‘Licht!’ zuchtte Elayne. ‘Weet je wat je hebt gedaan, Egwene? Weet je dat? Ik denk dat ik het kan. Als je dat weven herhaalt, weet ik het voor een volgende keer.’
‘Wat herhaalt?’ Nynaeve jankte bijna. ‘Hoe deed ze dat? O, vervloekt dit vervloekte blok! Elayne, geef alsjeblieft een schop tegen mijn schenen.’
Uit Moghediens gezicht viel opeens weinig op te maken. Naast vrees gaf de armband bijna even nadrukkelijk haar onzekerheid door; het herkennen van gevoelens leek zeker niet op het lezen van woorden in een boek, maar die twee gevoelens waren duidelijk. ‘Wie...?’ Moghedien likte haar lippen af. ‘Wie heeft jou dat bijgebracht?’ Egwene glimlachte zoals ze de Aes Sedai had zien glimlachen. Ze hoopte tenminste dat ze raadselachtig overkwam. ‘Wees er nooit zeker van dat ik een antwoord niet al weet,’ zei ze koel. ‘Denk eraan: eenmaal tegen me liegen...’ Opeens drong tot haar door hoe dit Nynaeve en Elayne in de oren moest klinken. Zij hadden de vrouw gevangengenomen, haar in de onmogelijkste omstandigheden gevangengehouden en allerlei inlichtingen uit haar losgewurmd. Ze wendde zich naar de andere twee en lachte hen wat berouwvol toe. ‘Het spijt me. Ik wilde het niet zomaar overnemen.’
‘Waarom zou het je spijten?’ Elayne toonde een brede glimlach. ‘Je wordt geacht het over te nemen, Egwene.’
Nynaeve gaf een ruk aan haar vlecht en keek er toen woest naar. ‘Niks lijkt te werken. Waarom kan ik niet kwaad worden? O, wat mij betreft mag je haar eeuwig hebben. We kunnen haar toch niet meenemen naar Ebo Dar. Waarom kan ik niet kwaad worden? O, bloed en bloedvuur!’ Haar ogen werden groot bij het besef wat ze had gezegd en ze sloeg haar hand voor de mond.
Egwene keek naar Moghedien. De vrouw was druk bezig de wijnbekers weer rechtop te zetten en wijn in te schenken die naar zoete kruiden rook, maar terwijl Nynaeve aan het praten was, was er iets door de armband gekomen. Schrik? Misschien gaf ze meer de voorkeur aan een bazin die ze kende, dan aan iemand die haar met haar eerste woorden met de dood bedreigde.
Er werd hard op de deur geklopt en Egwene liet snel saidar los. De opening naar de Woestenij verdween. ‘Kom binnen.’ Siuan zette een stap het werkvertrek in, bleef staan en nam Moghedien op, de armband om Egwenes pols en Nynaeve en Elayne. Ze sloot de deur en maakte een knix die weinig beter was dan die van Romanda of Lelaine. ‘Moeder, ik ben hier om u gedrag en optreden bij te brengen, maar als u liever hebt dat ik later...’ Haar wenkbrauwen rezen kalm vragend hoog op.
‘Ga!’ beval Egwene Moghedien. Als Nynaeve en Elayne haar zomaar vrij lieten rondlopen, kon deze a’dam haar even goed opsluiten als zo’n ding met een vaste lijn. Ze bevoelde de armband en haatte hem, maar was van plan hem dag en nacht te dragen. Ze voegde eraan toe: ‘Houd je wel beschikbaar. Ik behandel een ontsnapping hetzelfde als een leugen.’ Vrees stroomde door de armband terwijl Moghedien zich naar buiten haastte. Dit kon een probleem worden. Hoe waren Nynaeve en Elayne met die kolkingen van angst omgegaan? Nou ja, dat probleem was voor later.
Ze keek Siuan aan en sloeg haar armen over elkaar. ‘Dat helpt je niet, Siuan. Ik weet alles, Dochter.’
Siuan hield haar hoofd scheef. ‘Soms geeft kennis geen enkel voordeel.
Soms betekent het slechts dat je elkaars gevaar deelt.’
‘Siuan!’ zei Elayne, half geschrokken en half waarschuwend, en tot Egwenes verrassing zag ze bij Siuan iets dat ze nooit van haar had verwacht. Ze bloosde!
‘Je kunt niet van me verwachten dat ik na een nachtje slaap iemand anders word,’ mompelde de vrouw brommerig.
Egwene vermoedde dat Nynaeve en Elayne haar konden helpen, maar als ze echt de Amyrlin wilde zijn, diende ze het alleen te doen. ‘Elayne, ik weet dat je je wilt omkleden. Waarom doe je dat nu niet? En ga na wat je over verloren talenten te weten kunt komen. Nynaeve, als jij eens hetzelfde deed?’
Ze keken elkaar aan, wierpen toen een blik op Siuan en gingen staan voor een volmaakte knix, waarbij ze eerbiedig mompelden: ‘Zoals u beveelt, Moeder.’ Aan Siuan viel niets te merken. Ze stond bij hun vertrek Egwene met een wrang gezicht aan te kijken. Egwene omhelsde opnieuw kort saidar, zette de stoel weer achter de tafel, schikte haar stola goed en ging weer zitten. Heel lang bleef ze Siuan zwijgend opnemen, ik heb je nodig,’ zei ze uiteindelijk. ‘Jij weet wat het is om Amyrlin te zijn, wat de Amyrlin kan en niet kan. Jij kent de Gezetenen, hoe ze denken, wat ze willen. Ik heb jou nodig en ik ben van plan jou te gebruiken. Sheriam, Romanda en Lelaine denken mogelijk dat ik onder deze stola nog steeds het novice-wit draag – misschien denken ze dat allemaal – maar jij gaat me helpen mijn stola duidelijk te maken. Ik vraag het je niet, Siuan. Ik... eis... je hulp!’ Waarna ze alleen kon afwachten.
Siuan nam haar op, schudde vervolgens even het hoofd en lachte zachtjes. ‘Ze hebben wel een heel grote fout gemaakt, hè? Ik als eerste natuurlijk. De malse kleine knorvis voor de dis blijkt een levensgrote levende zilvertand te zijn.’ Ze spreidde haar rok wijd uit, maakte een diepe knix en boog daarbij het hoofd. ‘Moeder, sta me alstublieft toe te dienen en raad te geven.’
‘Zolang je maar beseft, Siuan, dat het slechts raad is. Er zijn al veel te veel mensen die denken hun touwtjes aan mijn armen en benen vast te binden. Ik neem het niet als jij hetzelfde doet.’ ik zou nog liever touwtjes aan mezelf binden,’ merkte Siuan droogjes op. ‘Weet je, ik heb je nooit zo gemogen. Misschien omdat ik re veel van mezelf in jou herkende.’
‘In dat geval mag je me Egwene noemen,’ zei Egwene even droog. ‘Wanneer we alleen zijn. Ga nu zitten en vertel me waarom de Zaal hier nog steeds niks zit te doen en hoe ik ze kan opporren.’ Siuan trok een stoel bij voor ze zich herinnerde dat ze het weer met saidar kon. ‘Ze zitten stil omdat na een eerste zet de breuk met de Witte Toren echt zichtbaar is. Wat betreft dat opporren zou ik je aanraden...’ Haar raadgevingen namen veel tijd in beslag. Een gedeelte ervan volgde het pad dat Egwene al gedeeltelijk had uitgedacht en klonk haar uitstekend in de oren.
In haar kamer in de Kleine Toren schonk Romanda muntthee voor drie andere Gezetenen, van wie er slechts één een Gele was. De kamer lag achterin, maar het lawaai van het feest drong toch door. Romanda negeerde het bewust. Deze drie waren bereid geweest haar te steunen om Amyrlin Zetel te worden en met hun stem aan dat meisje hadden ze de verheffing van Lelaine voorkomen. Lelaine zou in vuur en vlam staan als ze dit ooit zou vernemen. Nu Sheriam haar kind-Amyrlin had verheven, waren deze drie nog steeds bereid naar haar te luisteren. Vooral nadat die Aanvaarden waren verheven door zomaar een uitspraak van de Amyrlin. Daar moest Sheriam achter zitten; zij en dat naaikransje, die de vier Aanvaarden vertrouwden. Het was hun idee geweest Theodrin en Faolain boven de andere Aanvaarden te plaatsen en ze hadden hetzelfde een keer voor Nynaeve en Elayne voorgesteld. Fronsend vroeg ze zich af waar Delana bleef, maar begon desondanks, na de kamer met saidar te hebben afgeschermd zodat ze niet afgeluisterd konden worden. Delana kon bijgepraat worden wanneer ze opdaagde. Het belangrijkste was Sheriam met een lesje duidelijk te maken dat ze, hoewel ze het baantje van Hoedster had ingepikt, niet zoveel macht had verworven als ze dacht.
In een huis verderop in Salidar schonk Lelaine gekoelde wijn voor vier Gezetenen, van wie er slechts één van haar Blauwe Ajah was. Saidar had het vertrek tegen luisteraars afgeschermd. De geluiden van het feest deden haar glimlachen. Deze vier vrouwen hadden haar voorgesteld naar de Amyrlin Zetel te streven. Ze was er niet afkerig van geweest, maar het gevolg van een mislukking zou de verheffing van Romanda tot gevolg hebben, wat Lelaine evenveel pijn zou doen als een verbanning. Wat zou Romanda met haar tanden knarsen als ze ooit zou vernemen dat zij alleen voor dat kind hadden gestemd om te voorkomen dat de stola rond Romanda’s schouders zou glijden. Nu zaten ze echter bij elkaar om te bespreken hoe Sheriams invloed ingeperkt kon worden, nu die de stola van de Hoedster der Kronieken had gegrepen. Zo’n besluit van dat meisje om die Aanvaarden te verheffen was toch een klucht! Sheriams hoofd moest opgeblazen zijn van waanzin! Al pratend begon Lelaine zich af te vragen waar Delana was. Ze had er al moeten zijn.