Выбрать главу

‘Dat was precies het punt dat ik wilde bespreken,’ merkte Romanda op die zonder kloppen binnenkwam. ‘Moeder,’ voegde ze er na een hoorbare pauze aan toe. Lelaine sloeg de deur achter haar dicht, in het gezicht van verschillende andere Gezetenen.

‘Het leek mij noodzakelijk,’ zei Egwene en haar ogen werden groter. ‘Ik dacht er gisteravond aan. Ik ben tot Amyrlin Zetel verheven zonder beproefd te worden of de Drie Geloften af te leggen. Als ik de enige was, zou ik daardoor bijzonder opvallen. Nu er vier anderen zijn, zal het niet meer zo vreemd lijken. Niet voor de mensen hier, tenminste. Het is mogelijk dat Elaida er munt uit wil slaan wanneer ze ervan hoort, maar de meeste mensen kennen de Aes Sedai zo slecht dat ze toch niet weten wat ze moeten geloven of niet. En het gaat uiteindelijk om de mensen. Zij moeten mij vertrouwen.’ Als het geen Aes Sedai waren geweest, zouden ze haar met open mond hebben aangestaard. Nu leek Romanda bijna te gaan sputteren. ‘Dat kan wel zo zijn,’ begon Lelaine scherp, haar blauwe stola een harde ruk gevend, maar ze zweeg toen. Het was zo. Nog erger, de Amyrlin Zetel had in het openbaar verklaard dat die vrouwen Aes Sedai waren. Misschien dat de Zaal in staat zou zijn hen weer Aanvaarde te maken – of wat Theodrin en Faolain ook waren – maar de Zaal kon herinneringen niet uitwissen en kon niet voorkomen dat iedereen zou weten dat ze de Amyrlin op de eerste de beste dag hadden gedwarsboomd. Dat zou het vertrouwen geen goed doen. ‘Ik hoop, Moeder,’ zei Romanda strak, ‘dat u de volgende keer de Zaal eerst wilt raadplegen. Ingaan tegen gebruiken kan onverwachte gevolgen hebben.’

‘Het niet volgen van een wet kan ongelukkige gevolgen hebben,’ zei Lelaine bot; ze plakte er nog net ‘Moeder’ aan vast. Dit was onzin, of bijna onzin. De voorwaarden bij iemands verheffing tot Amyrlin waren zeker wettelijk vastgelegd, maar de Amyrlin kon bijna alles wat zij wenste, verordenen. Niettemin ging een wijze Amyrlin geen gevecht aan met de Zaai, wanneer dat vermeden kon worden. ‘O, ik zal in de toekomst zeker raad vragen,’ zei Egwene ernstig. ‘Het leek me nu echter de juiste daad. Zouden jullie me alsjeblieft willen verontschuldigen? Ik moet met de Hoedster praten.’ Ze stonden zowat te trillen. Er was iets van een knix te zien, en bij het afscheid klonken keurig de gepaste woorden, maar Romanda mompelde en Lelaine siste zo scherp dat iedereen zich eraan kon snijden. ‘Dat heb je goed aangepakt,’ zei Sheriam na hun vertrek. Het klonk wat verbaasd. ‘Maar je moet eraan denken dat de Zaal elke Amyrlin moeilijkheden kan geven. Ik ben je Hoedster geworden en een van de redenen is dat ik je dan raad kan geven om dit soort problemen te voorkomen. Je behoort me bij elke verordening die je wilt uitvaardigen te raadplegen. En als ik niet beschikbaar ben, zijn Mijrelle, Morvrin en de anderen er nog. Wij zijn hier om je te helpen, Moeder.’ ik begrijp het, Sheriam. Ik beloof je dat ik zorgvuldig zal luisteren naar wat je zegt. Ik zou nu graag Nynaeve en Elayne willen spreken als dat mogelijk is.’

‘Dat zal wel kunnen,’ zei Sheriam glimlachend. ‘Hoewel ik Nynaeve misschien met geweld bij een Gele zuster vandaan zal moeten trekken. Siuan zal komen om je les te geven in hoe een Amyrlin Zetel zich gedraagt en optreedt – er valt veel te leren – maar ik zal haar zeggen wat later te komen.’

Egwene staarde naar de deur nadat ze was weggegaan. Toen draaide ze zich om en bekeek de tafel. Volkomen leeg. Geen verslag om te lezen, geen stuk om in te zien, niet eens pen en inkt om een briefje te schrijven, laat staan een besluit. En Siuan moest haar dus leren hoe ze zich moest gedragen.

Toen er bescheiden op de deur werd geklopt, stond ze nog steeds. ‘Binnen!’ riep ze en ze vroeg zich af of het Siuan was of misschien een dienstmeid met een schaaltje honingkoekjes die reeds in hapklare brokjes waren gesneden.

Nynaeve stak weifelend haar hoofd om de deur, maar werd meteen naar binnen geduwd door Elayne. Naast elkaar maakten ze beiden een volmaakte knix, waarbij ze hun witte rok met de strook met zeven kleuren uitspreidden en ‘Moeder’ mompelden.

‘Doe dat alsjeblieft niet,’ zei Egwene. Feitelijk klonk het meer als een gesnik. ‘Jullie zijn mijn enige twee vriendinnen en als jullie zo beginnen...’ Licht. Ze stond bijna op het punt in tranen uit te barsten! Elayne was met haar omhelzing Nynaeve op het nippertje voor. Nynaeve was vrij stil en speelde zenuwachtig met een smalle zilveren armband, maar Elayne niet. ‘We zijn nog steeds je vriendinnen, Egwene, maar je bent nu de Amyrlin Zetel. Licht, herinner je je nog dat ik je zei, dat je op een dag de Amyrlin zou zijn en ik...’ Elaynes gezicht betrok wat. ‘Nou ja, in elk geval, je bent het. We kunnen niet zomaar naar de Amyrlin toestappen en zeggen: “Hé, Egwene, maakt deze rok me dik?” Dat zou niet gepast zijn.’

‘Ja, dat is het wel,’ zei Egwene vermetel. ‘Nou ja, als we onder elkaar zijn,’ gaf ze even later toe. ‘Wanneer we alleen zijn, eis ik dat je me vertelt of een rok me dik maakt of... of wat je ook wilt zeggen.’ Ze schonk Nynaeve een glimlach en trok zachtjes aan haar dikke vlecht. Nynaeve schrok. ‘En ik wil dat je hier vanwege mij aan rukt als je je zo voelt. Ik heb iemand nodig die mijn vriendin is en niet voortdurend deze... deze vervloekte stola ziet, anders word ik gek. Over kleren gesproken, waarom hebben jullie deze nog steeds aan? Ik dacht dat je je inmiddels wel had kunnen omkleden.’

Toen pas gaf Nynaeve een ruk aan haar vlecht. ‘Die Nisao zei dat het wel een vergissing zou zijn en sleepte me mee. Ze zei dat ze niet haar beurt ging verknoeien vanwege een of ander feest.’ De geluiden van de feestvierders buiten op straat stegen op, een zwak sliertje muziek en een overal rondhangend gezoem, net hard genoeg om door de stenen muren heen te dringen.

‘Nou, het was geen vergissing,’ zei Egwene. Nisao’s beurt! Ze ging het nu niet vragen; Nynaeve was al niet zo blij en Egwene wilde het zo lang mogelijk leuk houden. Ze sleepte de stoel bij van de andere kant van de tafel, zag twee grove lapjeskussens op de zitting en glimlachte. Chesa. ‘We gaan nu fijn wat babbelen en daarna help ik jullie bij het vinden van de mooiste kleren van Salidar. Vertel me alles over jullie ontdekkingen. Anaiya had het erover, en Sheriam, maar ze gunden zich geen tijd om mij het fijne ervan te vertellen.’

Het tweetal wilde net gaan zitten en verstarde bijna tegelijk, waarna ze elkaar aankeken. Om een raadselachtige reden leken ze huiverig om over iets anders te praten dan over Nynaeves helen van Siuan en Leane – zij herhaalde driemaal tamelijk bezorgd dat het helen van Logain per ongeluk was gebeurd — en over Elaynes werk aan de ter’angreaal. Dat waren opmerkelijke daden, vooral die van Nynaeve, maar het hoefde niet zo vaak herhaald te worden zodat Egwene steeds moest zeggen dat ze prachtig werk hadden geleverd en zo jaloers op hen was. Een poging het te laten zien, duurde niet lang. Egwene had weinig gevoel voor Heling, zeker niet voor het ingewikkelde tapijt dat Nynaeve zonder veel nadenken weefde. En ondanks haar gevoel voor metalen en haar kracht in Vuur en Aarde kon ze Elayne al snel niet meer volgen. Natuurlijk wilden de andere twee weten hoe het was om bij de Aiel te leven. Ze zag hen geschrokken met hun ogen knipperen en geschokt glimlachen, wat snel werd onderdrukt, en betwijfelde of ze haar geloofden. Ze vertelde hun zeker niet alles. Van de Aiel kwam ze natuurlijk op Rhand. Beide vrouwen staarden haar aan tijdens haar verslag van zijn ontmoeting met de Aes Sedai. Ze waren het erover eens dat hij in diepere stromen waadde dan hij besefte en iemand nodig had om hem te leiden voor hij in een gat stapte. Elayne dacht dat Min hem kon helpen, wanneer het gezantschap in Caemlin zou zijn aangekomen. Het was voor het eerst dat Egwene hoorde dat Min mee was, of zelfs dat Min in Salidar was, maar feitelijk deed Elayne er nogal lauw over. Bovendien mompelde ze iets vreemds, alsof ze deze waarheid niet graag wilde horen. ‘Min is een betere vrouw dan ik ben.’ Om de een of andere reden verdiende ze daar een meelevende blik van Nynaeve mee. ‘Ik wou dat ik daar was,’ vervolgde Elayne nu wat luider. ‘Om hem te leiden, bedoel ik.’ Ze keek van Egwene naar Nynaeve en haar wangen werden rood. ‘Nou ja, daarvoor ook.’ Nynaeve en Egwene begonnen zo hard te lachen dat ze bijna van hun stoel gleden en Elayne sloot zich meteen bij hen aan.