkaar slingerden. Ruiters gingen op hun zadel staan, soms gewoon, soms op hun handen. Anderen tikten in een onmogelijke zwaai de grond aan, eerst aan de ene kant van hun galopperende rossen dan aan de andere kant. Mannen verlieten hun zadel en hingen onder hun dravende paarden of sprongen ernaast op de grond om in één beweging weer omhoog te zwaaien en hetzelfde aan de andere kant te doen.

Rhand trok aan de teugels en spoorde Jeade’en aan. Toen de appelschimmel bewoog, trokken de Aiel om hem heen mee. Vanmorgen waren het de mannen van de Bergdansers, de Hama N’dore, en ruim de helft droeg de hoofdband van siswai’aman. Caldin, grijzend en met een gelooid gezicht, had getracht Rhand ermee in te laten stemmen dat hij er meer dan twintig zou meenemen, met zoveel gewapende natlanders in de buurt. Geen enkele Aiel verspilde nog tijd aan afkeurende blikken op Rhands zwaard. Nandera had meer aandacht voor de tweehonderd vreemde vrouwen die te paard achter hen aanreden. Volgens haar kwam er meer gevaar van deze Saldeaansen dan van de krijgslieden, maar nadat hij enkele Saldeaanse vrouwen had ontmoet, was Rhand niet bereid er ruzie over te maken. Sulin zou het er waarschijnlijk mee eens zijn geweest. Hij bedacht opeens dat hij Sulin al in geen... Niet na zijn terugkomst uit Shadar Logoth. Acht dagen. Hij vroeg zich af of hij haar had beledigd.