‘Bedoel je omdat we weer Aes Sedai zijn, meisje? Dat zijn we. Ze kijfden als viswijven op een feestdag, maar dat stonden ze ons toe.’ Siuan en Leane keken elkaar aan en Siuans wangen kleurden lichtjes. Elayne vermoedde dat ze wel nooit zou weten wat ze niet hadden toegestaan.
‘Mijrelle was zo aardig om me op te zoeken en het me te laten weten,’ zei Leane in de ontstane stilte, ik denk dat ik Groen kies.’ Nynaeve verslikte zich in haar hap. ‘Wat bedoel je? Kun je van Ajah veranderen?’
‘Nee,’ zei Siuan. ‘Maar de Zaal heeft besloten dat we een tijdlang geen Aes Sedai waren, hoewel we dat wel waren. En aangezien ze geloven dat die onzin in de Toren volgens de wet was, zijn al onze banden, bindingen, verbindingen en titels overboord gegooid.’ Haar stem was droog genoeg om hout mee te vijlen. ‘Morgen zal ik de Blauwen vragen of ze me terug willen hebben. Ik heb nog nooit meegemaakt dat een Ajah iemand afwijst – tegen de tijd dat je verheven bent tot Aanvaarde, ben je naar de juiste Ajah geleid, of je het weet of niet – maar zoals de zaken nu staan, zou ik niet echt verbaasd zijn als ze de deur voor mijn neus dichtslaan.’
‘Hoe staat alles er dan voor?’ vroeg Elayne. Er was iets aan de hand. Siuan bekte je af, porde je op, trok je arm uit het lid, maar kwam je geen soep brengen, ging niet op je bed zitten en babbelde niet als een vriendin, ik dacht dat alles naar verwachting verliep.’ Nynaeve gaf haar een blik die zowel ongelovig als ontdaan was. Nou ja, Nynaeve zou moeten weten wat ze ermee bedoelde.
Siuan draaide zich om en keek haar aan, maar haar woorden golden ook Nynaeve. ‘Ik kwam langs Logains huis. Zes zusters houden zijn schild in stand, net als toen hij gegrepen werd. Hij probeerde vrij te komen toen hij erachter kwam dat wij wisten dat hij geheeld was, en ze zeiden dat als er slechts vijf het schild hadden gehouden, het hem gelukt zou zijn. Hij is dus even sterk als hij eerst was, of daar zo dichtbij dat het geen verschil maakt. Maar ik niet. En Leane ook niet. Ik wil dat je het nog eens probeert, Nynaeve.’
‘Ik wist het!’ Nynaeve gooide haar lepe] op het blad. ik wist dat je hiervoor een reden had! Nou, ik ben te moe om te geleiden, en ook al zou ik niet moe zijn... Je kunt niet helen wat al geheeld is. Eruit, en neem die smerige soep maar mee!’ Er was minder dan de helft van die smerige soep over, en het was een grote kom.
‘Ik weet dat het niet zal werken!’ snauwde Siuan terug. ‘Vanmorgen wist ik dat stillen en sussen niet geheeld konden worden!’
‘Wacht even, Siuan,’ zei Leane. ‘Nynaeve, besef je welk gevaar we lopen door hier bij elkaar te komen? Dit is geen kamer in een straatje waar jouw boogschutter de wacht houdt; dit hele huis zit vol vrouwen die met hun ogen kijken en met hun tongen praten. Als men erachter komt dat Siuan en ik met iedereen een spel gespeeld hebben – zelfs al is dat over tien jaar – nou, laten we volstaan met de opmerking dat Aes Sedai straffen opgelegd kunnen krijgen. We zouden dan waarschijnlijk nog steeds op een boerderij kool moeten schoffelen tot onze haren wit zijn geworden. We zijn gekomen vanwege wat je voor ons gedaan hebt, om een nieuw begin te maken.’
‘Waarom ging je niet naar een Gele zuster?’ vroeg Elayne. ‘De meesten moeten nu wel net zoveel weten als Nynaeve.’ Nynaeve keek haar woest over de lepel aan. Smerige soep?
Siuan en Leane wisselden blikken uit, en uiteindelijk zei Siuan met tegenzin: ‘Als we naar een zuster gaan, weet vroeg of laat iedereen het. Als Nynaeve het doet, zal iedereen die erin geslaagd is om ons vandaag in te schatten, geloven dat ze zich vergist hebben. Men veronderstelt dat alle zusters gelijk zijn, maar er waren Amyrlins die maar net genoeg konden geleiden om de stola te ontvangen. Als je hen en de hoofden van de Ajahs buiten beschouwing laat, verwacht men dat je een ander, die sterker in de Kracht is dan jij, voor laat gaan.’
‘Ik begrijp het niet,’ zei Elayne. Hier stak ze behoorlijk wat van op. Die rangorde leek verstandig, maar ze nam aan dat het een van die dingen was die je pas leerde als je zelf Aes Sedai was. Ze had her en der genoeg opgestoken om te vermoeden dat je opleiding pas begon als je de stola omdeed. ‘Als Nynaeve je weer kan helen, ben je sterker.’ Leane schudde haar hoofd. ‘Niemand is ooit eerder van het sussen geheeld. Misschien zullen de anderen het als een soort wilder zien. Daarmee sta je iets lager in je kracht. Misschien telt het wel als je zwakker geweest bent. Als Nynaeve ons de eerste keer niet helemaal kon helen, kan ze ons misschien tot twee derde of tot de helft terugbrengen. Zelfs dat is al beter dan nu, maar de meesten hier zijn even sterk, en een behoorlijk aantal zelfs sterker.’
Elayne staarde haar aan en was meer dan ooit in de war. Nynaeve keek of ze tussen haar ogen was geraakt.
‘Alles heeft ermee te maken,’ legde Siuan uit. ‘Wie het snelste leerde, wie de kortste tijd novice of Aanvaarde was. Er zijn alle mogelijke vormen en soorten. Je kunt nooit precies zeggen hoe sterk iemand is. Twee vrouwen kunnen even sterk lijken; misschien wel, misschien niet, maar de enige manier om het met zekerheid te zeggen zou een tweegevecht zijn, en gezegend zij het Licht, daar staan we boven. Tenzij Nynaeve ons op volle sterkte terugbrengt, lopen we het risico om vrij laag te staan.’
Leane nam het weer over. ‘Die rangorde wordt niet geacht overal geldig te zijn, behalve bij de alledaagse dingen, maar dat is niet waar. De raad van iemand die hoger staat, krijgt meer aandacht dan die van iemand die lager staat. Het maakte niets uit toen we gesust waren. We hadden toen helemaal geen aanzien; wat we zeiden werd slechts beoordeeld op de eigen waarde. Dat wordt nu anders.’ ‘Ik begrijp het,’ zei Elayne zwakjes. Geen wonder dat de mensen dachten dat de Aes Sedai het Spel der Huizen hadden uitgevonden. Daarbij vergeleken was Daes Dae’mar eenvoudig.
‘Het is aardig om te zien dat deze Heling iemand méér problemen heeft bezorgd dan mij,’ gromde Nynaeve. Ze tuurde in de kom, zuchtte en veegde met het laatste stukje brood de bodem schoon. Siuans gezicht werd donkerder, maar ze slaagde erin haar stem vlak te houden. ‘Je kunt zien dat we onszelf helemaal blootgeven. En niet alleen om je over te halen opnieuw Heling op mij te gebruiken. Je hebt me... mijn leven teruggegeven. Zo eenvoudig ligt dat. Ik heb mezelf aangepraat dat ik niet dood was, maar dat leek zeker zo te zijn, als je het hiermee vergelijkt. Laten we dus met Leanes schone lei beginnen. Vriendinnen, als je mij als zodanig wilt hebben. Zo niet, dan roeiers in dezelfde boot.’
‘Vriendinnen,’ zei Elayne. ‘Dat klinkt mij beter in de oren.’ Leane schonk haar een glimlach, maar zij en Siuan keken nog steeds naar Nynaeve.
Nynaeve keek van de een naar de ander. ‘Elayne heeft een vraag gesteld, dus mag ik dat ook doen. Wat hebben Sheriam en de anderen gisteravond van de Wijzen opgestoken? Zeg me niet dat je het niet weet, Siuan. Voor zover ik het zie, weet jij wat ze denken binnen een uur nadat het bij hen opgekomen is.’
Siuan klemde haar kaken koppig op elkaar; die diepblauwe ogen deden hun best om vrees aan te jagen. Plotseling piepte ze en boog zich voorover om over haar enkel te wrijven.
‘Vertel,’ zei Leane, en ze trok haar voet terug, ‘anders doe ik het. Alles, Siuan.’
Siuan staarde Leane woest aan en blies zich op tot Elayne dacht dat ze zou barsten. Maar toen raakte haar blik die van Nynaeve en liep ze leeg. De woorden kwamen alsof ze eruit getrokken werden, maar ze kwamen. ‘Het gezantschap van Elaida heeft Cairhien bereikt. Rhand heeft hen ontmoet, maar het lijkt erop dat hij probeen met hen te spelen. Laten we dat tenminste hopen. Sheriam en de anderen zijn tevreden omdat ze er nu eens een keer in geslaagd zijn om zichzelf bij de Wijzen niét voor gek te zetten. En Egwene komt bij de volgende ontmoeting mee.’ Dat laatste leek er om een of andere reden het moeilijkst uit te komen.