‘Dit is niet nodig, Nynaeve. Denk je dat ik besloten heb om een dorp aan te vallen waar honderden Aes Sedai zitten? Ze zouden me aan stukken hakken voor ik twee passen gedaan had.’
‘Hou je mond,’ zei ze onbewust. Ze tastte achter zich, vond een stoel en ging zitten. Haar ogen verlieten hem geen moment. Licht, waar bleef Sheriam? Sheriam moest begrijpen dat het een ongeluk was. Werkelijk! Alleen door een op haarzelf gerichte boosheid kon ze blijven geleiden. Hoe had ze zo onvoorzichtig kunnen zijn, zo’n blinde dwaas? ‘Wees niet bang,’ zei Logain. ‘Ik zal me nu niet tegen hen keren. Ze bereiken wat zij willen, of ze dat nou beseffen of niet. De Rode Ajah heeft afgedaan. Binnen een jaar durft geen enkele Aes Sedai meer toe te geven dat ze een Rode is.’
‘Ik zei dat je stil moest zijn!’ snauwde ze. ‘Denk je dat ik geloof dat je alleen de Roden haat?’
‘Weet je, ik heb eens een man gezien die meer moeilijkheden zal veroorzaken dan ik ooit deed. Misschien was het de Herrezen Draak wel, ik weet het niet. Het was toen ze door Caemlin voerden, nadat ik gevangen was genomen. Hij was op grote afstand, maar ik zag een... gloed, en ik wist dat hij de wereld zou doen beven. Ik zat in een kooi maar kon het niet helpen dat ik moest lachen.’ Ze verplaatste een klein deel van de Lucht die hem vasthield en dwong dat als een prop tussen zijn kaken. Zijn wenkbrauwen trokken zich samen tot donkere woede. Het was meteen weer verdwenen, maar ze gaf er niet om. Ze had hem nu vastgelegd. Tenminste... Hij had niet eens een poging gedaan om tegen te stribbelen, maar dat kon zijn omdat hij vanaf het begin al had geweten dat ze hem slechts zou vastbinden. Dat kon het zijn. Maar hoe hard had hij geprobeerd door haar schild heen te breken? Dat geduw was niet echt traag opgebouwd, maar ook zeker niet snel. Het had iets weg van een man die niet-gebruikte spieren uitrekt en ergens tegenaan duwt, niet met de bedoeling om het in beweging te brengen, maar gewoon om zijn spieren weer te voelen. Die gedachte maakte een ijsklomp van haar maag. Het was om nijdig van te worden, die pretrimpels rond Logains ogen, bijna alsof hij alles wist wat zich in haar hoofd afspeelde. Daar zat hij, met zijn dwaze, opengesperde mond, gebonden en afgeschermd, en hij voelde zich op zijn gemak. Hoe had ze zo stom kunnen zijn? Ze was niet goed genoeg om Aes Sedai te zijn, niet als haar schild het nu begaf. Ze was niet geschikt om in haar eentje los te lopen. Ze zouden Birgitte moeten zeggen heel goed voor Nynaeve te zorgen, zodat ze niet plat met haar gezicht in het stof viel bij het oversteken van een straat. Het was niet de bedoeling, maar de verwijten tegen haarzelf hielden haar boosheid tegen het kookpunt aan tot de deur openvloog. Het was niet Elayne.
Sheriam kwam achter Romanda aan naar binnen, met Mijrelle en Morvrin en Takima op haar hielen, gevolgd door Lelaine en Janya, Delana en Bharatine en Beonin, en anderen die naar binnen drongen tot de hele kamer vol stond. Nynaeve kon anderen door de deur zien, die niet meer dicht kon. Degenen die binnen waren, tuurden zo gespannen naar haar en haar stromen dat ze moest slikken en al haar fijne boosheid vervloog. En natuurlijk gebeurde dat ook met haar schild en de banden die Logain vasthielden.
Voordat Nynaeve iemand kon vragen hem opnieuw af te schermen, plantte Nisao zich voor haar. Nisao mocht dan klein zijn, ze slaagde erin dreigend boven haar uit te torenen. ‘Nou, wat is al die onzin over dat je hem geheeld hebt?’
‘Heeft ze dat gezegd?’ Logain slaagde er zowaar in verbaasd te klinken. Varilin drong zich naast Nisao. De slanke Grijze zuster torende ook boven haar uit, maar zij was even groot als Logain. ik was er al bang voor na al die schouderklopjes vanwege haar ontdekkingen. Zodra dat niet meer gebeurde, hielden de schouderklopjes ook op, en dus verkondigt ze nu iets wilds om weer wat lof te krijgen.’
‘Het kwam doordat ze zich bezig mocht houden met Siuan en Leane,’ zei Romanda ferm. ‘En met deze kerel. Men had haar moeten vertellen dat er dingen zijn die niet geheeld kunnen worden, en dat is dat!’
‘Maar ik heb het gedaan!’ wierp Nynaeve tegen, ik heb het gedaan! Alstublieft, scherm hem af. Alstublieft, u moet het doen!’ De Aes Sedai die voor haar stonden, draaiden zich om en keken naar Logain. Er was voor haar net genoeg ruimte om hem ook te zien staan. Hij beantwoordde hun blikken met een nietszeggend gezicht. Hij haalde zelfs de schouders op!
‘Ik neem aan dat we hem in elk geval kunnen afschermen tot we er helemaal zeker van zijn,’ stelde Sheriam voor. Romanda knikte en ineens ontstond er een schild dat sterk genoeg was om een reus vast te houden, terwijl de gloed van saidar bijna iedere vrouw in de kamer omgaf. Romanda herstelde de orde enigszins door er snel zes op te dragen om een kleiner, maar bruikbaar schild te handhaven. Mijrelles hand sloot zich om Nynaeves arm. ‘Vergeef ons, Romanda; we moeten met Nynaeve onder vier ogen spreken.’ Sheriams hand sloot zich om haar andere arm. ‘Het is het beste als we daar niet te lang mee wachten.’
Romanda knikte afwezig en keek nadenkend naar Logain, net als de meeste andere Aes Sedai. Niemand verliet de kamer. Sheriam en Mijrelle trokken Nynaeve overeind en duwden haar naar de deur.
‘Wat doet u?’ vroeg ze ademloos. ‘Waar brengt u me naartoe?’ Buiten drongen ze zich door een menigte Aes Sedai heen. Verschillenden keken haar scherp, zelfs beschuldigend aan. Ze duwden haar recht langs Elayne, die verontschuldigend grimaste. Nynaeve keek om, terwijl de twee Aes Sedai haar zo snel meetrokken dat ze bleef struikelen. Niet dat ze verwachtte dat Elayne haar kon helpen, maar het kon wel de laatste keer zijn dat ze haar zag. Beonin zei iets tegen Elayne, die door de menigte wegsprong. ‘Wat gaat u met me doen?’ klaagde Nynaeve. ‘We zouden je de rest van je leven potten kunnen laten schuren,’ zei Sheriam luchtig.
Mijrelle knikte. ‘Je zou de hele dag in de keuken kunnen werken.’
‘Of we zouden je in plaats daarvan elke dag een pak slaag geven.’
‘Je vel in reepjes snijden.’
‘Je in een ton spijkeren en je door het spongat te eten geven.’
‘Maar alleen moes. Stinkende smerige moes.’
Nynaeves knieën knikten. ‘Het ging per ongeluk! Ik zweer het! Ik bedoelde het niet zo!’
Sheriam schudde haar flink door elkaar zonder in te houden. ‘Doe niet dwaas, kind. Je zou weleens juist het onmogelijke kunnen hebben gedaan.’
‘U gelooft me? U gelooft me! Waarom zei u niets toen Nisao en Varilin en... Waarom zei u niets?’
‘Ik zei “zou kunnen”, kind.’ Sheriams stem klonk teleurstellend vaag. ‘Een andere mogelijkheid,’ zei Mijrelle, ‘is dat je hersens door al die inspanning gezwollen zijn.’ Haar half toegeknepen ogen namen Nynaeve op. ‘Je zou verbaasd zijn over het aantal Aanvaarden, en zelfs novices, dat beweert een of andere verloren Gave te hebben herontdekt, of een nieuwe te hebben gevonden. Toen ik novice was, was er een Aanvaarde die Echiko heette; zij was er zo van overtuigd dat ze wist hoe ze kon vliegen dat ze van de top van de Toren sprong.’ Nynaeves hoofd tolde. Ze keek van de een naar de ander. Geloofden ze haar of niet? Dachten ze echt dat haar géést met haar op de loop was? Wat gaan ze in Lichtsnaam met me doen? Ze probeerde woorden te vinden om hen te overtuigen – ze loog niet, ze was niet gek, ze had Logain geheeld – maar uit haar mond kwam geen geluid toen ze haar haastig de Kleine Toren in duwden.
Pas in een lange kamer – vroeger een kleine eetkamer, waar nu een smalle tafel met stoelen eromheen tegen een muur stond – besefte Nynaeve dat er een hele stoet achter haar liep. Ruim tien Aes Sedai volgden haar op de hielen. Nisao sloeg haar armen grimmig over elkaar en Dagdara had haar kin naar voren gestoken alsof ze van plan was door een muur heen te lopen. Shanelle en Therva en... Allemaal van de Gele Ajah, behalve Sheriam en Mijrelle. De tafel leek op een gerechtshof; die rij grimmige gezichten duiden op een geding. Nynaeve slikte moeizaam.