Nynaeve wachtte tot ze weer voor de Kleine Toren stond voor ze welbewust haar vlecht een ferme ruk gaf. Ze hadden gisteravond de Wijzen ontmoet en ze kon gemakkelijk raden waarom Mijrelle van de anderen niets had mogen zeggen. Als Egwene eindelijk in het Hart van de Steen was verschenen, mocht het haar niet gezegd worden. Nynaeve Almaeren was in ongenade gevallen. Nynaeve Almaeren mocht als een novice pannen en potten schuren, terwijl ze toch minstens een stap hoger moest staan dan een Aanvaarde. Nynaeve Almaeren speelde niets klaar bij Theodrin, en aan al haar prachtige ontdekkingen was een eind gekomen. Nynaeve Almaeren zou nooit Aes Sedai worden. Ze had geweten dat het een fout was om alles van Moghedien door Elayne te sluizen. Ze had het vooraf geweten!
Haar tong probeerde rond te krullen bij de herinnering aan een vieze smaak. Gekookte kattenvaren en fijngewreven maarneblad. Een poedertje dat ze bij kinderen gebruikte die steeds logen. Ze wilde toegeven dat zij echt degene was geweest die het had voorgesteld, maar het bleef een vergissing. De Aes Sedai hadden het niet meer over haar vernieuwingen. Ze praatten over het gemis eraan. Aes Sedai die nooit meer dan een terloopse belangstelling voor haar blok hadden getoond, waren er nu druk mee bezig hoe ze dat konden breken. Ze kon niet winnen. Hoe dan ook, het zou erop uitlopen dat ze van kruin tot teennagels van zonsopgang tot zonsondergang onderzocht zou worden door een Aes Sedai.
Ze rukte nog harder aan haar vlecht, zo hard dat haar hoofd zeer deed; met hoofdpijn werd haar stemming er niet beter op. Een soldaat, met de platte helm van een boogschutter op en in opgevulde wambuis, hield in om haar nieuwsgierig op re nemen, maar ze keek hem zo verfijnd smerig aan dat hij over zijn eigen voeten struikelde en zo snel mogelijk in de massa verdween. Waarom was Elayne toch zo koppig? Mannenhanden sloten zich om haar schouders en ze tolde rond met woorden die zijn hoofd van zijn schouders zouden scheuren. Ze stierven op haar tong.
Thom Merrilin grijnsde door zijn lange witte snor op haar neer en scherpe blauwe ogen fonkelden in zijn uitgeteerde gezicht. ‘Als ik jou goed aankijk, Nynaeve, zou ik bijna denken dat je boos bent, maar ik weet dat je zo’n lief gemoed hebt dat men jou behoort te vragen of je met je vinger hun kopje thee wilt roeren.’
Naast hem stond Juilin Sandar; de magere man leek uit donker hout te zijn gesneden, steunend op zijn duimdikke bamboestok. Juilin was een Tyrener, geen Taraboner, maar hij droeg nog steeds die belachelijke rode kegelhoed met de platte bovenkant, nog erger verfomfaaid dan de laatste keer. Hij griste hem af toen ze hem aankeek. Beide mannen waren stoffig en vermoeid van de reis, hun gezichten ingevallen hoewel ze geen van beiden voor hun vertrek bijzonder goed in hun vlees hadden gezeten. Ze zagen eruit alsof ze alle weken na hun vertrek uit Salidar in hun kleren hadden geslapen, wanneer ze niet in het zadel zaten.
Voor Nynaeve haar mond kon opendoen, werd ze door een menselijke storm geraakt. Elayne wierp zich zo hard op Thom dat hij wankelde. Natuurlijk tilde hij haar met zijn handen onder haar armen op en zwierde haar ondanks zijn manke been rond als een kind. Lachend zette hij haar weer neer en zij lachte met hem mee. Ze stak haar hand op, trok aan een snorpunt en ze barstten allebei in een nog grotere lachbui uit. Hij bekeek haar handen die even rimpelig waren als die van Nynaeve en vroeg in wat voor narigheid ze was gestonken, nu hij er niet was om haar op het smalle rechte pad te houden. Ze antwoordde dat zij geen behoefte had aan iemand die haar zei wat ze moest doen, maar ze bedierf het door te blozen, te giechelen en op haar lip te bijten.
Nynaeve haalde diep adem. Soms voerden die twee dat spelletje van vader en dochter veel te ver door. Soms leek Elayne te denken dat ze ongeveer tien was en Thom deed hetzelfde. ‘Had je vanmorgen geen klas met novices, Elayne?’
De ander keek haar van terzijde aan en richtte zich op, in een te late poging tot fatsoen en netheid, en begon haar kleren goed te doen. ik heb Calindin gevraagd het over te nemen,’ zei ze achteloos, ik dacht dat ik je gezelschap zou houden. En ik ben blij dat ik het heb gedaan,’ voegde ze er met een grimas voor Thom aan toe. ‘Nu kunnen we alles horen wat je in Amadicia hebt opgestoken.’
Nynaeve snoof. Haar gezelschap houden, welja. Ze herinnerde zich niet alles van gisteren, maar wel dat Elayne lachte bij het uitkleden en in bed leggen van Nynaeve, terwijl de zon nog lang niet onder was. En ze wist zeker dat de vrouw had gevraagd of ze een emmer water wilde om haar hoofd af te koelen.
Thom merkte niets. De meeste mannen waren blind, hoewel hij gewoonlijk best scherp was. ‘We zullen vlug moeten zijn,’ zei hij. ‘Nu Sheriam ons heeft uitgemolken, wil ze dat wij persoonlijk enkele Gezetenen verslag uitbrengen. Gelukkig kan ik het gemakkelijk samenvatten. Er zijn niet genoeg Witmantels langs de Eldar om een overstekende muis tegen te houden, zelfs niet als hij een dag eerder zijn komst met trommels en trompetten aankondigt. Afgezien van een sterke strijdmacht aan de grens met Tarabon en de mannen die proberen de Profeet in het noorden te houden, lijkt Nial de Witmantels tot de laatste man naar Amador terug te trekken, en Ailron haalt eveneens zijn soldaten terug. De verhalen over Salidar deden al voor ons vertrek de ronde op straat, maar als Nial dit dorp al enige aandacht heeft gegeven, dan kon ik er in de wijde omtrek geen enkele aanwijzing voor vinden.’
‘Tarabon,’ mompelde Juilin die zijn hoed bekeek. ‘Een door en door slecht land voor mensen die niet weten hoe ze voor zichzelf moeten zorgen. Zoiets hebben we tenminste gehoord.’
Nynaeve wist niet welk van de twee het best was in het verdraaien van feiten, maar ze was er zeker van dat ze zo staalhard konden liegen dat een wolkoopman van afgunst blauw zou aanlopen. En juist nu was ze er zeker van dat ze iets verborgen hielden.
Elayne zag nog meer. Ze greep Thom bij zijn jas en keek naar hem op. ‘Je hebt iets over moeder gehoord,’ zei ze kalm en het was geen vraag. Thom wreef langs zijn snor. ‘Er zijn honderden geruchten in iedere straat in Amadicia, en elk is wilder dan het vorige.’ Zijn magere, doorgroefde gezicht leek een en al open onschuld, maar deze man was zelfs bij zijn geboorte niet onschuldig geweest. ‘Er wordt gezegd dat de hele Witte Toren in Salidar zit, met tienduizend zwaardhanden die klaarstaan om de Eldar over te steken. Men zegt dat de Aes Sedai Tanchico hebben bezet en dat Rhand vleugels heeft, die hij gebruikt om ’s nachts rond te vliegen en...’
‘Thom?’ vroeg Elayne.
Hij snoof en keek woest naar Juilin en Nynaeve alsof het hun schuld was. ‘Kind, het is slechts een gerucht, even gek als andere. Ik kon niets bevestigd krijgen en geloof me dat ik het heb geprobeerd. Ik was niet van plan het te noemen. Het wakkert je pijn alleen maar aan. Laat het gaan, kind.’
‘Thom!’ Veel fermer. Juilin schuifelde wat heen en weer en keek alsof hij ergens anders wilde zijn. Thom keek slechts grimmig. ‘Nou ja, als je erop staat. Iedereen in Amadicia lijkt te denken dat je moeder in de Burcht van het Licht verblijft en dat ze een leger Witmantels terug naar Andor zal voeren.’
Elayne schudde zachtjes lachend het hoofd. ‘O, Thom, denk je echt dat ik me daarover zou opwinden? Moeder zou nooit naar de Witmantels toegaan. Ik zou graag zien dat ze het had gedaan, zoals ik graag zou hebben dat ze nog leefde. Zelfs al schendt het alles wat ze me ooit heeft geleerd – een vreemd leger Andor invoeren en nog wel Witmantels – dan zou ik er nog naar verlangen. Maar als wensen vleugels hadden...’ Haar glimlach was droef en verstild treurig. ‘Ik heb gerouwd, Thom. Moeder is dood en ik moet mijn best doen haar waardig te zijn. Zij zou nooit achter belachelijke geruchten zijn aangegaan of erom hebben gehuild.’
‘Kind,’ zei hij onhandig.
Nynaeve vroeg zich af wat hij eigenlijk zelf van Morgases dood vond. Het viel moeilijk te geloven, maar hij was haar geliefde geweest toen ze jong was en Elayne weinig meer dan een pasgeboren kind. In die jaren moest hij er niet hebben uitgezien alsof hij te lang in de zon te drogen had gelegen. Nynaeve wist weinig of niets over het waarom van het einde. Ze wist alleen dat hij met stille trom uit Caemlin was verdwenen met een aanhoudingsbevel aan zijn broek. Niet bepaald een teken van liefde dat in een speelmansverhaal wordt opgenomen. Op dit moment leek hij zich echter alleen maar bezig te houden met de zorg of Elayne de waarheid vertelde of dat ze haar verdriet verborg, terwijl hij op haar schouder klopte en haar haren streelde. Als Nynaeve niet gewenst had dat ze nu eindelijk eens als gewone mensen tegen elkaar uitvielen, zou ze hebben gedacht dat het een lief tafereeltje was.