Выбрать главу

Het was een klein huis met maar twee kamers, maar dikke stenen muren hielden het betrekkelijk koel. Logain zat in hemdsmouwen bij het raam een boek te lezen en een pijp te roken. De Aes Sedai zorgden goed voor hem. De tafels en stoelen behoorden tot de beste in Salidar – niets uitbundigs, maar goed gemaakt, hoewel ze niet bij elkaar pasten – en een tapijt met rode en gouden krullen lag over een groot gedeelte van de vloer. Het vertrek was zo netjes geveegd dat Nynaeve betwijfelde dat hij het zelf had gedaan.

Toen ze binnenkwamen, legde hij het boek opzij. Hij leek het helemaal niet erg te vinden dat ze niet geklopt hadden. Hij stond op zijn gemak op, klopte zijn pijp uit, trok zijn jas aan en toen pas boog hij gladjes. ‘Fijn jullie na zo’n lange tijd weer te zien. Ik dacht dat jullie me vergeten waren. Willen jullie me gezelschap houden met wat wijn? De Aes Sedai geven me maar weinig in voorraad, maar wat ze me geven is helemaal niet slecht.’

Het aanbod van de wijn zou genoeg geweest zijn – Nynaeve kon nauwelijks een huivering onderdrukken – als ze dat al nodig had gehad. Wanneer ze aan Uno dacht, aan die man, was dat al voldoende. De Kleine Toren als bron van boosheid was overbodig. Maar eraan te denken, voegde het nodige toe. Plotseling was de Ware Bron er, een onzichtbare warmte die juist buiten haar gezichtsveld lag. Ze opende zichzelf en saidar vloeide in haar. Als ze eerder een goed gevoel had gehad, dan was dit meer dan vervoering. Ze gaf zich er aan over; naar de Doemkrocht met Theodrin!

‘Zitten,’ zei ze koud. ‘Ik wil geen geklets horen. Antwoord als je wat gevraagd wordt en hou verder je mond.’

Logain haalde slechts zijn schouders op en gehoorzaamde, zo mak als een lam. Nee, niet mak; zijn glimlach was zuiver onbeschaamd. Nynaeve was er zeker van dat het gedeeltelijk door zijn gevoelens over Aes Sedai kwam, en gedeeltelijk... Hij keek toe hoe Elayne een tweede stoel pakte en met een bestudeerd gebaar haar rok schikte. Zelfs als Nynaeve niet gezien had waar hij naar keek, zou ze geweten hebben dat het een vrouw was. Geen meesmuilend lachje, geen wellustige blik, alleen dat... Nynaeve wist niet wat, behalve dat hij haar ook zo aankeek, en ze besefte opeens heel goed dat zij een vrouw was en hij een man. Misschien was het alleen maar omdat hij knap was en brede schouders had, maar ze dacht dat ze een hogere dunk van zichzelf had. Dat was het natuurlijk niet.

Ze schraapte haar keel en weefde draden van saidar in hem; Lucht en Water, Vuur en Aarde, en Geest. Alle delen van Heling, maar ze gebruikte ze om door te dringen. Het zou helpen wanneer ze haar handen op hem zou leggen, maar dat kon ze niet opbrengen. Het was al erg genoeg hem met de Kracht aan te raken. Hij was zo gezond als een stier en bijna net zo sterk. Er was helemaal niets mis met hem, behalve dat gat.

Het was niet echt een gat, meer een gevoel dat iets dat steeds aanwezig was geweest, er gewoon niet was; iets dat vloeiend en recht was, maar zich nu in werkelijkheid om een afwezigheid boog. Ze kende dat gevoel goed, uit vroegere dagen, toen ze dacht dat ze echt iets kon leren. Ze kreeg er kippenvel van.

Hij keek haar heel aandachtig aan. Ze kon zich niet herinneren dat ze dichterbij gekomen was. Zijn gezicht was een onbeweeglijk masker van brutale minachting; ze mocht dan wel geen Aes Sedai zijn, maar ze was een goede tweede.

‘Hoe kun je dat allemaal tegelijk doen?’ vroeg Elayne. ik kon nog niet de helft volgen.’

‘Stil,’ mompelde Nynaeve. Ze verborg haar afkeer toen ze Logains hoofd ruw in haar handen nam. Ja, het ging beter met lijfelijke aanraking; de indrukken werden scherper.

Ze leidde de volledige stroom saidar in de plek van het gat – en was bijna verrast daar een leegte te vinden. Natuurlijk verwachtte ze nog steeds niet iets te leren. Mannen verschilden zowel lichamelijk als met de Kracht van vrouwen, misschien nog wel meer. Ze had net zo goed een rots kunnen bestuderen om iets uit te zoeken over vissen. Het was moeilijk om haar gedachten erbij te houden, wetend dat ze dit alleen maar voor de vorm deed, de tijd voorbij liet gaan. Wat zal Mijrelle zeggen? Zou zij een boodschap van Egwene verzwijgen? Die leegte, die zo klein was dat ze er zonder meer overheen kon glijden, was heel groot toen ze de stromen naar binnen geleidde, immens genoeg om hen allemaal op te slokken. Als ik maar met Egwene kon praten. Als ze eenmaal weet dat de Toren een gezant naar Rhand stuurt en dat de Aes Sedai hier op hun handen zitten, durf ik te wedden dat ze me zou helpen om Elayne ervan te overtuigen dat we hier alles gedaan hebben wat we kunnen. Een uitgestrekte leegte; een niets. Wat was het dat ze in Siuan en Leane had gevonden, het gevoel dat er iets was afgesneden? Ze wist zeker dat het echt was, hoe vaag ook. Mannen en vrouwen mochten verschillend zijn, maar misschien... Ik hoef alleen maar een manier te vinden om met haar te kunnen praten. Ze zal inzien dat Rhand beter af is met ons erbij. Elayne zal naar haar luisteren; Elayne gelooft dat Egwene Rhand beter dan wie ook kent. Daar was het. Iets dat afgesneden was. Niet meer dan een indruk, maar hetzelfde als bij Siuan en Leane. Dus hoe vind ik haar? Als ze maar weer eens in onze dromen wilde komen. Ik wed dat ik haar kan overhalen om zich bij ons te voegen. Met z’n drieën kunnen we veel beter bij Rhand zijn. Samen kunnen we hem vertellen wat we in Tel’aran’rhiod leren en hem ervan weerhouden een of andere stomme vergissing met de Aes Sedai te begaan. Er was iets met die snede... Als die werd overbrugd met Vuur en Geest, zodat...

Het enigszins groter worden van Logains ogen vertelde haar wat ze had gedaan. De adem stokte in haar keel. Ze trok zich zo snel van hem terug dat ze over haar rok struikelde.

‘Nynaeve,’ zei Elayne, rechtop zittend, ‘wat is er aan de ha...?’ In een oogwenk had Nynaeve alle saidar die ze kon bevatten tot een scherm gevormd. ‘Haal Sheriam,’ zei ze haastig. ‘Niemand anders dan Sheriam. Zeg haar...’ Ze haalde diep adem. Het leek wel de eerste teug sinds uren te zijn. Haar hart klopte als een galopperend paard. ‘Zeg haar dat ik Logain heb geheeld.’

30

Opnieuw te helen

Er duwde iets tegen het schild dat Nynaeve tussen Logain en de Ware Bron had. Het werd sterker en sterker tot het schild doorboog en het weefsel begon te trillen, op de rand van openscheuren. Ze liet saidar door haar heen stromen, een zoetheid die de grens van pijn naderde, en geleidde elke draad Geest in het schild. ‘Ga, Elayne!’ Ze gaf er geen bliksem om dat het er piepend uitkwam. Elayne, het Licht schijne op haar, verspilde geen tijd aan vragen. Ze sprong op uit haar stoel en stoof weg.

Logain had geen spier vertrokken. Zijn ogen hielden die van Nynaeve vast; ze leken te glinsteren. Licht, wat was hij groot. Ze tastte naar haar mes en besefte toen hoe belachelijk dat was. Hij kon het waarschijnlijk van haar afpakken zonder een druppeltje meer te zweten. Zijn schouders leken ineens net zo breed als zij lang was. Ze leidde iets van haar weefsel naar Lucht in boeien rond zijn armen en benen. Hij was nog steeds groot, maar plotseling zag hij er gewoon uit, en heel handelbaar. Pas toen merkte ze dat ze de kracht van het schild verminderd had. Maar ze kon geen streng meer weven; de zuivere levensvreugde van saidar zat al zo sterk in haar dat ze bijna moest huilen. Hij glimlachte naar haar.

Een zwaardhand stak zijn hoofd om de deur. Het was een donkerharige man met een stevige neus en een diep, wit litteken op zijn smalle kaak. iets niet in orde? Die andere Aanvaarde rende weg of ze in de brandnetels had gelegen.’

‘Alles is prima,’ zei ze koel tegen hem. Zo koel als ze kon opbrengen. Niemand mocht het weten – niemand! – tot ze de kans had gekregen om met Sheriam te spreken, om haar aan haar kant te krijgen. ‘Elayne herinnerde zich plotseling dat ze iets had vergeten.’ Dat klonk ontzettend dwaas. ‘Je kunt ons alleen laten. Ik heb het druk.’ Tervail, ja, dat was zijn naam; Tervail Dura, gebonden aan Beonin. Wat kon haar in Lichtsnaam zijn naam schelen? Tervail schonk haar een grijns en een spottende buiging voor hij zich terugtrok. Zwaardhanden gaven Aanvaarden zelden de kans om voor Aes Sedai te spelen. Het kostte haar behoorlijk veel moeite om haar lippen niet af te likken. Ze bestudeerde Logain. Van buiten was hij kalm, alsof er niets was veranderd.