Выбрать главу

Terwijl ze zich omdraaiden, sprak Rhand weer langs zijn neus weg: ‘Ik vergat het te vragen. Hoe is het met Alviarin?’

‘Ze maakt het goed.’ Galina’s mond viel even open, haar ogen werden groot. Ze leek ervan geschrokken dat ze had geantwoord. Coiren twijfelde of ze deze kans zou aangrijpen iets te zeggen, maar Rhand bleef vol ongeduld wachten en tikte nog net niet met zijn voet op de vloer. Toen ze verdwenen waren, stapte hij omlaag, pakte de lans op en staarde naar de deuren die zich hadden gesloten. Egwene wachtte geen tel en beende naar hem toe. ‘Wat voor spelletje speel jij, Rhand Altor?’ Ze was al halverwege voor ze door een flits van haar beeld in de spiegel besefte dat ze recht door zijn saidinweefsel was gestapt. Gelukkig had ze er niet bij nagedacht. ‘Nou?’

‘Zij is er een van Alviarin,’ zei hij nadenkend. ‘Galina. Zij is een van Alviarins vriendinnetjes, durf ik te wedden.’

Ze plantte zich voor hem neer en snoof. ‘Je zou je geld verliezen en je ook nog met een riek in de voet steken. Galina is van de Rode Ajah, roder ken ik ze niet.’

‘Omdat ze me niet mag?’ Hij keek haar nu aan en ze wenste bijna dat hij dat niet zou doen. ‘Omdat ze bang van me is?’ Hij grijnsde niet, keek niet woest en staarde haar zelfs niet doordringend aan, maar zijn ogen leken dingen te weten die haar onbekend waren. Ze haatte het. Zijn glimlach verscheen zo onverwachts dat die haar verraste. ‘Egwene, verwacht jij dat ik meen een Ajah aan haar gezicht te kunnen herkennen?’

‘Nee, maar...’

‘In ieder geval zullen zelfs de Roden mij misschien nog volgen. Ze kennen de Voorspellingen net zo goed als ieder ander. De onbevlekte toren breekt en buigt de knie voor bet vergeten teken. Geschreven vóór er een Witte Toren was, maar een onbevlekte toren kan toch niets anders zijn? En het vergeten teken? Mijn banier, Egwene, met het oeroude teken der Aes Sedai.’

‘Bloedvuur, Rhand Altor.’ Haar vloek kwam er onhandiger uit dan haar lief was; ze was het niet gewend zulke dingen te zeggen. ‘Het Licht moge je branden! Je zult er toch niet ernstig over denken met hen mee te gaan? Dat kun je niet!’

Hij was vermaakt en toonde zijn tanden. Vermaak! ‘Heb ik niet gedaan wat je wilde? Wat ik moest doen volgens jou én wat je wilde?’ Haar lippen knepen zich verontwaardigd op elkaar. Het was al erg genoeg dat hij het wist, maar dat ze het recht in haar gezicht kreeg geslingerd, was gewoon grof. ‘Rhand, luister alsjeblieft naar me. Elaida...’

‘Nu is de vraag hoe we jou in de tenten terug kunnen krijgen zonder dat ze ontdekken dat jij erbij was. Ik vermoed dat ze ogen-en-oren in het paleis hebben.’

‘Rhand, je moet...’

‘Wat vind je van vervoer in een grote wasmand? Ik kan zorgen dat enkele Speervrouwen je bij de tenten afleveren.’

Ze stak bijna wanhopig haar handen op. Hij wilde haar even graag kwijt als de Aes Sedai daarnet. ‘Mijn eigen voeten zijn goed genoeg, dank je wel.’ Een wasmand, wel ja! ik zou me geen zorgen hoeven te maken als je me zou willen vertellen hoe je zomaar van Caemlin hierheen stapt, wanneer je dat wilt.’ Ze begreep niet waarom deze vraag haar tegen de haren in streek, maar het was wel zo. ik weet dat je het mij niet kunt bijbrengen, maar als je me vertelt hoe, kan ik misschien uitvinden hoe het met saidar werkt.’

Hij maakte geen grapje ten koste van haar, waarop ze eigenlijk rekende, maar pakte met beide handen de punten van haar omslagdoek beet. ‘Het Patroon,’ zei hij. ‘Caemlin.’ Een vinger van zijn linkerhand duwde de wol omhoog. ‘En Cairhien.’ Een vinger van de andere hand maakte een tent, en hij bewoog de twee punten naar elkaar toe. ik buig het Patroon en maak een bres van het ene naar het andere punt. Ik weet niet waar ik doorheen prik, maar er bestaat geen ruimte tussen het ene eind van het gat en het andere.’ Hij liet de doekpunten vallen. ‘Heb je daar wat aan?’

Bijtend op haar lip, keek ze zuur naar haar omslagdoek. Daar had ze helemaal niets aan. Enkel de gedachte aan het openscheuren van het Patroon voor een gat maakte haar misselijk. Ze had gehoopt dat het net zoiets zou zijn als ze had bedacht over Tel’aran’rhiod. Niet dat ze van plan was het ooit te gebruiken, natuurlijk niet, maar ze had nu alle tijd van de wereld en de Wijzen mopperden steeds dat de Aes Sedai vroegen hoe ze er in het vlees konden komen. Ze dacht dat er een manier zou zijn door... gelijkheid te scheppen – gelijkheid leek het enige gepaste woord – een gelijkheid tussen de echte wereld en de weerspiegeling ervan in de Dromenwereld. Dat zou een plek moeten vormen waar het mogelijk was van de ene plaats naar de andere te stappen. Als Rhands manier van reizen daar ook maar iets op had geleken, zou ze bereid zijn het te proberen, maar dit... Saidar deed wat je wilde, zolang je besefte dat het oneindig veel sterker was dan jij en zachtjes geleid moest worden. Als je probeerde het verkeerde te ontwringen dan was je voor je kon gillen, dood, verbrand of opgebrand. ‘Rhand, weet je zeker of het niet zinvol is de dingen hetzelfde te maken... of...’ Ze wist niet hoe ze het moest zeggen, maar hij schudde zijn hoofd al voor ze was uitgesproken.

‘Dat klinkt of je het weefsel van het Patroon verandert. Ik denk dat het mij in stukken zou scheuren, als ik dat zou proberen. Ik heb een gat geboord.’ Zijn vinger maakte een draaiende porrende beweging om het te tonen.

Nou ja, het had geen zin erover door te gaan. Ze schoof haar omslagdoek geërgerd goed. ‘Rhand, wat dat Zeevolk betreft. Ik weet niets meer van hen dan ik heb gelezen,’ – dat wist ze wel, maar ze ging het hem niet vertellen – ‘maar het moet om iets belangrijks gaan dat ze zo ver zijn gevaren om jou te spreken.’

‘Licht,’ mompelde hij verstrooid. ‘Je springt ook rond als een druppel water op een hete ovenplaat. Ik zal ze ontvangen wanneer ik tijd heb.’ Hij wreef kort over zijn voorhoofd en zijn ogen leken niets te zien. Hij knipperde met zijn ogen en zag haar weer. ‘Ben je van plan te blijven tot ze terugkomen?’ Hij wilde haar echt kwijt.

Ze bleef bij de deur staan, maar hij beende al door het vertrek naar achteren, de handen verstrengeld op de rug. Hij praatte in zichzelf, zachtjes, maar ze ving er iets van op. ‘Waar verberg je je, bloedvuur. Ik weet dat je er bent!’

Huiverend liet ze zichzelf uit. Als hij werkelijk reeds krankzinnig werd, kon ze er niets aan veranderen. Het Rad weefde wat het Rad wilde en het web moest aanvaard worden.

Ze besefte dat ze de bedienden die door de gang liepen aankeek en zich afvroeg wie de spionnen van de Aes Sedai waren. Ze dwong zich ermee op te houden. Het Rad weefde wat het Rad wilde. Met een knikje naar Somara rechtte ze haar schouders en probeerde niet heel hard weg te hollen, terwijl ze een weg zocht naar een bediendenpoort.

Er werd weinig gesproken in Arilyns mooiste koets terwijl die hobbelend van het Zonnepaleis wegreed, gevolgd door een wagen waarop de kisten hadden gestaan, maar die nu alleen de dienstmeiden en de koetsier vervoerde. Nesune plaatste de toppen van haar vingers tegen elkaar en tikte bedachtzaam tegen haar lippen. Een zeer boeiende jongeman. Een zeer boeiend onderwerp van studie. Haar voet raakte een verzamelkistje onder haar bankje; ze ging nooit ergens heen zonder enkele goede bewaarkistjes. Men zou toch denken dat de wereld allang goed was beschreven, maar na haar vertrek uit Tar Valon had ze vijftig nieuwe planten kunnen beschrijven, tweemaal zoveel insecten, de huid en botten van een vos, drie verschillende leeuweriken en niet minder dan vijf soorten grondeekhoorns, die volgens haar nergens in de boeken voorkwamen. ‘Ik wist niet dat je bevriend was met Alviarin,’ zei Coiren na een tijdje.

Galina snoof. ‘Je hoeft nog niet bevriend met haar te zijn om te weten dat ze in orde was bij ons vertrek.’ Nesune vroeg zich af of de vrouw wist dat ze pruilde. Misschien stond haar mond gewoon zo, maar je leerde toch te leven met je gezicht. ‘Denk je dat hij het echt wist?’ vervolgde Galina. ‘Dat wij... Het is onmogelijk. Hij moet het geraden hebben.’

Nesunes oren spitsten zich, hoewel ze tegen haar lippen bleef tikken. Dit was duidelijk een poging om van onderwerp te veranderen en bovendien een teken dat Galina zenuwachtig was. Weer bleef het een heel lange tijd stil, omdat niemand over Altor wilde praten en er geen ander onderwerp mogelijk leek te zijn. Waarom wilde Galina niet over Alviarin praten? Die twee waren zeker geen vriendinnen. Het kwam zelden voor dat een Rode een vriendin buiten haar eigen Ajah had. Nesune borg de vraag in een eigen vakje van haar geest op. ‘Als hij het heeft geraden, zou hij veel geld kunnen verdienen bij een beestenspul.’ Coiren was geen dwaas. Ongelooflijk hoogdravend, maar nooit dwaas. ‘Hoe belachelijk het misschien ook lijkt, we moeten aannemen dat hij saidar in een vrouw kan voelen.’

‘Dat kan rampzalig zijn,’ mompelde Galina. ‘Nee, het kan niet. Hij moet het geraden hebben. Iedere geleider zou veronderstellen dat wij saidar zouden omhelzen.’

Het gepruil van de vrouw ergerde Nesune. Deze hele reis ergerde haar. Ze zou meer dan gelukkig zijn geweest als haar gevraagd was om mee te gaan, maar Jesse Bilal had niets gevraagd. Jesse had haar praktisch persoonlijk op een paard getild. Misschien ging het in de andere Ajahs anders, maar van het hoofd van de Bruine Ajah-raad werd dit soort gedrag niet verwacht. Het ergste van alles was echter dat Nesunes reisgenoten zo sterk gericht waren op die jonge Altor dat ze voor al het andere blind leken.

‘Hebben jullie enig idee,’ peinsde ze hardop, ‘wie de zuster was die bij ons onderhoud aanwezig was?’

Misschien was het geen zuster – telkens wanneer zij de koninklijke librije bezocht leken er drie Aielvrouwen op te duiken van wie er twee konden geleiden – maar ze wilde zien hoe zij reageerden. Ze was niet teleurgesteld; of liever, ze was het wel. Coiren ging rechtop zitten, maar Galina staarde voor zich uit. Nesune kon een zucht niet onderdrukken. Ze waren echt blind. Ze hadden maar een paar stappen van een geleidster gestaan en hadden haar niet gevoeld omdat ze haar niet konden zien.

‘Ik weet niet hoe ze verborgen was,’ vervolgde Nesune, ‘maar het zou interessant zijn dat te ontdekken.’ Het moest zijn werk zijn, want een saidarweefsel zouden ze hebben gevoeld. De anderen vroegen niet of ze het zeker wist; Nesune wist altijd wanneer er geraden werd. ‘Een bevestiging dat Moiraine nog leeft.’ Galina schoof met een grimmige glimlach naar achter, ik stel voor dat we Beldeine dat uit laten zoeken. Dan pakken we Moiraine op en stoppen haar zolang in de kelder. Daarmee is ze uit de buurt van Rhand Altor en kunnen we haar samen met hem naar Tar Valon brengen. Ik betwijfel of hij het zal merken, zolang we hem genoeg goud onder de neus houden.’ Coiren schudde heftig het hoofd. ‘We hebben niet meer gegevens dan we reeds hadden, er is niets wat op Moiraine wijst. Het kan die geheimzinnige Groene zuster zijn. Ik ben het ermee eens dat we moeten uitzoeken wie ze is, maar al het andere dienen we zorgvuldig te overwegen. Ik ga niet alles wat zo zorgvuldig is uitgedacht, in de waagschaal zetten. We dienen te beseffen dat Altor met deze zuster, wie ze ook is, verbonden is en dat zijn verzoek om meer tijd slechts zijn beleid is. Gelukkig hebben we de tijd.’ Galina knikte, zij het met enige aarzeling. Ze zou nog eerder trouwen en boerin worden dan hun plannen in gevaar brengen.

Nesune stond zichzelf toe te zuchten. Behalve gewichtigdoenerij was het uitspreken van iets dat overduidelijk was, Coirens enige echte fout. Ze had best een goed verstand wanneer ze het gebruikte. En ze hadden inderdaad tijd. Haar voet raakte weer een van haar verzamelkistjes. Hoe alles verder ook verliep, de studie die ze over Rhand Altor ging schrijven, zou een hoogtepunt in haar leven worden.